Hall Kelly, Martha | Russische rozen

Russische rozen, een roman waarin het leven van de welgestelde New Yorkse Eliza Ferriday, Sofia Stresjnajva, een nichtje van de Russische tsaar en Varinka een boerendochter van het Russische platteland met elkaar verweven zijn. Een mix van historie en fictie die je vanaf de eerste bladzijde boeit.

De vriendinnen Eliza en Sofia reizen in het voorjaar vanuit het Parijse appartement van Eliza naar Sint-Petersburg. Het is de stad waar de Romanovs en de Russische elite in ongekende weelde leven, terwijl een groot deel van de bevolking in diepe armoede leeft. Het autocratische bewind van de tsaar en diens rijkdommen roepen echter steeds meer weerstand op. Op straat nemen de onlusten in hoog tempo toe. Als de dreiging van een wereldoorlog toeneemt, gaat Eliza terug naar de Verenigde Staten. Ze houdt per brief contact met Sofia. Als voor Sofia en haar familie steeds duidelijker wordt dat de volkswoede ook tegen hen als familie van de tsaar gericht is, gaan zij naar hun landhuis op het platteland. Nu komt Varinka in beeld, een boerenmeisje dat Sofia inhuurt als kindermeisje. De Stresjnajva’s leiden in eerste instantie hun leventje in grote welstand. Dat staat in schrijnend contrast tot de armoede waarin de inwoners van het platteland leven. 

Revolutie

Eliza, in New York, zet zich op allerlei manieren in voor de opvang van Russische vluchtelingen in zowel New York als Parijs. Als op een gegeven moment het contact met Sofia verbroken is, maakt ze zich ernstig zorgen over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

De Russische Revolutie maakt een einde aan het bewind van de tsaar en aan de bevoorrechte positie van adellijke families als de Stresjnajva’s. Terwijl heel veel Russische families naar het buitenland zijn uitgeweken, komt een deel van de familie Stresjnajva’s op tragische wijze om het leven. Voor Sofia was tijdens de verschrikkelijke gebeurtenissen niet aanwezig. Voor haar begint de zoektocht naar haar zoontje Max, meegenomen door Varinka. 

‘Russiche rozen’ wordt  afwisselend verteld vanuit het perspectief van de drie vrouwen. Elk van hen geeft haar eigen beeld van de geschiedenis tussen 1914 en 1920. Dat neemt de lezer afwisselend mee naar Sint-Petersburg, New York, het Russische platteland en Parijs. Juist door die verschillende perspectieven krijg je een goed beeld van deze periode.

In het Parijse appartement, waar het verhaal begon, ontmoeten Sofia en Eliza elkaar uiteindelijk weer en weten ze uiteindelijk ook een hereniging met Max tot stand te brengen. 

Martha Hall Kelly is er in geslaagd een zeer persoonlijk  en op waarheid gebaseerd verhaal over een ingrijpende periode in de wereldgeschiedenis te schrijven. Aanbevolen!

Vlugt, Simone van der | Wij zijn de Bickers

Simone van der Vlugt - Wij zijn de Bickers!

Simone van der Vlugt staat garant voor spannende fictie, vaak met een historisch onderwerp. Met Wij zijn de Bickers!, een verhaal over de beroemde Amsterdamse familie Bicker, waagt zij zich op het terrein van de non-fictie. Op basis van oude documenten als onder andere notulen van een rechtszaak, een kasboekje, documenten over de bouw van het stadhuis op de Dam, privécorrespondentie en dagboeken slaagt Van der Vlugt er in de Bickers tot leven te brengen. Wij zijn de Bickers! begint aan het begin van de zestiende eeuw met Pieter en Anna Bicker-Codde en eindigt in tweede helft van de zeventiende eeuw. 

En de familiegeschiedenis is indrukwekkend: in betrekkelijk korte tijd weet de familie Bicker zich een positie in Amsterdam te veroveren die er niet om liegt, zowel zakelijk als op politiek terrein. De invloed op het stadsbestuur is niet te onderschatten gedurende met name de zeventiende eeuw! De Bickers zijn echte voorbeelden van Hollandse koopmansgeest en laveren, soms met een zeker opportunisme, tussen de verschillende partijen door om zo hun eigen positie te versterken. 

Van der Vlugt neemt haar lezers niet alleen mee in een interessante familiegeschiedenis, maar ook op een boeiende reis door de geschiedenis van Amsterdam en het ontstaan van De Republiek der Zeven Verenigde Nederland die je door de ogen van de Bickers mee mag maken. Kerkelijke twisten tussen Rooms-Katholieken en Protestanten, de oorlog met Spanje, de slavenhandel, de relatie van de Amsterdamse regenten met de Oranjes,  handelsoorlogen en slavenhandel passeren onder andere de revue en tillen het werk boven een familiegeschiedenis uit. 

Portretten van verschillende Bickers, fragmenten uit archiefstukken, afbeeldingen van schilderijen en landkaartjes verlevendigen de tekst en zijn een informatieve aanvulling op het verhaal. Wie zich nog verder zou willen verdiepen in de geschiedenis van de Bickers kan gebruik maken van het uitgebreide overzicht van de door Van der Vlugt gebruikte informatie.

Ik heb het lezen van ‘Wij zijn de Bickers!’ als een plezierige wandeling door Amsterdam en de geschiedenis van een van zijn bekendste families ervaren en me terug gewaand in voorbije eeuwen waarbij je ook nog zoveel herkent uit het huidige Amsterdam! Wat mij betreft is Van der Vlugt geslaagd met haar eerste non-fictieboek!

Goedbloed, Liesbeth | Broeder Ezel

Liesbeth Goedbloed - Broeder Ezel

Het debuut Broeder Ezel van Liesbeth Goedbloed heeft een aangrijpende proloog. Daarin zijn we getuige van hoe Anna haar broertje Jens vindt, die in de sloot is gevallen. Het broertje waar zij op had moeten passen. Anna denkt dat hij een engeltje is geworden.

Een tweede proloog staat tussen haakjes, begint met een Bijbeltekst en lijkt een profetische voorspellingvan de roman. De alwetende verteller richt zich tot Bettino, iemand die 742 jaar geleden in die regio van een toren is gevallen om een engel te kunnen worden. Dan begint het verhaal; Anna, een studente kunstgeschiedenis, heeft net haar scriptie ingeleverd en gaat nu samen met een ezel een trektochtmaken naar de top van de Monterosso in Italië. Anna wil voor de ezel zorgen, als haar broeders hoeder.

De voorbereidingen, het doel van de trektocht, de beschrijving van de omgeving en de herinneringen aan Anna’s jeugd vormen stof voor de zinnen in deze roman. Uit de herinneringen wordt duidelijk dat Anna komt uit een orthodox-christelijk gezin; zondags gaan ze naar de kerk, volgens de dominee is Anna hel- en doemwaardig, samen met haar broertje spelen ze kerkdienstje.

De zinnen staan bol van verwijzingen naar Bijbelverhalen. Het duizelt mij wat er allemaal voorbij komt. Al gauw wordt het idee gewekt dat Anna deze tocht gaat maken om te offeren, om met haar schuld in het reine te komen. De preken uit Anna’s jeugd hebben haar denken behoorlijk beïnvloed. Het wordt allemaal zwaar ingezet; de schuldgevoelens waar ze mee worstelt.

Hoe verder de trektocht van Anna gaat, hoe heftiger de scènes. Hoe meer ik mij als lezer verlies, tussen de herhalingen, het poëtisch taalgebruik, de veelheid van beelden en symbolen in dit esoterische verhaal over geloof en boete. Het psychisch lijden van Anna en hoe te overleven na een jeugdtrauma, verstikt. Ik heb het gevoel gek te worden net als Anna. Dat naast Anna ook broeder ezel een personage is om rekening mee te houden valt mij pas later op. Naast de beschrijvingen van de trektocht en de herinneringen aan de jeugd, komen er aan het eind meer recente flashbacks. Het wordt steeds duidelijker wat er met Anna aan de hand is. Tegen die tijd is zij overgeleverd aan de genade van de lezer.

© Deze recensie is geschreven door Antoinette Schram en eerder verschenen in Onder Woorden (april 2019). De tekst is met toestemming van de auteur hier geplaatst.

Hillman, Robert | De boekwinkel voor gebroken harten

Omslag Boekwinkel voor gebroken harten

De boekwinkel voor gebroken harten vertelt het verhaal van drie mensen. Een ontroerend verhaal over doorgaan met leven als alles je is afgepakt. De Australische fictie- en non-fictieschrijver Robert Hillman schrijft geen romantisch sprookje, maar een authentieke roman over beschadigde levens.

De boekwinkel voor gebroken harten begint vanuit het perspectief van Tom Hope. Tom is een boer in een afgelegen gebied van Australië. Hij is geen boer geworden omdat hij dat altijd al wilde worden, maar omdat het leven liep zoals het liep. Zijn vrouw lijkt niet tevreden en vertrekt met onbekende bestemming. Als ze weer terugkomt, blijkt ze zwanger van een ander. Tom voedt het jongetje, Peter, op alsof het zijn eigen zoon is. Als zijn vrouw weer met de noorderzon is vertrokken, neemt ze Peter mee naar een Jezuskamp.

Tom blijft alleen achter. Maar dan komt Hannah in beeld. Ze heeft Auschwitz overleefd en is naar Australië vertrokken om een boekenwinkel te openen in een boerendorp. Zodra Tom en Hannah elkaar leren kennen, horen we ook Hannah’s verhaal. In Auschwitz is Hannah van haar zoon gescheiden. Hoewel Hannah extravert is, kan ze met niemand praten over haar verlies. Het hele boek door blijft het de vraag of Hannah, Peter en Tom hun trauma’s kunnen verwerken. Kunnen ze verder leven als het dierbaarste ze is afgepakt?

Robert Hillman kan met weinig woorden een sfeer neerzetten. In één zin beschrijft hij hoe Tom met zijn vrouw omgaat als ze terug is gekomen:

Tom was lief voor haar, liever dan toen hij nog van haar hield.

(p. 18)

Hoewel De boekwinkel voor gebroken harten een zoetsappig liefdesverhaal had kunnen zijn, is het veel meer dan dat. De boekwinkel gaat over standaard thema’s als liefde en verdriet, maar Hillman vertelt toch een origineel verhaal. Hannah en Tom zijn totaal verschillend en hebben compleet verschillende achtergronden en ervaringen. Gaandeweg het verhaal komen ze echter dichter bij elkaar en zie je steeds meer overeenkomsten.

Dat Hannah en Tom allebei hun (stief)zoon hebben verloren, betekent volgens Hillman niet dat hun verlies en trauma’s vergelijkbaar zijn. Het verlies van Hannah is een verlies dat nooit minder wordt. De boekwinkel voor gebroken harten gaat volgens Hillman ook niet over het helen van gebroken harten, maar over de vraag of iemand ondanks de vreselijke last die hij of zij moet dragen, de poëzie in de wereld nog kan zien. De boekwinkel voor gebroken harten is literatuur zonder dikdoenerij, een absolute aanrader.

Lanchester, John | De muur

omslag De Muur John LanchesterIn De muur gaan we naar de toekomst. Een toekomst waarin het zeewater is gestegen en het bouwen van grensmuren normaal is geworden. Deze Nederlandse vertaling van John Lanchesters The Wall is nog maar net uit en is zeer geschikt om in een weekend uit te lezen.

De muur speelt zich af in het Verenigd Koninkrijk. Om het hele land staat een dikke muur. Niet alleen om het gestegen water tegen te houden, maar ook om ‘de anderen’ buiten het Verenigd Koninkrijk te houden. De muur wordt dan ook dag en nacht bewaakt door jonge mannen en vrouwen. Hoor je niet bij de elite, dan zul je twee jaar van je leven op de koude betonnen muur moeten doorbrengen.

Joseph Kavanagh is een van de jongeren die twee jaar lang de taak heeft om de muur te verdedigen. Een gevaarlijke taak. In een gevecht met ‘de anderen’ zou hij kunnen sneuvelen. Maar een groter gevaar is misschien nog wel dat voor elke ‘ander’ die de muur toch over weet te komen, een verdediger de zee wordt opgestuurd. Toch is spanning op de muur vaak ver te zoeken en bestaat het verdedigen van de muur vooral uit lange, koude, saaie diensten. Elke onderbreking is meer dan welkom, al is het maar de thee die langsgebracht wordt.

‘Je eerste dag?  Arme stakker. Die komt altijd hard aan. Maar je raakt eraan gewend. En het regent niet, er staat geen storm en het is overdag, dus dat voordeel heb je.’

‘Ik ben Kavanagh,’ zei ik. Het vocht was donkerbruine thee, te lang getrokken en bitter, met zo veel suiker erin dat hij zoet was als roomijs. Ik had nog nooit zoiets lekkers gedronken.

‘Ik weet wie je bent, schat. Nou, we zullen elkaar vandaag nog minstens drie keer zien, dus moeten we nog wel wat te praten voor straks overhouden. En goed opletten hè?’

En toen zat Mary alweer op haar fiets (…)

(p. 30-31)

John Lanchester en de vertalers Janet Limonard en Frank van der Knoop hebben goed werk verricht. De muur is geen ongeloofwaardige sciencefiction, maar een reëel toekomstbeeld. Een toekomst waarin ‘de ander’ niet meer wordt gezien als mens, maar als gevaar. Een toekomst waarin kinderen hun ouders verwijten dat ze geboren zijn. Een toekomst zonder toekomst.

Ondanks dat De muur een ellendige toekomst beschrijft, velt John Lanchester in zijn boek geen oordelen. Zijn boek is dan ook geen directe kritiek op Trump en de Brexit, maar een poging om ons in te laten zien wat de toekomst kan inhouden. John schrijft helder en probeert niet overdreven literair te zijn. Ondanks de grote problemen die De muur behandelt, is het een makkelijk leesbaar boek. Een boek dat je snel uit leest, maar waar je nog lang over na kunt denken.

Hart, Kees ’t | Wederzijds

Kees 't hart - WederzijdsGraffiti op een kabelkastje naast je voordeur: irritant. Zeker als je in een mooi huis woont in Den Haag, al staat het in een wat mindere wijk. De hoofdpersoon van Wederzijds schildert het kastje steeds opnieuw over en ergert zich eraan dat de politie niets doet. Tot op zeker moment een vriendelijke man namens de organisatie Wederzijds aanbiedt het probleem uit de wereld te helpen. Overrompeld weten hij en zijn vrouw niet goed raad met dit aanbod, maar al snel is niet alleen het probleem met het kabelkastje opgelost, maar staat ook een leegstaand schoolgebouw, dat voor geluidsoverlast in de wijk zorgde, in lichterlaaie. Korte tijd later ligt een rekening in de bus: 400 euro alstublieft. Betalen en vergeten, denken ze, maar zo werkt het niet bij Wederzijds. Voor wat hoort wat, zo blijkt. Climax is een situatie op de school waar de hoofdpersoon werkt. Van een meisje verschijnen pornografisch gefotoshopte beelden op internet. Om de vermoedelijke dader die blijft ontkennen een lesje te leren schakelt de hoofdpersoon een organisatie als Wederzijds in die shockerende maatregelen neemt, waarna hij anoniem een envelop ontvangt.

In de enveloppe zat een kootje van een wijsvinger. Met nagel. Niet van echt te onderscheiden. Hij was van hard vleeskleurig plastic. Er was rode verf op gesmeerd. Nepbloed. Geen briefje erbij. (…)

Ik fietste haastig naar huis, malend, hardop in mezelf pratend, scheldend en vloekend. Waar was ik aan begonnen? Hoe konden we hieraan ontsnappen? Misschien was alles al te laat. Stond de politie voor de deur. Had Kelly me aan het lijntje gehouden. Was Wies opgepakt. Conrector betrokken bij wraaknemingen op school. Uit Engeland overgewaaide grote criminele organisatie opgerold. Met vertakkingen onder alle lagen van de bevolking.

In het boek beschrijft de hoofdpersoon hoe hij tegen wil en dank verzeild raakt in een organisatie die op illegale wijze criminaliteit bestrijdt. Het verhaal begint lichtvoetig; de hoofdpersoon en zijn jongere vrouw, een oud-leerling van hem, doen een beetje lacherig over de hele situatie. Maar onder de oppervlakte voel je al snel dat het wel eens flink uit de hand kan gaan lopen. En de hoofdpersoon doet zich weliswaar naïef voor, maar is hij dat ook of veegt hij achteraf zijn straatje schoon?

De ondertoon in deze komedie is satirisch: de overheid doet te weinig aan overlastbestrijding; organisaties als Wederzijds vormen een gat in de markt. Je gaat het als lezer bijna vanzelfsprekend vinden dat je als ‘onschuldige’ burger een geluidsbom bij een ander in de brievenbus gooit om hem een lesje te leren. Het is een hele klus om tijdens het lezen op je qui vive te blijven en het onderscheid tussen begrip en goedkeuring scherp te houden. Daarmee is het tegelijk een absurdistisch én realistisch verhaal, dat je tegen wil en dank meeneemt tot het eind, zoals de organisatie Wederzijds zelf.

Hermsen, Joke J. | Rivieren keren nooit terug

Joke Hermsen - Rivieren keren nooit terug - CoverEr zijn van die romanpersonages die je intrigeren. Resoneren, noemt Franca Treur het in een Trouwcolumn (26 mei 2018), als een schrijver een boek weet te schrijven ‘waarin veel bekends zit én een vleugje eigenheid, zodat de lezers denken: dat is mooi gevonden! Ze hadden het immers zelf bijna gevonden.’ Ze herkennen iets in het geschrevene, maar hadden het zelf niet zo onder woorden kunnen brengen. Rivieren keren nooit terug van Joke J. Hermsen is zo’n boek. Een verhaal over de kracht van jeugdherinneringen, liefde, verlies en rouw. Over dochter zijn, volwassen worden en moederschap. Een boek waarin filosofische mijmeringen afgewisseld worden met prachtige landschapsbeschrijvingen, en de schoonheid van kunst, cultuur en muziek een plek krijgen.

Ella Theisseling, een in Amsterdam woonachtige kunsthistorica, maakt na de dood van haar vader in een oude auto een reis naar de Gard, in het zuiden van Frankrijk. Hier bracht ze tijdens haar jeugd de zomervakanties door, zwom in de rivier de Gardon met haar Franse vakantieliefde Marc. De reis blijkt meerdere doeleinden te hebben. Niet alleen wil Ella de dood van haar vader verwerken en in het reine komen met haar verleden. Ook hoopt ze Marc Garcia op een festival weer te zien en wil ze meer duidelijkheid krijgen over haar afkomst. De overgrootmoeder van Ella’s vader is als kindermeisje in Frankrijk zwanger geraakt van een Franse graaf of baron. Tijdens haar roadtrip maakt Ella aantekeningen in een schrift, met aan de ene kant een verslag van de reis en aan de andere kant dromen en herinneringen. Zo schrijft ze heden en verleden naar elkaar toe.

De relatie met haar vader was liefdevol maar complex. ‘Ze wist nog steeds niet wie ze nu eigenlijk had verloren: een liefdevolle vader of een cynische driftkop.’ Een man die fietstochtjes met haar maakte, een duivenhok timmerde en haar leerde zwemmen. Maar ook een man die traumatische herinneringen met zich meedroeg, teveel dronk en er soms driftig op los sloeg. Ook de relatie met haar moeder is ingewikkeld. Ella als jong meisje: ‘Ik […] denk na over het feest, over mijn moeder en over mijn juf op school, die ik soms liever vind dan mijn moeder. Het is heel erg om zoiets te denken. Wie vindt haar eigen moeder nu niet de liefste?’ Ella voelde zich verantwoordelijk voor het huwelijk van haar ouders ‘als kleine soldaat met een onmogelijke vredesmissie’.

Je leert Ella kennen als een groot liefhebster van kunst en cultuur. ‘De vierde prelude van Chopin galmde door de theesalon, zijn mooiste vond Ella. Bij de drie slotakkoorden moest ze zo diep zuchten dat de jongen achter de bar verwonderd naar haar opkeek.’ Een beeldhouwwerk van de kunstenaar Gislebertus, Eva, wordt niet alleen uitgebreid besproken maar ook van theologische reflecties voorzien. Reflecties overigens waar de nodige kanttekeningen bij te maken zijn. ‘Gislebertus had uit twee stenen een levensechte vrouw gehouwen, die zonder schuld of schaamte wegzwom van alle onterechte aantijgingen.’ Dit Evareliëf vormt ook de cover van Hermsen’s boek  maar dan gespiegeld, in tweevoud. Waardoor Eva niet alleen wegzwemt, maar ook naar zichzelf terugkeert. In een brief aan haar zoon Tobias schrijft Ella hoe volgens Kierkegaard het leven alleen achterwaarts kan worden begrepen. En dat is wat gebeurt. In het ontroerende slot van het boek, staande in de rivier, overbrugt Ella de afstand naar haar jeugd en haar vader.

Hermsen’s stijl wordt wel als meanderend omschreven. Soms leidt dat tot onnodige en ook onwaarschijnlijke uitweidingen. Dat de adellijke voorvader van Ella dezelfde naam blijkt te hebben als een schilder waar ze onderzoek naar deed, komt gekunsteld over. Evenals sommige fraaie volzinnen naar het theatrale neigen: ‘Het land leek overspoeld te worden met de tranen die zij haar vader schuldig was gebleven.’ Maar vaak raken haar zinnen, gedachten en beelden een snaar die nog lang blijft resoneren.

 

Zantingh, Peter | Na Mattias

Na Mattias - Peter ZantinghAls er iemand wegvalt, dan gaat het leven voor alle andere mensen door. Het leven verandert, het krult zich om de lege plek, kapselt hem in en geeft het gemis en het verdriet een steeds minder zichtbare plek. En dat proces voltrekt zich voor iedereen anders. Hoe prachtig heeft Peter Zantingh dat gevangen in het boekje Na Mattias.

Via 7 personages vertelt hij over het gat dat valt na Mattias dood. We volgen het leven van de vriendin van Mattias, z’n beste vriend, z’n moeder, zijn grootouders en wat viavia kennissen. Maar iedereen krijgt op zijn manier te maken met de dood van Mattias.

Amber, bijvoorbeeld, de vriendin van Mattias worstelt met zichzelf vooral over de manier waarop ze voor het laatst met hem gesproken heeft. Mattias was namelijk nogal een enthousiast type, dat aan veel dingen begon, maar lang niet alles afmaakte. Toen ze daar feedback op gaf, reageerde hij niet goed en ziedaar, het laatste gesprek dat ze hadden. Of Chris, de beste vriend met wie Mattias een koffiebar wilde beginnen. Het zou een heel bijzonder cafe worden, waar je een kop koffie bestelde terwijl je naar een goed muziekje luisterde. Op je kassabon zou staan welke muziek je luisterde. Chris zoekt naar een zinvolle invulling van zijn dagen en vindt die in het begeleiden van een blinde hardloper.

Opa en oma martelen met Netflix, dat Mattias ooit voor het instelde, maar dat ze niet meer aan de praat krijgen. Moeder Kristianne deelt haar leed met een buurvrouw met een immigrantenverleden. Zelfs mensen die Mattias niet eens echt persoonlijk kenden, worden in het boek opgevoerd. Issam kende Mattias eigenlijk alleen van het internet.

Het boekje (het is 200 blz. dik) is erg toegankelijk. Het verdriet zit hem vaak in de kleine dingetjes: een fiets die weer thuis wordt gebracht, een naam in een computerspel. De dwarsverbanden die in de verschillende verhalen worden gelegd, zorgen ervoor dat er als vanzelf een gelaagd beeld ontstaat van Mattias, hoewel hij in het boek natuurlijk alleen in de herinneringen leeft.

Bijzonder aan het boekje is dat het idee van playlists is uitgewerkt: op de laatste bladzijde staat de playlist van de koffiebar en even zoeken in Spotify leert dat de playlist al is aangemaakt en hij ondersteunt de sfeer van het boekje goed. Het is in alle opzichten een boek dat af is.

Lengkeek, Elise G. | Mijn Getijdengebed: Bidden op het ritme van de dag

“Ik vind bidden moeilijk. Het voelt vaak als tijdverspilling. Het voelt niet productief; ik besteed mijn tijd nuttiger door een alinea te schrijven of een boek te lezen of werkwoorden te vervoegen of taart te bakken. Soms gaan er weken voorbij dat ik amper toekom aan bidden.” Een openhartige onthulling van Lauren F. Winner – inmiddels Episcopaals priester – in haar Vrouw zoekt God. Lezen over bidden vindt ze vaak makkelijker dan bidden zelf. Ik herken dat. Is het daarom dat ik een plank vol boeken heb staan over gebed, en nog een halve plank met gebedenboeken eronder? De Gebeden van Maarten Luther naast het Klein getijdenboek. Engelstalige werken als The Book of Common Prayer en The Oxford Book of Prayer naast het lijvige Bid, Luister, Leef uit eigen taalgebied.

Je zou denken dat er wat betreft gebedenboeken weinig meer toe te voegen is. Toch heeft Elise G. Lengkeek met Mijn getijdengebed: Bidden op het ritme van de dag een waardevolle bijdrage geleverd. Ik kan het niet beter verwoorden dan Wil Derkse in zijn Ten Geleide: “Elise Lengkeek weet in Mijn getijdengebed het beste uit meerdere werelden te verenigen: dagelijks ochtend-, middag-, avond- en nachtgebed, de  schriftlezingen met kleine persoonlijke meditaties en werkend vanuit een oecumenisch perspectief: met het anglicaanse Book of Common Prayer én het haar vertrouwde, meer monastieke getijdengebed als uitgangspunten. Een extra kracht is dat dit bijzondere project in gang is gezet door heel persoonlijke ervaringen en de daaruit opgeroepen verlangens – ook naar grondige theologische studie – en dat merk je.”

De kern van Mijn Getijdengebed bestaat uit vier praktische delen: 1) getijdengebeden voor de morgen, middag, avond en nacht en de feestdagen; 2) per dag een rooster met de bijbellezingen; 3) zondagse bijbellezingen; 4) per dag een meditatie over een bijbeltekst.

Lengkeek geeft een duidelijke verantwoording van de keuzes die ze maakt en biedt tegelijkertijd een persoonlijke inkijk in de achtergrond van Mijn Getijdengebed, geboren uit een sterk verlangen naar God. De schrijfster beoogt toegankelijkheid voor een brede lezersgroep en heeft daarom voor het weergeven van bijbelteksten gekozen voor De Bijbel in Gewone Taal. Uiteraard kan de lezer er voor kiezen een bijbelvertaling te gebruiken die de eigen voorkeur heeft.

Zodra Mijn Getijdengebed – mooi vormgegeven, voorzien van kleurrijke leeslinten voor de verschillende delen – binnenkwam, begon ik het enthousiast te gebruiken. Maar ik liep al snel tegen mezelf aan. Wil je je letterlijk aan de getijden houden, moet je vier keer per dag een kwartier reserveren en lees je rond de tien bijbelhoofdstukken per dag. Na twee dagen liep ik al achter. Gelukkig doet de schrijfster haar best een schuldgevoel bij de lezers te voorkomen en geeft ze tips hoe je Mijn Getijdengebed kan gebruiken op een manier die bij je past.

Zowel voor lezers die al een rijtje gebedenboeken hebben staan, als zij die nog onbekend zijn met het gebruik van (liturgische) gebedenboeken, is dit handzame getijdenboek echt een aanrader.

 

Gardam, Jane | Laatste vrienden

Maanden geleden al had ik de verschijningsdatum van Jane Gardam’s Laatste vrienden in mijn agenda gezet. In één weekend las ik van het najaar Een onberispelijke man en Een trouwe vrouw (waarover ik ook een recensie schreef). En nu verscheen dan aan het begin van het nieuwe jaar het derde deel van de Old Filth-trilogie: Laatste vrienden. Een roman die overigens ook zelfstandig te lezen is, maar wel meer diepgang en kleur krijgt na de voorgaande delen.

Edward Feathers en Terry Veneering, twee advocaten die van aartsrivalen vrienden werden, zijn inmiddels overleden. Op hun begrafenis ontmoeten oude vrienden elkaar. Mede vanuit hun perspectief krijgt de lezer meer inzicht in het mysterieuze lezen van met name Veneering. Als jong meisje ontmoet zijn moeder Florrie in een buitenlands circusgezelschap zijn vader: acrobaat, danser en naar later (b)lijkt een Russische spion. Na een val van de touwen neemt Florrie de verlamde Kozak mee naar huis en zal voor het leven bij hem blijven. Gevoelig wordt de zowel liefdevolle als treurige jeugd van de vroeg zelfstandige Terry beschreven. Zijn moeder – zorgzaam, groot en sterk – verdient als kolenhandelaar de kost terwijl vader het grootste deel van de tijd – drinkend – op bed ligt. Tijdens een van zijn omzwervingen door het stadje ontmoet de jonge Terry de wat excentrieke Parable Apse die zich over hem ontfermt en zorgt dat hij op een goede school terechtkomt.

Dezelfde man laat hem een – zij het aan lager wal geraakt – advocatenkantoor na, maar dat is pas als Veneering al in het verre Oosten gediend heeft en daar getrouwd is met Elsie: een beeldschone maar alcoholische vrouw uit Hongkong. Eindelijk begrijpt de lezer hoe het mogelijk is dat hij met deze vrouw, van wie hij nooit werkelijk hield, trouwde. Een dronken bui, een zwangerschap en een (invloed)rijke schoonfamilie die hem geen andere keus liet.

Als Edward op hoge leeftijd terugdenkt aan de verhouding die zijn vrouw Betty en Veneering hadden, realiseert hij zich aangaande zijn rivaal en vriend: “hij had meer nodig dan Elsie kon geven. Hij had Betty nodig. En Bettty was van mij.” In een paar korte zinnen worden jaren van pijn in het milde licht van de ouderdom verwoord.

Dat ouder worden is sowieso een thema in de roman. De lezer leert niet alleen de twee hoofdpersonen op leeftijd kennen maar ook bejaarde contacten uit hun netwerk: de kinderlijke Dulcie en de triestige Fiscal-Smith ofwel Fred. Beeldend beschrijft Gardam de onderlinge, soms moeizame, verhoudingen, de eenzaamheid van het ouder worden en het belang van vergeving, verzoening en vriendschap. Ook in dit derde deel van het drieluik ontbreekt de onderkoelde Britse humor niet. Als Dulcie en Fred zich onbedoeld opsluiten in een onverwarmd kerkje, verhaalt Gardam hoe ze zich warm proberen te houden in priesterkleding: “Door de deuropening, omgeven door een kantwerk van jonge klimop, […] stapte een Siamese tweeling naar buiten, gehuld in goudlaken, een van hen met een bisschoppelijke mijter op en allebei door en door blauw van de kou.”

Ontroerend vind ik hoe de haat-liefde verhouding tussen de twee aan het eind een wending krijgt: “Dulcie en Fred schuifelden voorzichtig naar de eucharistieviering […] ‘Zijn er nooit meisjes in je leven geweest, Fred?’ Arm in arm waggelden ze voort. ‘Niemand anders dan jij Dulcie. Verder alleen treinen, vrees ik.’ Het gezang vermengde zich met het alles overspoelende gedreun van het orgel. ‘Rustig liefje,’ zei Fiscal-Smith. ‘Rustig.’ En zo naderden ze de Wederopstanding.”