Budgen, Anne | Boven de straat hangt een witte lucht

Met Boven de straat hangt een witte lucht heeft Anne Budgen een zeer lezenswaardig boek geschreven. Het heeft de vorm van een dagboek. Fragmentarisch qua vorm, afgewisseld met stukjes uit Opwekkingsliederen, gedichtenflarden en Bijbelverzen. Het is het dagboek van Anna Meesink, een veertienjarig meisje dat opgroeit in een orthodox-christelijk gezin. Het boek begint op 17 januari 1993; je leest over drie pepermunten en twee guldens die klaarliggen op de keukentafel. Het is vlak voor kerktijd. Nog snel even de schoenen pakken die ergens onder het bed staan. Psalmboek in je tasje stoppen. Op de fiets springen en gaan! Boven de straat hangt een witte lucht. De lente komt eraan. Het is de voorbode voor het nieuwe leven dat Anna wacht.

Anne Budgen laat zien hoe in het streng-christelijke gezin scheuren beginnen te ontstaan. Vader en moeder gaan uit elkaar. Vader hoort stemmen. Oudste broer Han wil niet meer naar de kerk. Moeder gedraagt zich anders dan vroeger: minder streng, minder op regels gericht. Anna, beginnende puber, is gauw beïnvloedbaar, hoewel ze ook zelf nadenkt. Haar hoofd bevat wel honderd kamers en ze puilen allemaal uit. Zo chaotisch als ze is, zo ‘chaotisch’ is de structuur van dit boek. Wanneer haar buurvrouw haar uitnodigt eens mee te gaan naar de pinkstergemeente nemen de twijfels toe bij Anna over haar christelijke wortels, haar staan in het geloof, haar houding jegens God en christenen. ‘Ik heb de Heilige Geest ontvangen. Ik was in de pinkstergemeente en de preek was voor mij! Het ging over je helemaal aan Jezus geven en jezelf afleggen voor Zijn Aangezicht. Het gaat niet om ons maar om Hem.’

Nauwkeurig, gedetailleerd verwoordt Anna Meesink haar gevoelens en wat ze allemaal denkt, ervaart en meemaakt in het geloof. Haar vragen, haar kritische houding ten aanzien van de traditie, het komt allemaal voorbij. Ze laat zich meevoeren door de taal, door woorden en het Woord. (de Bijbel, red.) Op 4 september 1994 vertelt ze: ‘Vanochtend kreeg ik een woord tijdens de dienst in de pinkstergemeente. ‘Dochter, ik zie je worsteling met Mij en met Mijn Woord. Je twijfelt. Ga in het water zoals ook ik het water in ging en gedoopt ben.’ Was dat voor mij? (…) Ik voel soms weerstand. Dan ga ik alles analyseren…’

Boven de straat hangt een witte lucht is de debuutroman van schrijfster en dichteres Anne Budgen (1979). Opvallend vind ik dat dit verhaal verschenen is bij een niet-christelijke, meer algemene, toonaangevende uitgeverij. Het is een specifiek boekje geworden, christenen zullen zich herkennen in de taal die gebruikt wordt, de Bijbelverzen die geciteerd worden, de verschillende liederen die bij passende gelegenheden, situaties en omstandigheden opgetekend staan. De geloofstwijfel die uitgewerkt wordt in het leven van Anna is die van veel christenen wellicht. Het staan in een bepaalde traditie en de vraag naar schijn en zijn in het leven van christenen fungeert als een spiegel voor de ziel. De toon die Budgen gebruikt, is die van waardering en hier en daar een milde vorm van zelfspot. Negatief is ze nergens. Boven de straat hangt een witte lucht kan zich qua inhoud meten met Franca Treur.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet vermoed dat mensen die niets of niet veel op hebben met het christelijk geloof en het staan in een dergelijke traditie dit boekje zullen lezen. Daarvoor heb je toch inzicht nodig in en gevoel nodig voor de thematiek van het boek. Anne Budgen laat messcherp zien dat het helaas in veel kerken en bij veel christenen meer gaat om de buitenkant dan om de binnenkant, de vorm die overheersend is in plaats van de inhoud. Het leven van Anna toont aan dat de buitenwereld steeds meer vat krijgt op het innerlijke leven. En toch… helemaal loskomen van je christelijke wortels lukt je nooit. Die gedachte biedt uiteindelijk toch hoop en troost.

Evenboer, Tjarko | De stenen getuigen

‘Als er iets was waar Roderik jeuk van kreeg, dan was het wel religie. Hij vond het nutteloos, en volledig achterhaald door de wetenschap.’ Ziehier de introductie van hoofdpersoon Roderik Frederiks, Amsterdams rechercheur, rationalist en workaholic. Voor mij ligt het boek De stenen getuigen van Tjarko Evenboer. Een christelijk auteur, niet heel bekend. Tenzij je het boek De wereldwijde vloed kent. Een boek dat handelt over het verhaal van de zondvloed uit de Bijbel en andere, buiten-Bijbelse bronnen.

De cover van dit boek, uitgegeven bij Gideon, mag er zijn: onheilspellend, mysterieus en een duidelijke, nieuwsgierigmakende ondertitel. Qua dikte mag het boek er ook zijn, bijna 800 bladzijdes. Een boek waar je eens lekker voor kunt gaan zitten, zeg maar. Wat vormgeving betreft, nodigt dit boek zeker uit ter hand genomen te worden.

Niet alleen met Roderik maak je kennis, ook met de dochter van de vermoorde wetenschapper en hoogleraar Engelbert van Ameide, Valerie, is het aangenaam kennis te maken. Onder raadselachtige omstandigheden is de bewuste hoogleraar om het leven gekomen. Roderik heeft de zaak in onderzoek en stuit op een mysterie dat zijn hele rationele leventje op de kop gooit. En daarmee zet hij ook nog eens zijn carrière en zijn leven op het spel. Een serie kleitabletten over Noach, een super geheimzinnig genootschap met relaties in de hoogste kringen van Nederland, een middeleeuwse boekrol en een Antwerps monumentaal pand (inclusief geheim!) en uitstapjes naar verschillende buitenlandse steden vormen de talrijke ingrediënten van een verhaal dat, ondanks de dikte van het boek, vlot beschreven wordt. Het verhaal doet in de verte denken aan de verhalen van Dan Brown. Mede door toedoen van Valerie en andere personages om Roderik heen, door alle omstandigheden, vervelende, spannende situaties heen, raakt Roderik meer en meer in verwarring over dat wat hij dacht te weten en ten diepste nog lang niet wist. De balans tussen geloof en wetenschap is in een keer ver te zoeken. De vragen die Roderik stelt, die aan hem worden gesteld, veranderen zijn leven.

De stenen getuigen wordt op de achterkant genoemd  ‘een meeslepende pageturner’. Ik laat me er niet door afleiden. Het is absoluut spannend. Toch doet de stijl amateuristisch aan, dit wordt zeker veroorzaakt door legio spelfouten. Tientallen fouten in de zinsbouw en spelling doen hard afbreuk aan dit verhaal. En dat is zeer teleurstellend. Een beetje corrector had dit niet over het hoofd gezien en zaken rechtgetrokken. Dit gegeven maakt dat het boek uiteindelijk een magere voldoende van me krijgt.

De stenen getuigen is een boek dat in de eerste plaats christenen zeker zal aanspreken. Die lezen dan wel over de fouten heen. Maar de vraag die (altijd) overblijft: zal een niet-christelijke lezer dit boek snel ter hand nemen? En overtuigd raken van het geloof in de Bijbel? Als dat zo is, is de ‘missie’ van Tjarko Evenboer geslaagd.

Ruijters, Ilse | Later als ik dood ben

Een psychologische thriller. Winnaar van de Hebban Thriller Debuutprijs 2015. Grootse benamingen voor dit spannende boek van Ilse Ruijters, freelance presentatrice, tekstschrijver en columniste. Zowel haar debuut De onderkant van sneeuw als Later als ik dood ben zijn in de pers goed ontvangen.

Wat erg in de smaak valt bij dit boek is het motto, een gedicht van de beroemde en weergaloze dichter Gerrit Achterberg: Pullover. De inhoud is seksueel geladen. Symbool voor de inhoud van het boek. Daarmee is niet gezegd dat deze thriller heel veel seks bevat, maar er zijn toch enkele delen in dit boek die expliciet seks bevatten. Begrijpelijk dat dit deel uitmaakt van het verhaal, maar ik vind het doorgaans te expliciet, te nadrukkelijk aan de orde gesteld.

Hoofdpersoon in Later als ik dood ben, is de jonge Elin. In het begin van het verhaal ligt ze op de grond, hevig bloedend. Het leven vloeit uit haar weg. Vanaf dat moment gaan we terug in de tijd om te weten te komen hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen en wat eraan is voorafgegaan. In de zogenaamde proloog lezen we korte, staccato zinnen die iets laten voelen van de ernst van de situatie en van de pijn van dat moment. Een goed begin in ieder geval. We leren Elin kennen als een jonge vrouw die op zoek is naar cruciale antwoorden op cruciale vragen over haar eigen leven: wie is haar vader? Is haar vader een TBS’er? ‘Dit was het dan, het moment waar ik nu al maandenlang naar uitkeek. De cruciaalste stap in mijn zoektocht tot nu toe. Achter deze klink bevond zich mijn antwoord.’ Elin start haar taak als sociotherapeut in een TBS-kliniek. Het is in feite een dekmantel om achter de waarheid te komen. In de kliniek maakt ze al snel kennis met enkele patiënten en met collega’s die allemaal wel een reden hebben om verdacht te zijn, een reden hebben om zaken verborgen te houden. Elin wordt het meest gefascineerd door Rem. Met hem gaat ze zelfs heel ver. En daar begint dit verhaal zeer ongeloofwaardig te worden.

Het gaat Ilse Ruijters schijnbaar niet om de uitwerking van de personages, die blijven relatief oppervlakkig. Het gaat haar om antwoorden. En die moeten er dan ook snel komen. Koste wat kost en ondanks alles. Het is een verhaal dat leest als een trein, boeiend is en je aandacht absoluut vasthoudt. Maar voor de rest is het taalgebruik matig en verliest de auteur zich mijns inziens in een ongeloofwaardig, maar heftig plot.

Hansen, Ule | Negendoder

Een nieuw personage in thrillerland: profiler Emma Carow doet haar intrede in Negendoder. Een typisch Duitse thriller en dito hoofdfiguur verschijnt aan het boekenfirmament. Van tevoren waren de verwachtingen bij dit boek hooggespannen. Reikhalzend werd er door de thrillerliefhebbers uitgekeken naar Negendoder. Maakt het boek de verwachtingen waar?

Midden in Berlijn worden lijken aangetroffen, hangend aan een bouwsteiger. Hoe krijgt iemand het voor elkaar om ongezien in het centrum van deze stad, de stad die nooit slaapt, lijken te hangen? Zijn ze hier vermoord? Waarom? Wie zijn het? Emma Carow wordt op de zaak gezet. Ze heeft zelf te kampen met demonen uit het verleden: haar verkrachter is op vrije voeten nadat hij zijn straf heeft uitgezeten. Ze is bang. Zeker nu hij met zijn boek komt met daarin zijn verhaal. Ze lijdt psychisch enorm. Hierdoor komt ze op gespannen voet te staan met de zaak die ze nu in behandeling heeft. Hoe stabiel is ze  nog? Kan ze zich in de hand houden en de moordzaak oplossen? Op deze en andere vragen probeert Ule Hansen antwoord te geven.

Op de achterkant van het boek staat het duidelijk aangegeven: een thriller waar je niet omheen kunt! Wat betreft de originaliteit en de setting akkoord! Maar de schrijfstijl pakt me niet. Er zit weinig vaart in het verhaal en de spanning laat heel lang op zich wachten. Ik word niet meegezogen in een snel verhaal. De schrijver (Ule Hansen is een pseudoniem van een Berlijns schrijversduo) neemt uitgebreid de tijd om het verhaal goed neer te zetten. Dit duurt gewoon te lang. De titel Negendoder is goed gevonden: ‘Een vogel. Een sadistisch klein kreng. Spietst zijn buit op prikkeldraad of doornen en laat die daar hangen.’

Ik kan me moeilijk identificeren met de hoofdpersoon Emma Carow. En heel misschien is dit juist wel de kracht van de auteur. Het is absoluut geen doorsnee personage. Emma wordt goed neergezet als profiler, vurig en gedetailleerd geeft ze haar profielen weer. Voortdurend bijsturend. Totdat de climax bereikt wordt en ze wanhopig haar totale plaatje van de gestoorde moordenaar op de kop moet gooien.

Ik blijf met een ongemakkelijk gevoel achter na het verhaal gelezen te hebben. Een tikje gedesillusioneerd. Zit ik er misschien toch naast? Nu maar wachten op deel 2 en zien of Ule Hansen me alsnog weet in te palmen.

Pechtold, Alexander | Optimist in de politiek

Pechtold for president! Tenminste… als het aan hemzelf ligt. Dat valt tussen de regels door wel te lezen in zijn persoonlijk relaas getiteld Optimist in de politiek. Alexander Pechtold vat zijn politieke visie samen met de leus op een verkiezingsposter uit 1922. Hierop staat een schip afgebeeld dat tussen twee extremen vaart: reactie en revolutie. Boven het zeilschip staat ‘Houdt koers!’ Dit zeilschip, het Schip van Staat, laveert tussen de beide rotsen.

 

‘(…) een persoonlijke leidraad: trouw blijven aan principes en idealen, ongeacht het politieke klimaat. Ideeën zijn er om de koers op te bepalen en niet om applaus mee te oogsten. Je niet laten verleiden om naar de flanken te hellen, maar een op vooruitgang gerichte route blijven varen en daarmee verantwoordelijkheid nemen en vertrouwen winnen.’

Pechtold, erudiet voorman van D66, bevlogen politicus en optimist, schetst in zijn boeiende boek de beweegredenen en opdrachten die hij voor de toekomst ziet. Zo ziet hij de taken voor zich om de tekortschietende democratie nieuw leven in te blazen, wil hij een nieuwe weg inslaan met Europa en wil hij (her)nieuw(d)e glans geven aan de idealen van sociale rechtvaardigheid en gelijke kansen voor iedereen. Hij ziet die opdrachten als reactie op het toenemend pessimisme van onze tijd. Er heerst onvrede, onmacht. Hoewel het populisme mensen anders voorspiegelt, is er alle reden voor optimisme richting de toekomst en voor vertrouwen in de gevestigde politiek.

Het eerste hoofdstuk geeft ons een interessante kijk in de geschiedenis, de familiegeschiedenis van Alexander Pechtold. Niet-christelijke ouders die Alexander naar de protestants-christelijke school lieten gaan, waar hij vervolgens elke week trouw zijn psalmversje leerde, een omgeving zonder Sturm und Drang, een meer vrijzinnige opvoeding thuis en het indringende Indië-verleden van vader stempelden het leven van de (jonge) Pechtold. Zijn ouders hanteerden het motto: ‘Geen schuwe apen!’ Ze spoorden Alexander en broer Roland zo aan soms gewoon hun nek uit te steken, dingen te proberen, kansen te zien en… te pakken! Een van de meest invloedrijke personen voor Alexander was zijn (hoe kan het ook anders) docente Nederlands, Elly Groenenboom. Het was een vrouw die grote betrokkenheid toonde bij haar leerlingen. Zij zag dat Alexander de planken maar eens op moest, het toneel lonkte. Ook zij hanteerde ‘Geen schuwe apen!’ Hup, de planken op. Zo leerde Alexander de fijne kneepjes van het vak: spreken voor publiek. Over voorbestemming gesproken…

In een van de volgende hoofdstukken vertelt Pechtold dat, mocht het D66 niet lukken in het kabinet te komen in 2017, het wellicht tijd wordt voor een nieuw gezicht. Pechtold heeft zijn ‘schuwe aapje’ van zich afgegooid na 10 jaar oppositie voeren. Hij heeft grote ambities met Nederland. De beste plek om woorden om te zetten in daden is de regering. Hij legt de lat bewust hoog voor zichzelf. Hij stipt verder aan dat drie mensen voor hem een inspiratiebron vormen: zijn vader, Hans van Mierlo en Jan Wolkers. Hij beschouwt deze mensen als norm.

En Geert Wilders? De ‘eeuwige aartsrivaal’ van ‘mannetje’ Pechtold? Hij komt zeker aan bod:

 

‘Ik zal me blijven verzetten tegen het schreeuwerige taalgebruik van Geert Wilders, de politieke oplichter die nog nooit iets heeft waargemaakt van wat hij belooft. En tegen het steeds maar weer verleggen van morele grenzen van andere politici.’

De vergelijking met de jaren dertig van de vorige eeuw en de figuur van Wilders blijft Pechtold benoemen:

 

‘(…) ik ga niet mee in die nieuwe politieke correctheid dat ik het niet zou mogen doen. Dat je niet meer mag benoemen wat het is. Ik laat me de mond niet snoeren. Dan ga je op een hellend vlak. En is straks niets meer extreem.’

In Optimist in de politiek fileert en analyseert hij wat hem bezighoudt, wat hem bezielt, wat zijn verlangens zijn, waar hij voor gaat en staat. Pechtold heeft een prachtig, puik, politiek boek geschreven. Zijn trouwe, licht waterige hondenogen spatten van de cover af. Of zijn theorie praktijk wordt, weten we na 15 maart 2017.

Eerder geplaatst op: www.hebban.nl

Mysliwski, Wieslaw | Steen op steen

Met Steen op steen heeft de Poolse auteur Myśliwski een geweldig boek geschreven. Het vraagt wel wat van de lezer. Myśliwski gaat heel associatief te werk: hij knoopt herinnering aan herinnering, anekdote aan anekdote en je moet er echt je aandacht bij houden om in zijn gedachtestroom mee te gaan. Het is de inspanning echter ruimschoots waard!

Hoofdpersonage Szymek Pietruszka keert na een lange periode in het ziekenhuis terug in zijn geboortedorp met het plan om een graf van steen te bouwen waarin zijn hele familie, namelijk zijn ouders, broers en hijzelf, (her)begraven kunnen worden.  Dit gegeven loopt als een soort rode draad door het hele verhaal en daarnaast vertelt Szymek, als ik-persoon, over zijn leven. Gebeurtenissen uit zijn jeugd worden afgewisseld met belevenissen uit zijn partizanentijd in de Tweede Wereldoorlog. Naast allerlei verhalen over zijn eigen leven, vertelt hij over dorpsgenoten, familieleden, medepartizanen om vervolgens weer in zijn eigen leven terug te keren.

Je krijgt in Steen op steen een beeld van de omstandigheden op het platteland van het vooroorlogse Polen. Je leeft mee in de bittere strijd van de partizanen tegen de Duitse overheersers. Het opent je ogen voor de lijdensweg van de Poolse bevolking onder de Duitse bezetting. Het geeft inzicht in het leven van de Polen tijdens de periode van de communistische dictatuur waarin oude katholieke tradities botsen met de opvattingen van de machthebbers.

Myśliwski wisselt filosofische opmerkingen af met humoristische beschrijvingen van bijvoorbeeld Szymecs kwajongensstreken en de rauwe werkelijkheid van het boerenbestaan.  Aangrijpend vond ik het gedeelte waarin de vader van Szymek de zinloosheid van oorlog verwoordt. ‘Waar zouden we dan voor moeten vechten? We ploegen, we zaaien, we maaien, wie zijn wij tot last? Een oorlog zal de wereld niet veranderen. Ze zullen elkaar alleen uitmoorden en het zal zijn zoals het was voor de oorlog. En weer zullen het de boeren zijn van wie er het meest in de grond achterblijven. En niemand zal zich ook maar herinneren dat ze hebben gevochten en waarvoor. Want gedenkstenen of boeken laten boeren niet achter, enkel tranen.’

Myśliwski’s taalgebruik is ongepolijst, grof soms, maar wel passend bij de keiharde werkelijkheid die door Myśliwski beschreven wordt.

‘Steen op steen’ is bij uitstek een boek voor lezers die van historische en psychologische romans houden en graag willen nadenken over wat ze lezen. Daarbij moeten ze bereid zijn om zich mee te laten nemen in de gedachtespinsels van de hoofdpersoon en zo af en toe een stukje te herlezen om het echt te begrijpen. Het prachtige verhaal is dit alleszins waard!

Mak, Geert | De levens van Jan Six

De levens van Jan Six - Geert MakGeert Mak z’n nieuwste boek gaat over Jan Six. Hij is het schoolvoorbeeld van een 17e eeuwse, geslaagde man. Hij kwam op 14 januari 1618 ter wereld. Hij maakte deel uit van een rijke familie die lakens verfde en daar geld als water mee verdiende. Jan was niet gemaakt voor dergelijk vakmanschap en hield zich vooral bezig met kunst, literatuur en het bestuur van de stad.

Hoewel de kunst en de literatuur zijn hele leven belangrijk voor hem bleven, stak hij er vooral in zijn jonge, ongehuwde jaren veel tijd in. Ook hij maakte de reis naar Italië, zoals zoveel van zijn tijdgenoten deden. Het doel van de reis was het opbouwen van een zakelijk netwerk, maar ook het opdoen van culturele bagage. Jan geniet met volle teugen en als hij terug is in Amsterdam maakt hij al snel naam als cultuurkenner en verzamelaar (hij kaapte met zijn bijna onbeperkte financiële kracht menigmaal een cultuurschat onder de neus van concurrenten weg).

Maar er moet een vrouw in zijn leven komen. Er moet, schrijf ik, want het huwelijk is duidelijk heel strategisch gesloten. Het gaat om de dochter van Nicolaes Tulp, een van de invloedrijkste burgermeesters van Amsterdam van die tijd. Wel invloed, niet zoveel geld was een uitstekende keus voor Jan, die veel geld had, maar nog wel wat invloed wilde. Daarna raakt de kunst wat meer achterop en is Jan vooral bezig het politieke spel te spelen en bestuurlijke (lees lucratieve) functies veilig te stellen voor zichzelf en zijn vriendjes.

Ook de vriendschap van Jan Six met Rembrandt van Rijn komt duidelijk in het boek naar voren. Dat is helaas niet gunstig voor Rembrandt, want die komt weliswaar geniaal in beeld, maar vooral ook als onbetrouwbaar, schuldenmakend, harteloos en asociaal.

Prachtig laat Geert Mak zien hoe Jan Six zich ontwikkelt van losse jongeman, die vooral feest viert en achter de vrouwen aanzit (of in elk geval één) tot een man die zijn verantwoordelijkheid neemt in zijn dagelijks leven, zijn huwelijk en in de stad. Six dient zo als een mooi exempel om een hele tijd door te lichten.

Geert Mak beschrijft vervolgens ook de afstammelingen van Jan Six, maar die staan toch vooral in de schaduw van hun machtige voorvader. Opvallend is wel dat ze vrijwel allen steeds opvallen in hun omgeving en altijd weer een vooraanstaande plek pakken, hetzij in het maatschappelijke, hetzij in het zakelijke leven.

Fantastisch boek. Het enige waar ik me een beetje aan stoorde in dit boek is de vele speculaties die Mak maakt, over liefdes van Jan, over de gunsten die hij kreeg of verleende, enzovoort. Vaak in de vragende vorm, maar wat mij betreft toch te speculatief. Daar bediende hij zich in eerdere boeken een stuk minder van.

Wolters, Octavie | Voorland

Octavie Wolters (1977) studeerde af in moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar debuut is getiteld: Voorland.

‘Het was het eeuwige ritme van de aarde. Het afsterven, de wedergeboorte, als een aangeslagen toon waarin voor altijd de grondtoon van een lagere octaaf doorklinkt. En de mens in wie, telkens opnieuw, het land zich verankerde. Alles anders, alles hetzelfde.’

Het land, het Limburgse land, is begin- en eindpunt van de proloog. Diep indringende landschapsbeschrijvingen beroeren de zintuigen van de lezer. Het is de rivier zelf, meanderend door het heuvellandschap, die de lezer meetrekt in de emoties van de verhaalpersonages. Het is de kerk op de heuvel, overal bovenuit stekend, die het bewijs van het verleden is, ‘dat niets ooit voorbijgaat en dat alles aan elkaar verbonden is, een lange keten van schakels die haast onzichtbaar, op het scherp van de snede aan elkaar gesmeed zijn.’

Het eerste deel van Voorland begint op 5 april 1969. Wolf Haasting verwekt zijn kind. ‘Ik wil geen kind, het is niet goed.’ Op datzelfde moment blaast aan de andere kant van het dorp zijn vader, Willem, zijn laatste adem uit. Zijn vrouw Johanna is enig getuige. Een slopend ziekbed maakt een eind aan het leven van vader Willem. De oogstrelende woorden die Octavie gebruikt om dit proces zichtbaar en voelbaar te maken en de schitterende details in het ziekenkamertje (de piëta op het kastje, de parfumflesjes op een rij en de spiegel op de lage kast) vormen de opmaat naar meer. Tegen het eind van het boek komen dezelfde details terug, maar dan in een ander tijdperk, in het leven van de kleinzoon van Willem en zoon van Wolf, Otto.

Na de dood van vader en tijdens de zwangerschap van Heleen, Wolfs vrouw, trekt Wolf zich geregeld terug in zijn domein, het biologielokaal van de school waar hij werkzaam is als biologiedocent. Hier voelt hij zich geborgen, hier voelt hij zich in zijn element samen met de tetra’s in zijn aquarium. Zij zijn voor hem als kinderen, kinderen die hij niet wenst. De liefde voor de tetra’s en zijn machteloze liefdeloosheid jegens Otto worden poëtisch beschreven in Voorland.

Naarmate het boek vordert, we hebben dan al de nodige tijdswisselingen gehad (1968 en 1969 wisselen elkaar af), belandt de lezer in het tweede deel, eind jaren negentig van de 20e eeuw. Hierin zien we dat Otto volwassen wordt en zelf ook een kind verwekt bij zijn vrouw, An. Otto is inmiddels archeoloog en krijgt de opdracht om in het zuiden van het land een opgraving te doen. Hij belandt hierdoor weer in zijn vroegere dorp waar hij is opgegroeid. Ook hier poëtische flashbacks die inzicht geven in gevoelens en gedragingen van de verschillende, treffend uitgewerkte, karakters.

Op het eind van het verhaal maak je de sprong naar 2015 in de epiloog. Hier maak je kort kennis met Ude, de dochter van Otto en An. Het boek eindigt waar het mee begon, met een rake toevoeging waarmee de thematiek van het verhaal binnendreunt: ‘Alles anders, alles hetzelfde, altijd nu.’ De eeuwige cycli van leven en dood, van het ene geslacht dat gaat en het andere geslacht dat komt, het gevoel dat alles verandert in en om je heen en tegelijk alles hetzelfde blijft, is zo bijzonder verwoord, dat je dit alleen maar zelf kunt genieten en bewonderen.

Voorland is uitermate geschikt om gelezen te worden door scholieren uit de bovenbouw van havo en VWO. Er is sprake van een pakkende stijl van schrijven, vele motieven (die ik nu niet verklap, kom daar zelf maar achter), een geweldig thema, fraai uitgewerkte karakters, schitterende tijdssprongen en poëtisch proza.

‘De kist zakte in de diepte. Het gat sperde haar muil open en slokte het lichaam voor eeuwig op. Het land dat tot zich nam…’

 

 

 

 

Coetzee, J.M. | De schooldagen van Jezus

J.M. Coetzee - De schooljaren van JezusCoetzee won in 2003 de nobelprijs voor de literatuur. De schrijver uit Zuid-Afrika staat bekend om zijn eenvoudige stijl: hij schrijft korte zinnen, besteedt weinig tijd aan sfeerbeschrijvingen en heeft ijzersterke dialogen. Toch weet hij vaak belangrijke thema’s dichtbij te brengen door zijn toegankelijke stijl.

In dit boek, dat een vervolg is op De kinderjaren van Jezus, groeit het jongetje David verder op en moet er een school voor hem worden gevonden. David komt terecht op een school die het accent legt op dans en via dansen voor de sterren probeert uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit. Dat klinkt tamelijk absurd in de oren van pleegvader Simon, de pleegvader van David, die zichzelf geen houding meer weet te geven. Ook de pleegmoeder, Ines heeft moeite met de schoolkeuze van haar pleegzoon. Het is een school die in alle opzichten vreemd opereert (kinderen gaan op jonge leeftijd intern terwijl ze in dezelfde stad wonen, ze gaan een weekendje weg naar een naturistenstrand), maar David voelt zich er als een vis in het water en deelt mee dat men hem begrijpt.

De schoolloopbaan van David lijkt een abrupt einde te krijgen als zich een schokkende gebeurtenis op school voordoet en Simon verwacht dat David nu wel een afschuw van de school zal krijgen. Maar zelfs dan houdt David vast aan zijn voorkeur.

Het boek lijkt over Jezus te gaan, maar nergens in het boek wordt Hij genoemd. Toch zijn bepaalde elementen heel herkenbaar: twee gewone mensen die een heel bijzonder kind moeten opvoeden, die hen in alles te slim af lijkt te zijn. De pleegvader, Simon, probeert zijn zoon puur rationeel op te voeden en voert zeer geduldig socratische gesprekken met hem. Maar zelfs deze geduldige man, die bijna nooit zijn zelfbeheersing verliest kan niet op tegen de onbevangen, bijna onwerkelijke vragen van zijn pleegzoon. Dit hoofdthema lijkt vooral terug te voeren op de twaalfjarige Jezus in de tempel.

Waar vader probeert verstandig te zijn, geeft zoon voluit de voorkeur aan het gevoel en de ziel en sluit zijn vader dan ook voortdurend buiten. De lezer voelt de frustratie mee en meteen dringt zich de vraag op: hoe zou ik met Jezus zijn omgegaan als ik hem zou hebben ontmoet? Ook ander personages en situaties in het boek doen aan het leven van Jezus denken. De vergevingsgezindheid van David, de pleegouders die voortdurend de herkomst van hun kind thematiseren, een lerares op school heet Ana Magdalena.

Het mooie is wel dat vader niet opgeeft om zijn zoon te begrijpen en zichzelf uiteindelijk voorzichtig openstelt voor de wereld van zijn kind en aan het eind gloort een begin van begrip. Ik verwacht nog een deel in deze serie. Hopen dat dat geen drie jaar duurt.

Rowley, Steven | Lily en de octopus

.

Lily en de octopus is een verhaal dat mij enorm geraakt heeft maar tegelijk op afstand hield. Lily is de twaalfjarige teckel van Ted Flask en het hoofdpersonage van het boek. Ted is een homoseksueel die het geluk in de liefde (nog)  niet gevonden heeft en Lily is in zeker opzicht een plaatsvervanger voor een menselijke partner.

De conversaties tussen Ted en Lily worden met humor beschreven en de wijze waarop man en hond samen een spelletje Monopoly spelen is ronduit komisch. Hun geluk wordt echter bedreigd: ‘De octopus heeft stevig beet en klemt zich vast boven haar oog. [….] De octopus lijkt zowel kwaad als misplaatst. “Agressief” is misschien een beter woord. Alsof hij zichzelf aankondigt en zijn ruimte opeist. Ik ga niet liegen. Hij is even angstaanjagend als verbijsterend. Ik heb eens ergens een filmpje gezien van een octopus die zich zo goed op de oceaanbodem wist te camoufleren dat hij volkomen onzichtbaar was, tot er een onfortuinlijke wulk of krab of slak langskwam en hij opdook, om met dodelijke precisie toe te slaan. […] Als je hem eenmaal had gezien kon je hem eigenlijk niet meer níét zien – […].’

Lily heeft een tumor op haar kop, in Teds woorden een octopus die haar met zijn tentakels in zijn greep houdt. Ted gaat de strijd aan. Hij wil Lily, die we in flashbacks zien opgroeien van puppy tot de bejaarde hond die ze nu is, niet opgeven.  De eenzaamheid die hem wacht zonder Lily is te groot om onder ogen te kunnen zien en daarom zal de monsterlijke octopus vernietigd moeten worden.  Een bizarre strijd volgt waarbij je in een fantasiewereld terecht komt die het verhaal wat mij betreft enigszins aan kracht doet verliezen.

Het knappe in Lily en de octopus vind ik de wijze waarop je door Steven Rowley geconfronteerd wordt met mogelijk verlies van een geliefd dier (of persoon…). De onaanvaardbaarheid, het niet willen of kunnen loslaten, wordt zo beschreven dat je meevoelt, zelfs meestrijdt. Uiteindelijk moet Ted het gevecht opgeven en laat hij Lily los. ‘Ze was twaalf en een half in echte jaren, wat zevenentachtig in hondenjaren is. Ik ben tweeënveertig, oftewel tweehonderdvierennegentig. We hebben twaalf prachtige jaren samen gehad. Oftewel vierentachtig in hondenjaren. […] Er werd hartstochtelijk van je gehouden.’

Ted, die het in alle opzichten van het hier en nu moet hebben, pakt zijn leven weer op. Hij ontmoet Byron aan wie hij zijn verhaal over Lily vertelt en daarmee eindigt het verhaal toch hoopvol voor Ted. Persoonlijk vind ik het ontbreken van een perspectief dat verder reikt dan het leven van geboorte tot sterven echter schrijnend.

Eenzaamheid, verlangen naar geluk, liefde, angst voor lijden en dood zijn trefwoorden in Lily en de octopus. Rowley verstaat de kunst om je te raken. Hij raakte mij echter kwijt toen de strijd tegen de octopus bizarre vormen aannam en de verhaalwerkelijkheid opging in een fantasiewerkelijkheid.