IJzelenberg, Catharina | Het ruisen van de zee

Het ruisen van de zee, een roman waarin De Ramp nog niet voorbij is. De watersnoodramp van 1953 staat in ons nationale geheugen gegrift. In de getroffen gebieden word je eraan herinnerd door gedenktekens voor de slachtoffers, een museum, een route langs plaatsen die een bijzondere herinnering oproepen. De sindsdien aangelegde Deltawerken zijn onze nationale trots en hebben in zekere zin de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden ontsloten met alle mogelijkheden van dien.

Voor mensen die de ramp zelf meegemaakt hebben, zoals Catharina IJzelenberg als klein meisje, is de ramp nog altijd een gebeurtenis, wellicht trauma, die een belangrijke rol in hun leven speelt.  Het ruisen van de zee gaat over Anton Rentier. Op 31 januari 1953 is hij vijf jaar oud en woont met zijn ouders op een boerderij bij Ouwerkerk. Zijn vader probeert, met het zogenaamde dijkleger, de dijk te behouden en het water tegen te houden, maar komt niet meer thuis. Was hij nog op weg naar huis en heeft Anton hem in het water zien verdwijnen?

Anton en zijn moeder blijven samen over en hebben een sterke band met elkaar. Gepraat over de ramp wordt er echter nauwelijks, het verdriet en de vragen worden diep weggestopt. Moeder is een gelovige vrouw die ook hecht aan de tradities die in orthodox-gereformeerde kringen in ere worden gehouden. Anton krijgt hier steeds meer moeite mee. Hij is kritisch en stelt vragen waar hij geen bevredigende antwoorden op krijgt. Anton probeert zonder de relatie met zijn moeder echt op het spel te zetten, toch zijn eigen weg te vinden.

Het lukt hem echter pas na het overlijden van zijn moeder echt zijn eigen keuzes te maken.  Na zijn studie Nederlands wordt hij docent in Zierikzee en geeft met passie les over literatuur. Een nieuwe leerling, Claudia, zet zijn leven op zijn kop. Ze roept gevoelens in hem op waar hij als docent niet aan toe kan geven, maar daarnaast vooral herinneringen aan het verlies van zijn vader. Hij gaat beseffen dat zijn leven voor een groot deel toch is bepaald door de weggestopte emoties over de vraag naar de laatste momenten uit het leven van zijn vader. Waarom is hij niet teruggekomen bij zijn gezin toen het nog kon?

De omgang met Claudia is voor Anton een manier om een weg te zoeken in de verwerking van die emoties. Claudia gaat echter in Utrecht studeren en leidt haar eigen leven. Een enkele keer komt ze bij Anton op bezoek die aan die ontmoetingen zijn hart ophaalt.  Uiteindelijk komt Claudia bij Anton met het bericht dat ze zwanger is van iemand met wie ze haar leven niet gaat delen. Ze vraagt of Anton het kind wil erkennen en wil opvoeden, in ieder geval zolang zij studeert. Anton stemt daarin toe en neemt de zorg voor dochter Clara op zich. Dit ging mij wat te gemakkelijk, walst Anton niet opnieuw over bepaalde emoties bij zichzelf heen?

‘Het ruisen van de zee’ is zeker een geslaagd debuut van IJzelenberg.  Ze laat op overtuigende wijze zien wat de gevolgen van verlies en verdriet zijn als er niet voldoende ruimte wordt gegeven aan of genomen voor de emoties die worden opgeroepen. Mooi vond ik de passages waarin over de zee werd geschreven. De alles vernietigende kracht, maar ook de schoonheid en kalmte werden met treffende beelden verwoord. De wijze waarop Anton uiteindelijk afscheid neemt van het geloof uit zijn jeugd wordt met respect en integer beschreven. Ik heb Het ruisen van de zee met plezier gelezen!

Schutt, Bill | Hellepoort

Twee voor mij volstrekt onbekende auteurs hebben een aardig verhaal neergezet: Bill Schutt en J.R. Finch schreven samen Hellepoort. Een fraaie mix van griezelen, oorlogsspanning en een vleugje thriller. Feiten en fictie worden prima vermengd. Vandaar dat je achterin het boek ook een uitgebreid nawoord kunt vinden waarin helder uiteengezet wordt wat nu feit en wat nu fictie is. Zo blijkt Bill Schutt zelf twee kolonies vampiervleermuizen verzorgd te hebben tijdens zijn studie aan Cornell University.

Het verhaal speelt zich af in 1944. De proloog start om precies te zijn op 16 februari 1944 aan de oevers van de rivier de Gniloy Tikich in Oekraïne. Dit gebied staat bekend als de Hellepoort: ‘Alleen de generaals wisten dat vijfenzestigduizend Duitse soldaten nu nagenoeg omsingeld waren in een saillant die diep uitstulpte in de Russische linies. Historici zouden deze saillant ( een uitstulping aan de frontlijn, red.) later de Tsjerkasy-pocket noemen. Voor degenen die daar ingesloten zaten, voor de mannen die het zouden overleven, zou het voor altijd bekend staan als de Hellepoort.’ Tijdens deze slag zien de soldaten ineens dat er vanuit de lucht meerdere parachutes worden gedropt met containers eronder bungelend. Na opening van deze containers komen de manschappen in aanraking met een korrelige substantie die naar bloemen ruikt. Het blijkt om een verschrikkelijk biologisch/chemisch wapen te gaan. Duizenden mannen creperen doordat ze in aanraking komen met deze stof.

Vanaf hoofdstuk 1 (met telkens een gedetailleerde tijdsaanduiding erboven) gaan we een maand terug in de tijd en maak je kennis met kapitein MacCready. Hij krijgt de opdracht naar Brazilië te gaan en daar in het onherbergzame gebied rond de Amazone, diep in de jungle, zich te voegen bij zijn jeugdvriend en medewetenschapper Bob Thorne. Deze Bob leidt een teruggetrokken bestaan met zijn vrouw Yanni, een inheemse. Zij heeft bepaalde mysterieuze gaven en bijzondere kennis die later in het verhaal duidelijk wordt. Ze maken gezamenlijk een tocht naar een oeroude, in de mist verscholen vallei waar ze geconfronteerd worden met Duitse soldaten en een Japanse geleerde. Over welke geheimen beschikken de nazi’s daar? Wat speelt zich af in de doordringende en verstikkende mist?

Behalve dit geheimzinnige gegeven is er een verlaten onderzeeboot gevonden in een baai diep in de jungle. Nadat al een elite-eenheid van Rangers erop af gestuurd is (die vervolgens spoorloos verdween) is het de beurt aan MacCready om de zaak op te klaren. Wat heeft het een met het ander te maken? In een goed geschreven, spannend verhaal nemen de beide auteurs je mee op reis door de Braziliaanse jungle in de wetenschap dat er diep in het oerwoud iets zich verborgen houdt. Iets waar je nooit mee in aanraking zou willen komen.

Vuuren, Jet van | Papadag

Mijn eerste kennismaking met Jet van Vuuren is een stevige. Papadag is haar jongste vrouwenthriller. En wat voor een! Het was, eerlijk gezegd, toeval dat ik dit boek las. Ik kreeg het boek toegezonden door Karakter Uitgevers te Uithoorn. Niet aangevraagd, toch gekregen. Dat mag vaker gebeuren…

De cover toont een jonge vrouw in het wit, lopend naar de waterkant. Het gevoel dat ze op zoek is naar de ultieme bevrijding bekroop me, nog voor ik het boek las. In zekere zin een symbolische voorkant. Mooi! Dit negende boek van Jet van Vuuren, Papadag, is opnieuw gesitueerd rond een vrouwelijke hoofdpersoon. De kans dat ik me niet goed zou kunnen identificeren met haar ligt voor de hand. Toch is het Jet gelukt. Dat pleit voor haar. Je wordt van begin af aan het boek ingezogen, ingesleurd. Een messcherp plot ontvouwt zich voor je geestesoog.

In Papadag beschrijft Jet van Vuuren al relatief snel hoe Maud, de hoofdpersoon, denkt over haar moeder Heleen, de andere hoofdpersoon in het verhaal: ‘Ik noem mijn moeder ‘ma’, een benaming waar ze een hekel aan heeft. Als kind zei ik ‘mama’, wat later ‘mam’ werd. Na de scheiding wilde ze dat ik haar Heleen ging noemen. Ondenkbaar vond ik dat. Ik zie haar niet als mijn gelijke en zeker niet als mijn vriendin. Ze is mijn moeder, een slechte moeder, en daarom verdient ze het om kortweg ‘ma’ genoemd te worden. De minachting die in het woord doorklinkt was mijn enige wraak tot nog toe.’

Maud heeft de zorg voor haar dementerende moeder op zich genomen en neemt haar intrek vanuit het Zeeuwse in een flatgebouw, vlakbij haar moeder. Maud handelt niet alleen vanuit nobele motieven, maar is in feite op de vlucht voor een stalker. Bittere noodzaak dus! Via Facebook en andere kanalen wordt ze gechanteerd met informatie uit het verleden van haar moeder. Wie is haar moeder eigenlijk? En klopt het dat ze haar bloedeigen zus vermoord heeft? Vele zaken die het daglicht niet kunnen verdragen in deze razendspannende thriller…

Papadag is geschreven vanuit wisselende perspectieven in wisselende tijdsperioden. Om het heden te kunnen volgen en begrijpen, is het heel belangrijk dat je de geschiedenis kent. Vooral de psychologische kant van het verhaal, de druk, de stress en de aanhoudende onzekerheid over het lot van diverse personages verhogen de suspense erg. Een beetje sterk in de schoenen moet je wel staan om de thematiek van het verhaal en de soms gruwelijke omstandigheden aan te kunnen, met name het eind is echt zwaar. Een pluspunt is ook dat Jet heeft gekozen voor een originele setting: op en om de roeibaan en roeiclub. Aan het eind van het boek vallen de spreekwoordelijke puzzelstukjes bijna allemaal op zijn plaats. Toch blijf je licht onbevredigd achter. Een tikje gedesillusioneerd. Dit is wat mij betreft de kracht van Jet van Vuuren.

Oswald, Debra | Z.G.A.N.

De Australische Debra Oswald is een allesschrijfster. Ze schrijft kinderboeken en schrijft voor film, televisie, toneel en radio. De laatste toevoeging aan dit rijtje is een roman, getiteld Z.G.A.N. (Zo Goed Als Nieuw). Z.G.A.N. is in 2015 bij Penguin uitgegeven met als originele titel Useful. 

Mechteld Jansen heeft met deze vertaling topwerk geleverd. Het boek opent absurd en droogkomisch. Sullivan (Sully) Moss heeft gefaald in zijn leven en probeert zelfmoord te plegen door van de drieëntwintigste verdieping te springen. Maar zelfs hierin faalt Sully.  Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed, ziet hoeveel er voor hem gezorgd wordt en beseft dat het zonde zou zijn geweest om zijn lichaam, vol met functionerende organen, kapot te laten vallen op de stoep.

Sully besluit om een van zijn nieren te doneren. Hiervoor moet hij wel zijn leven omgooien. Wat volgt is een poging om te veranderen. Niet alleen bij Sully, maar ook bij de mensen om hem heen, die allemaal vastzitten in hun rollen en patronen. Z.G.A.N. is een constante poging om uit deze rollen en patronen te stappen. Eén van de personages verwoordt het als volgt:

Ze geloofde niet dat er veel mensen waren die wezenlijk konden veranderen. De meeste mensen hebben maar weinig ruimte, alsof iedereen in zijn eigen tupperwarebakje leeft. Er was in dat bakje wel een beetje ruimte om te verschuiven, maar niet veel. (p. 312)

Z.G.A.N. begint met absurde situaties en veel droge humor. Langzaam verdwijnen de absurditeiten en maken ze plaats voor een serieuzer verhaal. De grappige stijl van Debra Oswald blijft echter ook in de serieuzere delen van Z.G.A.N. duidelijk aanwezig. In een interview zegt Debra “Waarom kan iets niet donker en doordacht zijn en tegelijk grappig en vol vreugde en speelsheid?”

Debra is geslaagd in het samenbrengen van deze donkere en lichte kant. Z.G.A.N. leest heerlijk, maar enkele kanttekeningen zijn wel op zijn plaats. Door het hele boek wordt met regelmaat gevloekt. Verder komt er veel seks voor in het boek. Het is dan wel weer sterk dat deze seks niet erotisch wordt beschreven, maar heel plat en zonder opsmuk.

Kortom, op het grove taalgebruik en de seks na is dit boek een absolute aanrader. Debra vertelt een serieus verhaal op een lichte toon. Ik kan niet wachten tot Debra een tweede roman schrijft!

Cole, Daniel | Ragdoll

Het lezen van echt goede en originele thrillers komt niet zo vaak voor. Maar voor Ragdoll neem ik in gepaste stilte diep mijn pet af. Wat. Een. Goed. Boek!

Daniel Cole heeft met Ragdoll zijn debuut gemaakt. En van een hype is geen sprake, dit is absoluut een blijvertje! Cole (1983) werkte in het verleden als ambulancebroeder. Hij schreef wel eens wat, maar durfde de grote schrijversstap nog niet helemaal aan. Een van zijn ‘verhaaltjes’ lag onder zijn bed, hij nam het uiteindelijk ter hand en vormde het om in een compleet boek: Ragdoll.

Het citaat, motto, voorin het boek is raak: ‘Vertel me eens, als jij de duivel bent, wat ben ik dan?’ De proloog start op maandag 24 mei 2010. Er vindt een rechtszaak plaats waarin ‘De Crematiemoordenaar’ wordt berecht. De jury pleit… onschuldig! Dit wordt hoofdpersoon en rechercheur William Fawkes teveel. Hij pakt eigenhandig de moordenaar aan tijdens de rechtszaak en slaat hem in elkaar. In de proloog volgen we Samantha, een van de juryleden, ze voelt de uitspraak aan als falen van haar kant. ‘Kon ze in alle eerlijkheid zeggen dat ze even stellig overtuigd was van Khalids onschuld als de rechercheur overtuigd was geweest van zijn schuld?’

Hoofdstuk 1 start 4 jaar later: 28 juni 2014. In de nacht wordt Fawkes, bijgenaamd Wolf, opgeroepen voor een bizarre moord: in een flatwoning hangt een lappenpop van menselijke lichaamsdelen; 1 lichaam, opgebouwd uit delen van 6 verschillende mensen. En deze lappenpop (‘Ragdoll’) kijkt naar de woning van William Fawkes. Wanneer de lappenpopmoordenaar de politie uitdaagt door een lijst vrij te geven van nieuwe personen die vermoord zullen worden, start de spreekwoordelijke race tegen de klok om die mensen op te zoeken en te waarschuwen. Zal de politie ze op tijd weten te vinden? Ondertussen vindt het onderzoek plaats naar de herkomst van de lichaamsdelen van de lappenpop. Wie zijn deze mensen en wat hebben ze gemeenschappelijk? Dan blijkt dat Wolf zelf op de lijst staat… Of zit hij zelf achter alles?

In Ragdoll maak je kennis met bijzonder uitzonderlijke agenten: William Fawkes, Emily Baxter en Alex Edmunds. Een schitterend trio dat elkaar voortdurend de maat neemt, (zwarte) humor gebruikt en niet met, maar ook niet zonder elkaar kan. de karakters worden bijna allemaal goed uitgewerkt, alleen de geheimzinnige moordenaar blijft wat aan de oppervlakte steken. Soms zelfs licht verwarrend: wie is hij nu eigenlijk?

Ragdoll heeft een waanzinnig fraaie cover en rugband. Alleen daarom al een pareltje! Het boek heeft een ijzersterke plot, leest als een trein en zet je geregeld op het verkeerde been. Je valt echt van de ene verrassing in de andere. Juist de afwisseling tussen lugubere acties, ijzersterke spanningsopbouw en geweldige humor zorgt ervoor dat je met een glimlach op je gezicht volop geniet van misschien wel de beste thriller van 2017!

‘Er is een god. Er is een duivel. Er zijn demonen onder ons.’

Meijer, Eva | Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuisEva Meijer is een bijzonder veelzijdige dame. Ik som op en hoop maar dat je aan het eind van de opsomming nog steeds leest: Eva Meijer is beeldend kunstenaar, filosoof, schrijver en singer-songwriter. Daarnaast werkt ze aan haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. Ze is voorzitter van zowel de landelijke OZSW werkgroep dierethiek en Minding Animals Nederland. Tussen de bedrijven door houdt Eva dagelijks een weblog bij en treedt regelmatig op met proza en/of liedjes.

Ben je er nog? Mooi, want ook al wekt een dergelijk CV de indruk dat Eva Meijer eigenlijk niet kan kiezen en dus alles maar bij het eindje houdt, blinkt ze in het schrijven in elk geval uit (over de rest kan ik nauwelijks oordelen, hoewel ik nu zit te luisteren naar haar Regina Spektor-achtige muziek op Spotify die op het eerste gehoor goed klinkt). Een zo wijdlopige lijst van bezigheden zou ook het beeld op kunnen wekken dat het wel heel wilde, springerige lectuur zal zijn, maar ook dat is niet het geval.

Het vogelhuis gaat over Gwendolen (Len) Howard die opgroeit in een welgesteld Engels gezin rond de eeuwwisseling van de 19e en 20e eeuw. Een gezin waar vooral aandacht is voor de geneugten van ontspanning, gezelschap, cultuur en alcohol. Maar ook een gezin waarin de spanningen tussen de ouders duidelijk voelbaar zijn, waarbij de moeder vooral door haar drankgebruik onhebbelijk wordt. Persoonlijk interesseren Len en haar vader zich voor vogels. Gwen hoeft zich in principe geen zorgen te maken over geld en over de toekomst, maar een verliefdheid komt op een vervelende manier aan z’n eind en ze zoekt een zinvolle invulling voor het leven. Ze wordt concertvioliste en een goeie ook.

Haar violistenbestaan in Londen ontwikkelt zich positief. Ze krijgt een belangrijke plek in een van de betere orkesten van Londen en kan goed met de dirigent overweg. In 1937 neemt ze een vakantie en gaat ze logeren in een gehucht op het platteland, waar ze hernieuwde interesse voor de vogels aldaar opvat. Ze keert nog kort terug naar Londen, maar eigenlijk alleen om afscheid te nemen. Daarna gaat ze voorgoed op het platteland wonen en verdiept ze zich in de vogels aldaar en levert een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar vogels.

Het is een bijzonder boek en vooral de delen waarin ze op het platteland verkeert zijn bijna sereen. De manier waarop de relatie met haar ouders (met name haar moeder) verloopt en ook hoe haar liefdesleven uitpakt is juist het tegenovergestelde. Hoewel de wereld voor de vogels ook niet altijd van een leien dakje gaat, is die wereld toch een stuk voorspelbaarder. De belangrijkste vogel is op een bepaalde manier te spiegelen aan Len zelf: waar Len juist wegloopt uit haar familie, haar werkzame leven en uit de liefde, zoekt de mees Ster juist de confrontatie en eist ze een plek voor zichzelf op.

Een heerlijk boek om mee tot rust te komen. Meijer schrijft in korte zinnen helder proza en ze bouwt het verhaal mooi op, met eigen teksten van Len Howard erdoorheen. En Eva, als je toch ooit gaat kiezen: kies literatuur!

Maron, Isa | Eindspel

Het laatste deel uit de serie De Noordzeemoorden, getiteld Eindspel, geschreven door thrillerschrijfster Isa Maron ligt voor me. Reikhalzend keek ik uit naar dit laatste boek, in de wetenschap dat het hierna echt gedaan is. Met de spreekwoordelijke finish in zicht, begon ik aan dit deel. De verwachtingen waren hooggespannen.

In Amsterdam – Noord worden de lichamen van een bejaard echtpaar gevonden, gruwelijk toegetakeld. De inmiddels bekende rechercheur Maud Mertens wordt op de zaak gezet. Ondertussen vordert het onderzoek uit de eerste 3 delen gestaag, in samenwerking met haar collega Niels en aanstormend politietalent Kyra Slagter. Kyra’s zus wordt nog steeds vermist. Een seriemoordenaar die vastzit in de gevangenis in Engeland weet meer van deze verdwijning. Kyra gaat op bezoek bij hem. Vastbesloten om alles uit hem te halen om zo haar verdwenen zus terug te vinden: dood of levend… De uiteindelijke finale is spannend, strak en iets ‘te’.

Isa Maron weet de verwachtingen met Eindspel wat mij betreft niet helemaal waar te maken. Ik stoor me aan de vele herhalingen en verwijzingen naar eerdere boeken uit de serie. Gegevens die de thrillerlezer allang weet worden opnieuw opgerakeld. Dit haalt de vaart flink uit het verhaal. De intrige met betrekking tot het vermoorde hoogbejaarde echtpaar is ronduit zwak en niet origineel. Het voegt niets toe. Haar vertelstijl is prettig, de zinnen lezen vlot weg, het voelt gewoon goed. Het laatste deel is tegelijk het dikste deel. En daar moet je van houden…

In Eindspel volg je de gesprekken tussen Kyra en de kannibalistische seriemoordenaar. Deze ontmoetingen doen sterk denken aan die van Hannibal Lecter en Clarice Sterling uit The silence of the lambs. Het woord dat sterk in me opkomt bij deze dialogen is een woord waar ik eigenlijk een hekel aan heb: ‘Leuk’. Isa Maron heeft met deze thriller een boek afgeleverd dat net even ‘over-the-top’ is. Maar de liefhebber van De Noordzeemoorden zal daar wel doorheen kunnen kijken.

Endo, Shusaku | Stilte

Shusako Endo - StilteDe roeping om Gods Woord te brengen in landen waar Het nog niet is, bij mensen die er nog niet eerder van gehoord hebben is iets wonderlijks. Zo’n gevaarlijk gebied opzoeken doe je niet uit hang naar avontuur, uit verveling of uit een soort halfhartige overtuiging: je gaat omdat je moet, omdat je voelt, weet dat God je daar hebben wil. De hoofdpersoon van het boek Stilte van Sushako Endo voelt een dergelijke roeping en gaat op pad. Het boek is opnieuw uitgebracht door uitgeverij Kok naar aanleiding van de recente verfilming van het verhaal.

Priester Sebastian Rodrigo (zo heet de hoofdpersoon van het boek) scheept zich met nog een andere priester in om naar Japan te reizen, om daar ongelovigen te bekeren, de gelovigen te onderwijzen en de priesters die al ter plaatse zijn te ondersteunen en te bemoedigen. Hij doet dit in weerwil van de verhalen die hem uit Japan bereikt hebben, die beweren dat een voorbeeldige priester in Japan gevangen zou zijn genomen en uiteindelijk zijn geloof zelfs zou hebben afgezworen.

In China aangekomen ontmoeten de priesters een man, die op hen een ronduit kruiperige en onbetrouwbare indruk maakt. Hij beweert echter de weg naar Japan te weten en sterker nog, hij zegt christenen te kennen. Hoewel de man hun weerzin wekt, nemen ze hem aan als gids. Ze komen echter inderdaad aan in Japan en vinden onderdak bij een Japanse gemeente. Lang verhaal kort: lange tijd vertoeven ze daar buiten het zicht van het gezag dat christenen vervolgt, maar uiteindelijk worden ze ontdekt  en opgepakt. Ze zijn verraden door de gluiperige man, die overigens nog steeds volhoudt christen te zijn en smeekt om genade en voortdurend wil biechten.

Maar het is niet zozeer het verloop van de gebeurtenissen die de aandacht van de lezer opeist. Uiteindelijk staat de ontwikkeling van het geloof van Rodrigo centraal in dit boek. Want wie met zo’n roeping, zo’n diepe overtuiging op pad gaat, die weet God aan zijn zijde. Uiteindelijk zal God tussenbeide komen en de evangelist beschermen tegen de heidenen. Dat is uiteindelijk de overtuiging die ieder mens die het goede wil doen diep in zich omdraagt. Maar hoeveel geduld moet je dan hebben? Als je dag in, dag uit bidt om Gods hulp en verlossing, maar niets terugkrijgt dan stilte? Het is die beproeving die Endo pagina na pagina uitspint: God is de grote Afwezige in dit boek.

De beproeving verdiept zich nog als Rodrigo uitgelegd krijgt dat het woord Gods Zoon door een slordige vertaler naar het Japans is vertaald als Gods Zon. En dat is de God die de Japanners altijd al aanbaden, dus uiteindelijk is het hele evangelie ook nog eens niet geland op de manier die Rodrigo voor ogen had. Als dan blijkt dat er mensen een gruwelijke dood sterven voor een evangelie dat helemaal niet het echte is, wordt het laatste restje geloof uit Rodrigo geperst.

En toch is dat ook een vraag die Endo thematiseert: geloof dat je hebt, is dat wel geloof? En als je dat geloof kwijtraakt, betekent dat dan dat je niet meer bij Christus hoort? Is niet uiteindelijk het kwijtraken van alles waar je op hoopte, de volkomen eenzaamheid en verlatenheid de gestalte waarin er pas echt ruimte komt voor God? Rodrigo is de gluiperige man geworden. De lezer is ook de gluiperige man geworden. Het besef dat er niets in jou zelf zit wat je kunt aandragen om de hemel te openen of om God naar je toe te halen sluit langzaamaan de lezer in. Zo komt er ruimte voor de gedachte dat juist het afzweren van het eigen geloof een geloofsdaad is.

Het is een bijzonder boek. Het is al meer dan 50 jaar oud, maar het is bijzonder toegankelijk, uitermate actueel en zeer relevant voor elke christen. Lees dit, mensen!

Verbeke, Annelies | Halleluja

Halleluja  – Een titel die hoop oproept: er is iets of er gebeurt iets waarbij een uitroep van blijdschap op zijn plaats is. De meeste verhalen uit de bundel ‘Halleluja’ riepen  bij mij echter een tegengesteld gevoel op. Annelies Verbeke schrijft boeiend en ze weet haar hoofdpersonages knap neer te zetten in de beperkte omvang van de verhalen. Aan humor geen gebrek, maar toch lieten (bijna) alle verhalen een gevoel van ontgoocheling bij mij achter. Dat is geen fijn gevoel, maar het is wel het talent van Verbeke dat dat teweeg weet te roepen.

De bundel begint met een verhaal vanuit het perspectief van een baby: een huilbaby. Ontroostbaar! Het is grappig om vanuit een babyhoofdje naar de toekomst te kijken, een toekomst die vooral gekenmerkt zal worden door verlies.  Het voorbijgaan van elk moment leidt ook tot verlies uiteraard, maar biedt toch ook weer nieuwe kansen en mogelijkheden?

Sommige personages stoten af, andere roepen mededogen of verbazing op. Soms had ik als lezer de neiging me in het verhaal te mengen: ‘Doe er dan iets aan!’   ‘Neem zelf het heft in handen!’. In andere verhalen overheerste de vervreemding.

Een gemeenschappelijk kenmerk van de verhalen in ‘Halleluja’  zou ik het gebrek aan houvast en herkenning willen noemen. Vaak zijn de dingen anders dan gedacht en herkennen de personages elkaar, de omgeving en zichzelf maar ten dele. Wat is wel zeker, wat is wel waar?

In ‘Bus 88’ blijkt de ik-persoon een ander te zijn dan ze dacht; in ‘De beer’ transformeert een auteur  in een beer die uiteindelijk geen van beide blijkt te zijn. Het lukte me niet altijd een-twee-drie de clou te vatten, maar de verhalen hielden me wel bezig en is dat niet de bedoeling van literatuur? De meeste verhalen eindigen vrij abrupt wat er eveneens toe leidt dat ze je niet meteen loslaten.

Verbeke snijdt actuele thema’s aan: de door bezuinigingen geplaagde zorg waarin voor echt persoonlijk contact steeds minder ruimte is; de problematiek van immigranten die hun plekje in de (Vlaamse) samenleving moeten vinden, onbevredigende relaties, al is dat wellicht een probleem van alle tijden en plaatsen.

Het taalgebruik vond ik op een enkele plaats onnodig grof wat me enigszins irriteerde. De wijze waarop Verbeke haar personages opvoert en situaties beschrijft, vond ik daarentegen plezierig om te lezen.

Sterk, Albertine | Weduwen huilen niet

boekomslag Weduwen huilen nietIn haar tweede roman Weduwen huilen niet neemt Albertine Sterk (1943) ons mee naar Rusland, boven de poolcirkel. De onderzeeër Koersk is verongelukt (NOS video) en een Nederlands bedrijf heeft de opdracht om het schip te bergen. Loe Stein wordt ingehuurd om te vertalen tussen het bergingsbedrijf en de weduwen van de omgekomen bemanning. Loe vertrekt vol onzekerheid naar Rusland, onwetend hoe het met haar minnaar Rogier gaat, die net een ongeluk heeft gehad. Als ze in Rusland aankomt krijgt ze met nog meer onzekerheid te maken. De weduwen lijken haar in eerste instantie niet te accepteren. Als Loe vervolgens wel geaccepteerd lijkt te worden, moet ze uitkijken om niet tegenover haar opdrachtgever (het bergingsbedrijf) te komen te staan.

Albertine Sterk (echte naam Bettie Kool) vertelt een origineel verhaal waarin ze het veelbeschreven thema verlies combineert met het thema onzekerheid. In de problemen van Loe en de weduwen zitten sterke parallellen. Loe heeft verdriet omdat ze haar minnaar achter heeft gelaten, maar zit ook met onzekerheid over hem. In die onzekerheid en in dat verdriet is zij helemaal alleen. De weduwen zitten natuurlijk ook met verdriet om hun verlies, maar ook met vragen. Hoe lang zijn de mannen in leven gebleven? Wat verzwijgt de overheid voor hen? De weduwen worden ondanks de hulp van Loe niet gehoord en staan alleen.

Sterk gebruikt korte zinnen en poëtische beschrijvingen zonder onleesbaar te worden.

Hijgend zakte ik neer op een van de bankjes bij het Historisch Museum. Op een koperen plaat naast de deur las ik dat het gesloten was. Terwijl ik uitkeek over de stad aan de baai probeerde ik op adem te komen. Ik zat niet lang alleen. Aan het eind van de bank schoof een oudere man aan. Een treurig lachje kreukelde zijn wangen terwijl hij van opzij even naar me keek. (p. 14)

Deze mooie beschrijvingen gebruikt Sterk veel minder voor de emoties van Loe en de mensen om haar heen. De schrijfstijl blijft dan ook redelijk zakelijk. Pas laat in het boek verandert dit en komen emoties naar boven drijven bij Loe en de weduwen. Of dit een bewuste keuze is (de titel is immers Weduwen huilen niet) kan ik niet zeggen. Het gebrek aan emoties in combinatie met een gebrek aan spanning zorgde ervoor dat ik pas rond de vijftigste bladzijde in het verhaal kwam. Gelukkig bleef Sterk daarna mijn aandacht vasthouden.

Weduwen huilen niet is geen boek dat in een top tien terecht zal komen, maar het is zeker wel de moeite waard om te lezen.