Mauriac, François | Thérèse

Thérèse is de tweede uitgave van de nieuwe Uitgeverij Bint. (De recensie van de eerste roman vind je hier.) Deze dubbelroman van François Mauriac bestaat uit Thérèse Desqueyroux (1927) en Het einde van de nacht (La Fin de la nuit, 1935). Mauriac’s romans zijn in 1935/36 al vertaald naar het Nederlands. Deze uitgave is een bewerking van die vertalingen.

Van de twee romans is Thérèse Desqueyroux de bekendste. Deze roman is ondertussen al twee keer verfilmd en in vele talen vertaald. In deze roman introduceert François Mauriac een vrouw die haar man heeft geprobeerd te vergiftigen, Thérèse. Zij is ook de hoofdpersoon in de tweede roman Het einde van de nacht en in twee novelles die niet in deze uitgave zijn opgenomen.

François Mauriac werd in 1885 geboren in Bordeaux, in de regio Gironde. Een regio vol met pijnbomen. Tussen deze pijnbomen laat Mauriac zijn hoofdpersoon opgroeien. Mauriac groeide zelf op zonder vader en verhuisde in 1907 naar Parijs met het plan om daar verder te studeren. Hij ging al snel fulltime schrijven en publiceerde zijn eerste werk in 1909, een dichtbundel. In 1913 volgde zijn eerste roman, maar pas na de Eerste Wereldoorlog kreeg hij bekendheid. Mauriac heeft een indrukwekkend oeuvre en wordt gezien als een van grootste katholieke schrijvers van de twintigste eeuw. Hij kreeg zelfs de Nobelprijs voor de Literatuur in 1952. Dat belooft wat!

Als Mauriac Thérèse opent zien we Thérèse de rechtbank uitlopen. Ze is ontslagen van rechtsvervolging. Haar vader heeft haar geholpen, maar alleen om zijn eigen reputatie en carrière te beschermen.

‘Wel, ben je blij?”
Haar vader scheen zich eindelijk bewust te worden van haar aanwezigheid. […] Ze zei zachtjes: ‘Ik heb zoveel geleden, ik ben gebroken…’ en hield toen ineens op. Waarom zou ze nog praten? Hij luistert niet naar haar, ziet haar niet meer. Wat kan het hem schelen wat Thérèse voelt? (p. 17)

Thérèse gaat op weg naar Bernard, haar man. De man die zij geprobeerd heeft te vergiftigen. Hoe zal ze hem kunnen uitleggen hoe ze zover heeft kunnen komen? Onderweg blikt ze terug en bedenkt ze wat ze tegen hem zal zeggen.  Als Thérèse thuiskomt beseft ze dat ze het Bernard niet uit kan leggen. Bernard heeft haar nu in haar macht. Ze mag haar dochter niet meer zien en is gevangen in haar eigen huis. Aan het einde van Thérèse Desqueyroux brengt Bernard haar naar Parijs. Nadat ze haar motieven tevergeefs aan Bernard heeft uitgelegd, laat hij haar achter.

Jaren later pakt Het einde van de nacht de draad van het verhaal weer op. Thérèse is oud geworden en leeft met haar dienstmeisje een rustig, eenzaam leven in Parijs. Die rust wordt verstoord als haar dochter Marie op bezoek komt. Marie heeft een vriend (Georges) en wil met hem trouwen, maar Georges’ familie ligt dwars. Ze verwacht dat Thérèse haar wel kan helpen om Georges te overtuigen. Thérèse slaagt er echter (gewild of ongewild) in om Georges op haar verliefd te laten worden. Een complexe situatie dus, die alleen maar complexer wordt als Thérèse waanideeën krijgt en bang is dat iedereen het op haar heeft voorzien.

Het mooie van een dubbelroman is dat je beide boeken met elkaar kunt vergelijken. Beide romans draaien om een vergiftiging. In Thérèse Desqueyroux heeft Thérèse haar man dag na dag gif toegediend  De tweede roman draait om een minder letterlijke vergiftiging. Thérèse heeft Georges met verliefdheid vergiftigd en probeert dit ongedaan te maken. In beide romans draait het om de zoektocht naar het waarom. Hoe kon Thérèse keer op keer de druppel gif in Bernard’s eten doen? Kon ze dit wel uitleggen? En hoe zuiver waren haar bedoelingen met Georges?

Mauriac schuwt de grijze gebieden van de moraal niet. Hij schetst een vrouw, “afschuwelijker nog dan al mijn andere hoofdpersonen” (p. 9), maar maakt van haar geen stereotype slechte vrouw. Thérèse is geen vrouw gedreven door haat en wraakzucht. Ze is een vrouw gevangen in “het ritme […] van haar noodlot” (p. 247).

Beide romans zijn duidelijk in dezelfde stijl geschreven, maar de verhaallijn van de eerste roman is helderder dan die van de tweede roman. Het einde van de nacht wordt vooral warrig als Thérèse last krijgt van haar waanideeën. Verder is de vertaling duidelijk geactualiseerd, maar de gebruikte taal is (naar mijn smaak) toch niet modern genoeg. Daardoor leest de roman soms wat minder lekker. En toch…

Thérèse is een dubbelroman met een intrigerende hoofdpersoon. Zo intrigerend dat ik hem (tegen mijn gewoonte in) nog een keer wil lezen.

 

Kwakman, Bas | Hotelkamerverhalen

Bas Kwakman reist als directeur van een poëziefestival de wereld over. Op zijn reizen komt hij allerlei mensen en situaties tegen. Die bijzondere ervaringen verwerkte hij in Hotelkamerverhalen (fictie).

Van elke hotelkamer waarin Kwakman verblijft, maakt hij tekeningen met inkt, aquarel en stift. De omslag van het boek is één van die tekeningen. Elk verhaal in Hotelkamerverhalen is ongeveer drie pagina’s kort en wordt voorafgegaan door een tekening.

Doordat Hotelkamerverhalen uit zoveel korte verhalen bestaat, is het een fantastisch boek om even tussendoor te lezen. Het kost geen moeite om in het verhaal te komen en op elk moment kun je het boek weer wegleggen. De verhalen zijn over het algemeen zelfstandig te lezen en lezen net zo makkelijk als columns. Kwakman weet zo te vertellen dat het lijkt alsof hij je persoonlijk over zijn ervaringen vertelt. Kwakman bereikt dit onder andere door in de ik-persoon te schrijven. Daardoor leer je de hoofdpersoon maar oppervlakkig kennen en gaat alle aandacht uit naar de mensen die hij ontmoet.

Zoals gezegd zijn de verhalen kort, maar van één hotelkamer leek Kwakman niet genoeg te kunnen krijgen. Aan Medellin, Colombia wijdt Kwakman vijf achtereenvolgende verhalen. Vanaf dat moment lijken de verhalen ook een eenheid te gaan vormen, ook al blijven ze afzonderlijk leesbaar.

Kwakman weet in Hotelkamerverhalen op een subtiele manier poëzie te verwerken. Ook voor poëziemijders zoals ik voegden de gedichten iets toe. De poëzie en gesprekken waren af en toe jammer genoeg wel onvertaald. Mijn Spaans en Afrikaans is daar niet goed genoeg voor. Deze talen kwamen niet veel voor, maar als uw Engels minder goed is, zult u daar zeker last van hebben.

Hotelkamerverhalen is een mooi samenspel van schilderij, poëzie en proza. Het geeft een mooi inkijkje in verschillende werelden en is vooral geschikt voor de verloren uurtjes (of zelfs minuutjes).

Oswald, Debra | Z.G.A.N.

De Australische Debra Oswald is een allesschrijfster. Ze schrijft kinderboeken en schrijft voor film, televisie, toneel en radio. De laatste toevoeging aan dit rijtje is een roman, getiteld Z.G.A.N. (Zo Goed Als Nieuw). Z.G.A.N. is in 2015 bij Penguin uitgegeven met als originele titel Useful. 

Mechteld Jansen heeft met deze vertaling topwerk geleverd. Het boek opent absurd en droogkomisch. Sullivan (Sully) Moss heeft gefaald in zijn leven en probeert zelfmoord te plegen door van de drieëntwintigste verdieping te springen. Maar zelfs hierin faalt Sully.  Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed, ziet hoeveel er voor hem gezorgd wordt en beseft dat het zonde zou zijn geweest om zijn lichaam, vol met functionerende organen, kapot te laten vallen op de stoep.

Sully besluit om een van zijn nieren te doneren. Hiervoor moet hij wel zijn leven omgooien. Wat volgt is een poging om te veranderen. Niet alleen bij Sully, maar ook bij de mensen om hem heen, die allemaal vastzitten in hun rollen en patronen. Z.G.A.N. is een constante poging om uit deze rollen en patronen te stappen. Eén van de personages verwoordt het als volgt:

Ze geloofde niet dat er veel mensen waren die wezenlijk konden veranderen. De meeste mensen hebben maar weinig ruimte, alsof iedereen in zijn eigen tupperwarebakje leeft. Er was in dat bakje wel een beetje ruimte om te verschuiven, maar niet veel. (p. 312)

Z.G.A.N. begint met absurde situaties en veel droge humor. Langzaam verdwijnen de absurditeiten en maken ze plaats voor een serieuzer verhaal. De grappige stijl van Debra Oswald blijft echter ook in de serieuzere delen van Z.G.A.N. duidelijk aanwezig. In een interview zegt Debra “Waarom kan iets niet donker en doordacht zijn en tegelijk grappig en vol vreugde en speelsheid?”

Debra is geslaagd in het samenbrengen van deze donkere en lichte kant. Z.G.A.N. leest heerlijk, maar enkele kanttekeningen zijn wel op zijn plaats. Door het hele boek wordt met regelmaat gevloekt. Verder komt er veel seks voor in het boek. Het is dan wel weer sterk dat deze seks niet erotisch wordt beschreven, maar heel plat en zonder opsmuk.

Kortom, op het grove taalgebruik en de seks na is dit boek een absolute aanrader. Debra vertelt een serieus verhaal op een lichte toon. Ik kan niet wachten tot Debra een tweede roman schrijft!

Sterk, Albertine | Weduwen huilen niet

boekomslag Weduwen huilen nietIn haar tweede roman Weduwen huilen niet neemt Albertine Sterk (1943) ons mee naar Rusland, boven de poolcirkel. De onderzeeër Koersk is verongelukt (NOS video) en een Nederlands bedrijf heeft de opdracht om het schip te bergen. Loe Stein wordt ingehuurd om te vertalen tussen het bergingsbedrijf en de weduwen van de omgekomen bemanning. Loe vertrekt vol onzekerheid naar Rusland, onwetend hoe het met haar minnaar Rogier gaat, die net een ongeluk heeft gehad. Als ze in Rusland aankomt krijgt ze met nog meer onzekerheid te maken. De weduwen lijken haar in eerste instantie niet te accepteren. Als Loe vervolgens wel geaccepteerd lijkt te worden, moet ze uitkijken om niet tegenover haar opdrachtgever (het bergingsbedrijf) te komen te staan.

Albertine Sterk (echte naam Bettie Kool) vertelt een origineel verhaal waarin ze het veelbeschreven thema verlies combineert met het thema onzekerheid. In de problemen van Loe en de weduwen zitten sterke parallellen. Loe heeft verdriet omdat ze haar minnaar achter heeft gelaten, maar zit ook met onzekerheid over hem. In die onzekerheid en in dat verdriet is zij helemaal alleen. De weduwen zitten natuurlijk ook met verdriet om hun verlies, maar ook met vragen. Hoe lang zijn de mannen in leven gebleven? Wat verzwijgt de overheid voor hen? De weduwen worden ondanks de hulp van Loe niet gehoord en staan alleen.

Sterk gebruikt korte zinnen en poëtische beschrijvingen zonder onleesbaar te worden.

Hijgend zakte ik neer op een van de bankjes bij het Historisch Museum. Op een koperen plaat naast de deur las ik dat het gesloten was. Terwijl ik uitkeek over de stad aan de baai probeerde ik op adem te komen. Ik zat niet lang alleen. Aan het eind van de bank schoof een oudere man aan. Een treurig lachje kreukelde zijn wangen terwijl hij van opzij even naar me keek. (p. 14)

Deze mooie beschrijvingen gebruikt Sterk veel minder voor de emoties van Loe en de mensen om haar heen. De schrijfstijl blijft dan ook redelijk zakelijk. Pas laat in het boek verandert dit en komen emoties naar boven drijven bij Loe en de weduwen. Of dit een bewuste keuze is (de titel is immers Weduwen huilen niet) kan ik niet zeggen. Het gebrek aan emoties in combinatie met een gebrek aan spanning zorgde ervoor dat ik pas rond de vijftigste bladzijde in het verhaal kwam. Gelukkig bleef Sterk daarna mijn aandacht vasthouden.

Weduwen huilen niet is geen boek dat in een top tien terecht zal komen, maar het is zeker wel de moeite waard om te lezen.