Kwakman, Bas | Hotelkamerverhalen

Bas Kwakman reist als directeur van een poëziefestival de wereld over. Op zijn reizen komt hij allerlei mensen en situaties tegen. Die bijzondere ervaringen verwerkte hij in Hotelkamerverhalen (fictie).

Van elke hotelkamer waarin Kwakman verblijft, maakt hij tekeningen met inkt, aquarel en stift. De omslag van het boek is één van die tekeningen. Elk verhaal in Hotelkamerverhalen is ongeveer drie pagina’s kort en wordt voorafgegaan door een tekening.

Doordat Hotelkamerverhalen uit zoveel korte verhalen bestaat, is het een fantastisch boek om even tussendoor te lezen. Het kost geen moeite om in het verhaal te komen en op elk moment kun je het boek weer wegleggen. De verhalen zijn over het algemeen zelfstandig te lezen en lezen net zo makkelijk als columns. Kwakman weet zo te vertellen dat het lijkt alsof hij je persoonlijk over zijn ervaringen vertelt. Kwakman bereikt dit onder andere door in de ik-persoon te schrijven. Daardoor leer je de hoofdpersoon maar oppervlakkig kennen en gaat alle aandacht uit naar de mensen die hij ontmoet.

Zoals gezegd zijn de verhalen kort, maar van één hotelkamer leek Kwakman niet genoeg te kunnen krijgen. Aan Medellin, Colombia wijdt Kwakman vijf achtereenvolgende verhalen. Vanaf dat moment lijken de verhalen ook een eenheid te gaan vormen, ook al blijven ze afzonderlijk leesbaar.

Kwakman weet in Hotelkamerverhalen op een subtiele manier poëzie te verwerken. Ook voor poëziemijders zoals ik voegden de gedichten iets toe. De poëzie en gesprekken waren af en toe jammer genoeg wel onvertaald. Mijn Spaans en Afrikaans is daar niet goed genoeg voor. Deze talen kwamen niet veel voor, maar als uw Engels minder goed is, zult u daar zeker last van hebben.

Hotelkamerverhalen is een mooi samenspel van schilderij, poëzie en proza. Het geeft een mooi inkijkje in verschillende werelden en is vooral geschikt voor de verloren uurtjes (of zelfs minuutjes).

Greene, Graham | De kern van de zaak

Graham Greene - De kern van de zaakUitgeverij Bint is een nieuwe uitgeverij met een ervaren uitgever aan het roer. Een van de eerste uitgaven stelt meteen een daad: het is een heruitgave van De kern van de zaak van Graham Greene, een titel uit 1948 en een persoonlijk favoriet van uitgever Arie Kok. Het is een boek dat bijna 70 jaar later niets aan zeggingskracht verloren heeft.

Het is het verhaal over Scobie, een goedmoedige politiefunctionaris in een Britse kolonie in West-Afrika, die getrouwd is met een labiele vrouw zonder echte vrienden die hem totaal niet begrijpt. Ze zijn door plichtsbesef en hun geloof tot elkaar veroordeeld. Zij is een gelovige katholiek en hij beseft dat zij een eventuele scheiding niet zal overleven, mede gezien hun kinderloosheid na het overlijden van hun enige kind. Maar ze leven langs elkaar heen, want zij wil voortdurend dat hij carrière maakt en voor zichzelf opkomt, terwijl hij het liefst met rust gelaten wordt. Op enig moment komt echter het moment dat zij het uitzichtloze van hun bestaan niet langer aankan en besluit te vertrekken naar Zuid-Afrika en daar op hem te wachten tot zijn pensioen. Scobie wringt zich in allerlei bochten om geld bij elkaar te brengen om de reis mogelijk te maken, maar corrumpeert zich daarbij wel.

In afwezigheid van zijn vrouw valt Scobie voor een uit oorlogsgebied gevluchte weduwe, Helen Rolt, en nu moet hij zijn krampachtige loyaliteit verdelen over drie partijen: zijn wettige vrouw, zijn nieuwe vriendin en God. ‘Ergens boven de duistere wateren zweefde iets als een voorgevoel van nog een verkeerde daad en nog een slachtoffer, niet Louise en niet Helen. In de stad begonnen de hanen te kraaien bij het ochtendgrauwen.’ En zo verliest Scobie zijn onschuld en offert hij God aan zijn aardse liefdes. En hij beseft het terdege, want in bovenstaand citaat is Scobie nog niet daadwerkelijk in zonde gevallen. Ook zijn dagboekaantekeningen zijn ontdaan van alle emoties, die nu juist de kern van zijn gedachten op dat moment uitmaken.

Geen uitweg

Ook al is hij zijn vrouw ontrouw, hij zal haar nooit in de steek kunnen laten. Daarnaast voelt hij zich vanaf de eerste minuut ook verantwoordelijk voor weduwe Rolt. Tegelijk ziet hij in dat hij op deze manier zichzelf niet staande kan houden: niet in het dagelijks leven, niet tegenover zichzelf en al helemaal niet tegenover God. De gebeurtenissen rondom zijn lening nemen een gruwelijke wending en Scobie ziet geen oplossing meer en wil niet langer anderen kwetsen met zijn leven.

Een krachtig boek over zonde en genade, geloof en ongeloof, trouw en ontrouw. Met name de gedachte van de zondaar dat vergeving voor hem onmogelijk is, wordt zeer invoelend beschreven. De manier waarop Greene de personages laat dobberen in een sociale zee, zonder dat ze elkaar werkelijk bereiken is erg beklemmend. Ook het verschil tussen wat een persoon is, wat hij wil zijn en hoe anderen hem zien is briljant uitgewerkt. Prachtig boek, dat een heldere toon zet voor uitgeverij Bint.

Oranje, Corien | Afspraak in Portugal

Corien Oranje is de schrijfster van het actieboek in de Week van het Christelijke Boek 2017. Deze wordt gehouden van 22 maart tot en met 1 april. Uitgeverij Jongbloed en de BCB (Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en Muziekvak, red.) sloegen de handen ineen en zorgden voor een prachtig vormgegeven boek: Afspraak in Portugal.

Oranje is een veelzijdig auteur: ze verzorgt vertalingen van boeken, schrijft veel kinderboeken en is theologe van huis uit. Maar het proces dat ze voor Afspraak in Portugal heeft moeten ondergaan is te vergelijken met een bevalling, maar dan een van het afschuwelijke kaliber. Voor het eerst in haar schrijfhistorie heeft ze een fictieboek voor volwassenen geschreven, een novelle.

Dankbaar en blij zijn we met de geboorte van Afspraak in Portugal. Met dit boekje heeft Corien Oranje zich weten te scharen in de rij van kwalitatief goede christelijke (fictie)auteurs. Ze bekent in ieder geval kleur met deze ‘roadtrip’ naar Portugal. Het is de kleur oranje die de cover siert. Fel in het oog springende sinaasappels, waarvan er op zijn minst een van de boom gevallen is. Symbool voor verlies, afscheid, verdriet. Symbool voor het verhaal zelf. Interessant gegeven is ook dat oranje en sinaasappel etymologisch aan elkaar verwant zijn, nagenoeg hetzelfde betekenen.

Het verhaal is duidelijk: Leo, die net zijn vrouw heeft verloren na een ernstige ziekte, blijkt zelf ook ernstig ziek te zijn, uitgezaaide longkanker. Hij had zijn vrouw Lilian beloofd om nog eenmaal terug te gaan naar Portugal, naar de plaats waar ze destijds op huwelijksreis zijn geweest. Hier ligt voor beide mensen een kostbare, dierbare herinnering waar Leo met zijn dochter Jennifer nooit over gesproken heeft. Wanneer Jennifer, die haar vader niet alleen wil laten gaan, aanbiedt mee te gaan op reis in een oud VW- busje, begint voor hen een avontuurlijke en spirituele reis op weg naar een definitief einde. Als halverwege de roadtrip Evert-Jan, een goede vriend van Jennifer, zich bij het tweetal aansluit, verandert er iets in de relatie tussen vader en dochter. Langzaam maar zeker vallen er schellen van de ogen en ontstaat er meer en meer begrip voor elkaar.

Rode draad door Afspraak in Portugal is het motto, ontleend aan Psalm 139: 9-10: ‘Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,/ al ging ik wonen voorbij de verste zee,/ ook daar zou uw hand mij leiden,/ zou uw rechterhand mij vasthouden. Corien Oranje weet op een invoelende manier, soms geëmotioneerd, dit terug te laten komen in haar boek. Het boek is vanuit wisselend perspectief geschreven: dan weer kijk je door de ogen van Leo, dan weer door de ogen van Jennifer. Dit wisselt beurtelings. Ik kan me goed voorstellen dat dit best lastig is om je zo te verdiepen in karakters. Zeker in het besef dat je een novelle schrijft en niet bezig bent met een roman. In 110 pagina’s weet Oranje heel mooi en integer de karakters neer te zetten. Overigens zou het heel interessant zijn om met Jennifer verder te gaan in een roman. Een roman, waar ik zeker van ben dat die er gaat komen.

Theologe als ze is, verweeft Oranje heel subtiel soms Bijbelse gegevens in haar boek: ‘Een oranje brancard stijgt omhoog, en wordt door onzichtbare handen opgenomen in de helikopter. En een wolk onttrekt hem aan mijn ogen.’  Stof ben je en tot stof zul je terugkeren. Ook al een motief dat terugkeert in het boek. Kort na de dood van Lilian ervaart Jennifer het volgende: ‘Om ons heen begon het normale leven op gang te komen. Aan de andere kant van de muur zette de buurvrouw de stofzuiger aan, alsof het een heel gewone dag was, een dag waarop je eindelijk de stofnesten onder het bed onder handen neemt.’

In Afspraak in Portugal speelt het geloof een belangrijke rol. In het leven van Jennifer en Evert-Jan schuurt het geloof zoals het zand tussen je tenen schuurt. Die realistische visie op geloof maakt deze novelle tot een geloofwaardig verhaal.

Een van de meest bijzondere aspecten van deze novelle is de communicatie tussen met name Leo en Jennifer: elkaar voortdurend afstoten, tegelijk ook de hunkering naar elkaar, het zoeken van geborgenheid en elkaars nabijheid. Knap verwoord! ‘Hij moest al maanden hebben geweten dat er wat mis was, maar hij had het mijn moeder willen besparen. En misschien was dat wel wat hij nu aan het doen was: mij van zich afstoten om mij te beschermen (…)’

Zoals met elk geboren kind is het ook met de geboorte van Oranjes eerste ‘kindje’: het heeft voeding, liefde, aandacht nodig. Groei is onontbeerlijk. En Oranje een beetje kennende zullen deze dingen voor haar uiteindelijk, toewerkend naar een roman, geen probleem hoeven te zijn.

 

 

IJzelenberg, Catharina | Het ruisen van de zee

Het ruisen van de zee, een roman waarin De Ramp nog niet voorbij is. De watersnoodramp van 1953 staat in ons nationale geheugen gegrift. In de getroffen gebieden word je eraan herinnerd door gedenktekens voor de slachtoffers, een museum, een route langs plaatsen die een bijzondere herinnering oproepen. De sindsdien aangelegde Deltawerken zijn onze nationale trots en hebben in zekere zin de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden ontsloten met alle mogelijkheden van dien.

Voor mensen die de ramp zelf meegemaakt hebben, zoals Catharina IJzelenberg als klein meisje, is de ramp nog altijd een gebeurtenis, wellicht trauma, die een belangrijke rol in hun leven speelt.  Het ruisen van de zee gaat over Anton Rentier. Op 31 januari 1953 is hij vijf jaar oud en woont met zijn ouders op een boerderij bij Ouwerkerk. Zijn vader probeert, met het zogenaamde dijkleger, de dijk te behouden en het water tegen te houden, maar komt niet meer thuis. Was hij nog op weg naar huis en heeft Anton hem in het water zien verdwijnen?

Anton en zijn moeder blijven samen over en hebben een sterke band met elkaar. Gepraat over de ramp wordt er echter nauwelijks, het verdriet en de vragen worden diep weggestopt. Moeder is een gelovige vrouw die ook hecht aan de tradities die in orthodox-gereformeerde kringen in ere worden gehouden. Anton krijgt hier steeds meer moeite mee. Hij is kritisch en stelt vragen waar hij geen bevredigende antwoorden op krijgt. Anton probeert zonder de relatie met zijn moeder echt op het spel te zetten, toch zijn eigen weg te vinden.

Het lukt hem echter pas na het overlijden van zijn moeder echt zijn eigen keuzes te maken.  Na zijn studie Nederlands wordt hij docent in Zierikzee en geeft met passie les over literatuur. Een nieuwe leerling, Claudia, zet zijn leven op zijn kop. Ze roept gevoelens in hem op waar hij als docent niet aan toe kan geven, maar daarnaast vooral herinneringen aan het verlies van zijn vader. Hij gaat beseffen dat zijn leven voor een groot deel toch is bepaald door de weggestopte emoties over de vraag naar de laatste momenten uit het leven van zijn vader. Waarom is hij niet teruggekomen bij zijn gezin toen het nog kon?

De omgang met Claudia is voor Anton een manier om een weg te zoeken in de verwerking van die emoties. Claudia gaat echter in Utrecht studeren en leidt haar eigen leven. Een enkele keer komt ze bij Anton op bezoek die aan die ontmoetingen zijn hart ophaalt.  Uiteindelijk komt Claudia bij Anton met het bericht dat ze zwanger is van iemand met wie ze haar leven niet gaat delen. Ze vraagt of Anton het kind wil erkennen en wil opvoeden, in ieder geval zolang zij studeert. Anton stemt daarin toe en neemt de zorg voor dochter Clara op zich. Dit ging mij wat te gemakkelijk, walst Anton niet opnieuw over bepaalde emoties bij zichzelf heen?

‘Het ruisen van de zee’ is zeker een geslaagd debuut van IJzelenberg.  Ze laat op overtuigende wijze zien wat de gevolgen van verlies en verdriet zijn als er niet voldoende ruimte wordt gegeven aan of genomen voor de emoties die worden opgeroepen. Mooi vond ik de passages waarin over de zee werd geschreven. De alles vernietigende kracht, maar ook de schoonheid en kalmte werden met treffende beelden verwoord. De wijze waarop Anton uiteindelijk afscheid neemt van het geloof uit zijn jeugd wordt met respect en integer beschreven. Ik heb Het ruisen van de zee met plezier gelezen!

Oswald, Debra | Z.G.A.N.

De Australische Debra Oswald is een allesschrijfster. Ze schrijft kinderboeken en schrijft voor film, televisie, toneel en radio. De laatste toevoeging aan dit rijtje is een roman, getiteld Z.G.A.N. (Zo Goed Als Nieuw). Z.G.A.N. is in 2015 bij Penguin uitgegeven met als originele titel Useful. 

Mechteld Jansen heeft met deze vertaling topwerk geleverd. Het boek opent absurd en droogkomisch. Sullivan (Sully) Moss heeft gefaald in zijn leven en probeert zelfmoord te plegen door van de drieëntwintigste verdieping te springen. Maar zelfs hierin faalt Sully.  Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed, ziet hoeveel er voor hem gezorgd wordt en beseft dat het zonde zou zijn geweest om zijn lichaam, vol met functionerende organen, kapot te laten vallen op de stoep.

Sully besluit om een van zijn nieren te doneren. Hiervoor moet hij wel zijn leven omgooien. Wat volgt is een poging om te veranderen. Niet alleen bij Sully, maar ook bij de mensen om hem heen, die allemaal vastzitten in hun rollen en patronen. Z.G.A.N. is een constante poging om uit deze rollen en patronen te stappen. Eén van de personages verwoordt het als volgt:

Ze geloofde niet dat er veel mensen waren die wezenlijk konden veranderen. De meeste mensen hebben maar weinig ruimte, alsof iedereen in zijn eigen tupperwarebakje leeft. Er was in dat bakje wel een beetje ruimte om te verschuiven, maar niet veel. (p. 312)

Z.G.A.N. begint met absurde situaties en veel droge humor. Langzaam verdwijnen de absurditeiten en maken ze plaats voor een serieuzer verhaal. De grappige stijl van Debra Oswald blijft echter ook in de serieuzere delen van Z.G.A.N. duidelijk aanwezig. In een interview zegt Debra “Waarom kan iets niet donker en doordacht zijn en tegelijk grappig en vol vreugde en speelsheid?”

Debra is geslaagd in het samenbrengen van deze donkere en lichte kant. Z.G.A.N. leest heerlijk, maar enkele kanttekeningen zijn wel op zijn plaats. Door het hele boek wordt met regelmaat gevloekt. Verder komt er veel seks voor in het boek. Het is dan wel weer sterk dat deze seks niet erotisch wordt beschreven, maar heel plat en zonder opsmuk.

Kortom, op het grove taalgebruik en de seks na is dit boek een absolute aanrader. Debra vertelt een serieus verhaal op een lichte toon. Ik kan niet wachten tot Debra een tweede roman schrijft!

Meijer, Eva | Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuisEva Meijer is een bijzonder veelzijdige dame. Ik som op en hoop maar dat je aan het eind van de opsomming nog steeds leest: Eva Meijer is beeldend kunstenaar, filosoof, schrijver en singer-songwriter. Daarnaast werkt ze aan haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. Ze is voorzitter van zowel de landelijke OZSW werkgroep dierethiek en Minding Animals Nederland. Tussen de bedrijven door houdt Eva dagelijks een weblog bij en treedt regelmatig op met proza en/of liedjes.

Ben je er nog? Mooi, want ook al wekt een dergelijk CV de indruk dat Eva Meijer eigenlijk niet kan kiezen en dus alles maar bij het eindje houdt, blinkt ze in het schrijven in elk geval uit (over de rest kan ik nauwelijks oordelen, hoewel ik nu zit te luisteren naar haar Regina Spektor-achtige muziek op Spotify die op het eerste gehoor goed klinkt). Een zo wijdlopige lijst van bezigheden zou ook het beeld op kunnen wekken dat het wel heel wilde, springerige lectuur zal zijn, maar ook dat is niet het geval.

Het vogelhuis gaat over Gwendolen (Len) Howard die opgroeit in een welgesteld Engels gezin rond de eeuwwisseling van de 19e en 20e eeuw. Een gezin waar vooral aandacht is voor de geneugten van ontspanning, gezelschap, cultuur en alcohol. Maar ook een gezin waarin de spanningen tussen de ouders duidelijk voelbaar zijn, waarbij de moeder vooral door haar drankgebruik onhebbelijk wordt. Persoonlijk interesseren Len en haar vader zich voor vogels. Gwen hoeft zich in principe geen zorgen te maken over geld en over de toekomst, maar een verliefdheid komt op een vervelende manier aan z’n eind en ze zoekt een zinvolle invulling voor het leven. Ze wordt concertvioliste en een goeie ook.

Haar violistenbestaan in Londen ontwikkelt zich positief. Ze krijgt een belangrijke plek in een van de betere orkesten van Londen en kan goed met de dirigent overweg. In 1937 neemt ze een vakantie en gaat ze logeren in een gehucht op het platteland, waar ze hernieuwde interesse voor de vogels aldaar opvat. Ze keert nog kort terug naar Londen, maar eigenlijk alleen om afscheid te nemen. Daarna gaat ze voorgoed op het platteland wonen en verdiept ze zich in de vogels aldaar en levert een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar vogels.

Het is een bijzonder boek en vooral de delen waarin ze op het platteland verkeert zijn bijna sereen. De manier waarop de relatie met haar ouders (met name haar moeder) verloopt en ook hoe haar liefdesleven uitpakt is juist het tegenovergestelde. Hoewel de wereld voor de vogels ook niet altijd van een leien dakje gaat, is die wereld toch een stuk voorspelbaarder. De belangrijkste vogel is op een bepaalde manier te spiegelen aan Len zelf: waar Len juist wegloopt uit haar familie, haar werkzame leven en uit de liefde, zoekt de mees Ster juist de confrontatie en eist ze een plek voor zichzelf op.

Een heerlijk boek om mee tot rust te komen. Meijer schrijft in korte zinnen helder proza en ze bouwt het verhaal mooi op, met eigen teksten van Len Howard erdoorheen. En Eva, als je toch ooit gaat kiezen: kies literatuur!

Endo, Shusaku | Stilte

Shusako Endo - StilteDe roeping om Gods Woord te brengen in landen waar Het nog niet is, bij mensen die er nog niet eerder van gehoord hebben is iets wonderlijks. Zo’n gevaarlijk gebied opzoeken doe je niet uit hang naar avontuur, uit verveling of uit een soort halfhartige overtuiging: je gaat omdat je moet, omdat je voelt, weet dat God je daar hebben wil. De hoofdpersoon van het boek Stilte van Sushako Endo voelt een dergelijke roeping en gaat op pad. Het boek is opnieuw uitgebracht door uitgeverij Kok naar aanleiding van de recente verfilming van het verhaal.

Priester Sebastian Rodrigo (zo heet de hoofdpersoon van het boek) scheept zich met nog een andere priester in om naar Japan te reizen, om daar ongelovigen te bekeren, de gelovigen te onderwijzen en de priesters die al ter plaatse zijn te ondersteunen en te bemoedigen. Hij doet dit in weerwil van de verhalen die hem uit Japan bereikt hebben, die beweren dat een voorbeeldige priester in Japan gevangen zou zijn genomen en uiteindelijk zijn geloof zelfs zou hebben afgezworen.

In China aangekomen ontmoeten de priesters een man, die op hen een ronduit kruiperige en onbetrouwbare indruk maakt. Hij beweert echter de weg naar Japan te weten en sterker nog, hij zegt christenen te kennen. Hoewel de man hun weerzin wekt, nemen ze hem aan als gids. Ze komen echter inderdaad aan in Japan en vinden onderdak bij een Japanse gemeente. Lang verhaal kort: lange tijd vertoeven ze daar buiten het zicht van het gezag dat christenen vervolgt, maar uiteindelijk worden ze ontdekt  en opgepakt. Ze zijn verraden door de gluiperige man, die overigens nog steeds volhoudt christen te zijn en smeekt om genade en voortdurend wil biechten.

Maar het is niet zozeer het verloop van de gebeurtenissen die de aandacht van de lezer opeist. Uiteindelijk staat de ontwikkeling van het geloof van Rodrigo centraal in dit boek. Want wie met zo’n roeping, zo’n diepe overtuiging op pad gaat, die weet God aan zijn zijde. Uiteindelijk zal God tussenbeide komen en de evangelist beschermen tegen de heidenen. Dat is uiteindelijk de overtuiging die ieder mens die het goede wil doen diep in zich omdraagt. Maar hoeveel geduld moet je dan hebben? Als je dag in, dag uit bidt om Gods hulp en verlossing, maar niets terugkrijgt dan stilte? Het is die beproeving die Endo pagina na pagina uitspint: God is de grote Afwezige in dit boek.

De beproeving verdiept zich nog als Rodrigo uitgelegd krijgt dat het woord Gods Zoon door een slordige vertaler naar het Japans is vertaald als Gods Zon. En dat is de God die de Japanners altijd al aanbaden, dus uiteindelijk is het hele evangelie ook nog eens niet geland op de manier die Rodrigo voor ogen had. Als dan blijkt dat er mensen een gruwelijke dood sterven voor een evangelie dat helemaal niet het echte is, wordt het laatste restje geloof uit Rodrigo geperst.

En toch is dat ook een vraag die Endo thematiseert: geloof dat je hebt, is dat wel geloof? En als je dat geloof kwijtraakt, betekent dat dan dat je niet meer bij Christus hoort? Is niet uiteindelijk het kwijtraken van alles waar je op hoopte, de volkomen eenzaamheid en verlatenheid de gestalte waarin er pas echt ruimte komt voor God? Rodrigo is de gluiperige man geworden. De lezer is ook de gluiperige man geworden. Het besef dat er niets in jou zelf zit wat je kunt aandragen om de hemel te openen of om God naar je toe te halen sluit langzaamaan de lezer in. Zo komt er ruimte voor de gedachte dat juist het afzweren van het eigen geloof een geloofsdaad is.

Het is een bijzonder boek. Het is al meer dan 50 jaar oud, maar het is bijzonder toegankelijk, uitermate actueel en zeer relevant voor elke christen. Lees dit, mensen!

Verbeke, Annelies | Halleluja

Halleluja  – Een titel die hoop oproept: er is iets of er gebeurt iets waarbij een uitroep van blijdschap op zijn plaats is. De meeste verhalen uit de bundel ‘Halleluja’ riepen  bij mij echter een tegengesteld gevoel op. Annelies Verbeke schrijft boeiend en ze weet haar hoofdpersonages knap neer te zetten in de beperkte omvang van de verhalen. Aan humor geen gebrek, maar toch lieten (bijna) alle verhalen een gevoel van ontgoocheling bij mij achter. Dat is geen fijn gevoel, maar het is wel het talent van Verbeke dat dat teweeg weet te roepen.

De bundel begint met een verhaal vanuit het perspectief van een baby: een huilbaby. Ontroostbaar! Het is grappig om vanuit een babyhoofdje naar de toekomst te kijken, een toekomst die vooral gekenmerkt zal worden door verlies.  Het voorbijgaan van elk moment leidt ook tot verlies uiteraard, maar biedt toch ook weer nieuwe kansen en mogelijkheden?

Sommige personages stoten af, andere roepen mededogen of verbazing op. Soms had ik als lezer de neiging me in het verhaal te mengen: ‘Doe er dan iets aan!’   ‘Neem zelf het heft in handen!’. In andere verhalen overheerste de vervreemding.

Een gemeenschappelijk kenmerk van de verhalen in ‘Halleluja’  zou ik het gebrek aan houvast en herkenning willen noemen. Vaak zijn de dingen anders dan gedacht en herkennen de personages elkaar, de omgeving en zichzelf maar ten dele. Wat is wel zeker, wat is wel waar?

In ‘Bus 88’ blijkt de ik-persoon een ander te zijn dan ze dacht; in ‘De beer’ transformeert een auteur  in een beer die uiteindelijk geen van beide blijkt te zijn. Het lukte me niet altijd een-twee-drie de clou te vatten, maar de verhalen hielden me wel bezig en is dat niet de bedoeling van literatuur? De meeste verhalen eindigen vrij abrupt wat er eveneens toe leidt dat ze je niet meteen loslaten.

Verbeke snijdt actuele thema’s aan: de door bezuinigingen geplaagde zorg waarin voor echt persoonlijk contact steeds minder ruimte is; de problematiek van immigranten die hun plekje in de (Vlaamse) samenleving moeten vinden, onbevredigende relaties, al is dat wellicht een probleem van alle tijden en plaatsen.

Het taalgebruik vond ik op een enkele plaats onnodig grof wat me enigszins irriteerde. De wijze waarop Verbeke haar personages opvoert en situaties beschrijft, vond ik daarentegen plezierig om te lezen.

Sterk, Albertine | Weduwen huilen niet

boekomslag Weduwen huilen nietIn haar tweede roman Weduwen huilen niet neemt Albertine Sterk (1943) ons mee naar Rusland, boven de poolcirkel. De onderzeeër Koersk is verongelukt (NOS video) en een Nederlands bedrijf heeft de opdracht om het schip te bergen. Loe Stein wordt ingehuurd om te vertalen tussen het bergingsbedrijf en de weduwen van de omgekomen bemanning. Loe vertrekt vol onzekerheid naar Rusland, onwetend hoe het met haar minnaar Rogier gaat, die net een ongeluk heeft gehad. Als ze in Rusland aankomt krijgt ze met nog meer onzekerheid te maken. De weduwen lijken haar in eerste instantie niet te accepteren. Als Loe vervolgens wel geaccepteerd lijkt te worden, moet ze uitkijken om niet tegenover haar opdrachtgever (het bergingsbedrijf) te komen te staan.

Albertine Sterk (echte naam Bettie Kool) vertelt een origineel verhaal waarin ze het veelbeschreven thema verlies combineert met het thema onzekerheid. In de problemen van Loe en de weduwen zitten sterke parallellen. Loe heeft verdriet omdat ze haar minnaar achter heeft gelaten, maar zit ook met onzekerheid over hem. In die onzekerheid en in dat verdriet is zij helemaal alleen. De weduwen zitten natuurlijk ook met verdriet om hun verlies, maar ook met vragen. Hoe lang zijn de mannen in leven gebleven? Wat verzwijgt de overheid voor hen? De weduwen worden ondanks de hulp van Loe niet gehoord en staan alleen.

Sterk gebruikt korte zinnen en poëtische beschrijvingen zonder onleesbaar te worden.

Hijgend zakte ik neer op een van de bankjes bij het Historisch Museum. Op een koperen plaat naast de deur las ik dat het gesloten was. Terwijl ik uitkeek over de stad aan de baai probeerde ik op adem te komen. Ik zat niet lang alleen. Aan het eind van de bank schoof een oudere man aan. Een treurig lachje kreukelde zijn wangen terwijl hij van opzij even naar me keek. (p. 14)

Deze mooie beschrijvingen gebruikt Sterk veel minder voor de emoties van Loe en de mensen om haar heen. De schrijfstijl blijft dan ook redelijk zakelijk. Pas laat in het boek verandert dit en komen emoties naar boven drijven bij Loe en de weduwen. Of dit een bewuste keuze is (de titel is immers Weduwen huilen niet) kan ik niet zeggen. Het gebrek aan emoties in combinatie met een gebrek aan spanning zorgde ervoor dat ik pas rond de vijftigste bladzijde in het verhaal kwam. Gelukkig bleef Sterk daarna mijn aandacht vasthouden.

Weduwen huilen niet is geen boek dat in een top tien terecht zal komen, maar het is zeker wel de moeite waard om te lezen.

Budgen, Anne | Boven de straat hangt een witte lucht

Met Boven de straat hangt een witte lucht heeft Anne Budgen een zeer lezenswaardig boek geschreven. Het heeft de vorm van een dagboek. Fragmentarisch qua vorm, afgewisseld met stukjes uit Opwekkingsliederen, gedichtenflarden en Bijbelverzen. Het is het dagboek van Anna Meesink, een veertienjarig meisje dat opgroeit in een orthodox-christelijk gezin. Het boek begint op 17 januari 1993; je leest over drie pepermunten en twee guldens die klaarliggen op de keukentafel. Het is vlak voor kerktijd. Nog snel even de schoenen pakken die ergens onder het bed staan. Psalmboek in je tasje stoppen. Op de fiets springen en gaan! Boven de straat hangt een witte lucht. De lente komt eraan. Het is de voorbode voor het nieuwe leven dat Anna wacht.

Anne Budgen laat zien hoe in het streng-christelijke gezin scheuren beginnen te ontstaan. Vader en moeder gaan uit elkaar. Vader hoort stemmen. Oudste broer Han wil niet meer naar de kerk. Moeder gedraagt zich anders dan vroeger: minder streng, minder op regels gericht. Anna, beginnende puber, is gauw beïnvloedbaar, hoewel ze ook zelf nadenkt. Haar hoofd bevat wel honderd kamers en ze puilen allemaal uit. Zo chaotisch als ze is, zo ‘chaotisch’ is de structuur van dit boek. Wanneer haar buurvrouw haar uitnodigt eens mee te gaan naar de pinkstergemeente nemen de twijfels toe bij Anna over haar christelijke wortels, haar staan in het geloof, haar houding jegens God en christenen. ‘Ik heb de Heilige Geest ontvangen. Ik was in de pinkstergemeente en de preek was voor mij! Het ging over je helemaal aan Jezus geven en jezelf afleggen voor Zijn Aangezicht. Het gaat niet om ons maar om Hem.’

Nauwkeurig, gedetailleerd verwoordt Anna Meesink haar gevoelens en wat ze allemaal denkt, ervaart en meemaakt in het geloof. Haar vragen, haar kritische houding ten aanzien van de traditie, het komt allemaal voorbij. Ze laat zich meevoeren door de taal, door woorden en het Woord. (de Bijbel, red.) Op 4 september 1994 vertelt ze: ‘Vanochtend kreeg ik een woord tijdens de dienst in de pinkstergemeente. ‘Dochter, ik zie je worsteling met Mij en met Mijn Woord. Je twijfelt. Ga in het water zoals ook ik het water in ging en gedoopt ben.’ Was dat voor mij? (…) Ik voel soms weerstand. Dan ga ik alles analyseren…’

Boven de straat hangt een witte lucht is de debuutroman van schrijfster en dichteres Anne Budgen (1979). Opvallend vind ik dat dit verhaal verschenen is bij een niet-christelijke, meer algemene, toonaangevende uitgeverij. Het is een specifiek boekje geworden, christenen zullen zich herkennen in de taal die gebruikt wordt, de Bijbelverzen die geciteerd worden, de verschillende liederen die bij passende gelegenheden, situaties en omstandigheden opgetekend staan. De geloofstwijfel die uitgewerkt wordt in het leven van Anna is die van veel christenen wellicht. Het staan in een bepaalde traditie en de vraag naar schijn en zijn in het leven van christenen fungeert als een spiegel voor de ziel. De toon die Budgen gebruikt, is die van waardering en hier en daar een milde vorm van zelfspot. Negatief is ze nergens. Boven de straat hangt een witte lucht kan zich qua inhoud meten met Franca Treur.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet vermoed dat mensen die niets of niet veel op hebben met het christelijk geloof en het staan in een dergelijke traditie dit boekje zullen lezen. Daarvoor heb je toch inzicht nodig in en gevoel nodig voor de thematiek van het boek. Anne Budgen laat messcherp zien dat het helaas in veel kerken en bij veel christenen meer gaat om de buitenkant dan om de binnenkant, de vorm die overheersend is in plaats van de inhoud. Het leven van Anna toont aan dat de buitenwereld steeds meer vat krijgt op het innerlijke leven. En toch… helemaal loskomen van je christelijke wortels lukt je nooit. Die gedachte biedt uiteindelijk toch hoop en troost.