Sterk, Albertine | Weduwen huilen niet

boekomslag Weduwen huilen nietIn haar tweede roman Weduwen huilen niet neemt Albertine Sterk (1943) ons mee naar Rusland, boven de poolcirkel. De onderzeeër Koersk is verongelukt (NOS video) en een Nederlands bedrijf heeft de opdracht om het schip te bergen. Loe Stein wordt ingehuurd om te vertalen tussen het bergingsbedrijf en de weduwen van de omgekomen bemanning. Loe vertrekt vol onzekerheid naar Rusland, onwetend hoe het met haar minnaar Rogier gaat, die net een ongeluk heeft gehad. Als ze in Rusland aankomt krijgt ze met nog meer onzekerheid te maken. De weduwen lijken haar in eerste instantie niet te accepteren. Als Loe vervolgens wel geaccepteerd lijkt te worden, moet ze uitkijken om niet tegenover haar opdrachtgever (het bergingsbedrijf) te komen te staan.

Albertine Sterk (echte naam Bettie Kool) vertelt een origineel verhaal waarin ze het veelbeschreven thema verlies combineert met het thema onzekerheid. In de problemen van Loe en de weduwen zitten sterke parallellen. Loe heeft verdriet omdat ze haar minnaar achter heeft gelaten, maar zit ook met onzekerheid over hem. In die onzekerheid en in dat verdriet is zij helemaal alleen. De weduwen zitten natuurlijk ook met verdriet om hun verlies, maar ook met vragen. Hoe lang zijn de mannen in leven gebleven? Wat verzwijgt de overheid voor hen? De weduwen worden ondanks de hulp van Loe niet gehoord en staan alleen.

Sterk gebruikt korte zinnen en poëtische beschrijvingen zonder onleesbaar te worden.

Hijgend zakte ik neer op een van de bankjes bij het Historisch Museum. Op een koperen plaat naast de deur las ik dat het gesloten was. Terwijl ik uitkeek over de stad aan de baai probeerde ik op adem te komen. Ik zat niet lang alleen. Aan het eind van de bank schoof een oudere man aan. Een treurig lachje kreukelde zijn wangen terwijl hij van opzij even naar me keek. (p. 14)

Deze mooie beschrijvingen gebruikt Sterk veel minder voor de emoties van Loe en de mensen om haar heen. De schrijfstijl blijft dan ook redelijk zakelijk. Pas laat in het boek verandert dit en komen emoties naar boven drijven bij Loe en de weduwen. Of dit een bewuste keuze is (de titel is immers Weduwen huilen niet) kan ik niet zeggen. Het gebrek aan emoties in combinatie met een gebrek aan spanning zorgde ervoor dat ik pas rond de vijftigste bladzijde in het verhaal kwam. Gelukkig bleef Sterk daarna mijn aandacht vasthouden.

Weduwen huilen niet is geen boek dat in een top tien terecht zal komen, maar het is zeker wel de moeite waard om te lezen.

Budgen, Anne | Boven de straat hangt een witte lucht

Met Boven de straat hangt een witte lucht heeft Anne Budgen een zeer lezenswaardig boek geschreven. Het heeft de vorm van een dagboek. Fragmentarisch qua vorm, afgewisseld met stukjes uit Opwekkingsliederen, gedichtenflarden en Bijbelverzen. Het is het dagboek van Anna Meesink, een veertienjarig meisje dat opgroeit in een orthodox-christelijk gezin. Het boek begint op 17 januari 1993; je leest over drie pepermunten en twee guldens die klaarliggen op de keukentafel. Het is vlak voor kerktijd. Nog snel even de schoenen pakken die ergens onder het bed staan. Psalmboek in je tasje stoppen. Op de fiets springen en gaan! Boven de straat hangt een witte lucht. De lente komt eraan. Het is de voorbode voor het nieuwe leven dat Anna wacht.

Anne Budgen laat zien hoe in het streng-christelijke gezin scheuren beginnen te ontstaan. Vader en moeder gaan uit elkaar. Vader hoort stemmen. Oudste broer Han wil niet meer naar de kerk. Moeder gedraagt zich anders dan vroeger: minder streng, minder op regels gericht. Anna, beginnende puber, is gauw beïnvloedbaar, hoewel ze ook zelf nadenkt. Haar hoofd bevat wel honderd kamers en ze puilen allemaal uit. Zo chaotisch als ze is, zo ‘chaotisch’ is de structuur van dit boek. Wanneer haar buurvrouw haar uitnodigt eens mee te gaan naar de pinkstergemeente nemen de twijfels toe bij Anna over haar christelijke wortels, haar staan in het geloof, haar houding jegens God en christenen. ‘Ik heb de Heilige Geest ontvangen. Ik was in de pinkstergemeente en de preek was voor mij! Het ging over je helemaal aan Jezus geven en jezelf afleggen voor Zijn Aangezicht. Het gaat niet om ons maar om Hem.’

Nauwkeurig, gedetailleerd verwoordt Anna Meesink haar gevoelens en wat ze allemaal denkt, ervaart en meemaakt in het geloof. Haar vragen, haar kritische houding ten aanzien van de traditie, het komt allemaal voorbij. Ze laat zich meevoeren door de taal, door woorden en het Woord. (de Bijbel, red.) Op 4 september 1994 vertelt ze: ‘Vanochtend kreeg ik een woord tijdens de dienst in de pinkstergemeente. ‘Dochter, ik zie je worsteling met Mij en met Mijn Woord. Je twijfelt. Ga in het water zoals ook ik het water in ging en gedoopt ben.’ Was dat voor mij? (…) Ik voel soms weerstand. Dan ga ik alles analyseren…’

Boven de straat hangt een witte lucht is de debuutroman van schrijfster en dichteres Anne Budgen (1979). Opvallend vind ik dat dit verhaal verschenen is bij een niet-christelijke, meer algemene, toonaangevende uitgeverij. Het is een specifiek boekje geworden, christenen zullen zich herkennen in de taal die gebruikt wordt, de Bijbelverzen die geciteerd worden, de verschillende liederen die bij passende gelegenheden, situaties en omstandigheden opgetekend staan. De geloofstwijfel die uitgewerkt wordt in het leven van Anna is die van veel christenen wellicht. Het staan in een bepaalde traditie en de vraag naar schijn en zijn in het leven van christenen fungeert als een spiegel voor de ziel. De toon die Budgen gebruikt, is die van waardering en hier en daar een milde vorm van zelfspot. Negatief is ze nergens. Boven de straat hangt een witte lucht kan zich qua inhoud meten met Franca Treur.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet vermoed dat mensen die niets of niet veel op hebben met het christelijk geloof en het staan in een dergelijke traditie dit boekje zullen lezen. Daarvoor heb je toch inzicht nodig in en gevoel nodig voor de thematiek van het boek. Anne Budgen laat messcherp zien dat het helaas in veel kerken en bij veel christenen meer gaat om de buitenkant dan om de binnenkant, de vorm die overheersend is in plaats van de inhoud. Het leven van Anna toont aan dat de buitenwereld steeds meer vat krijgt op het innerlijke leven. En toch… helemaal loskomen van je christelijke wortels lukt je nooit. Die gedachte biedt uiteindelijk toch hoop en troost.

Ridder, de, Gabi | Breng me thuis

Gabi de Ridder is getrouwd en moeder van twee kinderen. Ze heeft een voorliefde voor eigentijdse christelijke romans in een Nederlandse setting. Breng me thuis is haar eerste roman.

Verhaallijn

Na het overlijden van de vader van haar dochtertje lijk het Linda Boshoven goed om de ouders van haar overleden vriend in te lichten over het bestaan van Ellie. Ze heeft een heftige verleden met haar vriend Fabian. De geheimzinnige  gebeurtenissen rondom het overlijden van Fabian hebben ook consequenties voor haar leven, ze is haar eigen leven ook niet zeker. Linda wil niet dat haar dochtertje helemaal niemand meer heeft op het moment dat haar leven in gevaar is. De brief zorgt voor een flinke beroering in het leven van de familie Van Heiningen maar ook in het leven van Linda zelf. Linda maakt kennis met de tweelingbroer van Fabian. In het begin loopt dit contact met Christiaan, de tweelingbroer, en de ouders van Fabian erg stroef. Ze stellen haar verantwoordelijk voor het overlijden van Fabian. Linda komt er achter dat ze niet weten wat er echt gebeurt is en Fabian’s overlijden niet verwerkt hebben. Het voornemen om de blik richten op de toekomst blijkt een illusie want de komst van Linda en Ellie in het leven van de familie Van Heijningen zorgt ervoor dat het verleden zich opdringt. Temidden van dit alles komt Linda tot de verwarrende ontdekking dat ze gevoelens heeft voor de tweelingbroer van Fabian. Maar Christiaan is hier niet blij mee en lijkt niet van plan Linda haar fouten te vergeven, totdat er iets onverwachts gebeurt met Linda en Ellie.

Breng me thuis is een boek wat opgebouwd is in drie delen met elk een afzonderlijke titel. De auteur laat de spanning goed door het hele verhaal lopen doordat mysteries pas laat worden opgelost. Het verhaal heeft meerdere onverwachte wendingen met daar tussendoor knap geschreven flashbacks. De gelijkenis van de verloren zoon, waarin de oudste zoon niet bepaald vergevingsgezind is, komt in het boek steeds weer terug. De Ridder laat op een onverwachte manier de kracht van het christelijk geloof zien, dat niet alleen levens verandert, maar waardoor mensen zelfs hun leven geven voor dat van een ander. Breng met thuis is een goed verhaal over de kracht van vergeving. Ik ben van mening dat de Ridder met dit boek wel bewezen heeft dat ze schrijverstalent heeft en ben dan ook nieuwsgierig naar haar volgende romans.

Mysliwski, Wieslaw | Steen op steen

Met Steen op steen heeft de Poolse auteur Myśliwski een geweldig boek geschreven. Het vraagt wel wat van de lezer. Myśliwski gaat heel associatief te werk: hij knoopt herinnering aan herinnering, anekdote aan anekdote en je moet er echt je aandacht bij houden om in zijn gedachtestroom mee te gaan. Het is de inspanning echter ruimschoots waard!

Hoofdpersonage Szymek Pietruszka keert na een lange periode in het ziekenhuis terug in zijn geboortedorp met het plan om een graf van steen te bouwen waarin zijn hele familie, namelijk zijn ouders, broers en hijzelf, (her)begraven kunnen worden.  Dit gegeven loopt als een soort rode draad door het hele verhaal en daarnaast vertelt Szymek, als ik-persoon, over zijn leven. Gebeurtenissen uit zijn jeugd worden afgewisseld met belevenissen uit zijn partizanentijd in de Tweede Wereldoorlog. Naast allerlei verhalen over zijn eigen leven, vertelt hij over dorpsgenoten, familieleden, medepartizanen om vervolgens weer in zijn eigen leven terug te keren.

Je krijgt in Steen op steen een beeld van de omstandigheden op het platteland van het vooroorlogse Polen. Je leeft mee in de bittere strijd van de partizanen tegen de Duitse overheersers. Het opent je ogen voor de lijdensweg van de Poolse bevolking onder de Duitse bezetting. Het geeft inzicht in het leven van de Polen tijdens de periode van de communistische dictatuur waarin oude katholieke tradities botsen met de opvattingen van de machthebbers.

Myśliwski wisselt filosofische opmerkingen af met humoristische beschrijvingen van bijvoorbeeld Szymecs kwajongensstreken en de rauwe werkelijkheid van het boerenbestaan.  Aangrijpend vond ik het gedeelte waarin de vader van Szymek de zinloosheid van oorlog verwoordt. ‘Waar zouden we dan voor moeten vechten? We ploegen, we zaaien, we maaien, wie zijn wij tot last? Een oorlog zal de wereld niet veranderen. Ze zullen elkaar alleen uitmoorden en het zal zijn zoals het was voor de oorlog. En weer zullen het de boeren zijn van wie er het meest in de grond achterblijven. En niemand zal zich ook maar herinneren dat ze hebben gevochten en waarvoor. Want gedenkstenen of boeken laten boeren niet achter, enkel tranen.’

Myśliwski’s taalgebruik is ongepolijst, grof soms, maar wel passend bij de keiharde werkelijkheid die door Myśliwski beschreven wordt.

‘Steen op steen’ is bij uitstek een boek voor lezers die van historische en psychologische romans houden en graag willen nadenken over wat ze lezen. Daarbij moeten ze bereid zijn om zich mee te laten nemen in de gedachtespinsels van de hoofdpersoon en zo af en toe een stukje te herlezen om het echt te begrijpen. Het prachtige verhaal is dit alleszins waard!

Mak, Geert | De levens van Jan Six

De levens van Jan Six - Geert MakGeert Mak z’n nieuwste boek gaat over Jan Six. Hij is het schoolvoorbeeld van een 17e eeuwse, geslaagde man. Hij kwam op 14 januari 1618 ter wereld. Hij maakte deel uit van een rijke familie die lakens verfde en daar geld als water mee verdiende. Jan was niet gemaakt voor dergelijk vakmanschap en hield zich vooral bezig met kunst, literatuur en het bestuur van de stad.

Hoewel de kunst en de literatuur zijn hele leven belangrijk voor hem bleven, stak hij er vooral in zijn jonge, ongehuwde jaren veel tijd in. Ook hij maakte de reis naar Italië, zoals zoveel van zijn tijdgenoten deden. Het doel van de reis was het opbouwen van een zakelijk netwerk, maar ook het opdoen van culturele bagage. Jan geniet met volle teugen en als hij terug is in Amsterdam maakt hij al snel naam als cultuurkenner en verzamelaar (hij kaapte met zijn bijna onbeperkte financiële kracht menigmaal een cultuurschat onder de neus van concurrenten weg).

Maar er moet een vrouw in zijn leven komen. Er moet, schrijf ik, want het huwelijk is duidelijk heel strategisch gesloten. Het gaat om de dochter van Nicolaes Tulp, een van de invloedrijkste burgermeesters van Amsterdam van die tijd. Wel invloed, niet zoveel geld was een uitstekende keus voor Jan, die veel geld had, maar nog wel wat invloed wilde. Daarna raakt de kunst wat meer achterop en is Jan vooral bezig het politieke spel te spelen en bestuurlijke (lees lucratieve) functies veilig te stellen voor zichzelf en zijn vriendjes.

Ook de vriendschap van Jan Six met Rembrandt van Rijn komt duidelijk in het boek naar voren. Dat is helaas niet gunstig voor Rembrandt, want die komt weliswaar geniaal in beeld, maar vooral ook als onbetrouwbaar, schuldenmakend, harteloos en asociaal.

Prachtig laat Geert Mak zien hoe Jan Six zich ontwikkelt van losse jongeman, die vooral feest viert en achter de vrouwen aanzit (of in elk geval één) tot een man die zijn verantwoordelijkheid neemt in zijn dagelijks leven, zijn huwelijk en in de stad. Six dient zo als een mooi exempel om een hele tijd door te lichten.

Geert Mak beschrijft vervolgens ook de afstammelingen van Jan Six, maar die staan toch vooral in de schaduw van hun machtige voorvader. Opvallend is wel dat ze vrijwel allen steeds opvallen in hun omgeving en altijd weer een vooraanstaande plek pakken, hetzij in het maatschappelijke, hetzij in het zakelijke leven.

Fantastisch boek. Het enige waar ik me een beetje aan stoorde in dit boek is de vele speculaties die Mak maakt, over liefdes van Jan, over de gunsten die hij kreeg of verleende, enzovoort. Vaak in de vragende vorm, maar wat mij betreft toch te speculatief. Daar bediende hij zich in eerdere boeken een stuk minder van.

Wolters, Octavie | Voorland

Octavie Wolters (1977) studeerde af in moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar debuut is getiteld: Voorland.

‘Het was het eeuwige ritme van de aarde. Het afsterven, de wedergeboorte, als een aangeslagen toon waarin voor altijd de grondtoon van een lagere octaaf doorklinkt. En de mens in wie, telkens opnieuw, het land zich verankerde. Alles anders, alles hetzelfde.’

Het land, het Limburgse land, is begin- en eindpunt van de proloog. Diep indringende landschapsbeschrijvingen beroeren de zintuigen van de lezer. Het is de rivier zelf, meanderend door het heuvellandschap, die de lezer meetrekt in de emoties van de verhaalpersonages. Het is de kerk op de heuvel, overal bovenuit stekend, die het bewijs van het verleden is, ‘dat niets ooit voorbijgaat en dat alles aan elkaar verbonden is, een lange keten van schakels die haast onzichtbaar, op het scherp van de snede aan elkaar gesmeed zijn.’

Het eerste deel van Voorland begint op 5 april 1969. Wolf Haasting verwekt zijn kind. ‘Ik wil geen kind, het is niet goed.’ Op datzelfde moment blaast aan de andere kant van het dorp zijn vader, Willem, zijn laatste adem uit. Zijn vrouw Johanna is enig getuige. Een slopend ziekbed maakt een eind aan het leven van vader Willem. De oogstrelende woorden die Octavie gebruikt om dit proces zichtbaar en voelbaar te maken en de schitterende details in het ziekenkamertje (de piëta op het kastje, de parfumflesjes op een rij en de spiegel op de lage kast) vormen de opmaat naar meer. Tegen het eind van het boek komen dezelfde details terug, maar dan in een ander tijdperk, in het leven van de kleinzoon van Willem en zoon van Wolf, Otto.

Na de dood van vader en tijdens de zwangerschap van Heleen, Wolfs vrouw, trekt Wolf zich geregeld terug in zijn domein, het biologielokaal van de school waar hij werkzaam is als biologiedocent. Hier voelt hij zich geborgen, hier voelt hij zich in zijn element samen met de tetra’s in zijn aquarium. Zij zijn voor hem als kinderen, kinderen die hij niet wenst. De liefde voor de tetra’s en zijn machteloze liefdeloosheid jegens Otto worden poëtisch beschreven in Voorland.

Naarmate het boek vordert, we hebben dan al de nodige tijdswisselingen gehad (1968 en 1969 wisselen elkaar af), belandt de lezer in het tweede deel, eind jaren negentig van de 20e eeuw. Hierin zien we dat Otto volwassen wordt en zelf ook een kind verwekt bij zijn vrouw, An. Otto is inmiddels archeoloog en krijgt de opdracht om in het zuiden van het land een opgraving te doen. Hij belandt hierdoor weer in zijn vroegere dorp waar hij is opgegroeid. Ook hier poëtische flashbacks die inzicht geven in gevoelens en gedragingen van de verschillende, treffend uitgewerkte, karakters.

Op het eind van het verhaal maak je de sprong naar 2015 in de epiloog. Hier maak je kort kennis met Ude, de dochter van Otto en An. Het boek eindigt waar het mee begon, met een rake toevoeging waarmee de thematiek van het verhaal binnendreunt: ‘Alles anders, alles hetzelfde, altijd nu.’ De eeuwige cycli van leven en dood, van het ene geslacht dat gaat en het andere geslacht dat komt, het gevoel dat alles verandert in en om je heen en tegelijk alles hetzelfde blijft, is zo bijzonder verwoord, dat je dit alleen maar zelf kunt genieten en bewonderen.

Voorland is uitermate geschikt om gelezen te worden door scholieren uit de bovenbouw van havo en VWO. Er is sprake van een pakkende stijl van schrijven, vele motieven (die ik nu niet verklap, kom daar zelf maar achter), een geweldig thema, fraai uitgewerkte karakters, schitterende tijdssprongen en poëtisch proza.

‘De kist zakte in de diepte. Het gat sperde haar muil open en slokte het lichaam voor eeuwig op. Het land dat tot zich nam…’

 

 

 

 

Coetzee, J.M. | De schooldagen van Jezus

J.M. Coetzee - De schooljaren van JezusCoetzee won in 2003 de nobelprijs voor de literatuur. De schrijver uit Zuid-Afrika staat bekend om zijn eenvoudige stijl: hij schrijft korte zinnen, besteedt weinig tijd aan sfeerbeschrijvingen en heeft ijzersterke dialogen. Toch weet hij vaak belangrijke thema’s dichtbij te brengen door zijn toegankelijke stijl.

In dit boek, dat een vervolg is op De kinderjaren van Jezus, groeit het jongetje David verder op en moet er een school voor hem worden gevonden. David komt terecht op een school die het accent legt op dans en via dansen voor de sterren probeert uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit. Dat klinkt tamelijk absurd in de oren van pleegvader Simon, de pleegvader van David, die zichzelf geen houding meer weet te geven. Ook de pleegmoeder, Ines heeft moeite met de schoolkeuze van haar pleegzoon. Het is een school die in alle opzichten vreemd opereert (kinderen gaan op jonge leeftijd intern terwijl ze in dezelfde stad wonen, ze gaan een weekendje weg naar een naturistenstrand), maar David voelt zich er als een vis in het water en deelt mee dat men hem begrijpt.

De schoolloopbaan van David lijkt een abrupt einde te krijgen als zich een schokkende gebeurtenis op school voordoet en Simon verwacht dat David nu wel een afschuw van de school zal krijgen. Maar zelfs dan houdt David vast aan zijn voorkeur.

Het boek lijkt over Jezus te gaan, maar nergens in het boek wordt Hij genoemd. Toch zijn bepaalde elementen heel herkenbaar: twee gewone mensen die een heel bijzonder kind moeten opvoeden, die hen in alles te slim af lijkt te zijn. De pleegvader, Simon, probeert zijn zoon puur rationeel op te voeden en voert zeer geduldig socratische gesprekken met hem. Maar zelfs deze geduldige man, die bijna nooit zijn zelfbeheersing verliest kan niet op tegen de onbevangen, bijna onwerkelijke vragen van zijn pleegzoon. Dit hoofdthema lijkt vooral terug te voeren op de twaalfjarige Jezus in de tempel.

Waar vader probeert verstandig te zijn, geeft zoon voluit de voorkeur aan het gevoel en de ziel en sluit zijn vader dan ook voortdurend buiten. De lezer voelt de frustratie mee en meteen dringt zich de vraag op: hoe zou ik met Jezus zijn omgegaan als ik hem zou hebben ontmoet? Ook ander personages en situaties in het boek doen aan het leven van Jezus denken. De vergevingsgezindheid van David, de pleegouders die voortdurend de herkomst van hun kind thematiseren, een lerares op school heet Ana Magdalena.

Het mooie is wel dat vader niet opgeeft om zijn zoon te begrijpen en zichzelf uiteindelijk voorzichtig openstelt voor de wereld van zijn kind en aan het eind gloort een begin van begrip. Ik verwacht nog een deel in deze serie. Hopen dat dat geen drie jaar duurt.

Rowley, Steven | Lily en de octopus

.

Lily en de octopus is een verhaal dat mij enorm geraakt heeft maar tegelijk op afstand hield. Lily is de twaalfjarige teckel van Ted Flask en het hoofdpersonage van het boek. Ted is een homoseksueel die het geluk in de liefde (nog)  niet gevonden heeft en Lily is in zeker opzicht een plaatsvervanger voor een menselijke partner.

De conversaties tussen Ted en Lily worden met humor beschreven en de wijze waarop man en hond samen een spelletje Monopoly spelen is ronduit komisch. Hun geluk wordt echter bedreigd: ‘De octopus heeft stevig beet en klemt zich vast boven haar oog. [….] De octopus lijkt zowel kwaad als misplaatst. “Agressief” is misschien een beter woord. Alsof hij zichzelf aankondigt en zijn ruimte opeist. Ik ga niet liegen. Hij is even angstaanjagend als verbijsterend. Ik heb eens ergens een filmpje gezien van een octopus die zich zo goed op de oceaanbodem wist te camoufleren dat hij volkomen onzichtbaar was, tot er een onfortuinlijke wulk of krab of slak langskwam en hij opdook, om met dodelijke precisie toe te slaan. […] Als je hem eenmaal had gezien kon je hem eigenlijk niet meer níét zien – […].’

Lily heeft een tumor op haar kop, in Teds woorden een octopus die haar met zijn tentakels in zijn greep houdt. Ted gaat de strijd aan. Hij wil Lily, die we in flashbacks zien opgroeien van puppy tot de bejaarde hond die ze nu is, niet opgeven.  De eenzaamheid die hem wacht zonder Lily is te groot om onder ogen te kunnen zien en daarom zal de monsterlijke octopus vernietigd moeten worden.  Een bizarre strijd volgt waarbij je in een fantasiewereld terecht komt die het verhaal wat mij betreft enigszins aan kracht doet verliezen.

Het knappe in Lily en de octopus vind ik de wijze waarop je door Steven Rowley geconfronteerd wordt met mogelijk verlies van een geliefd dier (of persoon…). De onaanvaardbaarheid, het niet willen of kunnen loslaten, wordt zo beschreven dat je meevoelt, zelfs meestrijdt. Uiteindelijk moet Ted het gevecht opgeven en laat hij Lily los. ‘Ze was twaalf en een half in echte jaren, wat zevenentachtig in hondenjaren is. Ik ben tweeënveertig, oftewel tweehonderdvierennegentig. We hebben twaalf prachtige jaren samen gehad. Oftewel vierentachtig in hondenjaren. […] Er werd hartstochtelijk van je gehouden.’

Ted, die het in alle opzichten van het hier en nu moet hebben, pakt zijn leven weer op. Hij ontmoet Byron aan wie hij zijn verhaal over Lily vertelt en daarmee eindigt het verhaal toch hoopvol voor Ted. Persoonlijk vind ik het ontbreken van een perspectief dat verder reikt dan het leven van geboorte tot sterven echter schrijnend.

Eenzaamheid, verlangen naar geluk, liefde, angst voor lijden en dood zijn trefwoorden in Lily en de octopus. Rowley verstaat de kunst om je te raken. Hij raakte mij echter kwijt toen de strijd tegen de octopus bizarre vormen aannam en de verhaalwerkelijkheid opging in een fantasiewerkelijkheid.

Sexton Reid Sue | Het schoentje van Rosie

Sue Reid Sexton, het schoentje van Rosie

Sue Reid Sexton woont in Glasgow en werkte daar met oorlogsveteranen en mensen met andere trauma’s. ”Het schoentje van Rosie” is haar debuutroman.

Verhaallijn

Het is maart 1941. Het verhaal speelt zich af in Clydebank een klein industriestadje onder de rook van Glasgow. Lenny Gillespie is alleen thuis met haar 4-jarige zusje Rosie. Dan gaan de sirenes af, deze keer is het geen loos alarm en vallen er ontzettend veel bommen op de stad. Lenny en Rosie moeten naar de schuilkelder maar opeens is Rosie kwijt. Urenlang loopt Lenny te zoeken naar haar zusje. ’’Ik was kletsnat en mijn onderbroek schuurde tegen mijn benen. Ik had mijn vest strak om mij heengetrokken, rondgekeken op het station en overal haar naam geroepen. Geen Rosie.’’ Lenny maakt zich grote zorgen. Wat zal mama wel niet zeggen wanneer ze thuis komt. Want zij had op haar zusje moeten passen en nu is ze zoek in de steeds groter wordende vlammenzee. Dan is daar opeens meneer Tait hun overbuurman samen met Lenny’s juf. Zij ontfermen zich over Lenny, halen haar uit de vuurzee en nemen haar mee naar een klein dorpje een paar kilometer verderop. Daar zijn ze veilig, maar Rosie is nog steeds niet gevonden. Ze probeert meneer Tait over te halen terug te gaan naar Clydebank om Rosie te zoeken. Maar meneer Tait zegt dat het te gevaarlijk is. Ten einde raad gaat Lenny alleen terug naar Clydebank om in de puinhopen haar zusje te zoeken.

‘’Het schoentje van Rosie’’  is een aangrijpend verhaal. Soms zelfs zo aangrijpend dat ik even moest stoppen met lezen, omdat de gruwelijke verwoesting tot in detail beschreven word. Sue Reid sexton heeft het verhaal vanuit een 9-jarig meisje geschreven, maar toen ik aan het lezen was vond ik dat het meisje wel erg volwassen is in haar beleving. Dit doet niet helemaal recht aan het feit dat het om een kind van 9 jaar gaat. Daarnaast is het boek een beetje warrig, gebeurtenissen lopen heel snel in elkaar over zonder dat er dingen opgelost zijn. Tijdens het lezen was het soms lastig om dan bij te houden wat er allemaal gebeurde. Toch heeft Sexton met dit boek een krachtig verhaal geschreven en tegelijkertijd een stem gegeven aan alle andere kinderen die een bombardement hebben meegemaakt. Daarnaast laat ze iets zien van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van een kind. Dat vind ik heel knap gedaan.

Konar, Affinity | Mischling

afbeelding-mischlingBoeken over de Tweede Wereldoorlog, verzet, vervolging van joden en het leed in de concentratie- en vernietigingskampen zijn er in overvloed. Je zou zeggen: niets nieuws onder de zon met dit boek van Affinity Konar. Niets is echter minder waar, want in Mischling zien we het grote verhaal van het lijden teruggebracht tot het  unieke, intieme en persoonlijke verhaal van Perle en Stacha.

Perle en Stacha zijn een tweeling en hebben een gemengd Arisch-Joodse achtergrond. Samen met hun moeder en opa komen ze in 1944 in Auschwitz terecht waar dokter Josef Mengele zijn gruwelijke experimenten op gevangenen uitvoert.  Stacha en Perle zijn vanwege hun blonde haren en bruine ogen een interessant geval voor Mengele. Ze komen daarom als proefkonijnen in de zogenaamde ‘dierentuin’ terecht.

Konar verzwijgt de gruwelijkheden niet, maar de nadruk ligt vooral op de wijze waarmee Perle en Stacha proberen met alle pijn en verdriet om te gaan. Konar laat zien hoe ze elkaar steunen, zich verantwoordelijk weten voor elkaar  en zich zo nodig terugtrekken in hun eigen werkelijkheid.  ‘Je moest hier plannen smeden om te overleven, dat had ik al wel begrepen. Ik besefte dat Stacha en ik de verantwoordelijkheden goed moesten verdelen. […] Stacha zou het grappige, de toekomst en het kwade op zich nemen. Ik nam het verdrietige, het verleden en het goede.’ De totale werkelijkheid was te verschrikkelijk om te bevatten.

Je leest het verhaal afwisselend vanuit het perspectief van Stacha en Perle.  Konar weet de verschillen tussen beide zusjes knap weer te geven.  Ze geeft de meisjes hun eigen stem in het verhaal en laat zo zien dat de meiden van elkaar verschillen in de wijze waarop ze omgaan met hun ellende.

Op een gegeven moment  wordt Perle door Mengele meegenomen en verdwijnt volledig uit het zicht. Stacha is ten einde raad en sluit zich op in zichzelf. Ze kan echter niet geloven dat haar zusje, een deel van haarzelf, gestorven zou zijn. Vlak voor de bevrijding van Auschwitz wordt Stacha meegenomen op één van de zogenaamde dodenmarsen. Samen met  Feliks, eveneens helft van een tweeling, weet ze aan de aandacht van de bewakers te ontsnappen. Stacha en Feliks trekken samen verder en beginnen een dubbele zoektocht. Ze zoeken zowel  Perle als Mengele die ze willen doden om alles wat hij hun heeft aangedaan. Het verhaal heeft een verrassend einde waarmee Konar laat zien dat hoop en liefde het winnen van het ultieme kwaad waarmee Stacha en Perle geconfronteerd werden.

Mischling is een op ware feiten gebaseerd verhaal over de verschrikkingen in Auschwitz en tegelijkertijd een ontroerend verhaal over een tweeling die zo met elkaar verbonden is dat ze elkaars pijn kunnen voelen. Juist het feit dat het grote verhaal klein gemaakt wordt tot het verhaal van twee meisjes, zorgt ervoor dat het verhaal je raakt. Je kunt Mischling niet alleen lezen als een stukje geschiedenis dat nooit vergeten mag worden. Je raakt absoluut betrokken bij het leed van twee kinderen: Stacha en Perle.