Ranitz, Agnita de | De vrouw op het perron

afbeelding-de-vrouw-op-het-perron‘De vrouw op het perron’ vertelt over een verbijsterende ontmoeting op het station van Delft. Het is alsof Cornelia  in de spiegel kijkt en zichzelf ziet staan. Voor ze tot actie over kan gaan, draait de ander zich om en gaat er snel vandoor. Door alle drukte lukt het Cornelia niet om haar in te halen en ze blijft in totale verwarring achter. Dit kan niemand anders zijn dan haar tweelingzus, maar Geesje is toch gestorven toen ze tien dagen oud was? Vanaf dit moment staat het leven van Cornelia in het teken van deze raadselachtige gebeurtenis. Er zijn niet veel aanknopingspunten en de zoektocht lijkt op niets uit te lopen. Levert de gele roos de gehoopte doorbraak? Omdat je als lezer in schuingedrukte fragmenten een oudere zieke dame volgt die gebukt gaat onder gebeurtenissen en herinneringen uit het verleden, is de uiteindelijke ontknoping niet heel erg verrassend.

Inspiratie voor haar boek ‘De vrouw op het perron’ vond Agnita de Ranitz in een artikel in het Algemeen Dagblad van 10 januari 2006. ‘Vrouw (78) zoekt ‘overleden’ zus. De tweelingzus van Francisca overleed na 4,5 maand. Toch is Francisca M. er stellig van overtuigd dat ze haar zus is tegengekomen. De ontmoeting vond plaats in 1948 voor het station van Helmond. Ze is nu op zoek.’

De Ranitz, zelf enige overblijvende van een tweeling, kon zich deze in deze situatie helemaal inleven. Ze besloot daarom een volkomen fictief verhaal te schrijven waarin ze de doodgewaande, maar wellicht toch levende tweelingzus, probeert te vinden.

Het gegeven van de verdwenen tweelingzus is interessant genoeg.De personages komen echter te weinig tot leven. De (slechte) relatie met Cornelia’s man Henk en zijn plotselinge vertrek komen vrij ongeloofwaardig over. Ook de gesprekken met enkele vriendinnen zijn te weinig levensecht om je echt te kunnen identificeren met Cornelia.

Het beeld dat je krijgt van het vooroorlogse Rotterdam met de paardentram is een leuk extra in deze roman en de foto’s achterin het boek zijn een waardevolle toevoeging.

Thériault, Denis | De eenzame postbode

afbeelding-de-eenzame-postbode‘Al twee jaar lang gaf hij zich over aan deze illegale activiteit. Het was een misdaad, daar was hij zich van bewust, maar het schuldgevoel was niet meer dan een flets spook vergeleken bij de oppermachtige nieuwsgierigheid.’ Een postbode die stiekem de post die hij moet bezorgen open stoomt is de hoofdpersoon van dit ontroerende en bizarre verhaal. ‘Liever dan de vaalheid van het werkelijke bestaan had hij zijn innerlijke feuilleton, dat zoveel kleuriger en rijker aan emoties was, en van alle verboden brieven die dit zo opwindende virtuele wereldje vormden, waren er geen die hem teergevoeliger maakten en meer in verrukking brachten dan die van Ségolène.’

Het zijn de brieven van de op Guadeloupe wonende Ségolène aan een zekere Gaston Grandpré die Bilodo zo intrigeren dat hij in zijn verbeelding de plaats van Grandpré inneemt. De brieven bevatten niet meer dan een haiku die Bilodo uit zijn hoofd leerde, kopieerde en eindeloos herlas.  Een van de brieven aan Grandpré bevatte een foto van Ségolène die Bilodo op zijn nachtkastje heeft gezet. ‘Bilodo was verliefder dan hij ooit voor mogelijk had gehouden. Ségolène had zijn ziel zo grondig in haar greep gekregen dat het hem soms zorgen baarde en hij bang was geleefd te worden, maar dan veranderde het alchemistische lezen van een paar haiku’s zijn angst algauw in gelukzaligheid, en bedankte hij het leven dat hem zo bevoorrechtte, dat het de mooie Guadeloupse op zijn pad had gebracht.’

Jalouzie op Grandpré aan wie de brieven van Ségolène werkelijk waren gericht lag soms als een schaduw over zijn geluk,  maar doorgaans genoot hij van zijn verliefdheid en probeerde hij door alles wat er te weten viel over Guadeloupe, Ségolène zo nabij mogelijk te komen. Tot op een dag een einde komt aan zijn leven in deze prachtige illusie als Grandpré verongelukt terwijl hij een brief aan Ségolène wil posten. Dit zal het einde betekenen van de correspondentie tussen Ségolène en Grandpré en het vervult Bilodo met wanhoop als hij beseft dat zijn band met Ségolène hiermee ook verbroken is. Tenzij…hij zelf de correspondentie voort kan zetten. Hij gaat zich zo vereenzelvigen met  het  leven van Grandpré dat hij Grandpré lijkt te worden, innerlijk en uiterlijk.  En ten slotte deelt hij zijn lot.

Een bijna sprookjesachtig verhaal dat ontroert door de fijnzinnige manier waarop Thériault de eenzame postbode dichtbij de lezer brengt. Herkenbaar en tegelijk vervreemdend. Het verhaal houdt je in de greep, door de spanning die de auteur op subtiele wijze weet over te brengen. ‘Klein maar fijn’ en ‘het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit’ zijn clichés die voor deze prachtige novelle voluit van toepassing zijn. Een verhaal om van te genieten en de mooie omslag voegt daar nog een dimensie aan toe.

Gárdos, Péter | Ochtendkoorts

afbeelding OchtendkoortsOntroerend en enigszins bizar: Ochtendkoorts, het liefdesverhaal van de ouders van auteur Péter Gárdos. Gárdos kreeg na de dood van zijn vader uit handen van zijn moeder twee pakketjes met brieven: brieven van zijn vader aan zijn moeder en omgekeerd, geschreven tussen september 1945 en februari 1946 in opvangkampen in Zweden waar overlevenden van de concentratiekampen werden opgevangen en verpleegd.

Gárdos vertelt deze liefdesgeschiedenis vanuit het perspectief van zijn vader, Miklos genoemd.  Miklos, een Hongaar van geboorte, heeft volgens zijn arts niet lang meer te leven vanwege een ernstige vorm van tbc, maar daar wil Miklos zich niet bij neerleggen. Hij is jong, hij wil leven, hij wil trouwen en hij heeft haast. Hoewel zijn ochtendkoorts hem dagelijks bepaalt bij de ernst van zijn situatie, richt hij zich op de toekomst. Hij besluit 117 verschillende vrouwen, maar allemaal van Hongaarse afkomst en verblijvend in een opvangkamp, een identieke brief te sturen. Een aantal van hen reageert, waaronder Lili en tussen Miklos en haar ontstaat een band. Ook Lili heeft een kampverleden en is ernstig ziek en verzwakt in Zweden terecht gekomen.

Naast deze hoofdpersonen spelen nog diverse andere personages een rol die op een enkeling na met elkaar gemeen hebben dat ze een enorme drang naar een normaal leven hebben. Ze willen loskomen van alle verschrikkingen en een nieuwe wereld opbouwen.

Gárdos wisselt verhalende delen in Ochtendkoorts  af met de brieven die Miklos en Lili elkaar hebben geschreven en die brieven tonen ons twee mensen die, ondanks alles, hoop en verwachting van de toekomst hebben. Uiteindelijk komt het tot een ontmoeting die Gárdos met humor beschrijft. Dit samenzijn van drie dagen is bepalend voor hun toekomst: Lili en Miklos besluiten met elkaar te trouwen.

Tegenwerking blijft hen niet bespaard: een jaloerse vriendin, een arts die op de geringe levensverwachting van Miklos blijft hameren, verschillende religies. Maar het zijn uiteindelijk niet meer dan obstakels die overwonnen worden. Verrassend is de wending in de gezondheidstoestsand van Miklos.

Ochtendkoorts is een ontroerend liefdesverhaal, ook een verhaal dat je stilzet bij de nasleep van een oorlog met  tijdloze elementen die de situatie van toen overstijgen. Humor is een belangrijk ingrediënt: de streken van Miklos en zijn vrienden zijn soms echt lachwekkend.

Wat na lezen van dit boek bij blijft, is de geestkracht van Miklos en Lili, en de andere personages die een rol spelen, die het mogelijk maakt na een leven waarvan de verschrikkingen nauwelijks voor te stellen zijn, toch weer lief te hebben, vertrouwen te hebben, kortom: te leven. Dromen worden waargemaakt!

 

Steenbeek, Rosita | Rose

Rose - Rosita SteenbeekRosita Steenbeek ken ik vooral van haar boeken over Rome en andere Italiaanse steden, waarin ze de kunst verstaat het gewone dagelijkse leven heel boeiend te verwoorden. In Rose vertelt ze het levensverhaal van haar oma en toont in dit verhaal haar talent om de levensgeschiedenis van een ‘gewone’ vrouw  op een ontroerende en aangrijpende wijze weer te geven.

Rose Lehmkuhl is een Duits meisje uit Keulen, dochter van een Joodse moeder en een niet-Joodse vader. Het verhaal over Rose begint in 1920 met de bruiloft van drie neven van Rose. De familie van moederskant speelt een belangrijke rol in haar leven. Joodse feesten en belangrijke momenten in het familieleven worden zo veel mogelijk gezamenlijk gevierd. Bijzondere herinneringen zijn er aan het hotel Villa Rosa op het Waddeneiland Wangeroog dat gerund wordt door tante Röschen en Onkel Moritz.

Rose heeft een goede band met haar vader die beschadigd uit de Eerste Wereldoorlog is teruggekeerd. Als echter het huwelijk van haar ouders op de klippen loopt,  voelt Rose zich verraden en de haat die ze tegenover haar vader voelt, zal ze haar hele leven niet meer kwijtraken tot ze ontdekt dat hij altijd van zijn dochter is blijven houden en een belangrijke rol gespeeld heeft in het feit dat zijn Joodse ex-vrouw niet in de nazikampen is terechtgekomen.

Steenbeek geeft in Rose een beeld van de jaren ’20 en ’30 in Duitsland. De politiek wordt gekenmerkt door onrust, de economische crisis eist zijn tol en het opkomend fascisme maakt het leven voor de grote Joodse familie onzeker. Er moeten keuzes worden gemaakt: weggaan of blijven en hopen dat het uiteindelijk allemaal meevalt.

Rose ontmoet in 1929 een Nederlandse predikant, Gerhard Hugenholtz en het is liefde op het eerste gezicht. Vanaf 1931 woont ze in Nederland en ze is gelukkig met haar Gerhard. Ze krijgen twee kinderen, Hans en Margreth (moeder van Rosita Steenbeek) en oma Gretchen komt bij hen inwonen. Tot in mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen, leiden ze een gelukkig gezinsleven en voelen Gerhard en Rose zich op hun plek in Klaaswaal.

Rose en Gerhard en ook oma Gretchen komen met de nodige spanningen de oorlog uiteindelijk relatief ongeschonden door. Als de oorlog voorbij is, begint het wachten op berichten: wie heeft de oorlog overleefd en wie is door de Nazi’s vermoord? Goede en verdrietige berichten wisselen elkaar af.

Steenbeek heeft met Rose een prachtig boek geschreven: een ontroerende herinnering aan haar oma, maar ook aan de grote Joodse familie waarin zoveel gaten geslagen zijn. Het verhaal begon met een drievoudige bruiloft, maar in 1945 kunnen er niet drie zilveren bruiloften gevierd worden en ook van de bruiloftsgasten ontbreken er te veel.

Rose, een familie in oorlogstijd, toont ons prachtige mensen die naar eer en geweten hun keuzes in het leven gemaakt hebben. Keuzes die soms heel veel hebben gekost maar waarbij ze trouw aan zichzelf en hun overtuigingen zijn gebleven.  Je leest dit boek in een adem uit, omdat je van de personages gaat houden en dat is een grote verdienste van Steenbeek.

 

 

Vries, Nine de | Machla

d78b3dc6-e522-4704-829d-38bda78410a6Opgegroeid zonder moeder, veroordeeld tot zwaar en vies werk in de leerlooierij van een vader die geen greintje waardering voor haar heeft, laag in aanzien bij de dorpelingen. Het zijn de ingrediënten die  het eenzame leven van Machla bepalen.  Israël is in die tijd, rond het jaar dertig, bezet door de Romeinen en de bezetting drukt zwaar op de bevolking. Ook Machla wordt geconfronteerd met de wrede wandaden van de soldaten als ze ternauwernood aan hun pogingen haar te misbruiken weet te ontkomen dankzij het ingrijpen van een van hen. Als vervolgens een bruiloftsfeest op gruwelijke wijze  verstoord wordt, voelt Machla zich schuldig. Was dit wellicht niet gebeurd als de soldaten haar hadden genomen?

Het verzet tegen de bezetter broeit en ook de vader van Machla raakt er bij betrokken.  Machla komt de soldaat die ingreep toen ze belaagd werd verschillende keren tegen en ondanks haar afkeer van de Samaritaanse huurlingen kan ze niet ontkennen dat hij gevoelens bij haar oproept. Intussen regelt haar vader een huwelijk met Matitja,  de jongste zoon van de smid, een huwelijk waar beiden niet blij mee zijn. De relatie met de soldaat duurt ook voort en als Machla zwanger raakt is het maar de vraag van wie het kind is. Schuldgevoel, angst voor ontdekking, het verlangen naar een moeder die ze nauwelijks gekend heeft en de eenzaamheid in haar huwelijk, beheersen haar leven.  Hoe moet  het ooit goed komen? Als haar vader bij een van zijn verzetsdaden wordt gearresteerd en naar Jeruzalem wordt afgevoerd,  gaan Matitja en Machla ook naar Jeruzalem. Hier raakt het fictieve verhaal de historische gebeurtenis in het Jeruzalem van het jaar 33 waar Jezus van Nazareth, in het verhaal de nieuweling genoemd, gekruisigd wordt.

Tijdens deze reis hoopt Machla ook een antwoord te krijgen op de vraag wat er met haar moeder is gebeurd¸ maar zowel de ontmoeting met haar zus, als de zoektocht bij de leprozenkolonie levert in eerste instantie niets op. Uiteindelijk, weer thuis in Kfar Nachoem, vertelt haar zus die haar bij de bevalling van haar tweede kind komt bijstaan de waarheid. Machla lijkt dan een onherroepelijke stap te nemen,  maar het is Matitja, die een volgeling van Jezus is geworden, die haar achterna komt en mee naar huis neemt. Een glimp van genade en hoop.

Nine de Vries geeft in haar boek veel aandacht aan de couleur locale en daarmee brengt ze veel sfeer in het verhaal. Ze heeft gekozen voor de oorspronkelijke schrijfwijze van namen en plaatsen en beschrijft uitgebreid de Joodse feesten en gebruiken wat een authentiek karakter aan het verhaal geeft. Het Bijbelse beeld uit de verhalen over Jezus’ rondwandeling op aarde  krijgt zo een nieuwe dimensie. Als lezer leer je de hoofdpersoon goed kennen door de wijze waarop De Vries je als het ware in haar hoofd laat kruipen. Machla raakt je in haar kwetsbaarheid en eenzaamheid, maar De Vries laat uiteindelijk zien dat er hoop is in Jezus Christus. Een mooi boek van debutante Nine de Vries!

Bloem, Marion | Haar goede hand

Marion Bloem - Haar goede hand

Een haat-liefdeverhouding tussen moeder en dochter  – een boeiend thema voor Haar goede hand van Marion Bloem. Haar Roman over mijn moeder laat ons vanuit het perspectief van dochter Sonia kennismaken met moeder Melanie.

Bloem presenteert door de keuze van de namen Haar goede hand als fictie, hoewel het autobiografisch karakter van deze roman onmiskenbaar is. De relatie tussen fictie en werkelijkheid is een interessant aspect van dit aansprekende boek.

Het leven van Melanie is niet gemakkelijk geweest. Als meisje in Nederlands-Indië werd ze getroffen door polio en  hield er een beschadigde rechterarm aan over. Ook het verblijf in het jappenkamp en de periode in een vijandig Indonesië lieten hun sporen na. Ze heeft al vroeg geleerd het verlies van haar ‘goede hand’, zoals de rechterhand toen genoemd werd, te compenseren.  Haar verleden heeft haar gemaakt tot wie ze is: een strenge, soms harde  en tegelijk onzekere  en gastvrije, warme vrouw.

Sonia groeit op als dochter van deze getraumatiseerde moeder die met grote regelmaat de pollepel hanteerde om haar kinderen in het gareel te houden maar het ook voor hen opnam als iemand hen te na kwam. Voor Sonia is haar moeder geen voorbeeld. ‘Als meisje van twaalf nam ik me voor om nooit zoals mijn moeder te worden. [….] Alles zou ik anders doen’.

Zelf ouder geworden wil Sonia  haar moeder leren begrijpen.  Ze probeert een goed beeld van het leven van Melanie te geven.  Daarbij verwoordt zij de ingewikkelde relatie die zij met haar moeder heeft eerlijk en respectvol.   Ze ondernemen een gezamenlijke reis naar Indonesië en dan hoort Sonia over gebeurtenissen uit het verleden van haar moeder die tot dan toe altijd ongenoemd zijn gebleven, maar die het leven van haar moeder wel gestempeld hebben.

Pijnlijke situaties, zoals het lichamelijk geweld, worden in ‘Haar goede hand’ niet verzwegen. Er groeit ook begrip voor Melanie die in Nederland met een totaal andere cultuur geconfronteerd werd. Sonia herinnert zich bijvoorbeeld hoe Melanie bij visite meteen in de keuken verdween om een overvloedige maaltijd te bereiden voor de gast, maar de gast  aan zijn  of haar lot overliet in de woonkamer. Als kind schaamde ze zich daar voor en probeerde haar moeder als gastvrouw te vervangen, maar later realiseert ze zich dat Melanie vroeger niet anders gewend was dan dat het personeel de opdracht kreeg een maaltijd te verzorgen zodra er gasten waren. Bij gebrek aan personeel, ging Melanie dus zelf de keuken in.

Het boek bestaat uit korte,  aansprekende vertellingen, die samen uiteindelijk laten zien wie Melanie was en is geworden en wat zij voor Sonia betekent.  Bloem schrijft niet chronologisch maar het verhaal is goed te volgen, mede door de vetgedrukte zinnen die als aanhef boven elk fragment staan.

Kortom: Haar goede hand  is een ontroerend verhaal waarin een dochter de liefde en waardering voor haar moeder, die ze vaak niet heeft kunnen uiten, uiteindelijk verwoordt: ‘U bent mijn mama’.

Timmer, Ernst | De val van mijn moeder

De val van mijn moeder - Ernst TimmerDe val van mijn moeder

Vroeg of laat krijgt bijna iedereen er een keer mee te maken: het zorgverleningscircuit. In De val van mijn moeder loodst Joost Beekman, het alter ego van Ernst Timmer, de lezer in 60 hoofdstukken door de wereld van de ziekenhuizen en zorginstellingen waarin zijn moeder na een val terecht komt.

Een gebroken arm luidt een periode van toenemende afhankelijkheid in. Op laconieke en daardoor vaak grappige wijze beschrijft Timmer wie en wat er allemaal aan te pas komen als een oude dame die aan evenwichtsstoornissen en vergeetachtigheid lijdt uiteindelijk niet meer in staat is om zelfstandig in haar appartement te wonen.

Ontroerend is de blijmoedige manier waarop de vrouw haar ongemakken aanvaardt, zoals ze haar hele leven de minder mooie en moeizame kanten wist te relativeren met haar ‘er zijn zoveel mooie dingen’.  En er waren nogal wat problemen en beperkingen! Ernst Timmer schetst in De val van mijn moeder het beeld van een vrouw die haar hele leven geprobeerd heeft anderen te helpen, ondanks haar eigen moeiten, maar die het tenslotte van de zorg van anderen moet hebben.

Schrijnend is het om te zien hoe de vrouw de grip op haar eigen leven meer en meer verliest mede door  de rol die de soms onbegrijpelijke bureaucratie binnen de gezondheidszorg  daarin speelt. Ernst Timmer beschrijft deze bureaucratie met humor, maar als lezer waan je je soms in een kafkaëske situatie: elkaar tegensprekende artsen, beloftes die niet waar gemaakt kunnen worden, regels, formulieren, plannen en afspraken. Zelfs voor het laten ophangen van een schilderijtje door de technische dienst zijn aanvraagformulieren nodig…

Het aan Hugo Claus ontleende motto ‘Een mens is niet gemaakt om van ’t een in ’t ander gesmeten te worden lijk een ei in de pan’ is raak gekozen  en geeft precies weer waar ’t aan schort in de wijze waarop zorg geregeld is. Wie niet meer voor zichzelf kan zorgen, wordt een speelbal op het veld dat zorgverlening heet. Timmer wil met dit boek de zorgverleners, die in een bonte stoet voorbijtrekken, zeker niet op een negatieve manier wegzetten; hij wil wel een beeld geven van de situatie in de zorg en dat doet dat op een integere maar kritische wijze waarmee hij je aan het denken zet. Na het lezen van dit boek, met eigen dierbaren in gedachten, hield ik een wat dubbel gevoel over: ik heb genoten van het boek maar ontkwam niet aan een gevoel van verdriet over het lot van onze ouderen en hulpbehoevenden die niet meer in staat zijn zelfstandig hun leven te leiden.

Meister, Marie de | De stilte van Thé

De stilte van Thé - Marie de Meister

Marie de Meister, die eerder onder het pseudoniem Rikki Holtmaat, de verhalenbundel De Koningin van Lombardije en de romans Het gebroken woord en De vertellers publiceerde, heeft met De stilte van Thé  een indrukwekkend boek geschreven.

Sophie Keller, een gevierd journaliste, gelukkig met haar partner Baauwe,  wordt geconfronteerd met een diep verborgen pijn in haar bestaan als ze een reportage maakt over het recht van adoptiekinderen om te weten wie hun ouders zijn. Een periode vol verdriet, onmacht en onzekerheid breekt aan, te meer daar Sophie letterlijk niet in staat is deze gevoelens met haar naasten te delen. Om te herstellen moet ze de confrontatie aan en onder ogen zien dat de versie van haar verleden die ze zichzelf heeft voorgehouden en die ze ook haar partner en de meeste van haar vriendinnen heeft wijsgemaakt niet meer houdbaar is.

De Meister maakt in De stilte van Thé gebruik van wisselingen in tijd en perspectief om een beeld te geven van de kinder- en jeugdjaren van Sophie in een groot rooms-katholiek gezin.  In die fragmenten zien we hoe Sophie haar vragen heeft over  de afwezige  en met geheimzinnigheid omgeven tante Thé . Over tante Thé mag niet gepraat worden, stilte is het parool. Maar dat kan niet voorkomen dat Sophie haar fantasie de vrije loop laat en daarin de werkelijkheid dicht weet te benaderen.

Als lezer weet je inmiddels veel meer over tante Thé dan Sophie. Uit de jaarlijkse briefwisseling met de in het klooster ingetreden zus Magda krijg je een beeld van Thé dat in eerste instantie moeilijk te rijmen is met het beeld dat Sophie later van haar schetst.

Knap laat De Meister de ontwikkeling zien die Thé doormaakt en die je haar keuzes enigszins laat begrijpen. Enigszins, want eigenlijk snap je haar totaal niet. Hoe komt iemand zo ver dat ze God verkiest boven haar kind? En is er dan geen weg terug?

Het zijn de vragen waar Sophie  mee worstelt. Ze wil graag antwoorden maar de angst om afgewezen te worden is levensgroot en is dat niet nog erger dan geen antwoorden te krijgen?  Er zijn tevens vragen die boven het verhaal over Thé en Sophie uitstijgen. Waar houdt het recht om te weten wat de ander bewoog op? Waar houdt het recht om te zwijgen en de ander de antwoorden te onthouden op?  De Meister zet je aan het denken.  Clara, een oude non, toont je een weg. Soms blijft er niets anders over dan elkaars keuzes en grenzen te aanvaarden, met alle pijn die dat geeft.

De stilte van Thé is een ontroerend en prachtig geschreven boek dat je stilzet bij wezenlijke vragen. De structuur van het boek houdt de spanning erin en  toont het verhaal vanuit verschillende perspectieven die elkaar aanvullen.  De cover van het boek, een zwaan in een mistige polder, benadrukt de stilte die zo’n belangrijke rol in het leven van Sophie speelt.

 

Halsema, Femke | Pluche

foto PlucheFemke Halsema naast het pluche

Op 11 januari 2011 verliet Femke Halsema de Tweede Kamer waar ze in 1998 als kersvers Kamerlid voor GroenLinks haar entree maakte. Halsema geeft in Pluche een eerlijk, voor zo ver dat voor een outsider te controleren is,  beeld van zichzelf, een interessante blik in het reilen en zeilen van de volksvertegenwoordiging en de interne besognes van GroenLinks en een soms onthutsend beeld van politici die partijpolitieke en electorale belangen wel erg bepalend voor hun handelen  laten zijn.

Tijdens haar periode als volksvertegenwoordiger heeft Halsema de samenleving drastisch zien veranderen. Ze besteedt uitvoerig aandacht aan de  moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de gevolgen daarvan, de paspoort-affaire rond Ayaan Hirsi Ali en de opkomst van Geert Wilders. Een economische crisis, militaire missies in het buitenland en de opeenvolgende verkiezingen omdat verschillende kabinetten hun termijn niet volmaakten, vroegen eveneens om aandacht. Ze  laat zien welke impact dit alles ook op haar persoonlijk leven heeft gehad.

Halsema beschrijft hoe haar politieke opvattingen een ontwikkeling hebben doorgemaakt.  Ze geeft aan weg te groeien bij het meer traditionele linkse gedachtegoed en stelt dat ‘GroenLinks zich moet ontwikkelen als een progressieve beweging die niet gericht is op het in stand houden van allerlei regelingen maar op het bevrijden van mensen uit elke vorm van afhankelijkheid, van de markt en van de staat’.

Ze presenteert GroenLinks meer en meer als links-liberaal en vrijzinnig met een grote nadruk op het vrije woord en de vrijheid om anders te zijn. ‘Juist in tijden dat klassieke burgerlijke vrijheden worden geofferd aan de dreiging van moslimterreur, het ideaal van culturele ontplooiing dreigt te bezwijken onder integratieproblemen en de vrijheid om anders te zijn bijna synoniem wordt aan openbare-orderisico’s is het voor GroenLinks van groot belang om haar progressieve traditie te benadrukken.´ Een uitspraak  die sinds 2004 nog niets aan actualiteit ingeboet heeft.

Halsema hecht grote waarde aan het debat, ook als je de ander niet kunt overtuigen, maar omdat het de basis van een democratische samenleving is  en treffend vond ik haar volgende uitspraak: ‘Vooral met André Rouvoet praat ik veel. Meestal passeren onze opvattingen elkaar als schepen in de nacht, maar dankzij hem leer ik dat het democratische gesprek ook waarde heeft zonder dat je elkaar vindt.’

Halsema toont zich in Pluche een gedreven, enthousiast, maar ook kwetsbaar mens. Kwetsbaar in de politiek waar je moet scoren om mee te tellen, ook als het politieke tij je niet mee zit en het regeringspluche onbereikbaar lijkt. De idealist Halsema moest het soms afleggen tegen de waan van de dag en de onmacht die ze daarbij ervaren heeft is voelbaar. Naast politica was ze ook partner, moeder, dochter en vriendin en het was zoeken naar een manier om werk en privé te combineren. Dat lukte  niet altijd en ook daarin is Halsema heel eerlijk en toont ze haar kwetsbaarheid.

Pluche is een goed leesbaar boek en het boeide mij van begin tot eind. Allerlei politieke kwesties uit een nog nabij verleden passeerden de revue en dat was een klein feestje van herkenning. De foto’s die in het boek zijn opgenomen dragen daar ook zeker aan bij. Je hoeft je niet verwant te voelen met de opvattingen van Halsema om dit boek toch met veel plezier te lezen. Een beetje interesse in de politiek komt natuurlijk wel van pas.

Dröge, Philip | Moresnet

Philip Dröge - MoresnetOnderzoeksjournalist, schrijver en columnist Philip Dröge  geeft in ‘Moresnet, opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje’ een interessant inkijkje in de geschiedenis van een ministaatje aan de grens van Nederland. Het is non-fictie die leest als een roman.

Uitvinder, metallurg, chemicus en zakenman Jean-Jacques Daniel Dony heeft zijn zinnen gezet op een streek tussen Luik en Aken. Het is 1805 als hij Napoleon Bonaparte vraagt om in dit gebiedje metalen te mogen delven. Napoleon laat uitzoeken waarom Dony uitgerekend in dat gebied geïnteresseerd is  en hem wordt verteld  dat daar een grote ader van zinkspaat te vinden is. Er is een kleine groeve waar al eeuwenlang gegraven wordt naar het geelbruine mineraal.  Deze groeve is eigendom van een Frans staatsbedrijf, maar niet aantrekkelijk voor commerciële bedrijven omdat het zinkspaat zo moeilijk te bewerken is, dat er nauwelijks winst mee valt te behalen. Wat bezielt Dony? Hij ziet brood in de onderneming omdat hij een nieuwe methode om zink te winnen heeft uitgevonden waardoor hij grote hoeveelheden  zal kunnen produceren. Als hij van Napoleon zowel toestemming krijgt om te delven als ook een patent op zijn uitvinding lijkt  de weg naar succes en rijkdom open te liggen.  Napoleon wordt beloond met een prachtige draagbare zinken badkuip. Hoewel de zinkgroeve later in andere handen zal overgaan, is het de groeve die het lot van de streek rond Kelmis zal bepalen.

Als Napoleon definitief van het toneel verdwijnt, komen de overwinnaars in Wenen bijeen om de grenzen binnen Europa opnieuw te trekken.  Ook de grens tussen Pruisen en het Koninkrijk der Nederlanden moest worden vastgesteld en hierbij ontstond verschil van mening over het gebied rond Kelmis. Het gebiedje zelf stelde niet veel voor, maar de zinkgroeve was een potentiële bron van inkomsten en daarom voor beide landen aantrekkelijk. Na vaak en langdurig vergaderen werd er een apart verdrag opgesteld waarin het gebied een neutrale status kreeg en onder de naam Neutraal Moresnet een ministaatje tussen Pruisen en het Koninkrijk der Nederlanden vormde. Het zou een tijdelijke oplossing zijn, maar het lukte niet om tot een definitief besluit te komen. Toen in 1830 de staat België ontstond, deed dit land zijn rechten op Moresnet gelden, maar ook de Belgen kwamen er niet uit met de Pruisen.

Dröge beschrijft op een levendige manier hoe in Neutraal Moresnet een heel eigen samenleving ontstaat. Omdat de status van het landje onduidelijk is, moet er bij belangrijke beslissingen steeds onderhandeld worden met de buurlanden die beide nog steeds aanspraak op het gebied maken. Dit betekent voor de bevolking soms onzekerheid, maar biedt ook kansen. De problemen rond onder andere de rechtspraak, smokkel, ontduiken van dienstplicht, het illegaal stoken van alcohol, het gokken en  prostitutie stelt  hij in ‘Moresnet’ aan de orde. Hij vergelijkt Neutraal Moresnet met het Amerikaanse Wilde Westen, dat net als Moresnet aantrekkingskracht had op avonturiers en criminelen. Zij konden zich tamelijk veilig voelen in een landje waar de politiemacht uit slechts één veldwachter bestond en waar de uitvoerende macht in handen was van één burgemeester. Bovendien viel het gebied niet onder Pruisische of Nederlandse / Belgische rechtspraak maar was de Code Napoleon van kracht, die weliswaar zware straffen op bepaalde misdrijven had staan, maar ook in veel gevallen niet toegepast kon worden omdat de betreffende misdrijven er niet in voorkwamen. Waar in de omringende landen het gokken bijvoorbeeld door de overheid actief werd tegengewerkt, kon men in Neutraal Moresnet lange tijd zijn gang gaan, omdat de Code Napoleon niets vermeldde over casino’s of weddenschappen. Men heeft toen met behulp van het artikel over samenscholing een eind aan de ongewenste gokpraktijken moeten maken.

Interessant is ook het hoofdstuk over de pogingen van een Fransman, Gustave Roy, om Moresnet het Esperanto als taal te laten omarmen en het internationale hoofdkwartier van de Esperanto-beweging te laten zijn. Een neutraal land en een neutrale taal, Neutraal Moresnet een Amikejo (oord van vrienden). Het zal echter nooit zo ver komen. Uiteindelijk maakt de Eerste Wereldoorlog een einde aan het bestaan van dit bijzondere staatje.

Dröge verstaat de kunst om allerlei historische feiten op een boeiende wijze met elkaar in verband te brengen en zo een goed leesbaar boek te schrijven waar zeker liefhebbers van geschiedenis veel plezier aan zullen beleven.