Frolke, Viktor | Het dispuut

Mag ik aan u voorstellen, vruchten, de volgende personages uit Het dispuut? ‘De lijkbleke Michiels Kessenich; de onafscheidelijke en niet uit elkaar te houden tweeling Van Voorst tot Voorst, Gabriel en Lucas (eentje miste een stukje van zijn pink, maar welke was dat ook alweer?); Desplanches met het nerveuze piepstemmetje; De Vries, die net zoals de Van Voorsten uit hetzelfde Gooise dorp bleek te komen en om die reden als een hardnekkige parasiet achter hen aan sjokte, en ten slotte Mulder, een luidruchtige dandy in driedelig grijs (…)’.

Het dispuut is een uitstekend geschreven verhaal door Viktor Frolke. Hij debuteerde in 2008 met Fake. In 2013 verscheen van zijn hand de veelgeprezen roman Zalig uiteinde. Frolke neemt je mee in een besloten, decadente studentenwereld, die van de arrogante studentenvereniging Multatuli. Tristan Oleander, de hoofdpersoon van Het dispuut, komt uit de provincie naar Amsterdam om daar als student wijsbegeerte aan de slag te gaan. Hij belandt bij Multatuli. Daar start hij als ‘vrucht’. Hij voelt een enorme aantrekkingskracht tot de vereniging, maar ervaart ook afschuw en afkeer ervan. In deel 1 lees je zijn wedervaringen als vrucht, de stevige ontgroeningsrituelen op weg naar de definitieve inlijving in het dispuut. Je maakt kennis met alle figuren met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Aan het begin van deel 2 ondernemen de studenten van het dispuut een reis naar Lebak, Indonesië, de bakermat van de Max Havelaar van Multatuli. Een jaarlijks uitje dat nu zeer tragisch eindigt. Een van de studenten komt om het leven. Moord in eigen gelederen. Tristan twijfelt meer en meer aan zijn deelname aan de club. Maar eenmaal lid, ben je dat voor het leven.

Het laatste deel beslaat de volwassen jaren van Tristan, die geobsedeerd door een sterk rechtvaardigheidsgevoel, besluit om de waarheid te achterhalen rondom de dood van de student. Hij zal de studenten van toen ter verantwoording roepen voor een speciaal opgericht tribunaal. Het eind van het verhaal laat de lezer dermate in het ongewisse, dat je een reden te meer hebt om het boek te gaan herlezen.

Frolke weet de wereld van de decadente studenten heel goed te beschrijven. Heeft hij er zelf deel van uitgemaakt? Het boek dat een ‘Voskuilsiaanse’ (genoemd naar de auteur J.J. Voskuil) inslag heeft, mondt uit in een ietwat duistere en beklemmende thriller. Het taalgebruik is goed te noemen, lovenswaardig is de geheel eigen woordenschat van de studenten: vrucht voor beginneling, poep voor geld en goud voor leuk. Negatief taalgebruik is er ook, passend bij de setting waarin het verhaal is ingebed. De personages worden boeiend neergezet, van student naar volwassen man. Tegelijk maken enkelen van hen een (interessante) ontwikkeling door.

Het verhaal is literair: er zijn voldoende motieven aan te wijzen, het hanengevecht in Indonesie (deel 2) waar de studenten getuige van zijn, is een metafoor van de omgang tussen de studenten, er zijn mooie verwijzingen naar werk van Multatuli alsmede over de schrijver zelf. Ze hebben een prima toegevoegde waarde. Filosofische uitspraken in het hele verhaal zetten de lezer op scherp, zetten tot nadenken aan. Ook, en dat zou je niet direct verwachten in het boek, wordt er een passage uit Psalm 94 geciteerd dat spreekt over de gerechtigheid. Een belangrijk motief in het boek voor de hoofdpersoon Tristan: ‘God van vergelding, verschijn in luister. Verhef u, rechter van de aarde, geef de hoogmoedigen hun loon. Hoelang nog zullen de wettelozen juichen, de onrechtvaardigen het hoogste woord voeren en trotse taal uitslaan?’ (…)

Kortom, Viktor Frolke heeft een veelzijdig en goed doordacht verhaal aan het papier toevertrouwd.

 

 

 

 

Oz, Amos | Zwarte doos

Z
In  Zwarte doos spat het venijn van de pagina’s. Ilana Sommo-Brandstetter, haar ex-man Alexander (Alec) Gid’on en haar huidige echtgenoot Michaël Sommo laten in hun brieven een ontluisterend beeld van een ingewikkelde relatie zien. Zoals een zwarte doos de toedracht van een vliegtuigongeluk openbaart, zo laten de brieven zien wat er is gebeurd in de levens van de hoofdpersonages.

Boaz, de zoon van Ilana en Alec, is de aanleiding voor het briefcontact. Hij is een moeilijke, soms zelfs gewelddadige jongen, waar Ilana geen raad meer mee weet. Ook Michaël Sommo, zijn streng religieuze stiefvader en fanatiek aanhanger van de groot-Israëlpolitiek, die probeert Boaz uit de problemen en op het rechte pad te krijgen, lijkt weinig te kunnen uitrichten. Ilana hoopt dat Alec Gid’on zijn invloed kan laten gelden.

Uit de brieven vol taalfouten die Boaz schrijft, leren we een beschadigde jongen kennen. Hij heeft ernstig geleden onder de slechte relatie van zijn ouders en is op zoek naar zichzelf.  Zijn onbeholpen verwoorde pijn en frustratie roept sympathie op. Hij is de persoon met wie ik me het meest verbonden ben gaan voelen.                                             De brieven tussen Ilana en Alec laten zien dat liefde en haat twee kanten van dezelfde medaille zijn. Ze tonen de tragiek van twee mensen die elkaar uiteindelijk niet los kunnen laten. Dit wordt zichtbaar als Alec, die terminaal ziek is, en Ilana de laatste fase van het leven van Alec samen doorbrengen in het huis van Boaz. Het kind verenigt de ouders? Of kun je niet spreken over verzoening?

Ook in Zwarte doos schuwt Amos Oz de politieke verdeeldheid in Israël niet. Michaël Sommo krijgt alle ruimte in zijn brieven om zijn opvattingen over de Groot-Israëlgedachte te verwoorden en het is met name Boaz die daarnaast zijn eigen idealen laat zien. Ook in de brieven die Alec en Michaël uitwisselen komen de politieke tegenstellingen aan de orde. Het heeft iets komisch dat Alecs geld ondanks zijn afkeer van Michaëls opvattingen gebruikt wordt ten bate van de Groot-Israëlgedachte.

Boaz krijgt de beschikking over het verwaarloosde landgoed van zijn vader en daar ontstaat een soort commune. Geen groots politiek project maar simpel het opknappen van het huis en het vruchtbaar maken van het verwaarloosde land wordt het levensdoel van Boaz. “Vrijheit blijheit. Het is hier geen Kiriat Arba (streng religieuze gemeenschap) iedereen doet waar hij zin in heeft zolang ze maar hard werken elkaar goed behandelen niemand op de zenuwen werken en elkaar niet de les leezen.” Hiermee neemt hij duidelijk afstand van de opvattingen van zijn stiefvader. Toch tonen de brieven tussen Boaz en Michaël, ondanks de grote verschillen en de soms harde toon, een betrokkenheid en waardering die het onbegrip soms kan overstijgen.

Opnieuw heeft Amos Oz een briljant werk geschreven. Door te kiezen voor een roman in briefvorm kun je steeds in het hoofd van een ander personage kruipen. Je ervaart zo aan den lijve de complexiteit van de onderlinge relaties. Zwarte doos : een onthullend en onthutsend verhaal.

Spit, Lize | Het smelt

Lize Spit - Het smelt Terwijl ik deze recensie schrijf, is het zomer. De dagen zijn beklemmend. Drukkend, broeierig, klam. De natuur houdt telkens opnieuw de adem in tot er weer een bui losbarst.

Een zelfde soort beklemming ervoer ik bij het lezen van Het smelt, debuutroman van de Vlaamse Lize Spit. De schrijfster weet in haar – bijna 500 pagina’s dikke – roman een onheilspellende spanning op te bouwen. Hoofdpersoon Eva, twintiger, rijdt met een gigantisch blok ijs in de kofferbak naar haar geboortedorp, het Vlaamse Bovenmeer. Aanleiding is de herdenking van een overleden dorpsgenoot. Maar de werkelijke reden blijkt wraak te zijn. Wat is er dertien jaar geleden in de warme zomer van 2002 gebeurd? Stukje bij beetje, door middel van hoofdstukken die zich afwisselend in heden en verleden afspelen, krijgt de lezer clues in handen.

In Eva’s geboortejaar werden er in het dorp slechts twee andere kinderen geboren, Laurens en Pim. De drie vormen een vriendschapstrio en trekken als de ‘Drie Musketiers’ hun hele jeugd gezamenlijk op. Wanneer de puberteit aanbreekt en de jongens een wreed spelletje bedenken, durft de verlegen Eva zich niet te onttrekken aan hun spel. Hoe zou ze kunnen? Ze heeft geen vriendinnen en ook van thuis kan ze geen heil verwachten. De treurigheid van haar thuissituatie sijpelt steeds nadrukkelijker door het verhaal heen. Met een drinkende moeder, gedesillusioneerde vader en een jonger zusje dat gaandeweg meer dwangneuroses ontwikkelt, kan Eva nergens heen.

Het wrede puberale spel krijgt een weerzinwekkende ontknoping. Wat er in die warme, broeierige zomer gebeurt, draagt Eva dertien jaar lang als een last mee. Een last die te groot is om met wraak alleen op te kunnen lossen, zo blijkt uit het sinistere slot van het boek.

Met gemengde gevoelens heb ik deze veelgeprezen roman – deels – gelezen. De manier waarop de auteur de dwanghandelingen van Tesje, de troosteloosheid van de thuissituatie, de sfeer van het Vlaamse dorp beschrijft, vind ik knap. Door de gedetailleerde beschrijvingen gaat het verhaal vlak onder je huid zitten. Maar met die gedetailleerde beschrijvingen had ik juist ook grote moeite als het gaat om de terugkerende seksuele (mis)handelingen.

Een professioneel jeugdwerker vertelde eens dat ze het programma Spuiten en Slikken had gekeken om te weten wat er leeft onder jongeren en wat ze kijken. “Maar”, zei ze, “ik had het niet willen zien. Er zijn dingen die je niet wilt weten, ook al weet je dat ze gebeuren.” Voor mij een reden om op een gegeven moment Het smelt weg te leggen, niet verder te lezen en het ondanks de schrijfstijl niet aan te bevelen.

Oz, Amos | Panter in de kelder

..Panter in de kelder speelt zich af in  het Jeruzalem van 1947  in de nadagen van het Britse Mandaat over Palestina. De oprichting van  de staat Israël en de bevrijding van de gehate Britten is aanstaande. In Panter in de kelder beleven we vanuit het perspectief van de twaalfjarige Profi (professor) deze hectische periode.

Als de avondklok in Jeruzalem is ingegaan, worden verzetsgroepen actief en dat spreekt tot de verbeelding van Profi. Samen met zijn vriendjes richt hij ook een ‘verzetsgroep’ op.  Samen maken ze plannen voor een aanslag op de Engelse koning of zijn vertegenwoordiger, de Hoge Commissaris, in Jeruzalem. Ook zijn ouders zijn op hun eigen manier betrokken bij verzet tegen het Britse Mandaat. Profi’s vader, een studeerkamergeleerde, schrijft opruiende pamfletten en zijn moeder verleent eerste hulp aan gewonde verzetsstrijder.

Als Profi op een avond na het ingaan van de avondklok nog op straat loopt, wordt hij aangehouden door een Engelse politieagent: Stehphen Dunlop. Hij blijkt zeer geïnteresseerd in de Hebreeuwse taal en vraagt Profi hem daarbij te helpen.  In ruil daar- voor biedt hij  hulp bij het leren van Engels. Dit plaatst Profi voor een dilemma: de Engelsen zijn hun vijanden. Mag je dan op min of meer vriendschappelijke wijze met hen omgaan? Ben je dan geen verrader van je eigen mensen? Of kun je dit contact gebruiken voor je eigen doelen en spioneren in het belang van je eigen land?

De conclusie van zijn vriendjes uit de verzetsgroep is duidelijk: ‘Profi is een laaghartige verrader’. Maar is hij dat ook, zo vraagt Profi zich gedurende het hele boek af. Wat is verraad eigenlijk? Deze vraag bepaalt uiteindelijk het thema van dit prachtige boek.

Deze kwestie houdt de verteller jaren later nog steeds bezig. Net als de jonge Profi probeert hij door het spelen met de taal de wereld om zich heen te  ordenen en te begrijpen. Knap weet Amos Oz hier door dit spel met woorden te laten zien dat er altijd verschillende kanten aan een zaak zitten. De jonge Profi realiseert zich al dat het denken in vijandsbeelden nuance behoeft en jaren later wordt dit bevestigd in de woorden van de volwassen Profi.

Profi vertegenwoordigt in meer dan een opzicht Amos Oz zelf. Zowel het leven van Profi en Oz, als de ontwikkeling in het denken van Profi en Oz vertoont overeenkomst.

Amos Oz geeft ons met Panter in de kelder een boek om met veel aandacht te lezen. Het fijnzinnige taalgebruik, zoals de prachtige beschrijvingen van de boekenkasten van Profi’s vader, en de karakterisering van de personages vanuit Profi’s perspectief maken Panter in de kelder  naast de tijdloze thematiek tot een juweeltje.

Toorenaar, Jaap | Mijn vader zei altijd

Jaap Toorenaar schreef, in samenwerking met het Genootschap Onze Taal, de opvolger van Mijn moeder zei altijd. Het is een keurig verzorgd boekje geworden met heerlijke gezegdes en uitspraken die een lach en een traan oproepen, die herkenbaar zijn of volstrekt onbekend zijn, maar die je wilt gaan bezigen in de toekomst.

Mijn vader zei altijd bevat vele spreuken, gezegdes, intieme spreekwoorden en prachtige uitspraken over tal van onderwerpen: maaltijden, mannen en vrouwen, armoede en rijkdom, levenslessen, alsook items die schuren, op het randje zijn, zoals de categorie Niet bestemd voor kleine kinderen en De dood.

Toorenaar heeft bij het schrijven en samenstellen van dit boekje hulp gehad van honderden mensen die hun uitspraken instuurden na een geplaatste oproep in het taalblad Onze Taal. Ook wijdde dit tijdschrift enkele artikelen aan de mooiste uitspraken van ouders en grootouders. Toorenaar (Wilhelminadorp, 1954) is relatief onbekend, maar is een stuk bekender vanwege diverse reclameslogans die hij heeft bedacht, waaronder: ‘Calvé pindakaas. Wie is er niet groot mee geworden?’ en ‘Een beter milieu begint bij jezelf.’ Behalve met non-fictie hield hij zich ook bezig met het schrijven van en kinderboek: De jongen met de tien gezichten.

Uiteraard mogen in deze recensie enkele interessante uitspraken van ouders en grootouders niet ontbreken:

Als iemand in z’n neus peuterde, klonk het bij ons: ‘Je probeert zeker binnendoor een vuiltje uit je oog te halen.’

‘Gezondheid is niet alles, maar zonder gezondheid is alles niets.’

‘Opvoeden is jezelf overbodig maken.’

‘Familie is als medicijnen. Je moet ze doseren.’

Ook religie komt hier en daar aan bod, de ene keer ironisch, de ander keer serieuzer. ‘Wie moppert op het weer, die moppert op de Heer.’

Jaap Toorenaar heeft met Mijn vader zei altijd een boek geschreven/samengesteld dat uitnodigt tot lezen en herlezen. Leuk om in vakantietijd tot je te nemen.

 

Asman, Willem | Enter

Enter is het eerste deel van een trilogie, geschreven door Willem Asman. Asman is geen kleine jongen in het genre, eerder werk werd genomineerd voor de Diamanten Kogel en de Gouden Strop. Het tweede deel verschijnt in november 2017, getiteld Error. De trilogie gaat over de geheimzinnige organisatie Rebound.Met Enter heeft Asman een prima thriller geschreven.

Enter vertelt over Tyler en haar dochter Charlie, woonachtig in Amsterdam. Moeder woont onder een nieuwe naam in een doorsneebuurt van de hoofdstad. Beiden zitten in een getuigenbeschermingsprogramma. Wanneer Charlie op een dag erachter komt dat haar vader nog leeft, besluit ze hem op te zoeken. Maar dit is niet zonder gevaar en wanneer ze dan ook een afspraak maakt met iemand die meer kan vertellen over haar vader, wordt ze vlak voor de afgesproken tijd in een busje getrokken en gekidnapt. Vanaf dat moment ontvouwt zich een heerlijk plot.

Moeder Tyler belt uiteraard direct de organisatie om ze te vertellen van de ontvoering. Maar dan blijkt dat deze organisatie en haar getuigenbeschermingsprogramma niet bekend is met haar zaak. Wat is echt? Wie vertelt de waarheid? Het grote waarheid-en-leugenspel kan beginnen.

Enter heeft veel elementen in zich die het tot een goede thriller maken: een geheime organisatie, veel onzekerheid, waarheid en leugen die elkaar snel afwisselen, flink portie wantrouwen, veel spanning en boeiende personages en tot slot de nodige plotverrassingen. Boven de verschillende hoofdstukken staat telkens precies beschreven waar het zich afspeelt, in welke tijd en op wie de focus ligt. Vanuit wisselende perspectieven komt het verhaal tot je. Dat maakt het geloofwaardig. Het boek heeft een mooie cover, ligt prettig in de hand en heeft een mooie bladspiegel.

Enter eindigt met een geweldige cliffhanger die de lezer reikhalzend doet uitzien naar het tweede deel. Een klein stukje van dat deel staat achterin het boek, een prima opwarmertje voor Error.

 

Oord van den, Steffie | Honkvast

Steffie van den Oord, schrijfster en journaliste, brengt in haar nieuwste boek Honkvast een boeiend thema ter sprake: zeer oude mensen. Hoogbejaarden die je niet moet ‘verpotten’. Bijna hun leven lang wonen ze op de plek waar ze zijn opgegroeid. Van den Oord zocht en vond.

Met 15 hoogbejaarden heeft ze een interview. Dat levert voor Honkvast spraakmakende, ontroerende en soms grappige verhalen op. Elk interview wordt voorafgegaan door een quote uit het interview. Een motto uit het leven gegrepen. Het levensverhaal van Mia Lukkezen – Mom is ontroerend: ‘Elke zomer stonden die grafjes in bloei. Drie zusjes en een broertje. Ik tuinierde dus al vroeg.’

Het geloof speelt in sommige levens geen rol van betekenis. Het komt wel ter sprake. Mia vertelt over de dood van haar man: ‘Schrikken deed ik niet; we gaan toch, wist ik als kind al. Allemaal. Hij heeft geen doodsstrijd gehad. Dat vind ik zo nutteloos, die verlies je uiteindelijk toch.’ Met veel gevoel voor de mensen die ze interviewt, integer ook, beschrijft en vertelt Van den Oord de taal van haar ‘personages’, de soms oude riten of gebruiken, maar ook de literaire veelzijdigheid die bepaalde mensen in haar boek ten toon spreiden: zo verzamelt de een misdaadromans (enkel Agatha Christie), de ander citeert Multatuli: ‘Ik weet niet of wij zijn geschapen met een doel, of maar bij toeval daar zijn. Ook niet of een God of goden zich vermaken met ons leed… Als dit zo was, zou het vreselijk zijn.’  Met dit citaat geeft de geïnterviewde gelijk haar levensvisie mee.

Honkvast is een prettig boek, dat vlot leest. Het roept herinneringen op aan vroeger tijd. Je proeft de sfeer, ruikt de geur van het platteland, ervaart de weidsheid van het landschap rondom de bejaarde mensen. Met enige weemoed lees je de verhalen van oude huizen en de mensen die blijven. Het zeer persoonlijke levensverhaal van Stientje Kramer-Brands uit Urk is er een van intense schoonheid, puur en diep verdrietig. Onno Jan Hazekamp, een van de bejaarden, geeft nog een laatste levenswijsheid mee: ‘Geniet van het leven, had ik gelezen in de Bijbel, ook als je oud bent.’

Tolkien, Simon | Niemandsland

653 bladzijden – de naam Tolkien op de cover: mijn verwachtingen zijn hoog gespannen. En ik ben beslist niet teleurgesteld:  wat een geweldig verhaal is Niemandsland!

Adam Raine groeit op in een Londense achterbuurt als zoon van een gelovige rooms-katholieke moeder en een vakbondsman. Vader Daniel zet zich met hart en ziel in voor meer sociale gelijkheid. Adams moeder sterft tijdens een oproer en zijn vader, die zich schuldig voelt aan haar dood, krijgt via familie een baan bij een kolenmijn in Scarsdale,  een klein plaatsje in het noorden.

Voor Adam, die een gymnasiumopleiding mag volgen, valt het niet mee om aansluiting te vinden bij de jongeren in het dorp. Uiteindelijk raakt hij toch met een aantal jongens bevriend, mede door de goede relatie met zijn achterneef Ernest.

De mijnwerkers hebben hoge verwachtingen van Daniel. Ze kennen zijn reputatie als vakbondsman en hopen dat hij betere arbeidsomstandigheden kan bewerkstelligen. Na de dood van zijn vrouw is hij echter veranderd en dat leidt tot teleurstelling bij de mijnwerkers. Hij is meer een man van het overleg dan een man van de harde actie geworden.

De conflicten tussen de mijnwerkers en de eigenaar van de mijn lopen uit de hand en bij een gewelddadige confrontatie, waar Adams vader de gemoederen probeert te bedaren,  leidt dit uiteindelijk tot de dood van Adams vader.

Adam wordt door Sir John Carsdale, de eigenaar van de mijn, in huis genomen en kan zijn studie vervolgen. Het is een lastige periode voor Adam die door Sir Johns vrouw en jongste zoon  Brice nauwelijks geduld wordt.  Zijn verliefdheid op Miriam, de dochter van de plaatselijke predikant, doet de relatie met Brice ook geen goed. Zeker niet, als Miriam uiteindelijk voor Adam kiest en Brice afwijst. In de oudste zoon van Carsdale, de militair Seaton, vindt Adam echter een vriend voor het leven.

Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, en Adam inmiddels in Oxford studeert, neemt Adam vrijwillig dienst als hij de leeftijd van 18 jaar bereikt. In 1916 belandt hij in Frankrijk aan de Somme waar hij de verschrikkelijke loopgravenstrijd meemaakt.

Tolkien beschrijft de vreselijke omstandigheden aan het front en de ontberingen die de soldaten leiden op indrukwekkende wijze. De kou en het vocht uit de loopgraven zijn voelbaar. Je hoort het alles verdovende geluid van de beschietingen en de angst en spanning van de militairen  doen je hart sneller kloppen. Waar mensenlevens niets waard lijken te zijn, proberen Adam en Seaton mens te blijven in ‘Niemandsland‘ en moreel juist te handelen. Hier ligt wat mij betreft ook de kracht van het boek. Bepalen de omstandigheden of je een goed of slecht mens bent?  Of lukt het je, ongeacht de omstandigheden en ongeacht wat het je gaat kosten, de juiste keuzes te blijven maken.

In een interview geeft Tolkien aan dat hij Adam Raine min of meer gevormd heeft naar het voorbeeld van zijn grootvader J.R.R. Tolkien, de schrijver van het wereldberoemde  boek ‘In de ban van de ring’. Er zijn duidelijke parallellen in het leven van Tolkien en Adam aan te wijzen, zoals het opgroeien in armoedige omstandigheden, het jong wees worden, het studeren in Oxford, het vrijwillig dienst nemen in het Britse leger en het deelnemen aan de slag bij de Somme.

Grootvader Tolkien heeft na de oorlog nauwelijks over zijn ervaringen willen of kunnen spreken.  Zijn kleinzoon is er echter van overtuigd dat hij een deel van zijn ervaringen verwerkt heeft in ‘In de ban van de ring’.  En ook hierin laat het slot van Niemandsland een parallel tussen Tolkien en Adam Raine zien.

Tolkien heeft met Niemandsland een historische roman van grote klasse geschreven. Zijn personages zijn echte levende personen geworden en de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog zijn op indringende wijze beschreven. Laat de 653 bladzijden geen belemmering zijn om dit boek te lezen:eenmaal begonnen weet je niet van ophouden. Ik vond het tenminste oprecht jammer dat het boek uit was.

Goossens, Johan | Jongens, ik wil nu toch echt beginnen

Johan Goossens heeft een heerlijk, ontspannen boekje geschreven met columns over zaken die hem uit het hart gegrepen zijn. Goossens is schrijver en cabaretier. Daarnaast heeft hij ook nog tijd voor de klas te staan op een ROC ergens in de Randstad. Een veelzijdig type dus. Met de bundel Jongens, ik wil nu toch echt beginnen toont hij je een kijkje in zijn hoofd, in de keuken van het lesgeven aan een ROC en wil hij laten zien dat een beetje gay oké is.

De cover toont een heerlijke titel, die voor docenten in het VO en het MBO ongetwijfeld meer dan bekend in de oren zal klinken. Het bekende papieren vliegtuigje dat in het klaslokaal circuleert en meestentijds over het hoofd van de docent scheert, zal niet minder bekend voorkomen. Johan Goossens zet met deze ‘schrikbarende’ titel gelijk alles op scherp. En je gaat als lezer er maar eens goed voor zitten.

De eerste column getiteld ‘Centraal station’ vertelt het verhaal van Samira, een leerlinge die de hele dag door Allah-poëzie schrijft en hem verheerlijkt. Ze zet middenin de nacht op Facebook een berichtje voor Johan dat hij morgen vooral niet moet komen op het Centraal Station. ‘Ik waarschuw u, omdat u mijn leraar bent’. Johan appt gelijk een collega, half twee ’s nachts ( en uiteraard nog wakker). Wat te doen? Een heftig onderwerp, dat ( en daarvoor is het een column en moet het vooral lichtvoetig blijven) met een heerlijke anti-climax eindigt.

In een andere column, getiteld ‘Diploma-uitreiking’, beschrijft Johan Goossens op hilarische wijze een gesprek onder docenten na afloop van de diploma-uitreiking. Uiteraard ‘met een biertje, een wijntje en gemopper.’  Elk jaar weer duurt de diploma-uitreiking veel te lang. Maar, zo eindigt Johan: ‘En hoe zelfbewust mijn collega’s ook zijn over hun met pijn en moeite gefiguurzaagde teksten, de leerlingen zie je glunderen als ze toegesproken worden. Het kan hun niet lang genoeg duren.’

Johan Goossens is erg goed in het kort en krachtig, trefzeker neerzetten van personen die hij in binnen- en buitenland tegenkomt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik zijn columns over en vanuit het onderwijs het leukst en best vind. Dat zal zeker te maken hebben met het feit dat het zo herkenbaar is. Daarom is het boekje sfeervol en echt leuk om te lezen voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. De zaken vanuit zijn privéleven, hij is bijvoorbeeld zelf homo, raken me niet en zijn qua woordkeuze en leefwereld zeker niet de mijne.

 

 

 

 

Hollander, den Loes | Duivelspact

Loes’ op een na nieuwste thriller is een strak gecomponeerde en bizarre thriller. Duivelspact gaat over Marijn Bentink van Heemstede. Wanneer ze in haar trouwjurk staat te wachten op haar aanstaande man, verongelukt hij op weg naar zijn bruid. De zwartste dag uit haar leven geeft ze uiteindelijk een plaats. Wanneer er signalen zijn dat het ongeluk van Roel geen ongeluk was, bezint ze zich op wraakacties die zich ten volle richten op de geliefden van de daders die het ‘ongeluk’ veroorzaakt hebben. Zij moeten dood. Wanneer verschillende acties van haar kant lijken te lukken, krijgt ze informatie die de hele tragische, noodlottige kwestie opnieuw op zijn kop zet. Gaat ze verder voor wraak? Of kiest ze de kant van vergeving? Naast dit hoofdverhaal speelt Marijns relatie tot haar moeder een belangrijke rol in het verhaal. Een ernstig aangrijpend verhaal vanuit haar jeugd zindert door in het heden en heeft zeker gevolgen voor de toekomst…

Duivelspact is een typische Den Hollander-thriller. Goed opgebouwd qua thematiek, plotontwikkeling en karaktertekeningen. Het thema getuigt van creativiteit en originaliteit bij Den Hollander. Je merkt dat er goed over nagedacht is. Het plot zit verrassend goed in elkaar, een meeslepend verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven. Zo krijg je het geslepen verhaal van verschillende ‘diamantzijdes’ mee. En schittert het verhaal door de ogen van de diverse hoofdpersonages. De karakters zijn realistisch. Niets menselijks is hen vreemd. Er zitten aan mensen altijd donkere kanten, Loes den Hollander houdt ze goed tegen het licht.

Ik vind het knap dat een auteur als Den Hollander boek na boek weet te schrijven zonder dat het een keer saai wordt, dat is zeker haar verdienste. Het zijn verhalen die soms bizarre trekjes vertonen, maar qua menselijkheid realistisch overkomen. Boeiend is ook dat Loes vrouwen de hoofdrol laat spelen, als man heb ik bij Loes’ boeken daar zeker geen bezwaar tegen. Niet iedere auteur kan me boeien met een vrouwelijke hoofdrolspeler. Loes weet dit altijd wel voor elkaar te krijgen!

‘Vandaag is het vijf jaar geleden dat drie dronken vrienden mijn leven vernielden. Ik weet wie ze zijn, met wie ze zijn, waar ze wonen. Dat moest ik te weten komen om toe te kunnen slaan als de tijd rijp zou zijn. En de tijd is rijp.’