Zandberg, Lucas | De rendementsdenker

De rendementsdenker. Onthoud deze titel. Lucas Zandberg. Onthoud deze auteur. Een ge-wel-di-ge roman over het onderwijs. Wat mij betreft een klassieker!

Lucas Zandberg (1977) studeerde Engels en schrijft artikelen voor de populaire weblog Tzum. In 2007 gedebuteerd met de succesvolle historische roman Mijn leven is van mij. Hierna verschenen achtereenvolgens Mayling (2012) en De vergeten prins (2015).

Met De rendementsdenker zet Zandberg de misstanden in het onderwijs op de gevoelige kaart. Robert Witteveen, zojuist afgestudeerd als docent Engels aan het HBO, is op zoek naar een baan. Hij vindt deze op het ROC Leyderschans in het hoge noorden van Nederland. Vol goede moed zet de 24-jarige Robert zijn eerste schreden in onderwijsland. Bevlogen, vol passie geeft hij les en wint zijn leerlingen voor zich. Aan de start van zijn onderwijscarrière loopt hij echter aan tegen onwillige collega’s Nederlands en Engels: de een staat vlak voor zijn pensioen en loopt niet meer zo hard, de ander is onbereikbaar en communiceert slechts per mail. Een collega, Lilian, een wat oudere dame, ziet het nog wel zitten, maar oogt vermoeid door vele jaren onderwijs: ‘Het mbo is het stiefkindje  van het Nederlandse onderwijssysteem (…) Alle aandacht gaat naar academische opleidingen. (…) Om mbo’ers bekommert geen mens zich.’ Robert besluit een talensectie op te richten en een vernieuwd lesprogramma op te zetten voor Engels. Dit stuit op enkele bezwaren, maar het lukt hem uiteindelijk.

Wanneer het afdelingshoofd van de opleiding Welzijn na een ernstig ongeluk tijdens zijn vakantie overlijdt, komt zijn vervanger Margot in beeld. Margot, die eerder een leidinggevende functie bij de politie had, verhuisd is naar Leermens in Groningen en daar een nieuw leven hoopt te beginnen, gaat aan de slag als sectormanager op het ROC. Samen met het CVB ( College van Bestuur) starten ze CPM op. (Creatief Project Management) De motieven van zowel Margot als die van het CVB voor een volledige metamorfose van het huidige onderwijssysteem staan lijnrecht tegenover die van het onderwijzend personeel binnen de opleiding Welzijn. Resultaatgericht onderwijs en de lancering van een megalomaan nieuwbouwproject in de stad maken de sfeer binnen school er niet beter op. Dieptriest is met name hoe in deze setting gesproken wordt door het management over de werkvloer: ‘De eerste fte die ik tegenkwam was de dramadocent’. Meer en meer komt het management verderaf te staan van de werkvloer, letterlijk en figuurlijk. De dreigende sfeer, de overbelasting van het personeel en de diverse misstanden binnen de school lopen uit op een onvermijdelijk desastreus einde.

Zandberg spreekt uit ervaring. Dat is te merken. Robert Witteveen, hoofdpersoon, is zeker zo gepassioneerd als Zandberg. Het kan niet anders. Ik heb veel moeten lachen om de schrijnende situaties die voorkomen in het boek. Het kan niet waar zijn! En toch… wanneer je, net als ik, werkzaam bent in het onderwijs, weet je: het is waar. Met stijgende verontwaardiging en verbazing leefde ik mee met het wel en vooral het wee van de verschillende docenten, teamleiders, sectormanager en het CVB. Voor een ieder die werkzaam is in het boeiende landschap dat onderwijsland heet, is dit boek absoluut een mustread!

Er is meer. Iedereen die houdt van een goed boek, van literatuur, komt aan zijn trekken in dit boek. Ook de privéomstandigheden van Robert Witteveen komen aan bod: de moeizame relatie met zijn ouders die het liefst zien dat hij niet in het onderwijs werkzaam is, maar gaat studeren aan de universiteit, de steeds ouder wordende opa die uiteindelijk sterft, de perikelen rondom de erfenis, alsook het privéleven van Margot met al haar sores, staan geregeld symbool voor en lopen parallel aan de gebeurtenissen binnen het onderwijs.

Ik houd van het citeren van anekdotes uit een boek. Dit boek is het meer dan waard geheel geciteerd te worden. Een goed geschreven roman van grote klasse!

‘Docenten zijn soms net autisten. Alles wat afwijkt van het oude wijzen ze van de hand.’

‘Wat vind jij als beginneling eigenlijk van deze toestanden?’ vroeg Astrid aan mij. ‘Ik houd me liever bezig met belangrijke dingen’ zei ik. ‘Ik ben aangesteld om les te geven. Al het andere is ruis.’

‘Wij raken uit het oog waar het om gaat: het onderwijs. Al deze cijfers en grafieken vertellen ons niets over hoe het er werkelijk aan toegaat. Daarvoor moet je het gebouw in, met leerlingen en leraren praten. Het onderwijs moet centraal staan, toch?’ 

Na dit laatste citaat van een van de teamleiders van de sector, valt voor haar het doek. Ze wordt ontslagen. Niet passend binnen het personeelsbeleid van de school…

 

Wagendorp, Bert | Masser Brock

Bert Wagendorp - Masser BrockWat is waarheid? De vraag die Pilatus ooit stelde toen het ging om de vraag wie Jezus van Nazareth was, is actueler dan ooit. We leven immers in een tijd waarin nepnieuws en alternatieve feiten het zicht op de waarheid vertroebelen. Masser Brock is de hoofdpersoon van de gelijknamige roman van Bert Wagendorp en columnist bij De Nieuwe Tijd. Tijdens zijn werk als (onderzoeks)journalist en columnist zie je hem een weg zoeken tussen nieuws en mening over dat nieuws. Hij krijgt te maken met feiten en verzwegen feiten, objectieve weergave en manipulatie. Waarheid blijkt een begrip dat op diverse manieren kan worden ingevuld.  Uiteindelijk gaat het om de vraag of de waarheid überhaupt wel bestaat. Massers idee dat je als journalist de waarheid en niets dan de waarheid dient, blijkt een illusie.

Wagendorp, net als Masser columnist, beschrijft in zijn roman Masser Brock een aantal situaties waarin waarheden, halve waarheden en leugens aan de lezers van De Nieuwe Tijd worden gepresenteerd onder een schijn van feitelijkheid. Het verzwijgen van de naam van een betrokkene bij drugscriminaliteit en het niet bekendmaken van de precieze toedracht rond het sneuvelen van een aantal militairen in Afghanistan laten zien dat nieuwsfeiten nog iets anders zijn dan waarheden. En is dat per se verkeerd? Wagendorp roept vragen op en zet aan het denken! De waarheid ongecensureerd naar buiten brengen kan ongewenste consequenties hebben.  Het verzwijgen of verdraaien verdraagt zich echter niet met de journalistieke ethiek. Botsende belangen zijn soms een sta- in-de-weg voor de waarheid.  En dit geldt voor zowel ‘grote’ politieke als voor ‘kleine’ persoonlijke belangen.

Interessant is de verhaallijn waarin Masser Brock en zijn oud-collega Bonna Glenewinkel onderzoek doen naar een mol binnen de redactie. Hoe is het mogelijk dat er tientallen jaren van binnenuit invloed op het nieuws werd uitgeoefend uit naam van de Binnenlandse VeiligheidsDienst? Beïnvloeding van het nieuws, in welke vorm dan ook, is dus niet alleen een hedendaags verschijnsel. Ook in de tijd van de Koude Oorlog probeerden diverse partijen op de een of andere manier invloed op de publieke opinie uit te oefenen.

Wagendorp beperkt zich niet alleen tot het hoofdthema van ‘Masser Brock’, maar besteedt ook vrij veel aandacht aan de jeugd van Masser en zijn keuze voor de journalistiek. Daarnaast wordt de ontstaansgeschiedenis van De Nieuwe Tijd uitgebreid verteld. Voor sommige lezers is dit wellicht iets te veel van het goede, maar het heeft mij wel uitermate geboeid.  De wijze waarop Wagendorp zijn personages beschrijft, maakt het verhaal levendig.  Bonna Glenewinkel is een prachtmens met haar scherpe opmerkingen en bij tijd en wijle cynische kijk op de journalistieke wereld. In premier ‘Tup’ herkennen we onze altijd goedlachse premier Rutte. Daarnaast maken zijn familieleden van Masser een completer personage.

Wagendorps thematiek is zeer actueel, zeker nu we als nieuwsconsumenten ons nieuws op talloze manieren vergaren wat het onderscheid tussen nieuws en nepnieuws nog moeilijker maakt. Hij schreef deze roman overigens in de periode juli 2015 – december 2016 en had toen wellicht niet verwacht dat de verschijning ongeveer samen zou vallen met de aandacht voor alternatieve feiten en de fixatie op nepnieuws van de Amerikaanse president Trump. Een aardige bijkomstigheid.

Veldhuis, Remco | Lang verhaal kort

Remco Veldhuis - Lang verhaal kortIk heb een boek gelezen en ik zal de belangrijkste zaken er even uit lichten: in het voorwoord stond een incongruentie, op pagina 31 wordt ‘Sugerdaddy’ misspeld, op pagina 64 staat ‘weap’ in plaats van ‘weep’ (zal wel huilen via WhatsApp betekenen… -lachpauze-), op pagina 76 lees ik ‘in gezet’ (met een spatie ertussen, zal ook wel lachpauze zijn), op pagina 83 zelfs waar het zelf moet zijn, op pagina 108 wordt Filemon ‘Wisselink’ van achternaam genoemd…

Kappen nou! Zo bespreek je toch geen boek? Daar gaat het toch helemaal niet om? Je leest een boek toch voor z’n totale boodschap, voor z’n zeggingskracht? Je vlooit er toch niet doorheen om er dingen uit te vissen die je niet in de haak vindt en die je vooral als grap kunt aanwenden?

Juist.

Maar dat is nou precies de indruk die ik na het lezen van het boekje van Remco Veldhuis kreeg: hij heeft de Bijbel gelezen met in zijn achterhoofd de cabaretvoorstelling die hij ervan wilde gaan maken. Hij heeft vooral de passages onderstreept waarvan hij wist dat die, mits met de juiste intonatie en frons gebracht, een lach zouden oproepen.

Zo is er ruime aandacht voor de verschillende prostituees die in de Bijbel voorkomen, wordt er herhaaldelijk gewezen op vermeende tegenstrijdigheden in Gods handelen, wordt bij menselijkerwijs onbegrijpelijke zaken herhaaldelijk benadrukt dat alles waar is, worden verschillende gebeurtenissen vergeleken met hedendaagse op een manier die alle symboliek en heiligheid eruit haalt en ga zo maar door. Als Veldhuis al af en toe iets leerzaams aantreft (waarover straks meer), dan sneeuwt dat behoorlijk onder onder de veelheid aan grappen die hij maakt.

Positiefs

Is er dan helemaal niks goeds te melden? Dat is te kort door de bocht. De persoonlijke lijn die Veldhuis door het boekje heen vlecht, vind ik ontroerend en kwetsbaar verteld. Hij vertelt het verhaal van zijn relatie met zijn vader, die na meerdere afschuwelijke ervaringen afstand nam van de katholieke kerk, maar er nooit helemaal los van kwam. Zou zo een kneiter van een roman kunnen worden. Dit alles was ook de aanleiding voor Veldhuis om de Bijbel integraal te lezen. Hij heeft er immers nooit een letter in gelezen, hoe kan het boek dan toch zo’n invloed op zijn leven hebben? Helaas is dat niet de leidende, objectieve vraag geworden, laat staan dat hij het antwoord formuleert. Het onbegrip is op zich leerzaam. Het had een mooi verslag op kunnen leveren waar christenen, waar iedere geïnteresseerde van had kunnen leren. De poging is sympathiek, maar is wat mij betreft te badinerend uitgewerkt.

Hier en daar pikt Veldhuis ook een positief graantje mee, zoals bepaalde wijsheden in Spreuken, het geduld van God en de onwil van Jezus om de overspelige vrouw te veroordelen, maar daar volgt steevast al te snel een grap op. De conclusie ‘Oordeel niet’ komt wat mij betreft niet voort uit zijn samenvatting, die voert hooguit terug op de gebeurtenissen rond de overspelige vrouw die bij Jezus werd gebracht ter veroordeling, en al helemaal niet op de Bijbel. De Bijbel wil niet dat wij over mensen en hun lot oordelen, dat komt alleen God toe, maar vraagt zeker van ons gedragingen en uitingen (die van onszelf en anderen) te beoordelen en de juiste keuzes te maken. Een leven zonder keuzes en oordelen kan helemaal niet: ‘Hm, trouwen of samenwonen… Ai, ik mag niet oordelen’. Je snapt m’n punt.

Ik sluit af met een citaat uit het boekje: ‘Zelfde boek, andere conclusie. Wat je er uit haalt, zegt vooral wat over hoe jij in elkaar zit.’

Schermer, Marijke | Noodweer

In Noodweer staat het water letterlijk en figuurlijk aan de lippen. Het buitendijks gelegen huis van Emilia en Bruch wordt door de overlopende rivier bedreigd, maar ook hun relatie dreigt ten onder te gaan. Zonder te weten wat de achtergrond precies is, voel je als lezer al direct de onderhuidse spanning. Er lijkt noodweer op komst.

Na afloop van het toneelstuk dat ze zojuist hebben gezien, raken Bruch en Emilia elkaar in het gedrang kwijt. Emilia dwaalt wat rond in het gebouw en op een leeg balkon wordt ze plotseling van achteren vastgegrepen. Het is een grap van een vriend, maar Emilia’s heftige reactie – ‘een vlam panische angst’ – maakt duidelijk dat hier veel meer aan de hand is dan schrikken van een (misplaatste) grap.

Schermer maakt al snel duidelijk welke traumatische ervaring in volle hevigheid Emilia van haar stuk brengt. Emilia heeft Bruch, met wie een mogelijke relatie in het verschiet lag, nooit verteld wat ze heeft meegemaakt. Maar nu blijkt dat ze deze ervaring niet verwerkt heeft, en wat nu?

Bruch en Emilia hebben inmiddels een leven samen opgebouwd, hebben twee zoontjes en hebben zich ver buiten Amsterdam in het rivierengebied gevestigd. Schermer roept veel vragen op wat mij bijna dwong om zowel door te lezen als me te identificeren met zowel Emilia als Bruch. Kun je na zoveel jaren nog met je verhaal op de proppen komen, wat betekent dat voor je relatie? Waarom heeft Bruch al die jaren het zwijgen van Emilia ogenschijnlijk zo gemakkelijk geaccepteerd? Waarom gekozen voor een huis in buitendijks gebied, waar zo veel risico aan verbonden is? Voelen ze zich bij elkaar zo veilig dat ze dat voor lief nemen? Gaandeweg worden steeds meer scheurtjes in de relatie zichtbaar en het dreigende water symboliseert de kwetsbaarheid. Het einde van het boek is verrassend. Er blijken meer geheimen te zijn.

Schermer zet je aan het denken. De vragen die ze oproept over openheid, transparantie en kwetsbaarheid in een relatie zijn vragen die iedereen raken. Het zijn ook vragen die iedereen persoonlijk moet beantwoorden en het is te prijzen dat Schermer de antwoorden niet voor je invult.

Noodweer leest plezierig, al is het jammer dat enkele, mijns inziens overbodige, vloeken het boek ontsieren.

Kwakman, Bas | Hotelkamerverhalen

Bas Kwakman reist als directeur van een poëziefestival de wereld over. Op zijn reizen komt hij allerlei mensen en situaties tegen. Die bijzondere ervaringen verwerkte hij in Hotelkamerverhalen (fictie).

Van elke hotelkamer waarin Kwakman verblijft, maakt hij tekeningen met inkt, aquarel en stift. De omslag van het boek is één van die tekeningen. Elk verhaal in Hotelkamerverhalen is ongeveer drie pagina’s kort en wordt voorafgegaan door een tekening.

Doordat Hotelkamerverhalen uit zoveel korte verhalen bestaat, is het een fantastisch boek om even tussendoor te lezen. Het kost geen moeite om in het verhaal te komen en op elk moment kun je het boek weer wegleggen. De verhalen zijn over het algemeen zelfstandig te lezen en lezen net zo makkelijk als columns. Kwakman weet zo te vertellen dat het lijkt alsof hij je persoonlijk over zijn ervaringen vertelt. Kwakman bereikt dit onder andere door in de ik-persoon te schrijven. Daardoor leer je de hoofdpersoon maar oppervlakkig kennen en gaat alle aandacht uit naar de mensen die hij ontmoet.

Zoals gezegd zijn de verhalen kort, maar van één hotelkamer leek Kwakman niet genoeg te kunnen krijgen. Aan Medellin, Colombia wijdt Kwakman vijf achtereenvolgende verhalen. Vanaf dat moment lijken de verhalen ook een eenheid te gaan vormen, ook al blijven ze afzonderlijk leesbaar.

Kwakman weet in Hotelkamerverhalen op een subtiele manier poëzie te verwerken. Ook voor poëziemijders zoals ik voegden de gedichten iets toe. De poëzie en gesprekken waren af en toe jammer genoeg wel onvertaald. Mijn Spaans en Afrikaans is daar niet goed genoeg voor. Deze talen kwamen niet veel voor, maar als uw Engels minder goed is, zult u daar zeker last van hebben.

Hotelkamerverhalen is een mooi samenspel van schilderij, poëzie en proza. Het geeft een mooi inkijkje in verschillende werelden en is vooral geschikt voor de verloren uurtjes (of zelfs minuutjes).

Greene, Graham | De kern van de zaak

Graham Greene - De kern van de zaakUitgeverij Bint is een nieuwe uitgeverij met een ervaren uitgever aan het roer. Een van de eerste uitgaven stelt meteen een daad: het is een heruitgave van De kern van de zaak van Graham Greene, een titel uit 1948 en een persoonlijk favoriet van uitgever Arie Kok. Het is een boek dat bijna 70 jaar later niets aan zeggingskracht verloren heeft.

Het is het verhaal over Scobie, een goedmoedige politiefunctionaris in een Britse kolonie in West-Afrika, die getrouwd is met een labiele vrouw zonder echte vrienden die hem totaal niet begrijpt. Ze zijn door plichtsbesef en hun geloof tot elkaar veroordeeld. Zij is een gelovige katholiek en hij beseft dat zij een eventuele scheiding niet zal overleven, mede gezien hun kinderloosheid na het overlijden van hun enige kind. Maar ze leven langs elkaar heen, want zij wil voortdurend dat hij carrière maakt en voor zichzelf opkomt, terwijl hij het liefst met rust gelaten wordt. Op enig moment komt echter het moment dat zij het uitzichtloze van hun bestaan niet langer aankan en besluit te vertrekken naar Zuid-Afrika en daar op hem te wachten tot zijn pensioen. Scobie wringt zich in allerlei bochten om geld bij elkaar te brengen om de reis mogelijk te maken, maar corrumpeert zich daarbij wel.

In afwezigheid van zijn vrouw valt Scobie voor een uit oorlogsgebied gevluchte weduwe, Helen Rolt, en nu moet hij zijn krampachtige loyaliteit verdelen over drie partijen: zijn wettige vrouw, zijn nieuwe vriendin en God. ‘Ergens boven de duistere wateren zweefde iets als een voorgevoel van nog een verkeerde daad en nog een slachtoffer, niet Louise en niet Helen. In de stad begonnen de hanen te kraaien bij het ochtendgrauwen.’ En zo verliest Scobie zijn onschuld en offert hij God aan zijn aardse liefdes. En hij beseft het terdege, want in bovenstaand citaat is Scobie nog niet daadwerkelijk in zonde gevallen. Ook zijn dagboekaantekeningen zijn ontdaan van alle emoties, die nu juist de kern van zijn gedachten op dat moment uitmaken.

Geen uitweg

Ook al is hij zijn vrouw ontrouw, hij zal haar nooit in de steek kunnen laten. Daarnaast voelt hij zich vanaf de eerste minuut ook verantwoordelijk voor weduwe Rolt. Tegelijk ziet hij in dat hij op deze manier zichzelf niet staande kan houden: niet in het dagelijks leven, niet tegenover zichzelf en al helemaal niet tegenover God. De gebeurtenissen rondom zijn lening nemen een gruwelijke wending en Scobie ziet geen oplossing meer en wil niet langer anderen kwetsen met zijn leven.

Een krachtig boek over zonde en genade, geloof en ongeloof, trouw en ontrouw. Met name de gedachte van de zondaar dat vergeving voor hem onmogelijk is, wordt zeer invoelend beschreven. De manier waarop Greene de personages laat dobberen in een sociale zee, zonder dat ze elkaar werkelijk bereiken is erg beklemmend. Ook het verschil tussen wat een persoon is, wat hij wil zijn en hoe anderen hem zien is briljant uitgewerkt. Prachtig boek, dat een heldere toon zet voor uitgeverij Bint.

Oranje, Corien | Afspraak in Portugal

Corien Oranje is de schrijfster van het actieboek in de Week van het Christelijke Boek 2017. Deze wordt gehouden van 22 maart tot en met 1 april. Uitgeverij Jongbloed en de BCB (Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en Muziekvak, red.) sloegen de handen ineen en zorgden voor een prachtig vormgegeven boek: Afspraak in Portugal.

Oranje is een veelzijdig auteur: ze verzorgt vertalingen van boeken, schrijft veel kinderboeken en is theologe van huis uit. Maar het proces dat ze voor Afspraak in Portugal heeft moeten ondergaan is te vergelijken met een bevalling, maar dan een van het afschuwelijke kaliber. Voor het eerst in haar schrijfhistorie heeft ze een fictieboek voor volwassenen geschreven, een novelle.

Dankbaar en blij zijn we met de geboorte van Afspraak in Portugal. Met dit boekje heeft Corien Oranje zich weten te scharen in de rij van kwalitatief goede christelijke (fictie)auteurs. Ze bekent in ieder geval kleur met deze ‘roadtrip’ naar Portugal. Het is de kleur oranje die de cover siert. Fel in het oog springende sinaasappels, waarvan er op zijn minst een van de boom gevallen is. Symbool voor verlies, afscheid, verdriet. Symbool voor het verhaal zelf. Interessant gegeven is ook dat oranje en sinaasappel etymologisch aan elkaar verwant zijn, nagenoeg hetzelfde betekenen.

Het verhaal is duidelijk: Leo, die net zijn vrouw heeft verloren na een ernstige ziekte, blijkt zelf ook ernstig ziek te zijn, uitgezaaide longkanker. Hij had zijn vrouw Lilian beloofd om nog eenmaal terug te gaan naar Portugal, naar de plaats waar ze destijds op huwelijksreis zijn geweest. Hier ligt voor beide mensen een kostbare, dierbare herinnering waar Leo met zijn dochter Jennifer nooit over gesproken heeft. Wanneer Jennifer, die haar vader niet alleen wil laten gaan, aanbiedt mee te gaan op reis in een oud VW- busje, begint voor hen een avontuurlijke en spirituele reis op weg naar een definitief einde. Als halverwege de roadtrip Evert-Jan, een goede vriend van Jennifer, zich bij het tweetal aansluit, verandert er iets in de relatie tussen vader en dochter. Langzaam maar zeker vallen er schellen van de ogen en ontstaat er meer en meer begrip voor elkaar.

Rode draad door Afspraak in Portugal is het motto, ontleend aan Psalm 139: 9-10: ‘Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,/ al ging ik wonen voorbij de verste zee,/ ook daar zou uw hand mij leiden,/ zou uw rechterhand mij vasthouden. Corien Oranje weet op een invoelende manier, soms geëmotioneerd, dit terug te laten komen in haar boek. Het boek is vanuit wisselend perspectief geschreven: dan weer kijk je door de ogen van Leo, dan weer door de ogen van Jennifer. Dit wisselt beurtelings. Ik kan me goed voorstellen dat dit best lastig is om je zo te verdiepen in karakters. Zeker in het besef dat je een novelle schrijft en niet bezig bent met een roman. In 110 pagina’s weet Oranje heel mooi en integer de karakters neer te zetten. Overigens zou het heel interessant zijn om met Jennifer verder te gaan in een roman. Een roman, waar ik zeker van ben dat die er gaat komen.

Theologe als ze is, verweeft Oranje heel subtiel soms Bijbelse gegevens in haar boek: ‘Een oranje brancard stijgt omhoog, en wordt door onzichtbare handen opgenomen in de helikopter. En een wolk onttrekt hem aan mijn ogen.’  Stof ben je en tot stof zul je terugkeren. Ook al een motief dat terugkeert in het boek. Kort na de dood van Lilian ervaart Jennifer het volgende: ‘Om ons heen begon het normale leven op gang te komen. Aan de andere kant van de muur zette de buurvrouw de stofzuiger aan, alsof het een heel gewone dag was, een dag waarop je eindelijk de stofnesten onder het bed onder handen neemt.’

In Afspraak in Portugal speelt het geloof een belangrijke rol. In het leven van Jennifer en Evert-Jan schuurt het geloof zoals het zand tussen je tenen schuurt. Die realistische visie op geloof maakt deze novelle tot een geloofwaardig verhaal.

Een van de meest bijzondere aspecten van deze novelle is de communicatie tussen met name Leo en Jennifer: elkaar voortdurend afstoten, tegelijk ook de hunkering naar elkaar, het zoeken van geborgenheid en elkaars nabijheid. Knap verwoord! ‘Hij moest al maanden hebben geweten dat er wat mis was, maar hij had het mijn moeder willen besparen. En misschien was dat wel wat hij nu aan het doen was: mij van zich afstoten om mij te beschermen (…)’

Zoals met elk geboren kind is het ook met de geboorte van Oranjes eerste ‘kindje’: het heeft voeding, liefde, aandacht nodig. Groei is onontbeerlijk. En Oranje een beetje kennende zullen deze dingen voor haar uiteindelijk, toewerkend naar een roman, geen probleem hoeven te zijn.

 

 

IJzelenberg, Catharina | Het ruisen van de zee

Het ruisen van de zee, een roman waarin De Ramp nog niet voorbij is. De watersnoodramp van 1953 staat in ons nationale geheugen gegrift. In de getroffen gebieden word je eraan herinnerd door gedenktekens voor de slachtoffers, een museum, een route langs plaatsen die een bijzondere herinnering oproepen. De sindsdien aangelegde Deltawerken zijn onze nationale trots en hebben in zekere zin de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden ontsloten met alle mogelijkheden van dien.

Voor mensen die de ramp zelf meegemaakt hebben, zoals Catharina IJzelenberg als klein meisje, is de ramp nog altijd een gebeurtenis, wellicht trauma, die een belangrijke rol in hun leven speelt.  Het ruisen van de zee gaat over Anton Rentier. Op 31 januari 1953 is hij vijf jaar oud en woont met zijn ouders op een boerderij bij Ouwerkerk. Zijn vader probeert, met het zogenaamde dijkleger, de dijk te behouden en het water tegen te houden, maar komt niet meer thuis. Was hij nog op weg naar huis en heeft Anton hem in het water zien verdwijnen?

Anton en zijn moeder blijven samen over en hebben een sterke band met elkaar. Gepraat over de ramp wordt er echter nauwelijks, het verdriet en de vragen worden diep weggestopt. Moeder is een gelovige vrouw die ook hecht aan de tradities die in orthodox-gereformeerde kringen in ere worden gehouden. Anton krijgt hier steeds meer moeite mee. Hij is kritisch en stelt vragen waar hij geen bevredigende antwoorden op krijgt. Anton probeert zonder de relatie met zijn moeder echt op het spel te zetten, toch zijn eigen weg te vinden.

Het lukt hem echter pas na het overlijden van zijn moeder echt zijn eigen keuzes te maken.  Na zijn studie Nederlands wordt hij docent in Zierikzee en geeft met passie les over literatuur. Een nieuwe leerling, Claudia, zet zijn leven op zijn kop. Ze roept gevoelens in hem op waar hij als docent niet aan toe kan geven, maar daarnaast vooral herinneringen aan het verlies van zijn vader. Hij gaat beseffen dat zijn leven voor een groot deel toch is bepaald door de weggestopte emoties over de vraag naar de laatste momenten uit het leven van zijn vader. Waarom is hij niet teruggekomen bij zijn gezin toen het nog kon?

De omgang met Claudia is voor Anton een manier om een weg te zoeken in de verwerking van die emoties. Claudia gaat echter in Utrecht studeren en leidt haar eigen leven. Een enkele keer komt ze bij Anton op bezoek die aan die ontmoetingen zijn hart ophaalt.  Uiteindelijk komt Claudia bij Anton met het bericht dat ze zwanger is van iemand met wie ze haar leven niet gaat delen. Ze vraagt of Anton het kind wil erkennen en wil opvoeden, in ieder geval zolang zij studeert. Anton stemt daarin toe en neemt de zorg voor dochter Clara op zich. Dit ging mij wat te gemakkelijk, walst Anton niet opnieuw over bepaalde emoties bij zichzelf heen?

‘Het ruisen van de zee’ is zeker een geslaagd debuut van IJzelenberg.  Ze laat op overtuigende wijze zien wat de gevolgen van verlies en verdriet zijn als er niet voldoende ruimte wordt gegeven aan of genomen voor de emoties die worden opgeroepen. Mooi vond ik de passages waarin over de zee werd geschreven. De alles vernietigende kracht, maar ook de schoonheid en kalmte werden met treffende beelden verwoord. De wijze waarop Anton uiteindelijk afscheid neemt van het geloof uit zijn jeugd wordt met respect en integer beschreven. Ik heb Het ruisen van de zee met plezier gelezen!

Oswald, Debra | Z.G.A.N.

De Australische Debra Oswald is een allesschrijfster. Ze schrijft kinderboeken en schrijft voor film, televisie, toneel en radio. De laatste toevoeging aan dit rijtje is een roman, getiteld Z.G.A.N. (Zo Goed Als Nieuw). Z.G.A.N. is in 2015 bij Penguin uitgegeven met als originele titel Useful. 

Mechteld Jansen heeft met deze vertaling topwerk geleverd. Het boek opent absurd en droogkomisch. Sullivan (Sully) Moss heeft gefaald in zijn leven en probeert zelfmoord te plegen door van de drieëntwintigste verdieping te springen. Maar zelfs hierin faalt Sully.  Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed, ziet hoeveel er voor hem gezorgd wordt en beseft dat het zonde zou zijn geweest om zijn lichaam, vol met functionerende organen, kapot te laten vallen op de stoep.

Sully besluit om een van zijn nieren te doneren. Hiervoor moet hij wel zijn leven omgooien. Wat volgt is een poging om te veranderen. Niet alleen bij Sully, maar ook bij de mensen om hem heen, die allemaal vastzitten in hun rollen en patronen. Z.G.A.N. is een constante poging om uit deze rollen en patronen te stappen. Eén van de personages verwoordt het als volgt:

Ze geloofde niet dat er veel mensen waren die wezenlijk konden veranderen. De meeste mensen hebben maar weinig ruimte, alsof iedereen in zijn eigen tupperwarebakje leeft. Er was in dat bakje wel een beetje ruimte om te verschuiven, maar niet veel. (p. 312)

Z.G.A.N. begint met absurde situaties en veel droge humor. Langzaam verdwijnen de absurditeiten en maken ze plaats voor een serieuzer verhaal. De grappige stijl van Debra Oswald blijft echter ook in de serieuzere delen van Z.G.A.N. duidelijk aanwezig. In een interview zegt Debra “Waarom kan iets niet donker en doordacht zijn en tegelijk grappig en vol vreugde en speelsheid?”

Debra is geslaagd in het samenbrengen van deze donkere en lichte kant. Z.G.A.N. leest heerlijk, maar enkele kanttekeningen zijn wel op zijn plaats. Door het hele boek wordt met regelmaat gevloekt. Verder komt er veel seks voor in het boek. Het is dan wel weer sterk dat deze seks niet erotisch wordt beschreven, maar heel plat en zonder opsmuk.

Kortom, op het grove taalgebruik en de seks na is dit boek een absolute aanrader. Debra vertelt een serieus verhaal op een lichte toon. Ik kan niet wachten tot Debra een tweede roman schrijft!

Meijer, Eva | Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuisEva Meijer is een bijzonder veelzijdige dame. Ik som op en hoop maar dat je aan het eind van de opsomming nog steeds leest: Eva Meijer is beeldend kunstenaar, filosoof, schrijver en singer-songwriter. Daarnaast werkt ze aan haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. Ze is voorzitter van zowel de landelijke OZSW werkgroep dierethiek en Minding Animals Nederland. Tussen de bedrijven door houdt Eva dagelijks een weblog bij en treedt regelmatig op met proza en/of liedjes.

Ben je er nog? Mooi, want ook al wekt een dergelijk CV de indruk dat Eva Meijer eigenlijk niet kan kiezen en dus alles maar bij het eindje houdt, blinkt ze in het schrijven in elk geval uit (over de rest kan ik nauwelijks oordelen, hoewel ik nu zit te luisteren naar haar Regina Spektor-achtige muziek op Spotify die op het eerste gehoor goed klinkt). Een zo wijdlopige lijst van bezigheden zou ook het beeld op kunnen wekken dat het wel heel wilde, springerige lectuur zal zijn, maar ook dat is niet het geval.

Het vogelhuis gaat over Gwendolen (Len) Howard die opgroeit in een welgesteld Engels gezin rond de eeuwwisseling van de 19e en 20e eeuw. Een gezin waar vooral aandacht is voor de geneugten van ontspanning, gezelschap, cultuur en alcohol. Maar ook een gezin waarin de spanningen tussen de ouders duidelijk voelbaar zijn, waarbij de moeder vooral door haar drankgebruik onhebbelijk wordt. Persoonlijk interesseren Len en haar vader zich voor vogels. Gwen hoeft zich in principe geen zorgen te maken over geld en over de toekomst, maar een verliefdheid komt op een vervelende manier aan z’n eind en ze zoekt een zinvolle invulling voor het leven. Ze wordt concertvioliste en een goeie ook.

Haar violistenbestaan in Londen ontwikkelt zich positief. Ze krijgt een belangrijke plek in een van de betere orkesten van Londen en kan goed met de dirigent overweg. In 1937 neemt ze een vakantie en gaat ze logeren in een gehucht op het platteland, waar ze hernieuwde interesse voor de vogels aldaar opvat. Ze keert nog kort terug naar Londen, maar eigenlijk alleen om afscheid te nemen. Daarna gaat ze voorgoed op het platteland wonen en verdiept ze zich in de vogels aldaar en levert een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar vogels.

Het is een bijzonder boek en vooral de delen waarin ze op het platteland verkeert zijn bijna sereen. De manier waarop de relatie met haar ouders (met name haar moeder) verloopt en ook hoe haar liefdesleven uitpakt is juist het tegenovergestelde. Hoewel de wereld voor de vogels ook niet altijd van een leien dakje gaat, is die wereld toch een stuk voorspelbaarder. De belangrijkste vogel is op een bepaalde manier te spiegelen aan Len zelf: waar Len juist wegloopt uit haar familie, haar werkzame leven en uit de liefde, zoekt de mees Ster juist de confrontatie en eist ze een plek voor zichzelf op.

Een heerlijk boek om mee tot rust te komen. Meijer schrijft in korte zinnen helder proza en ze bouwt het verhaal mooi op, met eigen teksten van Len Howard erdoorheen. En Eva, als je toch ooit gaat kiezen: kies literatuur!