Wieringa, Tommy | Totdat het voorbij is

tommy Wieringa - totdat het voorbij is

Tommy Wieringa kan mij als geen ander laten voelen. Ik heb genoten van De heilige Rita, waarin hij het thema ouder-kind al verkent. Hoewel dat een toch wel bijzondere vertelling is, komen ook daarin de oergevoelens als liefde, loyaliteit, verraad en binding(angst) al aan de oppervlakte. In het verhalenbundeltje Totdat het voorbij is, deelt Wieringa vanuit zijn persoonlijke leven gedachten, gesprekjes en ervaringen omtrent zijn dochters en zijn vaderzijn.

Het bundeltje kent 23 verhaaltjes van 2 à 3 pagina’s. Hoewel het boek dus qua omvang niet veel voorstelt, zijn de verhalen stuk voor stuk pareltjes. Heel vaak zijn ze uit het leven gegrepen. Zo bepaalt het eerste verhaal (over het moment waarop hij de geboorte van zijn tweede dochter op het gemeentehuis gaat melden) de lezer bij vergankelijkheid. De beambte wijst hem erop dat hij een goede pen moet gebruiken: ‘Als uw dochter over tachtig jaar het geboortebewijs opvraagt, is het net of u niet hebt ondertekend.’ ‘Ik denk aan de manuscripten die ik afstond aan het letterkundig museum, alles vulpeninkt, niks scripta manent. Als mijn dochter oud is en ik dood, zal het zijn of ze niet geschreven werden.’

Vrijwel alle verhaaltjes zijn zo opgebouwd. Hij begint met een anekdote, die van alles kan zijn. Soms een herinnering, soms iets wat zijn dochters zeggen (die de gewoonte ontwikkelden om namen van schrijvers als scheldwoord te gebruiken: ‘Hou je Steinbeck!’), soms een ontmoeting (de zelfspot over zijn ontmoeting met Möring is hilarisch) en soms een observatie.

Bijzonder raakte mij het verhaal over het verschil tussen moeder en vader, waarin hij citeert uit het werk van Knausgård. ‘”Ik heb altijd geweten dat ze meer van haar hielden dan van mij, of met een grotere intensiteit. Ze was warmer en gepassioneerder dan ik en gaf ze iets wat ik ze niet kon geven. Maar ze hadden mij ook nodig, want als ik thuiskwam na weg te zijn geweest, was het alsof er iets tot rust kwam in hen en in het huis, alsof mijn aanwezigheid een soort evenwicht schiep in hun bestaan.” Ik heb me daarbij neer gelegd: eerst de moeder en pas veel later de vader. Een gezin zonder moeder heb ik altijd als iets tragisch ervaren, als iets waar het wezenlijke aan ontbreekt. Een hart. Een gezin zonder vader kan misschien lastig zijn, onpraktisch als het ware, maar meer ook niet; het is een overkomenlijk probleem.

Deze, maar ook andere opmerkingen die Wieringa maakt, zorgen ervoor dat het boek gaat over oergevoelens: die van het vader worden en de veranderde kijk op het leven die dat met zich meebrengt. Ik ga een doos van deze boekjes aanschaffen en ik beloof iedere aanstaande vader in mijn omgeving bij dezen een exemplaar.

Hall Kelly, Martha | Russische rozen

Russische rozen, een roman waarin het leven van de welgestelde New Yorkse Eliza Ferriday, Sofia Stresjnajva, een nichtje van de Russische tsaar en Varinka een boerendochter van het Russische platteland met elkaar verweven zijn. Een mix van historie en fictie die je vanaf de eerste bladzijde boeit.

De vriendinnen Eliza en Sofia reizen in het voorjaar vanuit het Parijse appartement van Eliza naar Sint-Petersburg. Het is de stad waar de Romanovs en de Russische elite in ongekende weelde leven, terwijl een groot deel van de bevolking in diepe armoede leeft. Het autocratische bewind van de tsaar en diens rijkdommen roepen echter steeds meer weerstand op. Op straat nemen de onlusten in hoog tempo toe. Als de dreiging van een wereldoorlog toeneemt, gaat Eliza terug naar de Verenigde Staten. Ze houdt per brief contact met Sofia. Als voor Sofia en haar familie steeds duidelijker wordt dat de volkswoede ook tegen hen als familie van de tsaar gericht is, gaan zij naar hun landhuis op het platteland. Nu komt Varinka in beeld, een boerenmeisje dat Sofia inhuurt als kindermeisje. De Stresjnajva’s leiden in eerste instantie hun leventje in grote welstand. Dat staat in schrijnend contrast tot de armoede waarin de inwoners van het platteland leven. 

Revolutie

Eliza, in New York, zet zich op allerlei manieren in voor de opvang van Russische vluchtelingen in zowel New York als Parijs. Als op een gegeven moment het contact met Sofia verbroken is, maakt ze zich ernstig zorgen over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

De Russische Revolutie maakt een einde aan het bewind van de tsaar en aan de bevoorrechte positie van adellijke families als de Stresjnajva’s. Terwijl heel veel Russische families naar het buitenland zijn uitgeweken, komt een deel van de familie Stresjnajva’s op tragische wijze om het leven. Voor Sofia was tijdens de verschrikkelijke gebeurtenissen niet aanwezig. Voor haar begint de zoektocht naar haar zoontje Max, meegenomen door Varinka. 

‘Russiche rozen’ wordt  afwisselend verteld vanuit het perspectief van de drie vrouwen. Elk van hen geeft haar eigen beeld van de geschiedenis tussen 1914 en 1920. Dat neemt de lezer afwisselend mee naar Sint-Petersburg, New York, het Russische platteland en Parijs. Juist door die verschillende perspectieven krijg je een goed beeld van deze periode.

In het Parijse appartement, waar het verhaal begon, ontmoeten Sofia en Eliza elkaar uiteindelijk weer en weten ze uiteindelijk ook een hereniging met Max tot stand te brengen. 

Martha Hall Kelly is er in geslaagd een zeer persoonlijk  en op waarheid gebaseerd verhaal over een ingrijpende periode in de wereldgeschiedenis te schrijven. Aanbevolen!

Vlugt, Simone van der | Wij zijn de Bickers

Simone van der Vlugt - Wij zijn de Bickers!

Simone van der Vlugt staat garant voor spannende fictie, vaak met een historisch onderwerp. Met Wij zijn de Bickers!, een verhaal over de beroemde Amsterdamse familie Bicker, waagt zij zich op het terrein van de non-fictie. Op basis van oude documenten als onder andere notulen van een rechtszaak, een kasboekje, documenten over de bouw van het stadhuis op de Dam, privécorrespondentie en dagboeken slaagt Van der Vlugt er in de Bickers tot leven te brengen. Wij zijn de Bickers! begint aan het begin van de zestiende eeuw met Pieter en Anna Bicker-Codde en eindigt in tweede helft van de zeventiende eeuw. 

En de familiegeschiedenis is indrukwekkend: in betrekkelijk korte tijd weet de familie Bicker zich een positie in Amsterdam te veroveren die er niet om liegt, zowel zakelijk als op politiek terrein. De invloed op het stadsbestuur is niet te onderschatten gedurende met name de zeventiende eeuw! De Bickers zijn echte voorbeelden van Hollandse koopmansgeest en laveren, soms met een zeker opportunisme, tussen de verschillende partijen door om zo hun eigen positie te versterken. 

Van der Vlugt neemt haar lezers niet alleen mee in een interessante familiegeschiedenis, maar ook op een boeiende reis door de geschiedenis van Amsterdam en het ontstaan van De Republiek der Zeven Verenigde Nederland die je door de ogen van de Bickers mee mag maken. Kerkelijke twisten tussen Rooms-Katholieken en Protestanten, de oorlog met Spanje, de slavenhandel, de relatie van de Amsterdamse regenten met de Oranjes,  handelsoorlogen en slavenhandel passeren onder andere de revue en tillen het werk boven een familiegeschiedenis uit. 

Portretten van verschillende Bickers, fragmenten uit archiefstukken, afbeeldingen van schilderijen en landkaartjes verlevendigen de tekst en zijn een informatieve aanvulling op het verhaal. Wie zich nog verder zou willen verdiepen in de geschiedenis van de Bickers kan gebruik maken van het uitgebreide overzicht van de door Van der Vlugt gebruikte informatie.

Ik heb het lezen van ‘Wij zijn de Bickers!’ als een plezierige wandeling door Amsterdam en de geschiedenis van een van zijn bekendste families ervaren en me terug gewaand in voorbije eeuwen waarbij je ook nog zoveel herkent uit het huidige Amsterdam! Wat mij betreft is Van der Vlugt geslaagd met haar eerste non-fictieboek!

Goedbloed, Liesbeth | Broeder Ezel

Liesbeth Goedbloed - Broeder Ezel

Het debuut Broeder Ezel van Liesbeth Goedbloed heeft een aangrijpende proloog. Daarin zijn we getuige van hoe Anna haar broertje Jens vindt, die in de sloot is gevallen. Het broertje waar zij op had moeten passen. Anna denkt dat hij een engeltje is geworden.

Een tweede proloog staat tussen haakjes, begint met een Bijbeltekst en lijkt een profetische voorspellingvan de roman. De alwetende verteller richt zich tot Bettino, iemand die 742 jaar geleden in die regio van een toren is gevallen om een engel te kunnen worden. Dan begint het verhaal; Anna, een studente kunstgeschiedenis, heeft net haar scriptie ingeleverd en gaat nu samen met een ezel een trektochtmaken naar de top van de Monterosso in Italië. Anna wil voor de ezel zorgen, als haar broeders hoeder.

De voorbereidingen, het doel van de trektocht, de beschrijving van de omgeving en de herinneringen aan Anna’s jeugd vormen stof voor de zinnen in deze roman. Uit de herinneringen wordt duidelijk dat Anna komt uit een orthodox-christelijk gezin; zondags gaan ze naar de kerk, volgens de dominee is Anna hel- en doemwaardig, samen met haar broertje spelen ze kerkdienstje.

De zinnen staan bol van verwijzingen naar Bijbelverhalen. Het duizelt mij wat er allemaal voorbij komt. Al gauw wordt het idee gewekt dat Anna deze tocht gaat maken om te offeren, om met haar schuld in het reine te komen. De preken uit Anna’s jeugd hebben haar denken behoorlijk beïnvloed. Het wordt allemaal zwaar ingezet; de schuldgevoelens waar ze mee worstelt.

Hoe verder de trektocht van Anna gaat, hoe heftiger de scènes. Hoe meer ik mij als lezer verlies, tussen de herhalingen, het poëtisch taalgebruik, de veelheid van beelden en symbolen in dit esoterische verhaal over geloof en boete. Het psychisch lijden van Anna en hoe te overleven na een jeugdtrauma, verstikt. Ik heb het gevoel gek te worden net als Anna. Dat naast Anna ook broeder ezel een personage is om rekening mee te houden valt mij pas later op. Naast de beschrijvingen van de trektocht en de herinneringen aan de jeugd, komen er aan het eind meer recente flashbacks. Het wordt steeds duidelijker wat er met Anna aan de hand is. Tegen die tijd is zij overgeleverd aan de genade van de lezer.

© Deze recensie is geschreven door Antoinette Schram en eerder verschenen in Onder Woorden (april 2019). De tekst is met toestemming van de auteur hier geplaatst.

Hillman, Robert | De boekwinkel voor gebroken harten

Omslag Boekwinkel voor gebroken harten

De boekwinkel voor gebroken harten vertelt het verhaal van drie mensen. Een ontroerend verhaal over doorgaan met leven als alles je is afgepakt. De Australische fictie- en non-fictieschrijver Robert Hillman schrijft geen romantisch sprookje, maar een authentieke roman over beschadigde levens.

De boekwinkel voor gebroken harten begint vanuit het perspectief van Tom Hope. Tom is een boer in een afgelegen gebied van Australië. Hij is geen boer geworden omdat hij dat altijd al wilde worden, maar omdat het leven liep zoals het liep. Zijn vrouw lijkt niet tevreden en vertrekt met onbekende bestemming. Als ze weer terugkomt, blijkt ze zwanger van een ander. Tom voedt het jongetje, Peter, op alsof het zijn eigen zoon is. Als zijn vrouw weer met de noorderzon is vertrokken, neemt ze Peter mee naar een Jezuskamp.

Tom blijft alleen achter. Maar dan komt Hannah in beeld. Ze heeft Auschwitz overleefd en is naar Australië vertrokken om een boekenwinkel te openen in een boerendorp. Zodra Tom en Hannah elkaar leren kennen, horen we ook Hannah’s verhaal. In Auschwitz is Hannah van haar zoon gescheiden. Hoewel Hannah extravert is, kan ze met niemand praten over haar verlies. Het hele boek door blijft het de vraag of Hannah, Peter en Tom hun trauma’s kunnen verwerken. Kunnen ze verder leven als het dierbaarste ze is afgepakt?

Robert Hillman kan met weinig woorden een sfeer neerzetten. In één zin beschrijft hij hoe Tom met zijn vrouw omgaat als ze terug is gekomen:

Tom was lief voor haar, liever dan toen hij nog van haar hield.

(p. 18)

Hoewel De boekwinkel voor gebroken harten een zoetsappig liefdesverhaal had kunnen zijn, is het veel meer dan dat. De boekwinkel gaat over standaard thema’s als liefde en verdriet, maar Hillman vertelt toch een origineel verhaal. Hannah en Tom zijn totaal verschillend en hebben compleet verschillende achtergronden en ervaringen. Gaandeweg het verhaal komen ze echter dichter bij elkaar en zie je steeds meer overeenkomsten.

Dat Hannah en Tom allebei hun (stief)zoon hebben verloren, betekent volgens Hillman niet dat hun verlies en trauma’s vergelijkbaar zijn. Het verlies van Hannah is een verlies dat nooit minder wordt. De boekwinkel voor gebroken harten gaat volgens Hillman ook niet over het helen van gebroken harten, maar over de vraag of iemand ondanks de vreselijke last die hij of zij moet dragen, de poëzie in de wereld nog kan zien. De boekwinkel voor gebroken harten is literatuur zonder dikdoenerij, een absolute aanrader.

Lanchester, John | De muur

omslag De Muur John LanchesterIn De muur gaan we naar de toekomst. Een toekomst waarin het zeewater is gestegen en het bouwen van grensmuren normaal is geworden. Deze Nederlandse vertaling van John Lanchesters The Wall is nog maar net uit en is zeer geschikt om in een weekend uit te lezen.

De muur speelt zich af in het Verenigd Koninkrijk. Om het hele land staat een dikke muur. Niet alleen om het gestegen water tegen te houden, maar ook om ‘de anderen’ buiten het Verenigd Koninkrijk te houden. De muur wordt dan ook dag en nacht bewaakt door jonge mannen en vrouwen. Hoor je niet bij de elite, dan zul je twee jaar van je leven op de koude betonnen muur moeten doorbrengen.

Joseph Kavanagh is een van de jongeren die twee jaar lang de taak heeft om de muur te verdedigen. Een gevaarlijke taak. In een gevecht met ‘de anderen’ zou hij kunnen sneuvelen. Maar een groter gevaar is misschien nog wel dat voor elke ‘ander’ die de muur toch over weet te komen, een verdediger de zee wordt opgestuurd. Toch is spanning op de muur vaak ver te zoeken en bestaat het verdedigen van de muur vooral uit lange, koude, saaie diensten. Elke onderbreking is meer dan welkom, al is het maar de thee die langsgebracht wordt.

‘Je eerste dag?  Arme stakker. Die komt altijd hard aan. Maar je raakt eraan gewend. En het regent niet, er staat geen storm en het is overdag, dus dat voordeel heb je.’

‘Ik ben Kavanagh,’ zei ik. Het vocht was donkerbruine thee, te lang getrokken en bitter, met zo veel suiker erin dat hij zoet was als roomijs. Ik had nog nooit zoiets lekkers gedronken.

‘Ik weet wie je bent, schat. Nou, we zullen elkaar vandaag nog minstens drie keer zien, dus moeten we nog wel wat te praten voor straks overhouden. En goed opletten hè?’

En toen zat Mary alweer op haar fiets (…)

(p. 30-31)

John Lanchester en de vertalers Janet Limonard en Frank van der Knoop hebben goed werk verricht. De muur is geen ongeloofwaardige sciencefiction, maar een reëel toekomstbeeld. Een toekomst waarin ‘de ander’ niet meer wordt gezien als mens, maar als gevaar. Een toekomst waarin kinderen hun ouders verwijten dat ze geboren zijn. Een toekomst zonder toekomst.

Ondanks dat De muur een ellendige toekomst beschrijft, velt John Lanchester in zijn boek geen oordelen. Zijn boek is dan ook geen directe kritiek op Trump en de Brexit, maar een poging om ons in te laten zien wat de toekomst kan inhouden. John schrijft helder en probeert niet overdreven literair te zijn. Ondanks de grote problemen die De muur behandelt, is het een makkelijk leesbaar boek. Een boek dat je snel uit leest, maar waar je nog lang over na kunt denken.

Schmitt, Eric-Emmanuel | Het evangelie volgens Pilatus

Wie een beetje Bijbelkennis heeft, weet dat er vier evangeliën zijn: het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. De eerste drie komen in tal van opzichten met elkaar overeen.  Eric-Emmanuel Schmitt voegt daar ‘Het evangelie volgens Pilatus’ aan toe. Hij is overigens niet de eerste auteur die de gebeurtenissen rond het lijden en sterven van Jezus  van Nazareth in een roman verwerkt. Het is interessant om je in te leven in een hoofdrolspeler in het drama rond de veroordeling van Jezus.

Schmitt toont ons een beeld van Pilatus, stadhouder namens de Romeinse keizer. In brieven aan zijn broer Titus  beschrijft Pilatus  wat er allemaal gaande is in Jeruzalem en omstreken. De dagen rond het Pascha zijn voor hem altijd spannende dagen. Er is veel volk in de stad, pelgrims vanuit alle hoeken van het land . Joden die de Romeinen het liefst gewapenderhand zouden willen verjagen, zouden hun kans kunnen grijpen en dan hoeft er maar iets te gebeuren of de vlam slaat in de pan. Het is er Pilatus alles aan gelegen om de rust te bewaren.

Als de Joodse leiders hem om de veroordeling van Jezus van Nazareth, Yechoea,  vragen komt hij voor de morele keuze te staan of hij recht doet of ervoor kiest om ten koste van het recht de Joden rustig te houden. Tegen het advies van zijn vrouw Claudia , die ervan overtuigd is dat Yechoea de zoon van God is,  besluit hij uiteindelijk Yechoea over te leveren om gekruisigd te worden. Door zijn handen in onschuld te wassen, geeft hij aan dat hij zich bewust is van  het onrecht. Met de dood van Yechoea lijkt voor Pilatus de zaak afgesloten en opgelucht kan hij vaststellen dat er geen relletjes zijn uitgebroken die het Romeinse gezag ondermijnen.

Maar nu begint het eigenlijke verhaal pas: een soort detective waarin het verdwenen lijk van de gekruisigde en begraven Yechoea wordt opgespoord. Pilatus is een rationeel mens, gelooft niet in bovennatuurlijke verschijnselen en probeert op logische wijze een verklaring voor het verdwenen lichaam te vinden. Als het lichaam niet is weggehaald, dan is er wellicht sprake van een dubbelganger. Of Yechoea was niet echt overleden maar schijndood. De getuigen die beweren Yechoea te hebben gezien en gesproken worden echter steeds talrijker en Yechoea verschijnt zelfs aan Pilatus’echtgenote Claudia. Omdat Yechoea gezegd heeft in Galilea zijn volgelingen weer te ontmoeten, vertrekt Claudia met verschillende andere pelgrims naar het noorden. Om zijn vrouw terug te vinden, trekt ook Pilatus naar Galilea waar hij hoort hoe Yechoea in een schitterend licht is opgenomen.

Aan de brieven gaat een proloog vooraf: bekentenis van een ter dood veroordeelde de avond voor zijn arrestatie.  Yechoea is in de Olijfhof en wacht op  zijn arrestatie. Zijn meest geliefde discipel Yehoudah Iskariot, zal hem aan de soldaten overleveren op aandringen van Yechoea zelf.  De Yechoea die je als lezer hier leert kennen door de terugblik die hij zelf op zijn leven geeft, verschilt enorm van de Jezus van Nazareth die je in de Bijbel ontmoet. Waar je in de Bijbel de zoon van God leert kennen,  is in de roman Yechoea meer een goddelijk geïnspireerd mens. Door Yechoea als mens te tonen, brengt Schmitt hem dichtbij, maar je verliest hem ten diepste als zoon van God en Zaligmaker. Dit gedeelte riep bij mij dan ook zeer gemengde gevoelens op: mag je op deze manier Jezus als personage in een roman ten tonele voeren?

Het slothoofdstuk speelt zich af in het jaar 2000 en daarin treedt de schrijver zelf naar voren en legt hij verantwoording af van zijn keuze om op deze wijze het lijden van Jezus en Zijn opstanding te presenteren.

Het Evangelie volgens Pilatus is een boeiend verhaal. Het aloude Bijbelverhaal gaat voor je leven omdat je je in kunt leven in mensen van vlees en bloed. Jezus Christus was echter meer dan een mens van vlees en bloed, Hij is God zelf. In mijn ogen heeft Schmitt hiermee  een grens overschreden.

 

Bakker, Michiel | Een leven bleek niet lang genoeg

Een man, aan het einde van zijn leven gekomen, richt zich in acht brieven tot zijn vroegere geliefde Marianne. Zij ontvangt deze brieven na zijn dood en leest hoe de briefschrijver zich zijn hele leven lang verbonden bleef voelen met haar ook al was hun relatie al jaren geleden beëindigd. Het heimwee naar de verloren geliefde is bijna tastbaar aanwezig. ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ is echter meer dan terugzien en verlangen naar wat geweest is.

In de brieven komen zware thema’s aan de orde: de zin van het leven, de relatie tussen mensen waarbij de ander tegenover het ik staat, de vraag naar wat wezenlijke vrijheid is, een al dan niet aanwezige God en uiteindelijk de vraag naar wat het betekent om mens te zijn.

Michiel Bakker, een student filosofie, blijkt geraakt te zij door het gedachtegoed van Nietzsche. Op diverse plaatsen in het verhaal duikt de dwaze mens die op zoek is naar God en uiteindelijk moet constateren dat God dood is, op. De absolute vrijheid die dit oplevert, is echter niet per se winst. De consequenties zijn niet te dragen. ‘Hoe zouden wij in hemelsnaam onszelf vervullen, wij, die mieren zijn; wij, slechts ternauwernood onszelf? Al eerder heb ik het gezegd, Marianne eerder heb ik het je al gezegd, maar nogmaals zal ik het je zeggen: de godenvoeten zijn te groot. De schoenen van de goden zijn ons veel te groot, en onze voeten juist zo klein.’

De briefschrijver blijft uiteindelijk met lege handen achter. Een allesomvattende liefde, die de vervulling van zijn leven had kunnen zijn, is verloren gegaan en er is niets voor in de plaats gekomen. ‘Wie zijn wij nu eenmaal? Wat zijn wij toch? Wij zijn het niets dat nietst, Marianne, verwaarloosbaar in het geheel; maar ieder een wereld, ieder een heelal.’ ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ toont uiteindelijk een sombere oude man die vooral terugkijkt op een leven van verlies.

Het taalgebruik van Bakker is op sommige momenten prachtig. Ik heb genoten van de passage waarin Marianne in een ontluikend Parijs het pakketje brieven vindt. Mooie beeldspraak! Op andere momenten vond ik de overdaad aan beelden bijna irritant evenals de herhaling die veelvuldig voorkomt. Hoewel er in deze roman eigenlijk nauwelijks iets gebeurt, zit er toch voldoende spanning in de wijze waarop Bakker de briefschrijver zijn gedachten laat verwoorden, om geboeid te blijven lezen. Al met al een debuut dat verwachtingen schept!

Polak, Chaja | De man die geen hekel had aan Joden

“Alles kan van iemand worden afgenomen behalve één ding: de laatste van de menselijke vrijheden, en dat is dat iemand in alle gegeven omstandigheden kan kiezen welke houding hij aanneemt. Elk moment is een keuze.”  Met dit citaat van Viktor Frankl,  een neuroloog en psychiater, maar vooral ook bekend als overlever van de holocaust, besluit  Chaja Polak ‘De man die geen hekel had aan Joden’. Polak schreef dit boekje naar aanleiding van een interview met Isabel van Boetzelaer in de NRC van 20 maart 2017. Dit vond plaats ter gelegenheid van de verschijning van haar boek ‘Oorlogsouders: Een familiekroniek over goed en fout in twee adellijke families’.  In dit boek is een belangrijke rol weggelegd voor haar vader, Willem baron Van Boetzelaer. Hij deed  tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig dienst bij de Waffen-SS, heeft gevochten aan het Oostfront en was later werkzaam bij de Sicherheitsdienst. Hij zou door zijn schoonfamilie overgehaald zijn tot deze keuze, met name vanwege het grote gevaar dat het communisme, waar de nationaalsocialisten tegen streden,  voor de adel vormde .

Isabel van Boetzelaer is daarom zeer mild in haar conclusies: haar vader had uit idealisme de kant van de nazi’s gekozen, weliswaar een foute keuze, maar over betrokkenheid bij zaken als de vervolging van Joden en andere oorlogsmisdaden  zwijgt ze. In ieder geval had haar vader geen hekel aan Joden, zo is Isabel altijd verteld. Ook haar opa van moederskant heeft een fout oorlogsverleden en dat wordt door Van Boetzelaer  zo goed als verzwegen.

‘De man die geen hekel had aan Joden’  heeft drie lijnen die elkaar steeds kruisen. Chaja Polak, Van Voorst, Chaja’s broer Hans en historica Evelien Gans maken een documentaire over de gebeurtenissen die op 22 april 1944 op het onderduikadres waar Chaja en haar ouders verborgen werden, hebben plaatsgevonden. Haar ouders worden gearresteerd en gedeporteerd, naar wat blijkt onder verantwoordelijkheid van Willem van Boetzelaer.. De man die geen hekel aan Joden had, werkt wel mee aan hun vervolging. Valt dit te verzwijgen of te vergoelijken? Hoe zit het met zijn verantwoordelijkheid? Als hij geen hekel aan Joden had, had hij toch een andere keuze kunnen maken?

Chaja Polak heeft grote moeite met de wijze waarop Van Boetzelaer de geschiedenis weergeeft. Er is volgens haar zeer selectief en  in verhullend taalgebruik met de feiten omgesprongen. De daden van vader Van Boetzelaer worden min of meer begrijpelijk gemaakt en lijken daardoor minder erg te worden.  Polak voelt zich geroepen een reactie te geven, zeker als ook uit onderzoek van publicist Maarten van Voorst blijkt dat in ‘Oorlogsouders’  bepaalde feiten, al dan niet bewust, onvermeld blijven.

Polak heeft, naast haar bezwaren tegen het boek als zodanig, ook  grote moeite met de positieve ontvangst van ‘Oorlogsouders’ door prominenten als Ad van Liempt en Alexander Münninghoff. Wij doen volgens Polak de geschiedenis onrecht door de misdaden die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn gepleegd in verzachtende woorden te verhullen en foute keuzes te vergoelijken.  Daar mogen we geen begrip voor opbrengen. Daders hebben altijd een keuze en zijn daarom ook altijd verantwoordelijk! Diepe indruk maakt dit boekje door de persoonlijke verhaallijn: het is het verhaal over Polak zelf en haar ouders. Zij heeft recht van spreken!  Dit boekje verdient het door velen gelezen te worden ‘opdat wij niet vergeten’.

Hart, Kees ’t | Wederzijds

Kees 't hart - WederzijdsGraffiti op een kabelkastje naast je voordeur: irritant. Zeker als je in een mooi huis woont in Den Haag, al staat het in een wat mindere wijk. De hoofdpersoon van Wederzijds schildert het kastje steeds opnieuw over en ergert zich eraan dat de politie niets doet. Tot op zeker moment een vriendelijke man namens de organisatie Wederzijds aanbiedt het probleem uit de wereld te helpen. Overrompeld weten hij en zijn vrouw niet goed raad met dit aanbod, maar al snel is niet alleen het probleem met het kabelkastje opgelost, maar staat ook een leegstaand schoolgebouw, dat voor geluidsoverlast in de wijk zorgde, in lichterlaaie. Korte tijd later ligt een rekening in de bus: 400 euro alstublieft. Betalen en vergeten, denken ze, maar zo werkt het niet bij Wederzijds. Voor wat hoort wat, zo blijkt. Climax is een situatie op de school waar de hoofdpersoon werkt. Van een meisje verschijnen pornografisch gefotoshopte beelden op internet. Om de vermoedelijke dader die blijft ontkennen een lesje te leren schakelt de hoofdpersoon een organisatie als Wederzijds in die shockerende maatregelen neemt, waarna hij anoniem een envelop ontvangt.

In de enveloppe zat een kootje van een wijsvinger. Met nagel. Niet van echt te onderscheiden. Hij was van hard vleeskleurig plastic. Er was rode verf op gesmeerd. Nepbloed. Geen briefje erbij. (…)

Ik fietste haastig naar huis, malend, hardop in mezelf pratend, scheldend en vloekend. Waar was ik aan begonnen? Hoe konden we hieraan ontsnappen? Misschien was alles al te laat. Stond de politie voor de deur. Had Kelly me aan het lijntje gehouden. Was Wies opgepakt. Conrector betrokken bij wraaknemingen op school. Uit Engeland overgewaaide grote criminele organisatie opgerold. Met vertakkingen onder alle lagen van de bevolking.

In het boek beschrijft de hoofdpersoon hoe hij tegen wil en dank verzeild raakt in een organisatie die op illegale wijze criminaliteit bestrijdt. Het verhaal begint lichtvoetig; de hoofdpersoon en zijn jongere vrouw, een oud-leerling van hem, doen een beetje lacherig over de hele situatie. Maar onder de oppervlakte voel je al snel dat het wel eens flink uit de hand kan gaan lopen. En de hoofdpersoon doet zich weliswaar naïef voor, maar is hij dat ook of veegt hij achteraf zijn straatje schoon?

De ondertoon in deze komedie is satirisch: de overheid doet te weinig aan overlastbestrijding; organisaties als Wederzijds vormen een gat in de markt. Je gaat het als lezer bijna vanzelfsprekend vinden dat je als ‘onschuldige’ burger een geluidsbom bij een ander in de brievenbus gooit om hem een lesje te leren. Het is een hele klus om tijdens het lezen op je qui vive te blijven en het onderscheid tussen begrip en goedkeuring scherp te houden. Daarmee is het tegelijk een absurdistisch én realistisch verhaal, dat je tegen wil en dank meeneemt tot het eind, zoals de organisatie Wederzijds zelf.