Marga Claus | Completen

Marga Claus - CompletenAl een jaar of tien bezoek ik met enige regelmaat (Benedictijnse) kloosters. Ze hebben een bekorende werking op me. Het ritme van de getijdengebeden, de verstilde sfeer binnen de oude muren, ontmoetingen met allerhande persoonlijkheden, de geur van wierook, de ernst van de vieringen, het eten met aandacht. Met Completen heeft de Friese schrijfster Marga Claus een boek geschreven dat voor mij een feest van herkenning gaf.

In haar autobiografische roman verweeft de schrijfster drie verhaallijnen met elkaar. Completen is allereerst een boeiend verslag van haar acht dagen durende verblijf in een Zeeuws vrouwenklooster. Fijnzinnig en met humor beschrijft Claus de mensen die ze ontmoet, van eigenzinnige nonnen tot een psychiatrische patiënte, de ‘broodblokjesvrouw’ die haar brood in ‘minieme dobbelsteentjes’ snijdt. Ze neemt je mee in de inns en outs van het kloosterleven. Het zingen van de nonnen, al dan niet zuiver, de serene sfeer van de getijden. Maar ook de verveling die op dag zeven ineens toeslaat. Eerlijk reflecteert Claus op haar doen en laten, haar manier van omgaan met de mensen om haar heen.

De tweede verhaallijn neemt de lezer mee naar de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De schrijfster gebruikt haar retraite om de historische brieven van pater Rogatus Hoogma te onderzoeken. Deze Franciscaan werkte in het midden van de twintigste eeuw in een Braziliaanse melaatsenkolonie. In brieven naar familie schrijft hij over wonderlijke gebeurtenissen: miswijn die zich vermeerdert, de genezing van melaatsen en andere zieken, Mariaverschijningen. Je proeft het spanningsveld waarin de nuchtere pater zich bevindt: ‘Ik ben als Fries heus niet zo sentimenteel, maar als priester moet ik toch aannemen dat wonderen niet onmogelijk zijn.’ (p. 107) De moederkerk, in de persoon van de aartsbisschop, weet echter niet wat ze met de wonderverhalen aan moet en plaatst de Bolswarder pater zelfs over. Ook de schrijfster lijkt te zoeken naar de vraag, wat is waarheid als het gaat om deze volksdevotie? Een vraag die mij als lezer eveneens intrigeerde.

Dan is er de derde verhaallijn, de meest aangrijpende. In korte zinnetjes, poëtisch en scherpsnijdend, krijgt de lezer een vooruitblik van wat Claus na haar verblijf in het klooster wacht. Haar man Jens, partner en soulmate, blijkt een kwaadaardige tumor te hebben. Gaandeweg word je als lezer meegetrokken in het beklemmende proces van zijn ziekte. Het wrede proces van aftakeling, de onvermijdelijke scheiding van twee geliefden. Toch eindigt die lijn hoopvol: ‘De draak is overwonnen. / Over hem ligt een vredige rust / alsof hij – na een lange tijd van ballingschap – eindelijk is thuisgekomen bij zichzelf.’

Met Completen heeft Marga Claus een prachtig boek geschreven. Persoonlijk, met oog voor detail, diepgaand maar niet zonder de nodige humor en zelfrelativering. Of je nu bekend bent met het kloosterleven of niet, dit boek is beslist een aanrader.

Korpershoek, Maria | Vlinders in de kerk

Jarenlang maakten Maria Korpershoek en haar man deel uit van een kerkelijke gemeente in Rijssen. Wanneer Maria een burn-out krijgt en op zoek gaat naar de bron ervan, ontdekt ze dat veel spanningen te herleiden zijn tot zaken die spelen en speelden in haar kerkelijke gemeente. Perfectionist als ze was deed ze alles in en buiten de gemeente met veel inzet. Totdat… ze instort. Haar man Gert-Jan en zijzelf  bezochten interkerkelijke initiatieven, bijbelstudies, bijeenkomsten. Hun kerkelijke gemeente vond dat niet juist. De school waar Maria juf was en de kerk waartoe ze behoorde, maakte zich ernstig zorgen over het feit dat ze dergelijke bijeenkomsten bezocht. Ze stelt hierover vragen. Wat is er mis mee dan? Zolang die hervormden en evangelischen Bijbelse dingen geloofden en zeiden, was het toch goed? Je moet toch alles onderzoeken en het goede behouden?

Haar zoektocht naar de antwoorden resulteert in het boek: Vlinders in de kerk, uitgegeven bij de christelijke uitgever Novapres. Een veelkleurig verhaal en dito vormgegeven boek. Haar verhaal is herkenbaar. Haar verhaal is persoonlijk. Je mag er ook anders naar kijken, ze legt je haar mening nergens op. Ik vind het moedig, dapper en goed dat Maria Korpershoek haar verhaal zo verwoordt. Het is een bemoedigend boek geworden, zonder dat ze neerkijkt op of een sneer geeft naar haar kerkelijke gemeente, waar ze inmiddels geen deel meer van uitmaakt. En dat is ook wel begrijpelijk, gezien haar verhaal, haar bevindingen.

Uitgangspunt voor haar boek is een schitterend symbolische collage die ze maakte tijdens haar herstel van de burn-out. Stap voor stap, stuk voor stuk, licht ze aan de hand van die collage haar verhaal toe en deelt ze haar hoofdstukken in. Elk detail van haar collage heeft een betekenis en bevat een gedachte die wordt onderbouwd vanuit de Bijbel. Aan het eind van het boek zet ze alle details nog eens op een rij en geeft ze tal van studievragen voor een verdere en diepere doordenking van haar verhaal.

Maria Korpershoek zegt in haar voorwoord: ‘Hoewel bepaalde gedeelten pijnlijk kunnen zijn voor sommige lezers, is het mijn verlangen dat dit boek zal bijdragen aan de opbouw en eenheid van het lichaam van Christus. Het is ook mijn gebed dat gebroken mensen door hun vertrouwen op de Heere Jezus en het kennen van Hem tot genezing en volle vrijheid in Christus zullen komen.’

Confronterend en spiegelend is Maria Korpershoek geregeld. Confronterend in de zin van positief-kritisch, schoppen doet ze nergens. Want hoe je het ook wendt of keert, ze heeft haar roots lief, haar kerk van oudsher lief, maar wanneer hoofdzaken bijzaken worden en v.v. dan kan ze best fel en pittig zijn. Met name dat grote groepen reformatorische mensen Jezus niet durven aanvaarden als het allergrootste geschenk dat je wordt aangeboden, de vraag of men wel uitverkoren is, de vrees voor de kerkleiders, licht haar na aan het hart. Bewogen spreekt ze dan ook deze doelgroep aan.

Ook Korpershoeks eerste avondmaalsgang komt uitgebreid voorbij. Alle worstelingen over wel of niet aan mogen gaan worden verteld. Ook de manier waarop er door anderen wordt gekeken naar avondmaalgangers is schrijnend. Korpershoek laat zien dat menselijke woorden en hun theologie zijn gaan heersen over de Bijbel: ‘De Bijbel wordt een boek met  honderden addertjes onder het gras. (…) Nu wordt in reformatorische kerken gewaarschuwd tegen het zelf lezen en onderzoeken van de Bijbel!’

Maria Korpershoek besluit haar boek met een deel over de gemeente. Hoe kunnen we een voorbeeld nemen aan de eerste christelijke gemeente zoals die beschreven wordt in Handelingen 2? ‘De eerste christenen leefden in liefde, eenheid en verbondenheid samen. De gemeente groeide en er werden dagelijks nieuwe mensen toegevoegd. Misschien behoren wij bij de laatste christenen. Dat is niet ondenkbaar. Hoe zal de Heere Jezus ons straks als Zijn bruid vinden?’

Al met al een boek dat beklijft. Een boek dat uitnodigt tot kerkelijke en persoonlijke reflectie.

Thériault, Denis| De verloofde van de postbode

In De verloofde van de postbode ontmoeten we opnieuw postbode Bilodo, hoofdpersoon van ‘De eenzame postbode’. Na het lezen van dit prachtige boek was ik in de veronderstelling dat Bilodo op tragische wijze om het leven was gekomen, op dezelfde wijze als de persoon wiens leven hij zich had toegeëigend. Niets blijkt echter minder waar.

Vanuit het perspectief van Tanja, serveerster in het restaurant waar Bilodo zijn lunchpauze houdt, beleven we het verhaal van de eenzame postbode opnieuw. Voor wie De eenzame postbode gelezen heeft,  is er een herkennen van verhaalelementen, maar dat is absoluut niet noodzakelijk om van De verloofde van de postbode te kunnen genieten.

Tanja is verliefd op Bilodo en probeert zijn aandacht te trekken, hetgeen de collega’s van Bilodo niet ontgaat. Bilodo leeft echter in zijn eigen wereldje van, naar later blijkt, zijn correspondentie in de vorm van haiku’s  met Ségolène, waarbij hij zich voordoet als de overleden Grandpré. Na een vervelend voorval lijkt de kans op een mogelijke relatie met Bilodo voor Tanja zo goed als verkeken. Ze kan hem echter niet helemaal loslaten en besluit hem op te zoeken om op zijn minst de verstandhouding van voor het voorval terug te krijgen.

Het levert echter niets op en vlak daarna is Tanja getuige van het ongeluk dat Bilodo overkomt bij het posten van zijn brief aan Ségolène. Hier neemt het verhaal een compleet andere wending, want Bilodo blijkt niet te zijn omgekomen, maar wordt gereanimeerd door Tanja en komt met hersenletsel in het ziekenhuis terecht. Bilodo wordt in coma gehouden en Tanja brengt bijna al haar tijd aan zijn bed door.

Als Bilodo bijkomt, blijkt hij aan ernstig geheugenverlies te lijden. Tanja maakt hiervan gebruik en presenteert zich als zijn verloofde. Wat een ironie: de bedrieger bedrogen! Tanja doet alle mogelijke moeite om Bilodo te overtuigen van hun gezamenlijke verleden en zo de door haar gewenste relatie in stand te houden. Een citroentaart gooit echter roet in het eten.  Als Bilodo zijn herinneringen weer terug heeft, vertrekt hij halsoverkop naar Guadeloupe om Ségolène te ontmoeten.

Thériault weet op overtuigende wijze deze verhaallijn af te ronden en Bilodo en Tanja aan elkaar te verbinden. Uiteindelijk komt het verhaal weer terug bij de haiku’s van Grandpré en herhaalt de geschiedenis zich ‘als de tijd lussen maakt’.

Met De verloofde van de postbode schreef Thériault opnieuw een prachtig verhaal dat je verrast en ontroert.

 

Wieringa, Tommy | De dood van Murat Idrissi

Met de titel De dood van Murat Idrissi geeft Wieringa aan dat zijn nieuwste pennenvrucht geen vrolijk verhaal bevat. Net als  Dit zijn de namen gaat De dood van Murat Idrissi over vluchten uit je thuisland in de hoop op een beter leven.

In 2004 vond er een rechtszaak plaats tegen twee Marokkaans – Nederlandse jonge vrouwen die verantwoordelijk werden gehouden voor de dood van een vluchteling in hun auto.  Tijdens de zoektocht naar het lichaam van de jongen werd justitie geconfronteerd met  het feit dat dit geen uniek geval betrof: in Spanje werden veel vaker lichamen van Noord-Afrikanen op weg naar Europa gedumpt en het zoeken naar het lichaam was zoeken naar een speld in een hooiberg.  Het greep Wieringa aan en langzaamaan ontstond er een verhaal.

De dood van Murat Idrissi begint met een inleidend hoofdstuk waarin het ontstaan van de Middellandse Zee wordt beschreven en daarmee de scheiding tussen Europa en (Noord) Afrika. Er ontstond een kloof die er  (geografisch gezien) niet  was!

Vervolgens ontmoeten we Ilham en Thouraya, twee Marokkaans-Nederlandse meisjes, op de veerboot van Tanger naar Algeciras. Ze hebben vakantie gevierd in het land van hun ouders, maar het is niet hun vaderland: zij zijn toeristen uit het verre Nederland, het land van de mogelijkheden.  Ilham had zich in haar jeugd altijd als  Nederlandse beschouwd. . Op het schoolplein vertelde ze het haar klasgenoten:  ‘[…] ik, Ilham Assouline, geboren in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, havoleerling aan het Kennemer College die ’s zomers in dezelfde grauwe zee zwemt als jullie, als ik nu geen Nederlandse ben, wanneer dan?’

Maar de aanslagen van 11 september 2001 luidden een nieuw tijdperk in: ‘Of je bent met ons, zei de machtigste man ter wereld, of je bent met hen. De vliegtuigen, zijn woorden – ze sloegen haar wereld, de hele wereld in twee stukken, in wij hier en zij daar. En Ilham werd zij. En haar lichaam werd daar.’  In sobere bewoordingen schetst Wieringa de problematiek van immigranten in de huidige verdeelde samenleving.

Al aan het begin van hun vakantie krijgen de vrouwen schade aan hun gehuurde auto en komen ze in geldnood. In Rabat ontmoeten ze Saleh die zich min of meer over hen ontfermt en hen in contact brengt met Murat, een jongen die kansloos is in Marokko en naar Nederland wil. De vrouwen laten zich overhalen Murat op de veerboot naar Spanje mee te smokkelen in de ruimte voor het reservewiel. Volgens Saleh lopen ze geen enkel risico! En zij hebben toch ook hun kansen gehad? Waarom zouden ze Murat niet helpen? Het levert ze ook voldoende geld op voor de terugreis.

Maar Murat overleeft de overtocht niet.  Saleh en zijn maten  gaan ervandoor en laten Ilham en Souraya met het lijk in hun auto achter. Met nauwelijks geld en bang voor de ontdekking van het lichaam reizen ze door Spanje. Het is heet en het lichaam gaat ontbinden. Wieringa doet je de hitte voelen en de stank ruiken. Een ontmoeting met een groepje Marokkaans-Nederlandse jonge mannen biedt perspectief. Souraya brengt een nacht met een van hen door, berooft hem en met een gevulde portemonnee reizen de vrouwen verder. Ergens in het binnenland van Spanje dumpen ze Murat. ‘Sorry,’ zei Ilham zacht […]en de vrouwen vervolgen hun weg naar Nederland.

De dood van Murat Idrissi is inderdaad geen vrolijk verhaal. Het is wel een aangrijpend verhaal: een jongen die zijn verlangen naar een beter leven met de dood moet bekopen. Een verhaal over Marokkaanse-Nederlanders die leven tussen twee werelden en zich nergens echt thuis weten. Een verhaal over jongeren voor wie de (Marokkaanse) wereld van hun ouders in alle opzichten botst met hun eigen leven in een modern seculier Nederland. Een verhaal over identiteit. Wieringa is wat mij betreft in alle opzichten geslaagd met deze vertelling.

 

 

 

Veldhuis, Remco | Lang verhaal kort

Remco Veldhuis - Lang verhaal kortIk heb een boek gelezen en ik zal de belangrijkste zaken er even uit lichten: in het voorwoord stond een incongruentie, op pagina 31 wordt ‘Sugerdaddy’ misspeld, op pagina 64 staat ‘weap’ in plaats van ‘weep’ (zal wel huilen via WhatsApp betekenen… -lachpauze-), op pagina 76 lees ik ‘in gezet’ (met een spatie ertussen, zal ook wel lachpauze zijn), op pagina 83 zelfs waar het zelf moet zijn, op pagina 108 wordt Filemon ‘Wisselink’ van achternaam genoemd…

Kappen nou! Zo bespreek je toch geen boek? Daar gaat het toch helemaal niet om? Je leest een boek toch voor z’n totale boodschap, voor z’n zeggingskracht? Je vlooit er toch niet doorheen om er dingen uit te vissen die je niet in de haak vindt en die je vooral als grap kunt aanwenden?

Juist.

Maar dat is nou precies de indruk die ik na het lezen van het boekje van Remco Veldhuis kreeg: hij heeft de Bijbel gelezen met in zijn achterhoofd de cabaretvoorstelling die hij ervan wilde gaan maken. Hij heeft vooral de passages onderstreept waarvan hij wist dat die, mits met de juiste intonatie en frons gebracht, een lach zouden oproepen.

Zo is er ruime aandacht voor de verschillende prostituees die in de Bijbel voorkomen, wordt er herhaaldelijk gewezen op vermeende tegenstrijdigheden in Gods handelen, wordt bij menselijkerwijs onbegrijpelijke zaken herhaaldelijk benadrukt dat alles waar is, worden verschillende gebeurtenissen vergeleken met hedendaagse op een manier die alle symboliek en heiligheid eruit haalt en ga zo maar door. Als Veldhuis al af en toe iets leerzaams aantreft (waarover straks meer), dan sneeuwt dat behoorlijk onder onder de veelheid aan grappen die hij maakt.

Positiefs

Is er dan helemaal niks goeds te melden? Dat is te kort door de bocht. De persoonlijke lijn die Veldhuis door het boekje heen vlecht, vind ik ontroerend en kwetsbaar verteld. Hij vertelt het verhaal van zijn relatie met zijn vader, die na meerdere afschuwelijke ervaringen afstand nam van de katholieke kerk, maar er nooit helemaal los van kwam. Zou zo een kneiter van een roman kunnen worden. Dit alles was ook de aanleiding voor Veldhuis om de Bijbel integraal te lezen. Hij heeft er immers nooit een letter in gelezen, hoe kan het boek dan toch zo’n invloed op zijn leven hebben? Helaas is dat niet de leidende, objectieve vraag geworden, laat staan dat hij het antwoord formuleert. Het onbegrip is op zich leerzaam. Het had een mooi verslag op kunnen leveren waar christenen, waar iedere geïnteresseerde van had kunnen leren. De poging is sympathiek, maar is wat mij betreft te badinerend uitgewerkt.

Hier en daar pikt Veldhuis ook een positief graantje mee, zoals bepaalde wijsheden in Spreuken, het geduld van God en de onwil van Jezus om de overspelige vrouw te veroordelen, maar daar volgt steevast al te snel een grap op. De conclusie ‘Oordeel niet’ komt wat mij betreft niet voort uit zijn samenvatting, die voert hooguit terug op de gebeurtenissen rond de overspelige vrouw die bij Jezus werd gebracht ter veroordeling, en al helemaal niet op de Bijbel. De Bijbel wil niet dat wij over mensen en hun lot oordelen, dat komt alleen God toe, maar vraagt zeker van ons gedragingen en uitingen (die van onszelf en anderen) te beoordelen en de juiste keuzes te maken. Een leven zonder keuzes en oordelen kan helemaal niet: ‘Hm, trouwen of samenwonen… Ai, ik mag niet oordelen’. Je snapt m’n punt.

Ik sluit af met een citaat uit het boekje: ‘Zelfde boek, andere conclusie. Wat je er uit haalt, zegt vooral wat over hoe jij in elkaar zit.’

Schermer, Marijke | Noodweer

In Noodweer staat het water letterlijk en figuurlijk aan de lippen. Het buitendijks gelegen huis van Emilia en Bruch wordt door de overlopende rivier bedreigd, maar ook hun relatie dreigt ten onder te gaan. Zonder te weten wat de achtergrond precies is, voel je als lezer al direct de onderhuidse spanning. Er lijkt noodweer op komst.

Na afloop van het toneelstuk dat ze zojuist hebben gezien, raken Bruch en Emilia elkaar in het gedrang kwijt. Emilia dwaalt wat rond in het gebouw en op een leeg balkon wordt ze plotseling van achteren vastgegrepen. Het is een grap van een vriend, maar Emilia’s heftige reactie – ‘een vlam panische angst’ – maakt duidelijk dat hier veel meer aan de hand is dan schrikken van een (misplaatste) grap.

Schermer maakt al snel duidelijk welke traumatische ervaring in volle hevigheid Emilia van haar stuk brengt. Emilia heeft Bruch, met wie een mogelijke relatie in het verschiet lag, nooit verteld wat ze heeft meegemaakt. Maar nu blijkt dat ze deze ervaring niet verwerkt heeft, en wat nu?

Bruch en Emilia hebben inmiddels een leven samen opgebouwd, hebben twee zoontjes en hebben zich ver buiten Amsterdam in het rivierengebied gevestigd. Schermer roept veel vragen op wat mij bijna dwong om zowel door te lezen als me te identificeren met zowel Emilia als Bruch. Kun je na zoveel jaren nog met je verhaal op de proppen komen, wat betekent dat voor je relatie? Waarom heeft Bruch al die jaren het zwijgen van Emilia ogenschijnlijk zo gemakkelijk geaccepteerd? Waarom gekozen voor een huis in buitendijks gebied, waar zo veel risico aan verbonden is? Voelen ze zich bij elkaar zo veilig dat ze dat voor lief nemen? Gaandeweg worden steeds meer scheurtjes in de relatie zichtbaar en het dreigende water symboliseert de kwetsbaarheid. Het einde van het boek is verrassend. Er blijken meer geheimen te zijn.

Schermer zet je aan het denken. De vragen die ze oproept over openheid, transparantie en kwetsbaarheid in een relatie zijn vragen die iedereen raken. Het zijn ook vragen die iedereen persoonlijk moet beantwoorden en het is te prijzen dat Schermer de antwoorden niet voor je invult.

Noodweer leest plezierig, al is het jammer dat enkele, mijns inziens overbodige, vloeken het boek ontsieren.

Kwakman, Bas | Hotelkamerverhalen

Bas Kwakman reist als directeur van een poëziefestival de wereld over. Op zijn reizen komt hij allerlei mensen en situaties tegen. Die bijzondere ervaringen verwerkte hij in Hotelkamerverhalen (fictie).

Van elke hotelkamer waarin Kwakman verblijft, maakt hij tekeningen met inkt, aquarel en stift. De omslag van het boek is één van die tekeningen. Elk verhaal in Hotelkamerverhalen is ongeveer drie pagina’s kort en wordt voorafgegaan door een tekening.

Doordat Hotelkamerverhalen uit zoveel korte verhalen bestaat, is het een fantastisch boek om even tussendoor te lezen. Het kost geen moeite om in het verhaal te komen en op elk moment kun je het boek weer wegleggen. De verhalen zijn over het algemeen zelfstandig te lezen en lezen net zo makkelijk als columns. Kwakman weet zo te vertellen dat het lijkt alsof hij je persoonlijk over zijn ervaringen vertelt. Kwakman bereikt dit onder andere door in de ik-persoon te schrijven. Daardoor leer je de hoofdpersoon maar oppervlakkig kennen en gaat alle aandacht uit naar de mensen die hij ontmoet.

Zoals gezegd zijn de verhalen kort, maar van één hotelkamer leek Kwakman niet genoeg te kunnen krijgen. Aan Medellin, Colombia wijdt Kwakman vijf achtereenvolgende verhalen. Vanaf dat moment lijken de verhalen ook een eenheid te gaan vormen, ook al blijven ze afzonderlijk leesbaar.

Kwakman weet in Hotelkamerverhalen op een subtiele manier poëzie te verwerken. Ook voor poëziemijders zoals ik voegden de gedichten iets toe. De poëzie en gesprekken waren af en toe jammer genoeg wel onvertaald. Mijn Spaans en Afrikaans is daar niet goed genoeg voor. Deze talen kwamen niet veel voor, maar als uw Engels minder goed is, zult u daar zeker last van hebben.

Hotelkamerverhalen is een mooi samenspel van schilderij, poëzie en proza. Het geeft een mooi inkijkje in verschillende werelden en is vooral geschikt voor de verloren uurtjes (of zelfs minuutjes).

Greene, Graham | De kern van de zaak

Graham Greene - De kern van de zaakUitgeverij Bint is een nieuwe uitgeverij met een ervaren uitgever aan het roer. Een van de eerste uitgaven stelt meteen een daad: het is een heruitgave van De kern van de zaak van Graham Greene, een titel uit 1948 en een persoonlijk favoriet van uitgever Arie Kok. Het is een boek dat bijna 70 jaar later niets aan zeggingskracht verloren heeft.

Het is het verhaal over Scobie, een goedmoedige politiefunctionaris in een Britse kolonie in West-Afrika, die getrouwd is met een labiele vrouw zonder echte vrienden die hem totaal niet begrijpt. Ze zijn door plichtsbesef en hun geloof tot elkaar veroordeeld. Zij is een gelovige katholiek en hij beseft dat zij een eventuele scheiding niet zal overleven, mede gezien hun kinderloosheid na het overlijden van hun enige kind. Maar ze leven langs elkaar heen, want zij wil voortdurend dat hij carrière maakt en voor zichzelf opkomt, terwijl hij het liefst met rust gelaten wordt. Op enig moment komt echter het moment dat zij het uitzichtloze van hun bestaan niet langer aankan en besluit te vertrekken naar Zuid-Afrika en daar op hem te wachten tot zijn pensioen. Scobie wringt zich in allerlei bochten om geld bij elkaar te brengen om de reis mogelijk te maken, maar corrumpeert zich daarbij wel.

In afwezigheid van zijn vrouw valt Scobie voor een uit oorlogsgebied gevluchte weduwe, Helen Rolt, en nu moet hij zijn krampachtige loyaliteit verdelen over drie partijen: zijn wettige vrouw, zijn nieuwe vriendin en God. ‘Ergens boven de duistere wateren zweefde iets als een voorgevoel van nog een verkeerde daad en nog een slachtoffer, niet Louise en niet Helen. In de stad begonnen de hanen te kraaien bij het ochtendgrauwen.’ En zo verliest Scobie zijn onschuld en offert hij God aan zijn aardse liefdes. En hij beseft het terdege, want in bovenstaand citaat is Scobie nog niet daadwerkelijk in zonde gevallen. Ook zijn dagboekaantekeningen zijn ontdaan van alle emoties, die nu juist de kern van zijn gedachten op dat moment uitmaken.

Geen uitweg

Ook al is hij zijn vrouw ontrouw, hij zal haar nooit in de steek kunnen laten. Daarnaast voelt hij zich vanaf de eerste minuut ook verantwoordelijk voor weduwe Rolt. Tegelijk ziet hij in dat hij op deze manier zichzelf niet staande kan houden: niet in het dagelijks leven, niet tegenover zichzelf en al helemaal niet tegenover God. De gebeurtenissen rondom zijn lening nemen een gruwelijke wending en Scobie ziet geen oplossing meer en wil niet langer anderen kwetsen met zijn leven.

Een krachtig boek over zonde en genade, geloof en ongeloof, trouw en ontrouw. Met name de gedachte van de zondaar dat vergeving voor hem onmogelijk is, wordt zeer invoelend beschreven. De manier waarop Greene de personages laat dobberen in een sociale zee, zonder dat ze elkaar werkelijk bereiken is erg beklemmend. Ook het verschil tussen wat een persoon is, wat hij wil zijn en hoe anderen hem zien is briljant uitgewerkt. Prachtig boek, dat een heldere toon zet voor uitgeverij Bint.

IJzelenberg, Catharina | Het ruisen van de zee

Het ruisen van de zee, een roman waarin De Ramp nog niet voorbij is. De watersnoodramp van 1953 staat in ons nationale geheugen gegrift. In de getroffen gebieden word je eraan herinnerd door gedenktekens voor de slachtoffers, een museum, een route langs plaatsen die een bijzondere herinnering oproepen. De sindsdien aangelegde Deltawerken zijn onze nationale trots en hebben in zekere zin de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden ontsloten met alle mogelijkheden van dien.

Voor mensen die de ramp zelf meegemaakt hebben, zoals Catharina IJzelenberg als klein meisje, is de ramp nog altijd een gebeurtenis, wellicht trauma, die een belangrijke rol in hun leven speelt.  Het ruisen van de zee gaat over Anton Rentier. Op 31 januari 1953 is hij vijf jaar oud en woont met zijn ouders op een boerderij bij Ouwerkerk. Zijn vader probeert, met het zogenaamde dijkleger, de dijk te behouden en het water tegen te houden, maar komt niet meer thuis. Was hij nog op weg naar huis en heeft Anton hem in het water zien verdwijnen?

Anton en zijn moeder blijven samen over en hebben een sterke band met elkaar. Gepraat over de ramp wordt er echter nauwelijks, het verdriet en de vragen worden diep weggestopt. Moeder is een gelovige vrouw die ook hecht aan de tradities die in orthodox-gereformeerde kringen in ere worden gehouden. Anton krijgt hier steeds meer moeite mee. Hij is kritisch en stelt vragen waar hij geen bevredigende antwoorden op krijgt. Anton probeert zonder de relatie met zijn moeder echt op het spel te zetten, toch zijn eigen weg te vinden.

Het lukt hem echter pas na het overlijden van zijn moeder echt zijn eigen keuzes te maken.  Na zijn studie Nederlands wordt hij docent in Zierikzee en geeft met passie les over literatuur. Een nieuwe leerling, Claudia, zet zijn leven op zijn kop. Ze roept gevoelens in hem op waar hij als docent niet aan toe kan geven, maar daarnaast vooral herinneringen aan het verlies van zijn vader. Hij gaat beseffen dat zijn leven voor een groot deel toch is bepaald door de weggestopte emoties over de vraag naar de laatste momenten uit het leven van zijn vader. Waarom is hij niet teruggekomen bij zijn gezin toen het nog kon?

De omgang met Claudia is voor Anton een manier om een weg te zoeken in de verwerking van die emoties. Claudia gaat echter in Utrecht studeren en leidt haar eigen leven. Een enkele keer komt ze bij Anton op bezoek die aan die ontmoetingen zijn hart ophaalt.  Uiteindelijk komt Claudia bij Anton met het bericht dat ze zwanger is van iemand met wie ze haar leven niet gaat delen. Ze vraagt of Anton het kind wil erkennen en wil opvoeden, in ieder geval zolang zij studeert. Anton stemt daarin toe en neemt de zorg voor dochter Clara op zich. Dit ging mij wat te gemakkelijk, walst Anton niet opnieuw over bepaalde emoties bij zichzelf heen?

‘Het ruisen van de zee’ is zeker een geslaagd debuut van IJzelenberg.  Ze laat op overtuigende wijze zien wat de gevolgen van verlies en verdriet zijn als er niet voldoende ruimte wordt gegeven aan of genomen voor de emoties die worden opgeroepen. Mooi vond ik de passages waarin over de zee werd geschreven. De alles vernietigende kracht, maar ook de schoonheid en kalmte werden met treffende beelden verwoord. De wijze waarop Anton uiteindelijk afscheid neemt van het geloof uit zijn jeugd wordt met respect en integer beschreven. Ik heb Het ruisen van de zee met plezier gelezen!

Oswald, Debra | Z.G.A.N.

De Australische Debra Oswald is een allesschrijfster. Ze schrijft kinderboeken en schrijft voor film, televisie, toneel en radio. De laatste toevoeging aan dit rijtje is een roman, getiteld Z.G.A.N. (Zo Goed Als Nieuw). Z.G.A.N. is in 2015 bij Penguin uitgegeven met als originele titel Useful. 

Mechteld Jansen heeft met deze vertaling topwerk geleverd. Het boek opent absurd en droogkomisch. Sullivan (Sully) Moss heeft gefaald in zijn leven en probeert zelfmoord te plegen door van de drieëntwintigste verdieping te springen. Maar zelfs hierin faalt Sully.  Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed, ziet hoeveel er voor hem gezorgd wordt en beseft dat het zonde zou zijn geweest om zijn lichaam, vol met functionerende organen, kapot te laten vallen op de stoep.

Sully besluit om een van zijn nieren te doneren. Hiervoor moet hij wel zijn leven omgooien. Wat volgt is een poging om te veranderen. Niet alleen bij Sully, maar ook bij de mensen om hem heen, die allemaal vastzitten in hun rollen en patronen. Z.G.A.N. is een constante poging om uit deze rollen en patronen te stappen. Eén van de personages verwoordt het als volgt:

Ze geloofde niet dat er veel mensen waren die wezenlijk konden veranderen. De meeste mensen hebben maar weinig ruimte, alsof iedereen in zijn eigen tupperwarebakje leeft. Er was in dat bakje wel een beetje ruimte om te verschuiven, maar niet veel. (p. 312)

Z.G.A.N. begint met absurde situaties en veel droge humor. Langzaam verdwijnen de absurditeiten en maken ze plaats voor een serieuzer verhaal. De grappige stijl van Debra Oswald blijft echter ook in de serieuzere delen van Z.G.A.N. duidelijk aanwezig. In een interview zegt Debra “Waarom kan iets niet donker en doordacht zijn en tegelijk grappig en vol vreugde en speelsheid?”

Debra is geslaagd in het samenbrengen van deze donkere en lichte kant. Z.G.A.N. leest heerlijk, maar enkele kanttekeningen zijn wel op zijn plaats. Door het hele boek wordt met regelmaat gevloekt. Verder komt er veel seks voor in het boek. Het is dan wel weer sterk dat deze seks niet erotisch wordt beschreven, maar heel plat en zonder opsmuk.

Kortom, op het grove taalgebruik en de seks na is dit boek een absolute aanrader. Debra vertelt een serieus verhaal op een lichte toon. Ik kan niet wachten tot Debra een tweede roman schrijft!