Over Willem van Hartskamp

Bibliofiel. Passie voor onderwijs. Fervent wandelaar.

Lucius, Walter | Schaduwvechters

Lucius-SchaduwvechtersSchaduwvechters is het tweede deel in de Hartland Trilogie. Het eerste deel De vlinder en de storm is bij verschijning van deel twee in een nieuw jasje gestoken en deels herschreven. Opmerkelijk! En eerlijk is eerlijk… het zijn alleen al om te zien juweeltjes van boeken! Uitnodigend, mysterieus en sprankelend smaken de covers naar meer. Lucius heeft het hem gelapt! Hij zet 2 fantastische verhalen neer, volkomen in stijl en met veel vaart. Hij beheerst de vaardigheid een stevig verhaal zeer gedetailleerd uit te werken zonder dat het aan tempo inboet. Walter Lucius: onthoud die naam!

‘Ik, Farah Hafez, steun de jihad tegen het misdadige regime van president Potanin.’ Met deze zin zit je als lezer middenin het verhaal van Schaduwvechters. Wie uit dit? Waarom? Wat ging eraan vooraf? Vragen, vragen, vragen… Belangrijk is dat je eerst De vlinder en de storm leest. Deel 2 is niet gemakkelijk onafhankelijk van deel een te lezen. Daarvoor mis je teveel voorinformatie. Inhoudelijk ga ik nu met name in op Schaduwvechters.

Journaliste Farah Hafez, Nederlandse en van origine Afghaanse, heeft zich op een heftige zaak gestort: in het Amsterdamse Bos is een jongetje in traditionele Afghaanse vrouwenkleren gevonden. Farah ontfermt zich over dit jongetje en besluit uit te zoeken wie hij is en waarom hij op die plaats was. Gaandeweg het eerste deel weet je dat er een grootschalige misbruikzaak speelt waarbij politieke kopstukken een kwalijke en bedenkelijke rol spelen. Schaduwvechters begint waar deel 1 eindigt, met de volgende heftige ingrediënten: ‘een aangereden joch, een verdachte minister, twee verkoolde lijken in een uitgebrande stationwagen, het misbruikte en met kogels doorzeefde lichaam van een vrouwelijke arts, poging tot ontvoering van de jongen, het verbrijzelde lichaam van een rechercheur die van honderdvijftig meter hoogte op de entreebalken van de Rembrandttoren was gevallen (…)’

In Schaduwvechters is Farah Hafez betrokken geraakt bij een gijzelingsactie in Moskou. Nadat deze actie op heftige wijze beëindigd is, wordt ze de speelbal van diverse geheime (inlichtingen)diensten, slaat ze op de vlucht en komt ze in Indonesië terecht. Een flitsend verhaal vol spanning, intriges, moord en geheimzinnigheid ontvouwt zich voor het geestesoog van de thrillerliefhebber. Naast Hafez ontmoet de lezer ook ( en opnieuw) Paul Chapelle, collega-journalist. Samen duiken ze diep in het inmiddels wereldwijde schandaal. De reis voert hen naar Rusland, Indonesië, Amsterdam en Zuid-Afrika. Ondertussen loopt de zaak met het gevonden Afghaanse jongetje nog steeds door in Amsterdam. De politie aldaar bijt zich in die zaak vast en volgt een spoor. Los daarvan volgen Chapelle en Hafez ook hun eigen spoor. Deze wisselingen van perspectief verlopen vlekkeloos en lopen naadloos in elkaar over. Als aan het eind alle sporen samenkomen in een fraaie apotheose slaak je een diepe zucht en blijf je nog wel even nadenken over hetgeen je hebt gelezen. Kom maar op met deel 3!

Fitzek, Sebastian | Het Joshuaprofiel

cover FitzekEen heftige thematiek en een met enthousiasme geschreven snelle thriller die spijkerhard binnenkomt: Sebastian Fitzek, een van de beste thrillerschrijvers van het moment, levert hiermee Het Joshuaprofiel af. ‘Ik weet niet hoe het u vergaat, maar een paar van mijn allerbeste vrienden die een vroeg ontwerp van Het Joshuaprofiel mochten lezen, zeiden daarna: ‘Fitzek, ik haat je!’ Op mijn vraag, waarom, verduidelijkten ze: ‘Omdat je me zover hebt gekregen een pedofiel aardig te vinden.’ In het nawoord gaat Fitzek hier verder op in. En even verder schrijft Fitzek: ‘De dag dat ik hem ( de kindermisbruiker, red.) besloot in deze thriller meer ruimte te geven dan oorspronkelijk gepland, was toen op de snelweg een auto voor me reed met op de achterkant een sticker waarop stond: DOODSTRAF VOOR KINDERSCHENDERS!’

In Het Joshuaprofiel gaat Fitzek in op kindermisbruik, kindermishandeling, (terug)plaatsing in pleeggezinnen alsook ‘predictive policing’: het feit dat de overheid al je dataverkeer op het internet screent en scant. Op basis hiervan kan de overheid ‘voorspellen’ of je al dan niet kwaad in de zin hebt. Dit wordt ook wel criminaliteitsvoorspelling genoemd. Fitzek haalt hierbij ook de wellicht bekende speelfilm Minority Report (met Tom Cruise in de hoofdrol) aan. Wat in die film nog sciencefiction was, is dat nu niet meer…

Het verhaal zit doordacht en complex in elkaar. De intro op het verhaal bestaat uit een fragment uit een thriller die de hoofdpersoon Max Rhode geschreven heeft, getiteld De Bloedschool. De research die Rhode heeft uitgevoerd via de digitale snelweg voor het schrijven van dit boek brengt hem in groot gevaar. Joshua ( en ik verklap niet wie of wat hier achter zit) is hem op het spoor. Deze geheimzinnige en schimmige tegenstander ontvoert zijn dochter en heeft inmiddels meerdere slachtoffers gemaakt. Of is het toch Max zelf die erachter zit? Welke rol speelt de broer van Max in dit alles: Cosmo? Een crimineel van het zwaarste kaliber en net terug uit de gesloten psychiatrische inrichting… De hamvraag in het hele boek: Kan ik de touwtjes van mijn leven nog wel in eigen handen houden? Speelt het lot met mijn leven? Of houdt een hogere en belangrijkere macht de teugels van je bestaan in handen? De cover van het boek beeldt dit schitterend uit. Vanuit veel verschillende perspectieven maak je het verhaal mee, je bent zelf ‘player in the game’. Je betrokkenheid op het verhaal neemt hierdoor sterk toe.

Uiteraard blijft het zoals in zovele boeken van Fitzek tot op het laatst vaag, Fitzek legt pas in de finale de allerlaatste puzzelstukjes keurig op zijn plek. Niets is wat het lijkt! En dat vind ik de kracht van Fitzek. Het blijft tot op het eind geloofwaardig. Tussen de regels door speelt Fitzek nog even met recensenten van boeken, dit wil ik niemand onthouden: ‘Het hele eiereneten was toch dat recensenten vaak in de waanzinnigste figuren levensechte personen zagen, van wie ze de authenticiteit hemelhoog prezen, zoals Hannibal Lecter, de hyperintelligente kannibaal, die in het echt niet bestond. Daarentegen werd een schrijver die een realistische dader beschreef met het verwijt ‘cliche’ om de oren geslagen.’ 

Boerboom, Joep | Jan Terlouw

jan-terlouw-jeugdboekenheld-op-het-binnenhof-joep-boerboom-boek-cover-9789089536136Onafhankelijk in denken en doen, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en fervent voorstander van vrijheid kenmerken de jeugdboekenschrijver en erudiet politicus Jan Terlouw (1931). De Tweede Wereldoorlog heeft hem gemaakt tot wie hij is geworden. Al jong kreeg hij (verzets)taken te verrichten en diende hij belangrijke beslissingen te nemen. In zijn jeugdboeken zien we dan ook vaak jonge mensen die vroeg volwassen moeten denken en handelen in allerlei (onvoorziene) situaties. Zijn wieg stond in het Overijsselse Kamperveen in de pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk. Het verhaal gaat dat zijn vader, predikant, gezegd zou hebben dat in de wieg een toekomstig minister lag. Het bleken profetische woorden!

Als in 1935 het gezin Terlouw verhuist naar Garderen wordt een tweeling geboren: Ronald en Yvonne. Jan en zijn broer Theo vinden dit maar niets en besluiten hun broertje en zusje dan maar ‘poep’ en ‘pies’ te noemen. Al van kinds af aan was Jan degene die de leiding en het initiatief nam. Wanneer Theo en Jan samen speelden vond Jan het maar wat moeilijk om de leiding uit handen te geven, wat hij had bedacht moest gebeuren.

In zijn studententijd sluit Jan zich aan bij een studentenvereniging. Hij besluit zich in 1951-1952 met succes te kandideren voor het voorzitterschap. Echter, spreken gaat hem in het openbaar niet gemakkelijk af. In tegenstelling tot zijn vader, naar hem kijkt hij dan ook met veel bewondering. Wanneer Jan zich aan het eind van zijn studententijd voorneemt verder te gaan als wetenschapper in kernfusieonderzoek komt hij in contact met de kleurrijke Pool Stanislaw Kulinski, kortweg Stach. Jan heeft deze naam gekozen als hoofdpersoon in zijn beroemde jeugdroman Koning van Katoren. Dat deze naam aansloeg, blijkt uit het feit dat hij vele geboortekaartjes kreeg van mensen die hun zoon Stach noemden.

Jan trouwt met Alexandra van Hulst. Samen krijgen ze 3 dochters en een zoon. Let wel, krijgen! Want aan het begrip ‘kinderen nemen’ heeft Jan een gruwelijke hekel: ‘Ik haat die uitdrukking tot in het diepst van mijn ziel. Wat een hovaardij. Onze mogelijkheid is zo klein, zo afhankelijk van buiten de macht liggende factoren. Er valt niets te nemen.’ Ondanks dat Jan en Alexandra uit heel verschillende milieus afkomstig zijn, zitten ze qua opvoeding van de kinderen absoluut op een lijn. Al vanaf jonge leeftijd laat Jan ze zelf verantwoording afleggen over hun gedrag, door te vragen waarom ze iets hebben gedaan. Niet streng, toch een man van gezag, zo herinneren de kinderen zich hem.

Joep Boerboom, auteur van deze boeiende en lezenswaardige biografie, heeft met veel mensen gesproken in de directe omgeving van Terlouw. Diep en uitgebreid wordt ingegaan op de politieke loopbaan van Jan in combinatie met zijn schrijverschap. Hoe kwamen bepaalde jeugdboeken tot stand? Waar haalde hij zijn inspiratie vandaan? Oosterschelde windkracht 10 bijvoorbeeld handelt over de discussie over de Oosterschelde die of opengehouden moest worden of afgesloten diende te worden uit veiligheidsoverwegingen. Boerboom heeft lange gesprekken gevoerd met Terlouw op zijn landgoed aan de IJssel. Terlouw verzuchtte: ‘Kunt u niet wachten tot ik dood ben?’

Zelden maakte een politicus zo’n stormachtige opkomst en neergang door in de Haagse politiek als Jan Terlouw. Het resultaat hiervan ligt vast in een helder gedocumenteerde en fraaie biografie die zowel de mens als de politicus Jan Terlouw dichter bij het volk brengt.

 

Walraven, Esther | Daan & Nadia

9200000051759434Daan en Nadia ontmoeten elkaar in het ziekenhuis. Als ze uiteindelijk telefoonnummers hebben uitgewisseld ontstaat er een vriendschap. Nadia heeft het erg moeilijk thuis en als ze een keer bij Daan is geweest voelt ze zich daar fijner dan thuis. Daan heeft een fijne familie en ze zijn allemaal erg op Nadia gesteld. Nadia probeert Daan zo veel mogelijk te steunen tijdens zijn ziekte, Daan heeft namelijk een hersentumor. Datzelfde doet Daan bij Nadia, maar Daan kent de problemen van Nadia niet. Toch is hij tot steun. Hun vriendschap groeit uit tot iets meer dan alleen een vriendschap. Maar beide staan ze toch elke dag voor de vraag: “Zal Daan het overleven?”

Esther Walravens thematiek in ‘Daan & Nadia’ is strijd. Terwijl Daan vecht tegen de dood, strijdt Nadia tegen het leven. Daan wil zo veel mogelijk van het leven genieten, uit angst dat hij aan de ziekte ten onder zal gaan. Daarom gebruikt hij iedere keer al zijn krachten om bij zijn vrienden te zijn. Nadia daarentegen ziet het leven niet meer zitten en trekt zich heel erg terug. Ze moet niet veel van andere mensen hebben en levert strijd met de gedachte of ze haar grote geheim nu wel of niet met iemand moet gaan delen.

De cover van het boek is echt heel mooi. Daan & Nadia kent een prachtige schrijfstijl. Doordat het in de ik-vorm is geschreven, ga jij je inleven in Daan en Nadia. Je maakt bijna zelf mee wat zij meemaken. Het leuke van het boek is dat het helemaal niet voorspelbaar is. De gevoelens en gedachten die Daan in zijn situatie heeft zijn heel erg realistisch gezien zijn ziekte. Bij Nadia had ik dat wel iets minder, gezien de situatie waarin zij zit. Ondanks dat was het een goed boek. Een echt  minpunt is wel dat er veel in gevloekt en gescholden wordt.

Spits, Jerker | Staalhelmen en curryworst

Staalhelmen_en_c_566ecf105105dAan de hand van 15 typisch Duitse fenomenen neemt Duitslandkenner Jerker Spits de lezer mee op reis door de eeuwenoude cultuurgeschiedenis van Duitsland: Staalhelmen en curryworst is daarmee een feit. Jerker Spits schrijft voor diverse media waaronder Trouw en De Groene Amsterdammer. Hij heeft Duitse taal- en letterkunde gestudeerd en woonde lange tijd in Duitsland. Gepokt en gemazeld, ondergedompeld in ‘Germanij’, vertelt hij op aanstekelijke en levendige wijze over zijn Duitsland.

Jerker Spits is helder in zijn voorwoord: ‘Dit boek richt zich op de lezer die meer wil weten over de Duitse cultuur.’ En even verderop: ‘Ik wil laten zien waarom de Duitse cultuur niet alleen je hoofd, maar vooral ook je hart raakt.’ De hoofdstukken zijn onafhankelijk van elkaar goed te lezen, je kunt er in grasduinen en zelf de volgorde bepalen waarin je alles tot je neemt.

Een paar onderwerpen die de revue passeren:

  • Volkswagen, Mercedes Benz en Porsche. Tja, je ontkomt er niet aan: ‘In september 2015 deed een schandaal de Duitse auto-industrie op haar grondvesten schudden.’ Voorzien van talrijke (smeuïge) details neemt Spits de lezer mee door de autogeschiedenis van Duitsland. Vooral het verhaal over de auto van keizer Wilhelm is aandoenlijk.
  • Barnsteen. Wat heeft Duitsland met barnsteen? En wat is de betekenis van de barnsteenkamer? Een mysterieus gegeven…
  • Literatuur heeft in deze geschiedschrijving ook zijn plaats. Van Grimms Worterbuch tot Gunther Grass, van boekverbrandingen tot Lutherbijbel. De blikken trommel, een van Grass’ bekendste werken, spreekt enorm tot de verbeelding. Van Grass wordt gezegd: ‘Hij spreekt de natie aan op haar politieke geweten, in de veronderstelling dat ze een dergelijk geweten heeft.’ 
  • De Duitse taal verwijst vaak naar het bos. Veel spreekwoorden zijn ontleend aan het woud: ‘Es juckt die Eiche nicht, wenn die Sau sich an ihr krazt’. De vertaling laat ik graag over aan de liefhebber.
  • Goethe, hoe kan het ook anders, heeft zijn (literaire) stempel gedrukt op het land. Spits zegt hierover in zijn dankwoord ( ‘Danke schon’): ‘Hanco Jurgens en Jacco Pekelder hebben me bij de les gehouden en voorkomen dat ik bij elk hoofdstuk weer over mijn idolen Goethe en Thomas Mann begon.’
  • En uiteraard komt de Duitse staalhelm voorbij alsook de culinaire curryworst. Het gedeelte dat handelt over de curryworst in de literatuur is vermakelijk. Over de staalhelm schrijft Spits: ‘De Duitse helm was beter dan de Franse (…) De helm stond symbool voor een nieuwe, moderne oorlogsvoering en voor eensgezindheid. Iedereen droeg een staalhelm.’

De grote verschillen tussen Oost en West worden op een heldere en speelse manier goed uitgewerkt en neergezet in Staalhelmen en curryworst.  Na een korte intro per hoofdstuk waarin hij grofweg aangeeft wat er gaat komen in het daaropvolgende gedeelte beschrijft hij in relatief korte hoofdstukken de fenomenen van nul tot nu. Jerker Spits laat zien wat we vandaag de dag kunnen leren van de Duitse cultuurgeschiedenis en plaatst de onderwerpen in een breder historisch perspectief.  Een kanttekening tot slot: dit boek had nog meer aan waarde kunnen toenemen als er bij de hoofdstukken meer beeldmateriaal was opgenomen.

Jensen, Jens Henrik | De hondenmoorden

9200000040419161Strak gecomponeerd, snel en spannend: De Hondenmoorden is opnieuw een thriller uit Scandinavië die er mag zijn. Plaats van handelen: Denemarken. Hoofdpersoon: Niels Oxen, een aan lager wal geraakte en hoogst onderscheiden soldaat van Denemarken. (een type a la Marco Kroon, stel ik me voor, met uitzondering van ‘het aan lager wal geraakt zijn’.) Niels leer je al snel kennen als een vuilnisbaketer: ‘Hij stopte een pond gehakt in zijn rugzak. Hij was een professionele vuilnisbaketer geworden.’ In het eerste hoofdstuk word je geconfronteerd met een dode, opgehangen hond: ‘Het was alsof de hond zijn nek had gestrekt in een wanhopige poging om de allerlaatste geur van zijn leven op te snuiven. Tevergeefs. Zijn snuit had de amandelbloesem boven zijn kop niet kunnen bereiken.’

Wanneer Niels besluit een geïsoleerd bestaan te gaan leiden in de noordelijke bossen, ver weg van het hectische leven, belandt hij op zeker moment op het terrein van kasteel Norlund. Ongewild wordt Niels geconfronteerd met een opgehangen hond. Samen met zijn onafscheidelijke metgezel, zijn trouwe viervoeter Mr. White, komt Niels in een moordzaak terecht waarin dode mannen en dode honden een grote rol spelen. Als blijkt dat  oud-ambassadeur Corfitzen, maar ook andere hoge politici en vooraanstaande mensen doelwit zijn van een of meerdere moordenaars pakt Niels Oxen samen met de onorthodox-werkende agente Margrethe Franck de handschoen op en werken ze toe naar een ‘grande finale’. Afwisselend worden ze geholpen dan weer tegengewerkt door de Jutlandse politie en de geheime dienst. Wederzijds vertrouwen dan weer groot wantrouwen binnen de politiediensten zorgt voor de nodige onrust. De enkele losse eindjes en mysterieuze, onopgeloste zaken laten je snel uitkijken naar het tweede deel, Schaduwmannen, dat in mei 2016 verschijnt.

Tegen de achtergrond van De Hondenmoorden speelt de natuur in Denemarken een mooie rol. Jensen weet met smaak het landschap te beschrijven en je voelt als het ware de regen, je hoort de geluiden van het bos, je ervaart de spanning als Niels jaagt op wild. Ook geloof speelt een rol, bescheiden weliswaar, maar desalniettemin aanwezig: ‘Geloven… Ik heb teveel gezien om te geloven.’ (…) ‘Je moet vrede sluiten met je demonen. Bied ze het hoofd en accepteer ze. Je kunt alleen ontvangen – en geven – als je vrede in je ziel hebt. En als je dat niet kunt, dan leef je niet. Ik zal morgen voor je bidden.’

Kortom: Een goed geschreven verhaal, flitsende acties en een plot waar je u tegen zegt (een tikje ongeloofwaardig, maar welk verhaal is dat niet?) vormen de ingrediënten van dit eerste deel en tegelijk de opmaat naar het tweede deel.

Klebold, Sue | Het besef van een moeder

0b68c9fe5d7e0ed8cf56147004da1462_cache_‘Op 20 april 1999 bewapenden Eric Harris en Dylan Klebold zich met geweren en explosieven en liepen Columbine High School binnen. Ze doodden twaalf leerlingen en een leraar en verwondden vierentwintig anderen alvorens zichzelf van het leven te beroven. Het was de ergste schietpartij op een school in de geschiedenis. Dylan Klebold was mijn zoon.’

Sue Klebold schrijft in Het besef van een moeder in heldere taal een absoluut tragisch verhaal op. 16 jaar lang heeft zij geworsteld met die ene, allesomvattende vraag: waarom mijn zoon? Ze vertelt waarom ze dit boek moest schrijven: het is een missie. ‘Door wat ik heb geleerd weet ik dat we in actie moeten komen, dat we in kaart moeten brengen wat we kunnen doen om tragedies zoals mijn zoon die heeft aangericht te voorkomen en om te verhinderen dat kinderen in stilte lijden.’

In Het besef van een moeder roept Sue Klebold ouders op om verder te kijken dan het oppervlakkige masker dat veel kinderen dragen. Wat gaat er schuil in het hart en in het hoofd van hun kind(eren)? Praat met, maar meer nog luister naar je kind. Zie je kind! Klebold neemt het zichzelf tot op de dag van vandaag ernstig kwalijk dat ze verschillende signalen niet heeft herkend of kon herkennen. Ze geeft zichzelf voortdurend de schuld maar groeit gaandeweg het verhaal in het besef dat ze niet de schuldige is. Ze groeit in het besef dat ze als moeder alles voor haar kind gedaan heeft, een goede opvoeding heeft kunnen bieden en hem een leven heeft gegeven overeenkomstig de goede (christelijke) normen en waarden. En toch… gaat het op die ene lentedag in april gruwelijk mis…

Het eerste hoofdstuk begint met de dag waarop het ongelooflijke gebeurde. Hoe ze het nieuws ontving. Wat ze voelde, dacht, de pijn, het verdriet, maar ook de zekere ontkenning, het wordt eenvoudig, maar o zo emotioneel opgeschreven. Eerlijk en open verwoordt Sue haar diepste emoties: ‘Die helse rit van 41 kilometer naar huis was de eerste stap in wat mijn levenstaak zou worden: in het reine komen met het onmogelijke.’ In de daaropvolgende hoofdstukken krijg je een kijkje in haar opvoedkeuken. Je leert het gezin Klebold goed kennen. Je leert Dylan kennen. Je kruipt voor een deel in zijn leven. Dan de indringende vraag die Sue zelf oproept: ‘Wat hebben jullie in vredesnaam gedaan dat zoveel woede in een kind heeft veroorzaakt? Hoe kan het dat jullie niet zagen wat er aan de hand was?’

Kort na de geboorte van Dylan heeft Sue een naar voorgevoel. Ze is van nature niet bijgelovig, maar ze had een diep, verontrustend gevoel dat haar sterk deed huiveren. ‘Het was alsof er een roofvogel overvloog, die zijn schaduw over ons wierp. Toen ik naar het volmaakte bundeltje in mijn armen keek, werd ik overspoeld door een sterk voorgevoel: dit kind zou me enorm veel verdriet bezorgen.’ Cliché, maar waar… dit fragment bezorgde me kippenvel.

Er staat ontzettend veel (uitgebreid) beschreven in Het besef van een moeder. Teveel om aan te roeren. Een ding nog: uiteindelijk bekruipt je meer en meer het gevoel dat Sue Klebold toch ernstig naïef is. De signalen waren er overduidelijk. Iedereen zag ze. Maar zij niet… ‘Ik begon te beseffen dat ik heel goedgelovig was geweest.’ Haar besef is het besef van de lezer. Haar naïviteit vermengt met de grote waarom-vraag levert een leerzaam, onthutsend en indringend persoonlijk relaas op.

 

Terlouw, Corina | Mijn verhaal met Franciscus

franciscusCorina Terlouw (1965), moeder van vier kinderen, opgegroeid in een christelijke geloofsgemeenschap in de Alblasserwaard heeft een boekje geschreven met de persoonlijke titel: Mijn verhaal met Franciscus. Ze heeft het in eigen beheer uitgegeven en heeft het vervolgens ter recensie aangeboden.

‘Ik moet naar jou verlangen, dacht ik, met liefde naar je uitzien, maar ik verlang niet naar je. Het lukt me niet. Het lukt me echt niet. En ik moet er al helemaal niet aan denken dat je een handicap hebt.’

Met bovenstaand citaat zit je midden in het thema van dit verhaal: Lidewij, de hoofdpersoon, is zwanger… Onbedoeld en ongewenst. Haar emoties jagen haar op alsof ze in een rollercoaster zit. De vraag of ze haar kind wel of niet moet houden staat centraal. Ze worstelt ermee. Die worsteling beschrijft Terlouw zoals Lidewij zich voelt: chaotisch, rommelig, van de hak op de tak springend, niet altijd de juiste toon vindend.

Mijn verhaal met Franciscus is een raamvertelling. Een verhaal in een verhaal. Goedbedoeld. Maar de manier waarop beide verhalen zich ontwikkelen is vaag. Met name het verrassende einde is te onvoorspelbaar, te gekunsteld, te mooi om waar te kunnen zijn.

Corina Terlouw weet wel sfeer aan te brengen door gedetailleerde (natuur)beschrijvingen en bij vlagen goedgekozen beeldspraak: ‘Schrijven moest ik zoals je het zwembad in kon springen: in een keer kopje onder, geen droge draad meer aan het lijf. En dan zwemmen, altijd blijven zwemmen.’ Valkuil is dat ze soms te mooi wil schrijven en dan gebruikt ze te formele, te vormelijke woorden: ‘Zelf wist ze niet zo gauw naar wie of wat haar intentie uit zou moeten gaan. Op dit moment leek alle onvolmaaktheid ver weg.’ 

Het verhaal: Het is bijna As-woensdag als Lidewij gehoor geeft aan een oud verlangen om een boek te gaan schrijven. Al schrijvend worstelt ze om haar eigen verleden te plaatsen in het bredere perspectief van verhalen over versterving en het brengen van een offer. Franciscus van Assisi speelt daarin een belangrijke rol. Uiteindelijk onderneemt Lidewij een pelgrimage naar Assisi. Hier komen verschillende ervaringen en gevoelens samen. Lidewijs boek is het verhaal in het verhaal. Aan het eind komen beide verhalen in het echt tot leven. Dit is bizar en niet-realistisch. Wel knap bedacht door Terlouw, maar echt voldoening levert het je als lezer niet op. Er blijven open eindjes en dat is storend.

Tussen de regels door leer je ook wat van het schrijven als kunstvorm. Terlouws reflecties hierop geeft ze expliciet dan wel impliciet weer. Vanuit de fictie schrijft ze over de werkelijkheid en komt diezelfde werkelijkheid tot leven. Toch heb ik me gedurende het lezen continu afgevraagd wat Terlouw beoogt met dit boek.

Terlouw heeft een boek geschreven vanuit christelijke achtergrond en visie. Ze heeft het dan ook niet nodig vloeken op te nemen in haar boek. Dat ze dit wel doet, doet helaas sterk afbreuk aan het geheel. Het is toe te juichen dat iemand een boek schrijft, ze heeft een redelijke poging gedaan. Wanneer stijl- en spelfouten zouden worden weggelaten en ze zich richt op een duidelijk verhaal en dito thema en ervoor zorgt dat een verhaal ook echt lekker vlot leest, zou ze best kunnen uitgroeien tot een prima auteur. Enfin, je bent nooit te oud om te leren…

Hooyberghs, Annemarie | Met hart en ziel

9200000052358492In Met hart en ziel verliest Floriaan op 11-jarige leeftijd zijn moeder. Hij blijft alleen achter samen met zijn stiefvader, die een gewelddadige inborst heeft. Als zijn stiefvader hertrouwt, wordt Floriaan het huis uitgezet en naar zijn tante Estalla gestuurd. Liefde krijgt hij niet van haar. Als Floriaan op een boerderij, de Vreehoeve, werk vindt, krijgt zijn leven weer warmte en kleur. Hij voelt zich steeds meer thuis op de Vreehoeve. Jaren verstrijken en Floriaan wordt een echte jongeman. Een tragische gebeurtenis doet hem echter van de Vreehoeve weggaan. Na jaren de Vreehoeve ontweken te hebben, brengt Floriaan weer een bezoekje. Met open armen wordt hij weer ontvangen. Maar nog steeds heeft Floriaan geen blijvende geborgenheid, liefde en warmte gevonden. Het is de vraag of hij deze ooit zal vinden.

Met hart en ziel is een boek waarin het thema liefde voorop staat. Floriaan zoekt zijn hele leven naar liefde. Maar als de liefde hem stuk maakt, is hij erg op zijn hoede. Hij ontwijkt vrouwen en komt het liefst zo min mogelijk in contact met ze.
Manus, het ´hoofd´ van de Vreehoeve, is erg beschermend naar zijn dochters toe. Hij vindt dat ze het allerbeste verdienen en laat Floriaan dan ook weten dat hij geen partij voor zijn dochters is.
Ella, een dochter van Manus, houdt zich verre van de mannen. Ze is er flink op tegen dat de mannen hun vrouwen als slaaf zouden gebruiken. Ze gaat tegen veel dingen in die haar vader niet goed vindt. Ella heeft een slechte gezondheid, daarentegen wil ze haar vader bewijzen dat ze sterk en nuttig is.

Met hart en ziel is erg mooi, maar ook wel voorspelbaar. Het fijne van het boek vind ik ook dat je de denkstappen en gevoelens van de personen meemaakt. Je maakt het leven van een jongetje van 11 mee totdat hij volwassen is. Maar hij heeft een heel andere jeugd dan hij gehad zou moeten hebben. Vele stappen die hij onderneemt in het verhaal zijn vanuit een mens gezien heel begrijpelijk en normaal. Het taalgebruik in het boek is vrij normaal.

Kooten, van Kim | Lieveling

9200000049805345‘Snap jij dat nou, Pikkedoos?’ zegt mijn moeder. ‘Ik ben toch veel knapper?’ Papa geeft geen antwoord. Hij kijkt in de wijnkaart en wrijft met zijn hand over mijn been. Papa is niet verliefd op mama, hij is verliefd op mij.’

Kim van Kooten heeft een heftige en integere roman geschreven: Lieveling. Het verhaal is gebaseerd op het verhaal van Pauline Barendregt. Dit verhaal komt keihard binnen. Het ontroert je en elke keer dat je de bladzijde omslaat, denk je: niet verder gaan, stop met het misbruik van Puck. Niet meer, niet weer! Puck is vijf jaar. Haar vader is weg. Moeder is aan lager wal geraakt. Puck woont in een achterstandswijk in Rotterdam. Wanneer moeder een relatie krijgt met een veel oudere, rijke man vertrekken Puck en moeder naar Zwijndrecht en trekken bij ‘ome meneer’ in. Moeder heeft het goed, denkt ze. Puck heeft het goed, denkt moeder.

‘(…) de enige tienjarige die zijn eigen haar niet mag wassen (weet ik zeker, ik heb het laatst heel onopvallend rondgevraagd). (…) De enige die iedere zondagochtend in zijn blootje op de foto moet (weet ik zo goed als zeker, maar niet rondgevraagd). Volgens mij ben ik ook de enige tienjarige die weet wat seks is (maar dat durf ik natuurlijk al helemaal niet aan andere kinderen te vragen, of zij het ook weten en zo ja, van wie ze dat dan hebben geleerd).’

Puck is de lieveling van ‘ome meneer’ zoals ze haar stiefvader noemt. Er ontwikkelt zich een verhouding die verre van gezond is. Moeder heeft niets door. Of houdt de schijn op. Zij is druk met winkelen, geld uitgeven en vrolijk en blij leven van het vele geld dat haar man heeft. Ondertussen wordt Puck, die de lezer al snel in zijn armen sluit, seksueel misbruikt door de stiefvader. En met moeder gaat het ook bergafwaarts. Naarmate het verhaal zich ontwikkelt, voel je de spanningen in de onderlinge relaties oplopen. Je voelt aan: dit gaat een keer volledig uit de hand lopen.

Lieveling is ongelooflijk goed geschreven. Je maakt het verhaal mee vanuit het perspectief van Puck. Dat zie je terug in de stijl van schrijven: soms heel kinderlijk eenvoudig verwoord, dan weer heel formeel. Puck hanteert ook dure woorden (‘cachet’) die ze hoort van moeder. Ook de gedachten van Puck maak je mee doordat er geregeld zinnen staan tussen haakjes.

De erotiek in het verhaal heeft absoluut haar functie. Je ontloopt het niet in een verhaal dat gaat over kindermisbruik. Er wordt expliciet over geschreven. Smerig wordt het nergens. Juist de eerlijkheid van de erotische scenes maakt dit verhaal zo schrijnend en droevig.

Lieveling boeit van begin tot eind. Ondanks de heftige thematiek lees je dit verhaal met een lach en een traan. Wanneer op het eind Puck aangifte doet van seksueel misbruik vraagt oma of ze alles eerlijk heeft verteld. Puck knikt. Oma: ‘De waarheid. Het komt altijd uit.’

Die waarheid, hoe goed je haar verstopt, komt altijd aan het licht. De waarheid zal je vrijmaken. ‘Echte, grote geheimen willen gevonden worden. Omdat ze eenzaam zijn. En omdat ze groeien.’ Dat is misschien wel het meest hoopvolle dat dit verhaal je, ondanks alles, wil meegeven.