Een nominatie voor de Dioraphte Literatour Prijs 2017: De negen kamers van Peter-Paul Rauwerda. Dat moet goed zijn! Het Juryrapport Nominaties 2017 vermeldt onder meer dat het boek de epische allure heeft van een mythe, filosofisch is en een interessante intertekstualiteit kent. Ik kan zeggen: eens, volledig mee eens!
Ik had nog nooit van de auteur gehoord en kwam het boek tegen op internet. De flaptekst sprak me aan, ik bestelde het boek en las het in een adem uit. Een fantasierijk verhaal, waarin alles mogelijk is. Waarin je ook gewoon aanneemt dat de dingen die gebeuren voorstelbaar zijn en logisch schijnen. Je wordt heen en weer geslingerd tussen feit en fictie, realiteit en irrealiteit, de werkelijkheid en fantasie. Ze lopen soms in elkaar over, zijn verbonden en verweven met elkaar. Hier houd ik van!
Wat is het verhaal? Jonas wordt al lange tijd ernstig geplaagd door zware hoofdpijnen. Juist op het moment dat hij alleen thuis is, worden ze vrijwel ondraaglijk. Er gebeurt dan iets vreemds. Er wordt op een nacht ingebroken en de inbreker laat een groot boek achter. Later blijkt enkele straten verderop datzelfde huis te staan, zomaar vanuit het niets op een braakliggend veldje. Jonas raakt geobsedeerd door het huis. Hij probeert er verschillende keren naar binnen te gaan, maar het huis houdt hem in eerste instantie tegen. Eenmaal toch binnengekomen, dwaalt hij door de negen kamers die het huis rijk is. Hij belandt in uitzonderlijke, wonderlijke situaties. Maar is dit alles nu echt of gebeuren de dingen enkel in zijn hoofd?
Tijdens het lezen moest ik denken aan de verhalen van Harry Potter en Alice in Wonderland. De bloemrijke taal doet denken aan Zafon en Garcia Marquez, aldus literair deskundigen. Een sprookjesachtige sfeer, fantasievolle omstandigheden en gebeurtenissen en zeer beeldende, poëtische zinnen, lijken Rauwerda te typeren in dit boek. Niet verwonderlijk overigens, het is zijn debuutroman. Het boek smaakt naar meer Peter-Paul Rauwerda.
Gezien de hoeveelheid ezelsoren in mijn boek, kan ik genoeg citeren. Te veel voor nu. Toch kan ik niet nalaten er enkele te noemen om op zijn minst een indruk te geven van zijn verhaal, zijn stijl.
Om aan te geven hoe ik mij kan identificeren met Jonas: ‘Jonas is een lezer. Vaak leest hij meerdere boeken tegelijk en al die personages uit al die boeken vechten om een plaats in zijn hoofd.’
Rauwerda, de taalkundige/wiskundige, vertelt: ‘Weet u dat een mens uit taal bestaat? Een mens is als een boek, opgebouwd uit zinnen. Die zinnen bestaan uit woorden. Die woorden bestaan uit letters. Alles wat leeft bestaat uit taal. Dat noemen ze DNA. Met de woorden uit die taal kun je zinnen vormen, hele lange zinnen. En daarmee kun je mensen maken, alsof je boeken schrijft.’
Hoe kijkt Jonas aan tegen religie? ‘De religieuze boeken staan fier overeind op hun eigen plekje in hun boekenkast en weigeren ook maar een millimeter op te schuiven in de richting van de andere religieuze boeken op dezelfde plank. (…) Zodra Jonas zich laat zien beginnen de boeken door elkaar te klepperen. ‘Wij bieden de enige uitweg. Laat ons je leiden naar het licht. Wij verheffen je tot het hogere.”
Rauwerda tekent ons ook de kracht van de verbeelding in taal: ‘Met verbeelding kun je uit iedere situatie, hoe ellendig ook, ontsnappen. Gebruik de verbeelding.’
De negen kamers is een veelzeggend, mooi en krachtig boek dat erom schreeuwt herlezen te worden en geregeld te overdenken. Lees maar, er staat niet wat er staat…
Ik las een voor mij volstrekt onbekend boek, een volstrekt onbekende auteur: Verdwenen van schrijfster Tara Altebrando.
Phil Earle heeft een lezenswaardig boek geschreven. Billy (14) is een tehuiskind. Hij zit er al vanaf zijn zesde. Hij verblijft er al 8 lange jaren. Billy is een herrieschopper en een lastpak. De Kolonel, Ronnie, heeft zijn handen vol aan hem en moet vaak rapporten over hem schrijven. Billy zorgt vaak voor onrust in het tehuis en deinst er niet voor terug om zijn vuisten te gebruiken mocht iemand iets doen wat hem niet aanstaat. Hij wordt het liefst met rust gelaten. Zo gebeuren er geen nare dingen, is de redenering van Billy. Wanneer hij zich, na een beoordelingsgesprek in het tehuis, probeert zo goed mogelijk te gedragen blijkt dat er tegen hem is gelogen. Het liefst stort hij in en wil hij zich opnieuw in zijn oude routine begeven. Maar omwille van Louie en Lizzy (9), zijn halfbroertje en halfzusje, blijft Billy, hoe moeilijk het ook voor hem is, sterk. En alsof dat al niet erg genoeg is, komt Billy nog ergens achter. Boosheid en verdriet nemen de overhand, dat flink uit de hand loopt. Zo stapelt het ene probleem zich op na het andere.
Daan en Nadia ontmoeten elkaar in het ziekenhuis. Als ze uiteindelijk telefoonnummers hebben uitgewisseld ontstaat er een vriendschap. Nadia heeft het erg moeilijk thuis en als ze een keer bij Daan is geweest voelt ze zich daar fijner dan thuis. Daan heeft een fijne familie en ze zijn allemaal erg op Nadia gesteld. Nadia probeert Daan zo veel mogelijk te steunen tijdens zijn ziekte, Daan heeft namelijk een hersentumor. Datzelfde doet Daan bij Nadia, maar Daan kent de problemen van Nadia niet. Toch is hij tot steun. Hun vriendschap groeit uit tot iets meer dan alleen een vriendschap. Maar beide staan ze toch elke dag voor de vraag: “Zal Daan het overleven?”
In Met hart en ziel verliest Floriaan op 11-jarige leeftijd zijn moeder. Hij blijft alleen achter samen met zijn stiefvader, die een gewelddadige inborst heeft. Als zijn stiefvader hertrouwt, wordt Floriaan het huis uitgezet en naar zijn tante Estalla gestuurd. Liefde krijgt hij niet van haar. Als Floriaan op een boerderij, de Vreehoeve, werk vindt, krijgt zijn leven weer warmte en kleur. Hij voelt zich steeds meer thuis op de Vreehoeve. Jaren verstrijken en Floriaan wordt een echte jongeman. Een tragische gebeurtenis doet hem echter van de Vreehoeve weggaan. Na jaren de Vreehoeve ontweken te hebben, brengt Floriaan weer een bezoekje. Met open armen wordt hij weer ontvangen. Maar nog steeds heeft Floriaan geen blijvende geborgenheid, liefde en warmte gevonden. Het is de vraag of hij deze ooit zal vinden.