Maron, Isa | Eindspel

Het laatste deel uit de serie De Noordzeemoorden, getiteld Eindspel, geschreven door thrillerschrijfster Isa Maron ligt voor me. Reikhalzend keek ik uit naar dit laatste boek, in de wetenschap dat het hierna echt gedaan is. Met de spreekwoordelijke finish in zicht, begon ik aan dit deel. De verwachtingen waren hooggespannen.

In Amsterdam – Noord worden de lichamen van een bejaard echtpaar gevonden, gruwelijk toegetakeld. De inmiddels bekende rechercheur Maud Mertens wordt op de zaak gezet. Ondertussen vordert het onderzoek uit de eerste 3 delen gestaag, in samenwerking met haar collega Niels en aanstormend politietalent Kyra Slagter. Kyra’s zus wordt nog steeds vermist. Een seriemoordenaar die vastzit in de gevangenis in Engeland weet meer van deze verdwijning. Kyra gaat op bezoek bij hem. Vastbesloten om alles uit hem te halen om zo haar verdwenen zus terug te vinden: dood of levend… De uiteindelijke finale is spannend, strak en iets ‘te’.

Isa Maron weet de verwachtingen met Eindspel wat mij betreft niet helemaal waar te maken. Ik stoor me aan de vele herhalingen en verwijzingen naar eerdere boeken uit de serie. Gegevens die de thrillerlezer allang weet worden opnieuw opgerakeld. Dit haalt de vaart flink uit het verhaal. De intrige met betrekking tot het vermoorde hoogbejaarde echtpaar is ronduit zwak en niet origineel. Het voegt niets toe. Haar vertelstijl is prettig, de zinnen lezen vlot weg, het voelt gewoon goed. Het laatste deel is tegelijk het dikste deel. En daar moet je van houden…

In Eindspel volg je de gesprekken tussen Kyra en de kannibalistische seriemoordenaar. Deze ontmoetingen doen sterk denken aan die van Hannibal Lecter en Clarice Sterling uit The silence of the lambs. Het woord dat sterk in me opkomt bij deze dialogen is een woord waar ik eigenlijk een hekel aan heb: ‘Leuk’. Isa Maron heeft met deze thriller een boek afgeleverd dat net even ‘over-the-top’ is. Maar de liefhebber van De Noordzeemoorden zal daar wel doorheen kunnen kijken.

Sterk, Albertine | Weduwen huilen niet

boekomslag Weduwen huilen nietIn haar tweede roman Weduwen huilen niet neemt Albertine Sterk (1943) ons mee naar Rusland, boven de poolcirkel. De onderzeeër Koersk is verongelukt (NOS video) en een Nederlands bedrijf heeft de opdracht om het schip te bergen. Loe Stein wordt ingehuurd om te vertalen tussen het bergingsbedrijf en de weduwen van de omgekomen bemanning. Loe vertrekt vol onzekerheid naar Rusland, onwetend hoe het met haar minnaar Rogier gaat, die net een ongeluk heeft gehad. Als ze in Rusland aankomt krijgt ze met nog meer onzekerheid te maken. De weduwen lijken haar in eerste instantie niet te accepteren. Als Loe vervolgens wel geaccepteerd lijkt te worden, moet ze uitkijken om niet tegenover haar opdrachtgever (het bergingsbedrijf) te komen te staan.

Albertine Sterk (echte naam Bettie Kool) vertelt een origineel verhaal waarin ze het veelbeschreven thema verlies combineert met het thema onzekerheid. In de problemen van Loe en de weduwen zitten sterke parallellen. Loe heeft verdriet omdat ze haar minnaar achter heeft gelaten, maar zit ook met onzekerheid over hem. In die onzekerheid en in dat verdriet is zij helemaal alleen. De weduwen zitten natuurlijk ook met verdriet om hun verlies, maar ook met vragen. Hoe lang zijn de mannen in leven gebleven? Wat verzwijgt de overheid voor hen? De weduwen worden ondanks de hulp van Loe niet gehoord en staan alleen.

Sterk gebruikt korte zinnen en poëtische beschrijvingen zonder onleesbaar te worden.

Hijgend zakte ik neer op een van de bankjes bij het Historisch Museum. Op een koperen plaat naast de deur las ik dat het gesloten was. Terwijl ik uitkeek over de stad aan de baai probeerde ik op adem te komen. Ik zat niet lang alleen. Aan het eind van de bank schoof een oudere man aan. Een treurig lachje kreukelde zijn wangen terwijl hij van opzij even naar me keek. (p. 14)

Deze mooie beschrijvingen gebruikt Sterk veel minder voor de emoties van Loe en de mensen om haar heen. De schrijfstijl blijft dan ook redelijk zakelijk. Pas laat in het boek verandert dit en komen emoties naar boven drijven bij Loe en de weduwen. Of dit een bewuste keuze is (de titel is immers Weduwen huilen niet) kan ik niet zeggen. Het gebrek aan emoties in combinatie met een gebrek aan spanning zorgde ervoor dat ik pas rond de vijftigste bladzijde in het verhaal kwam. Gelukkig bleef Sterk daarna mijn aandacht vasthouden.

Weduwen huilen niet is geen boek dat in een top tien terecht zal komen, maar het is zeker wel de moeite waard om te lezen.

Budgen, Anne | Boven de straat hangt een witte lucht

Met Boven de straat hangt een witte lucht heeft Anne Budgen een zeer lezenswaardig boek geschreven. Het heeft de vorm van een dagboek. Fragmentarisch qua vorm, afgewisseld met stukjes uit Opwekkingsliederen, gedichtenflarden en Bijbelverzen. Het is het dagboek van Anna Meesink, een veertienjarig meisje dat opgroeit in een orthodox-christelijk gezin. Het boek begint op 17 januari 1993; je leest over drie pepermunten en twee guldens die klaarliggen op de keukentafel. Het is vlak voor kerktijd. Nog snel even de schoenen pakken die ergens onder het bed staan. Psalmboek in je tasje stoppen. Op de fiets springen en gaan! Boven de straat hangt een witte lucht. De lente komt eraan. Het is de voorbode voor het nieuwe leven dat Anna wacht.

Anne Budgen laat zien hoe in het streng-christelijke gezin scheuren beginnen te ontstaan. Vader en moeder gaan uit elkaar. Vader hoort stemmen. Oudste broer Han wil niet meer naar de kerk. Moeder gedraagt zich anders dan vroeger: minder streng, minder op regels gericht. Anna, beginnende puber, is gauw beïnvloedbaar, hoewel ze ook zelf nadenkt. Haar hoofd bevat wel honderd kamers en ze puilen allemaal uit. Zo chaotisch als ze is, zo ‘chaotisch’ is de structuur van dit boek. Wanneer haar buurvrouw haar uitnodigt eens mee te gaan naar de pinkstergemeente nemen de twijfels toe bij Anna over haar christelijke wortels, haar staan in het geloof, haar houding jegens God en christenen. ‘Ik heb de Heilige Geest ontvangen. Ik was in de pinkstergemeente en de preek was voor mij! Het ging over je helemaal aan Jezus geven en jezelf afleggen voor Zijn Aangezicht. Het gaat niet om ons maar om Hem.’

Nauwkeurig, gedetailleerd verwoordt Anna Meesink haar gevoelens en wat ze allemaal denkt, ervaart en meemaakt in het geloof. Haar vragen, haar kritische houding ten aanzien van de traditie, het komt allemaal voorbij. Ze laat zich meevoeren door de taal, door woorden en het Woord. (de Bijbel, red.) Op 4 september 1994 vertelt ze: ‘Vanochtend kreeg ik een woord tijdens de dienst in de pinkstergemeente. ‘Dochter, ik zie je worsteling met Mij en met Mijn Woord. Je twijfelt. Ga in het water zoals ook ik het water in ging en gedoopt ben.’ Was dat voor mij? (…) Ik voel soms weerstand. Dan ga ik alles analyseren…’

Boven de straat hangt een witte lucht is de debuutroman van schrijfster en dichteres Anne Budgen (1979). Opvallend vind ik dat dit verhaal verschenen is bij een niet-christelijke, meer algemene, toonaangevende uitgeverij. Het is een specifiek boekje geworden, christenen zullen zich herkennen in de taal die gebruikt wordt, de Bijbelverzen die geciteerd worden, de verschillende liederen die bij passende gelegenheden, situaties en omstandigheden opgetekend staan. De geloofstwijfel die uitgewerkt wordt in het leven van Anna is die van veel christenen wellicht. Het staan in een bepaalde traditie en de vraag naar schijn en zijn in het leven van christenen fungeert als een spiegel voor de ziel. De toon die Budgen gebruikt, is die van waardering en hier en daar een milde vorm van zelfspot. Negatief is ze nergens. Boven de straat hangt een witte lucht kan zich qua inhoud meten met Franca Treur.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet vermoed dat mensen die niets of niet veel op hebben met het christelijk geloof en het staan in een dergelijke traditie dit boekje zullen lezen. Daarvoor heb je toch inzicht nodig in en gevoel nodig voor de thematiek van het boek. Anne Budgen laat messcherp zien dat het helaas in veel kerken en bij veel christenen meer gaat om de buitenkant dan om de binnenkant, de vorm die overheersend is in plaats van de inhoud. Het leven van Anna toont aan dat de buitenwereld steeds meer vat krijgt op het innerlijke leven. En toch… helemaal loskomen van je christelijke wortels lukt je nooit. Die gedachte biedt uiteindelijk toch hoop en troost.

Evenboer, Tjarko | De stenen getuigen

‘Als er iets was waar Roderik jeuk van kreeg, dan was het wel religie. Hij vond het nutteloos, en volledig achterhaald door de wetenschap.’ Ziehier de introductie van hoofdpersoon Roderik Frederiks, Amsterdams rechercheur, rationalist en workaholic. Voor mij ligt het boek De stenen getuigen van Tjarko Evenboer. Een christelijk auteur, niet heel bekend. Tenzij je het boek De wereldwijde vloed kent. Een boek dat handelt over het verhaal van de zondvloed uit de Bijbel en andere, buiten-Bijbelse bronnen.

De cover van dit boek, uitgegeven bij Gideon, mag er zijn: onheilspellend, mysterieus en een duidelijke, nieuwsgierigmakende ondertitel. Qua dikte mag het boek er ook zijn, bijna 800 bladzijdes. Een boek waar je eens lekker voor kunt gaan zitten, zeg maar. Wat vormgeving betreft, nodigt dit boek zeker uit ter hand genomen te worden.

Niet alleen met Roderik maak je kennis, ook met de dochter van de vermoorde wetenschapper en hoogleraar Engelbert van Ameide, Valerie, is het aangenaam kennis te maken. Onder raadselachtige omstandigheden is de bewuste hoogleraar om het leven gekomen. Roderik heeft de zaak in onderzoek en stuit op een mysterie dat zijn hele rationele leventje op de kop gooit. En daarmee zet hij ook nog eens zijn carrière en zijn leven op het spel. Een serie kleitabletten over Noach, een super geheimzinnig genootschap met relaties in de hoogste kringen van Nederland, een middeleeuwse boekrol en een Antwerps monumentaal pand (inclusief geheim!) en uitstapjes naar verschillende buitenlandse steden vormen de talrijke ingrediënten van een verhaal dat, ondanks de dikte van het boek, vlot beschreven wordt. Het verhaal doet in de verte denken aan de verhalen van Dan Brown. Mede door toedoen van Valerie en andere personages om Roderik heen, door alle omstandigheden, vervelende, spannende situaties heen, raakt Roderik meer en meer in verwarring over dat wat hij dacht te weten en ten diepste nog lang niet wist. De balans tussen geloof en wetenschap is in een keer ver te zoeken. De vragen die Roderik stelt, die aan hem worden gesteld, veranderen zijn leven.

De stenen getuigen wordt op de achterkant genoemd  ‘een meeslepende pageturner’. Ik laat me er niet door afleiden. Het is absoluut spannend. Toch doet de stijl amateuristisch aan, dit wordt zeker veroorzaakt door legio spelfouten. Tientallen fouten in de zinsbouw en spelling doen hard afbreuk aan dit verhaal. En dat is zeer teleurstellend. Een beetje corrector had dit niet over het hoofd gezien en zaken rechtgetrokken. Dit gegeven maakt dat het boek uiteindelijk een magere voldoende van me krijgt.

De stenen getuigen is een boek dat in de eerste plaats christenen zeker zal aanspreken. Die lezen dan wel over de fouten heen. Maar de vraag die (altijd) overblijft: zal een niet-christelijke lezer dit boek snel ter hand nemen? En overtuigd raken van het geloof in de Bijbel? Als dat zo is, is de ‘missie’ van Tjarko Evenboer geslaagd.

Ruijters, Ilse | Later als ik dood ben

Een psychologische thriller. Winnaar van de Hebban Thriller Debuutprijs 2015. Grootse benamingen voor dit spannende boek van Ilse Ruijters, freelance presentatrice, tekstschrijver en columniste. Zowel haar debuut De onderkant van sneeuw als Later als ik dood ben zijn in de pers goed ontvangen.

Wat erg in de smaak valt bij dit boek is het motto, een gedicht van de beroemde en weergaloze dichter Gerrit Achterberg: Pullover. De inhoud is seksueel geladen. Symbool voor de inhoud van het boek. Daarmee is niet gezegd dat deze thriller heel veel seks bevat, maar er zijn toch enkele delen in dit boek die expliciet seks bevatten. Begrijpelijk dat dit deel uitmaakt van het verhaal, maar ik vind het doorgaans te expliciet, te nadrukkelijk aan de orde gesteld.

Hoofdpersoon in Later als ik dood ben, is de jonge Elin. In het begin van het verhaal ligt ze op de grond, hevig bloedend. Het leven vloeit uit haar weg. Vanaf dat moment gaan we terug in de tijd om te weten te komen hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen en wat eraan is voorafgegaan. In de zogenaamde proloog lezen we korte, staccato zinnen die iets laten voelen van de ernst van de situatie en van de pijn van dat moment. Een goed begin in ieder geval. We leren Elin kennen als een jonge vrouw die op zoek is naar cruciale antwoorden op cruciale vragen over haar eigen leven: wie is haar vader? Is haar vader een TBS’er? ‘Dit was het dan, het moment waar ik nu al maandenlang naar uitkeek. De cruciaalste stap in mijn zoektocht tot nu toe. Achter deze klink bevond zich mijn antwoord.’ Elin start haar taak als sociotherapeut in een TBS-kliniek. Het is in feite een dekmantel om achter de waarheid te komen. In de kliniek maakt ze al snel kennis met enkele patiënten en met collega’s die allemaal wel een reden hebben om verdacht te zijn, een reden hebben om zaken verborgen te houden. Elin wordt het meest gefascineerd door Rem. Met hem gaat ze zelfs heel ver. En daar begint dit verhaal zeer ongeloofwaardig te worden.

Het gaat Ilse Ruijters schijnbaar niet om de uitwerking van de personages, die blijven relatief oppervlakkig. Het gaat haar om antwoorden. En die moeten er dan ook snel komen. Koste wat kost en ondanks alles. Het is een verhaal dat leest als een trein, boeiend is en je aandacht absoluut vasthoudt. Maar voor de rest is het taalgebruik matig en verliest de auteur zich mijns inziens in een ongeloofwaardig, maar heftig plot.

Hansen, Ule | Negendoder

Een nieuw personage in thrillerland: profiler Emma Carow doet haar intrede in Negendoder. Een typisch Duitse thriller en dito hoofdfiguur verschijnt aan het boekenfirmament. Van tevoren waren de verwachtingen bij dit boek hooggespannen. Reikhalzend werd er door de thrillerliefhebbers uitgekeken naar Negendoder. Maakt het boek de verwachtingen waar?

Midden in Berlijn worden lijken aangetroffen, hangend aan een bouwsteiger. Hoe krijgt iemand het voor elkaar om ongezien in het centrum van deze stad, de stad die nooit slaapt, lijken te hangen? Zijn ze hier vermoord? Waarom? Wie zijn het? Emma Carow wordt op de zaak gezet. Ze heeft zelf te kampen met demonen uit het verleden: haar verkrachter is op vrije voeten nadat hij zijn straf heeft uitgezeten. Ze is bang. Zeker nu hij met zijn boek komt met daarin zijn verhaal. Ze lijdt psychisch enorm. Hierdoor komt ze op gespannen voet te staan met de zaak die ze nu in behandeling heeft. Hoe stabiel is ze  nog? Kan ze zich in de hand houden en de moordzaak oplossen? Op deze en andere vragen probeert Ule Hansen antwoord te geven.

Op de achterkant van het boek staat het duidelijk aangegeven: een thriller waar je niet omheen kunt! Wat betreft de originaliteit en de setting akkoord! Maar de schrijfstijl pakt me niet. Er zit weinig vaart in het verhaal en de spanning laat heel lang op zich wachten. Ik word niet meegezogen in een snel verhaal. De schrijver (Ule Hansen is een pseudoniem van een Berlijns schrijversduo) neemt uitgebreid de tijd om het verhaal goed neer te zetten. Dit duurt gewoon te lang. De titel Negendoder is goed gevonden: ‘Een vogel. Een sadistisch klein kreng. Spietst zijn buit op prikkeldraad of doornen en laat die daar hangen.’

Ik kan me moeilijk identificeren met de hoofdpersoon Emma Carow. En heel misschien is dit juist wel de kracht van de auteur. Het is absoluut geen doorsnee personage. Emma wordt goed neergezet als profiler, vurig en gedetailleerd geeft ze haar profielen weer. Voortdurend bijsturend. Totdat de climax bereikt wordt en ze wanhopig haar totale plaatje van de gestoorde moordenaar op de kop moet gooien.

Ik blijf met een ongemakkelijk gevoel achter na het verhaal gelezen te hebben. Een tikje gedesillusioneerd. Zit ik er misschien toch naast? Nu maar wachten op deel 2 en zien of Ule Hansen me alsnog weet in te palmen.

Pechtold, Alexander | Optimist in de politiek

Pechtold for president! Tenminste… als het aan hemzelf ligt. Dat valt tussen de regels door wel te lezen in zijn persoonlijk relaas getiteld Optimist in de politiek. Alexander Pechtold vat zijn politieke visie samen met de leus op een verkiezingsposter uit 1922. Hierop staat een schip afgebeeld dat tussen twee extremen vaart: reactie en revolutie. Boven het zeilschip staat ‘Houdt koers!’ Dit zeilschip, het Schip van Staat, laveert tussen de beide rotsen.

 

‘(…) een persoonlijke leidraad: trouw blijven aan principes en idealen, ongeacht het politieke klimaat. Ideeën zijn er om de koers op te bepalen en niet om applaus mee te oogsten. Je niet laten verleiden om naar de flanken te hellen, maar een op vooruitgang gerichte route blijven varen en daarmee verantwoordelijkheid nemen en vertrouwen winnen.’

Pechtold, erudiet voorman van D66, bevlogen politicus en optimist, schetst in zijn boeiende boek de beweegredenen en opdrachten die hij voor de toekomst ziet. Zo ziet hij de taken voor zich om de tekortschietende democratie nieuw leven in te blazen, wil hij een nieuwe weg inslaan met Europa en wil hij (her)nieuw(d)e glans geven aan de idealen van sociale rechtvaardigheid en gelijke kansen voor iedereen. Hij ziet die opdrachten als reactie op het toenemend pessimisme van onze tijd. Er heerst onvrede, onmacht. Hoewel het populisme mensen anders voorspiegelt, is er alle reden voor optimisme richting de toekomst en voor vertrouwen in de gevestigde politiek.

Het eerste hoofdstuk geeft ons een interessante kijk in de geschiedenis, de familiegeschiedenis van Alexander Pechtold. Niet-christelijke ouders die Alexander naar de protestants-christelijke school lieten gaan, waar hij vervolgens elke week trouw zijn psalmversje leerde, een omgeving zonder Sturm und Drang, een meer vrijzinnige opvoeding thuis en het indringende Indië-verleden van vader stempelden het leven van de (jonge) Pechtold. Zijn ouders hanteerden het motto: ‘Geen schuwe apen!’ Ze spoorden Alexander en broer Roland zo aan soms gewoon hun nek uit te steken, dingen te proberen, kansen te zien en… te pakken! Een van de meest invloedrijke personen voor Alexander was zijn (hoe kan het ook anders) docente Nederlands, Elly Groenenboom. Het was een vrouw die grote betrokkenheid toonde bij haar leerlingen. Zij zag dat Alexander de planken maar eens op moest, het toneel lonkte. Ook zij hanteerde ‘Geen schuwe apen!’ Hup, de planken op. Zo leerde Alexander de fijne kneepjes van het vak: spreken voor publiek. Over voorbestemming gesproken…

In een van de volgende hoofdstukken vertelt Pechtold dat, mocht het D66 niet lukken in het kabinet te komen in 2017, het wellicht tijd wordt voor een nieuw gezicht. Pechtold heeft zijn ‘schuwe aapje’ van zich afgegooid na 10 jaar oppositie voeren. Hij heeft grote ambities met Nederland. De beste plek om woorden om te zetten in daden is de regering. Hij legt de lat bewust hoog voor zichzelf. Hij stipt verder aan dat drie mensen voor hem een inspiratiebron vormen: zijn vader, Hans van Mierlo en Jan Wolkers. Hij beschouwt deze mensen als norm.

En Geert Wilders? De ‘eeuwige aartsrivaal’ van ‘mannetje’ Pechtold? Hij komt zeker aan bod:

 

‘Ik zal me blijven verzetten tegen het schreeuwerige taalgebruik van Geert Wilders, de politieke oplichter die nog nooit iets heeft waargemaakt van wat hij belooft. En tegen het steeds maar weer verleggen van morele grenzen van andere politici.’

De vergelijking met de jaren dertig van de vorige eeuw en de figuur van Wilders blijft Pechtold benoemen:

 

‘(…) ik ga niet mee in die nieuwe politieke correctheid dat ik het niet zou mogen doen. Dat je niet meer mag benoemen wat het is. Ik laat me de mond niet snoeren. Dan ga je op een hellend vlak. En is straks niets meer extreem.’

In Optimist in de politiek fileert en analyseert hij wat hem bezighoudt, wat hem bezielt, wat zijn verlangens zijn, waar hij voor gaat en staat. Pechtold heeft een prachtig, puik, politiek boek geschreven. Zijn trouwe, licht waterige hondenogen spatten van de cover af. Of zijn theorie praktijk wordt, weten we na 15 maart 2017.

Eerder geplaatst op: www.hebban.nl

Wolters, Octavie | Voorland

Octavie Wolters (1977) studeerde af in moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar debuut is getiteld: Voorland.

‘Het was het eeuwige ritme van de aarde. Het afsterven, de wedergeboorte, als een aangeslagen toon waarin voor altijd de grondtoon van een lagere octaaf doorklinkt. En de mens in wie, telkens opnieuw, het land zich verankerde. Alles anders, alles hetzelfde.’

Het land, het Limburgse land, is begin- en eindpunt van de proloog. Diep indringende landschapsbeschrijvingen beroeren de zintuigen van de lezer. Het is de rivier zelf, meanderend door het heuvellandschap, die de lezer meetrekt in de emoties van de verhaalpersonages. Het is de kerk op de heuvel, overal bovenuit stekend, die het bewijs van het verleden is, ‘dat niets ooit voorbijgaat en dat alles aan elkaar verbonden is, een lange keten van schakels die haast onzichtbaar, op het scherp van de snede aan elkaar gesmeed zijn.’

Het eerste deel van Voorland begint op 5 april 1969. Wolf Haasting verwekt zijn kind. ‘Ik wil geen kind, het is niet goed.’ Op datzelfde moment blaast aan de andere kant van het dorp zijn vader, Willem, zijn laatste adem uit. Zijn vrouw Johanna is enig getuige. Een slopend ziekbed maakt een eind aan het leven van vader Willem. De oogstrelende woorden die Octavie gebruikt om dit proces zichtbaar en voelbaar te maken en de schitterende details in het ziekenkamertje (de piëta op het kastje, de parfumflesjes op een rij en de spiegel op de lage kast) vormen de opmaat naar meer. Tegen het eind van het boek komen dezelfde details terug, maar dan in een ander tijdperk, in het leven van de kleinzoon van Willem en zoon van Wolf, Otto.

Na de dood van vader en tijdens de zwangerschap van Heleen, Wolfs vrouw, trekt Wolf zich geregeld terug in zijn domein, het biologielokaal van de school waar hij werkzaam is als biologiedocent. Hier voelt hij zich geborgen, hier voelt hij zich in zijn element samen met de tetra’s in zijn aquarium. Zij zijn voor hem als kinderen, kinderen die hij niet wenst. De liefde voor de tetra’s en zijn machteloze liefdeloosheid jegens Otto worden poëtisch beschreven in Voorland.

Naarmate het boek vordert, we hebben dan al de nodige tijdswisselingen gehad (1968 en 1969 wisselen elkaar af), belandt de lezer in het tweede deel, eind jaren negentig van de 20e eeuw. Hierin zien we dat Otto volwassen wordt en zelf ook een kind verwekt bij zijn vrouw, An. Otto is inmiddels archeoloog en krijgt de opdracht om in het zuiden van het land een opgraving te doen. Hij belandt hierdoor weer in zijn vroegere dorp waar hij is opgegroeid. Ook hier poëtische flashbacks die inzicht geven in gevoelens en gedragingen van de verschillende, treffend uitgewerkte, karakters.

Op het eind van het verhaal maak je de sprong naar 2015 in de epiloog. Hier maak je kort kennis met Ude, de dochter van Otto en An. Het boek eindigt waar het mee begon, met een rake toevoeging waarmee de thematiek van het verhaal binnendreunt: ‘Alles anders, alles hetzelfde, altijd nu.’ De eeuwige cycli van leven en dood, van het ene geslacht dat gaat en het andere geslacht dat komt, het gevoel dat alles verandert in en om je heen en tegelijk alles hetzelfde blijft, is zo bijzonder verwoord, dat je dit alleen maar zelf kunt genieten en bewonderen.

Voorland is uitermate geschikt om gelezen te worden door scholieren uit de bovenbouw van havo en VWO. Er is sprake van een pakkende stijl van schrijven, vele motieven (die ik nu niet verklap, kom daar zelf maar achter), een geweldig thema, fraai uitgewerkte karakters, schitterende tijdssprongen en poëtisch proza.

‘De kist zakte in de diepte. Het gat sperde haar muil open en slokte het lichaam voor eeuwig op. Het land dat tot zich nam…’

 

 

 

 

Riddle, A.G. | De oorsprong

A.G. Riddle leidde jarenlang internet-startups, totdat hij zijn grote passie ontdekte: schrijven. Gelukkig voor de liefhebber van spannende verhalen met erdoorheen gevlochten puzzels, avonturen en veel, heel veel geheimzinnigheid. De oorsprong is deel 1 uit de Atlantis-trilogie. In januari 2017 mogen we deel 2 getiteld Het virus verwelkomen. En later in het jaar komt deel 3 uit.

‘Het geloof is onze wanhoopspoging om de wereld om ons heen te begrijpen. En ons verleden te begrijpen. We leven in het duister, omringd door mysteriën. Waar komen we vandaan? Wat is onze functie? Wat gebeurt er als we dood zijn? Het geloof geeft ons ook nog iets anders: normen en waarden, de begrippen goed en kwaad, richtlijnen voor menselijk fatsoen. Maar het geloof is een instrument, dat net als alle instrumenten misbruikt kan worden.’ Zo verwoordt een Tibetaanse monnik het tegen Kate Warner, een van de hoofdpersonages in dit deel. Met deze woorden zitten we letterlijk en figuurlijk middenin het verhaal. En over die vraag gaat het met name in dit boek: waar komen we vandaan? Van wie stammen we af? En hoe overleven we de toekomst? De Oorsprong gaat dieper in op deze vraag en doet dit aan de hand van het bekende volk en rijk van Atlantis; een interessante en aangename invalshoek. Creatief en origineel. Wel zo belangrijk om je als auteur te onderscheiden in het woud van avonturenverhalen over herkomst en toekomst van de menselijke beschaving, het langzaam maar zeker toewerken naar het einde der tijden en daarbij de inzet van een levensgevaarlijk en zeer bedreigend virus.

Op Antarctica wordt een onderzeeboot gevonden diep in het ijs verborgen. Onderzoekster Kate Warner wordt op de zaak gezet. De ontdekking die ze doet is erg gevaarlijk voor haar en voor het hele menselijke ras. De volgende fase in de evolutie zou bereikt kunnen worden door haar baanbrekende ontdekking. Maar als de sleutel hiertoe in verkeerde handen valt, zou dit tevens het eind van de wereld kunnen betekenen. Geheim agent David Vale weet een zeer gevaarlijke boodschap te decoderen. Er is maar een persoon op de wereld die hem kan helpen: Kate Warner. Een wereldwijde samenzwering moet aan het licht gebracht worden om de waarheid te achterhalen over de oorsprong van Atlantis – en de mensheid. Doel van de tegenstanders? Niets minder dan het mensdom uitroeien. Kate en David binden de strijd aan tegen deze samenzweerders; mits ze het overleven.

Het verhaal zelf is soms best ingewikkeld. Maar door de duidelijke tijd- en plaatsaanduidingen boven de hoofdstukken helpt het je als lezer wel het verhaal te volgen. Een prima structuur dus. Houd je hoofd er goed bij wanneer het evolutionistisch gedachtegoed aan de orde komt. Herlezen is geen overbodige luxe in dat geval. Het plot is spannend. De stijl snel. De lezer wordt voortgestuwd naar een stevige finale. Een open eind zorgt ervoor dat je reikhalzend uitkijkt naar het vervolg. Nog even geduld a.u.b.!

Sveen, Gard | De hitte van de hel

Gard Sveen (1969), auteur van het mogelijk bekende boek De doden hebben geen verhaal, komt nu met zijn tweede zeer spannende thriller: De hitte van de hel. Sveen is werkzaam als senior adviseur bij het Noorse ministerie van Defensie. Een interessante job die hij blijkbaar goed weet te combineren met het schrijven van een spannende thriller.

Sveens tweede thriller gaat opnieuw over inspecteur Tommy Bergmann, hij treft op een donkere avond vlak voor de kerstdagen van 1988 een lichaam aan op een verlaten terrein, een donker bos ver weg van de bewoonde wereld. Het is het lichaam van Kristiane Thorstensen, dochter van Elisabeth en Per-Erik. Het moment dat Tommy het slechte nieuws moet brengen bij de ouders wordt hartverscheurend beschreven: pijnlijk, gedetailleerd, gevoelvol. De proloog eindigt met dit beeld. Deel 1 speelt zich af in november 2004, opnieuw Advent. Opnieuw de donkere dagen voor Kerst. En weer wordt er een lichaam gevonden, nu dat van een zwaargewonde prostituee. Bergmanns herinneringen gaan terug in de tijd. De modus operandi lijkt op die van de moord in 1988. De verwondingen van de jonge vrouw lijken namelijk verschrikkelijk veel op die van de slachtoffers van destijds, slachtoffers van seriemoordenaar Anders Rask. Echter, deze zit opgesloten in een van de zwaarst beveiligde tbs-klinieken van het land.

Dan neemt de moeder van een van de slachtoffers van destijds contact op met de politie. Zij beweert dat de dader van toen niet Rask is, maar iemand anders. En zij weet wie…

Gard Sveen houdt het boeiend van de eerste bladzijde tot de laatste in De hitte van de hel. Vol sfeer, spanning en psychologie. Een thriller waarin alles klopt. Alles past. Alles op zijn plaats valt. En met een einde waar de vonken vanaf spatten. Eerlijk is eerlijk, voor de oplettende thrillerfan en diehard speurder is het einde niet helemaal onverwacht. En ook niet helemaal origineel. Toch is het een thriller die je op het puntje van je stoel bezet houdt.

Aandacht voor wezenlijke vragen en diepgaande bezinning tref je ook aan bij Sveen: ‘Welke god had zo’n wereld kunnen scheppen? Die vraag stelde Elisabeth Thorstensen zichzelf. De wereld was zo verdorven, zo gemeen en onbegrijpelijk dat het bestaan ervan op zich al bewees dat er geen god bestond. Dat wist ze al sinds ze negen was, maar elke keer voelde dat inzicht weer een beetje zwaarder.’ Het is deze vraag en andere waarom-vragen die ruimte bieden voor reflectie. Jammer genoeg is het antwoord, zoals blijkt uit het verhaal, er een van diepe duisternis, zwart als de hel. Er gloort ondanks Advent en de naderende kerstdagen geen licht aan de horizon.