Wieringa, Tommy | De heilige Rita

De heilige Rita

‘Daantje, die al op jonge leeftijd had leren autorijden, had een auto aan de praat gekregen en was tussen hoge heggen naar het bos gereden waar zijn vader aan het stropen was. Hij was alleen in het donkere bos. Hij riep om zijn vader, ijl klonk zijn stem tussen de bomen. ‘Vader? Vader, ben je daar?’
Er kwam geen antwoord, er was niemand.
Pas nu Paul met open ogen in het duister lag te staren, zag hij de overeenkomst met Christus’ sterf­scène. Alleen aan het kruis, door alles en iedereen verlaten. Waren de drie kruisen op Golgotha niet ook te beschouwen als een bos, een dun bos? Ook Hij riep om zijn vader. Eli, Eli, lema sabachtani waren de eenzaamste woorden van de Heilige Schrift.’

Tommy Wieringa behoort inmiddels tot de absolute top van de Nederlandse literatuur. Met De heilige Rita laat hij opnieuw zien dat hij schrijven kan. Een boek dat schitterende zinnen bevat en een prachtige sfeer, maar tegelijk de lezer deprimeert.

Paul Kruger is nog een jonge jongen als er op het land van zijn ouders een Russisch vliegtuigje neerstort.De piloot overleeft het ternauwernood en komt aansterken in het huis van Pauls ouders. De moeder van Paul zorgt voor de Rus, valt voor hem en verlaat haar man en haar zoon. Het is de eerste keer dat Paul verlaten wordt. Hij ziet haar nooit meer terug en blijft bij zijn vader wonen. Het boek begint als vader als zorgbehoeftig thuis zit en Paul Kruger zijn boterham verdient als handelaar in curiosa, meer specifiek legerspullen uit de Tweede Wereldoorlog.

Pauls wereld is nauwelijks groter dan Mariënveen, het dorp waar hij woont. Hij heeft een kroegmaat, Hedwiges, die nog het dichtst in de buurt komt van een vriend. Dit uitgestorven dorp is het decor van leegte, het behang van Pauls bestaan. Vrouwelijke tederheid geniet hij bij Rita, een prostituee die in Duitsland, net over de grens werkt. Pauls leven kabbelt een beetje voort tot zijn maat Hedwiges in een domme opwelling opschept over het miljoen dat hij thuis zou bewaren en hij wordt overvallen, wat de gebeurtenissen in Mariënveen in een stroomversnelling brengt.

Wieringa is een veelzijdig schrijver. In Joe Speedboot verkende hij de absurde humor,  in verkende hij de Bijbelse geschiedenis op een prachtige, actuele manier. In dit boek verkent hij de leegte. Hij neemt een hoofdpersoon die niet veel heeft: een hulpbehoeftige vader, een vriend en een stamkroeg. Zelfs de vrouw van zijn keuze moet hij delen met het hele dorp. En langzaam maar zeker neemt Wieringa hem zelfs dat af, beetje bij beetje. Er doen zich best kansen voor voor Paul, maar hij durft ze niet te pakken. Zo is er best een leuke vrouw in hem geïnteresseerd, maar hij laat haar lopen. Ook het geloof toont zich aan Paul en hij wil graag geloven, maar ook dat lijkt niet aan hem besteed. En zo komt hij steeds verder alleen te staan, tot Wieringa Paul achterlaat in een groteske eenzaamheid die zijn weerga niet kent, waarin hij zowel met zijn liefde en zijn haat geen kant op kan.

Wieringa schrijft fantastisch. De ene na de andere schitterende zin ontrolt zich: ‘Langzaam klom hij boven de bomen uit. Nog eenmaal vloog Anton boven zijn dorp, het arme, oude Zagoeblene met zijn witte huisjes en zijn blauwe deuren en luiken, een laatste saluut, zijn ogen vol tranen. Toen zette hij koers naar het noordwesten. Zo begon zijn lange reis, met alleen de krijtwitte maan als metgezel.’ Ook de scènes waarin Pauls moeder vecht tegen de liefde voor de Rus, verliest en uiteindelijk vertrekt, zijn hartverscheurend.

Het is de volslagen eenzaamheid die voor mij als thema komt bovendrijven. Als de mens uiteindelijk elk klankbord voor zijn emotie moet ontberen, dan kan het niet anders of waanzin ligt op de loer.

Wieringa, Tommy | Dit zijn de namen

Dit zijn de namen - Tommy WieringaTommy Wieringa is vooral bekend geworden met het boek Joe Speedboot. Dat was een lichtvoetig boek over de coming of age van Fransje Hermans, stampvol met doldwaze avonturen, bijzondere vriendschappen, groteske vrolijkheid en af en toe een traan. Dit zijn de namen is een totaal ander boek, maar tegelijk een herkenbare Wieringa.

Het boek bevat twee verhalen, die elkaar pas ver over de helft van het boek raken. Wieringa vertelt beide verhalen tegelijkertijd, maar ze zijn zo totaal verschillend qua herkenbaarheid en sfeer, dat je lang het idee houdt dat de verhalen in twee verschillende tijdperken en werelddelen spelen.

Het eerste verhaal vertelt over Pontus Beg, een wat mopperige politiecommandant die al jaren op z’n post zit en eigenlijk niet veel meer vanher leven verwacht. Hij is niet ontevreden, maar kijkt ook niet terug op een volmaakt leven, zowel in z’n carrière als privé. Op enig moment ontdekt hij dat hij Joods bloed heeft en hij verdiept zich in zijn roots. Hij raakt bevriend met een rabbijn, die met hem schaakt en en passant leert wat het is om Joods te zijn. ‘Ziet u het niet?’ zei de rabbijn. ‘Juist dat is voor anderen zo slecht te verdragen. God die zich over ons ontfermt en rampen stuurt naar Egypte. (…) Als een vader een favoriete zoon heeft,’ zei hij met zijn rug naar Beg toe, ‘dan zal er altijd jaloezie in huis zijn.’

Terwijl Pontus zich verdiept in zijn roots, dwalen vijf mannen, een vrouw en een kind door de woestijn. Ze zijn op weg naar het land waarvan hen beloofd was dat het voor hen zou liggen, dus ze lopen en lopen tot ze er letterlijk bij neervallen. Onderling ontstaat ruzie en de enige Ethiopiër van het gezelschap, steevast aangesproken met Afrika, wordt zondebok van de kleine groep. Ook het feit dat hij zich ontfermt over een gestruikeld groepslid helpt hem niet. Het onbegrip neemt toe en de verdachtmakingen leiden tot ertoe dat de groep zich tegen de man keert. Gek genoeg is dat uiteindelijk de gebeurtenis die de groep uiteindelijk uit de woestijn leidt. Hun ontvangst in de stad die hun verlossing had moeten zijn, weet helemaal niet hoe met deze mensen om te gaan.

Symboliek

De bijbelvaste lezer heeft in deze gebeurtenissen allang de geschiedenis van het volk Israel in de woestijn herkend. Ook dat de dood van een van de vluchtelingen leidt tot verlossing van de rest van de groep is een bekend Messiaans patroon. Ook de plek van de vluchtelingen in de stad is een verwijzing naar de plek van de Joden in de wereldgeschiedenis.

Wieringa stopt dus erg veel symboliek in het boek (ik noemde slechts enkele voorbeelden, maar het boek barst ervan), maar die daalt pas later in. In eerste instantie wordt alle aandacht toch vooral opgeëist door de gruwelen van de woestijntocht. Deze tocht wordt vergeleken met de gruwelen in de kampen van de Tweede Wereldoorlog, wat weer een parallel is met het lot van het Joodse volk. En dan te bedenken dat zowel de woestijnreis en de jodenvervolging werkelijkheid waren, maar dat ook dit soort zwerftochten van vluchteling nog steeds voorkomen. Het maakt het lezen van dit boek tot een intense ervaring en het werpt een bijzonder licht op de bijbelse geschiedenissen en de geschiedenis van Israel.

Wieringa, Tommy | De dood van Murat Idrissi

Met de titel De dood van Murat Idrissi geeft Wieringa aan dat zijn nieuwste pennenvrucht geen vrolijk verhaal bevat. Net als  Dit zijn de namen gaat De dood van Murat Idrissi over vluchten uit je thuisland in de hoop op een beter leven.

In 2004 vond er een rechtszaak plaats tegen twee Marokkaans – Nederlandse jonge vrouwen die verantwoordelijk werden gehouden voor de dood van een vluchteling in hun auto.  Tijdens de zoektocht naar het lichaam van de jongen werd justitie geconfronteerd met  het feit dat dit geen uniek geval betrof: in Spanje werden veel vaker lichamen van Noord-Afrikanen op weg naar Europa gedumpt en het zoeken naar het lichaam was zoeken naar een speld in een hooiberg.  Het greep Wieringa aan en langzaamaan ontstond er een verhaal.

De dood van Murat Idrissi begint met een inleidend hoofdstuk waarin het ontstaan van de Middellandse Zee wordt beschreven en daarmee de scheiding tussen Europa en (Noord) Afrika. Er ontstond een kloof die er  (geografisch gezien) niet  was!

Vervolgens ontmoeten we Ilham en Thouraya, twee Marokkaans-Nederlandse meisjes, op de veerboot van Tanger naar Algeciras. Ze hebben vakantie gevierd in het land van hun ouders, maar het is niet hun vaderland: zij zijn toeristen uit het verre Nederland, het land van de mogelijkheden.  Ilham had zich in haar jeugd altijd als  Nederlandse beschouwd. . Op het schoolplein vertelde ze het haar klasgenoten:  ‘[…] ik, Ilham Assouline, geboren in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, havoleerling aan het Kennemer College die ’s zomers in dezelfde grauwe zee zwemt als jullie, als ik nu geen Nederlandse ben, wanneer dan?’

Maar de aanslagen van 11 september 2001 luidden een nieuw tijdperk in: ‘Of je bent met ons, zei de machtigste man ter wereld, of je bent met hen. De vliegtuigen, zijn woorden – ze sloegen haar wereld, de hele wereld in twee stukken, in wij hier en zij daar. En Ilham werd zij. En haar lichaam werd daar.’  In sobere bewoordingen schetst Wieringa de problematiek van immigranten in de huidige verdeelde samenleving.

Al aan het begin van hun vakantie krijgen de vrouwen schade aan hun gehuurde auto en komen ze in geldnood. In Rabat ontmoeten ze Saleh die zich min of meer over hen ontfermt en hen in contact brengt met Murat, een jongen die kansloos is in Marokko en naar Nederland wil. De vrouwen laten zich overhalen Murat op de veerboot naar Spanje mee te smokkelen in de ruimte voor het reservewiel. Volgens Saleh lopen ze geen enkel risico! En zij hebben toch ook hun kansen gehad? Waarom zouden ze Murat niet helpen? Het levert ze ook voldoende geld op voor de terugreis.

Maar Murat overleeft de overtocht niet.  Saleh en zijn maten  gaan ervandoor en laten Ilham en Souraya met het lijk in hun auto achter. Met nauwelijks geld en bang voor de ontdekking van het lichaam reizen ze door Spanje. Het is heet en het lichaam gaat ontbinden. Wieringa doet je de hitte voelen en de stank ruiken. Een ontmoeting met een groepje Marokkaans-Nederlandse jonge mannen biedt perspectief. Souraya brengt een nacht met een van hen door, berooft hem en met een gevulde portemonnee reizen de vrouwen verder. Ergens in het binnenland van Spanje dumpen ze Murat. ‘Sorry,’ zei Ilham zacht […]en de vrouwen vervolgen hun weg naar Nederland.

De dood van Murat Idrissi is inderdaad geen vrolijk verhaal. Het is wel een aangrijpend verhaal: een jongen die zijn verlangen naar een beter leven met de dood moet bekopen. Een verhaal over Marokkaanse-Nederlanders die leven tussen twee werelden en zich nergens echt thuis weten. Een verhaal over jongeren voor wie de (Marokkaanse) wereld van hun ouders in alle opzichten botst met hun eigen leven in een modern seculier Nederland. Een verhaal over identiteit. Wieringa is wat mij betreft in alle opzichten geslaagd met deze vertelling.