Gardam, Jane | Een onberispelijke man & Een trouwe vrouw

Getriggerd door alle media-aandacht en lovende recensies die de Engelse, veelvuldig bekroonde Jane Gardam kreeg, begon ik aan Een onberispelijke man. Twee dagen later had ik het uit en las in nóg een dag ademloos ook deel twee van de trilogie, Een trouwe vrouw. Ja, het was vakantie. Maar alle credits voor de begaafde schrijfster die wel vergeleken wordt met Jane Austen, Katherine Mansfield en Penelope Fitzgerald om maar een paar grootheden te noemen.

Een onberispelijke man

Een onberispelijke man vertelt het verhaal van Edward Feathers, bijgenaamd Old Filth (Failed in Londen Try Hongkong). Een naam die niet past bij deze gentleman aan wie alles onberispelijk lijkt. Zijn voorkomen, zijn manier van doen, zijn carrière als advocaat en later rechter in Hongkong. Maar wie is Old Filth nu echt? Gaandeweg ontvouwt zich het verhaal van deze zogenaamde Raj-wees, kind van Britse koloniale ambtenaren in Maleisië. Zijn moeder sterft bij zijn geboorte en hij wordt – net als vele andere Raj-wezen – op jonge leeftijd naar het ‘moederland’ gestuurd om niet vroegtijdig te overlijden aan inheemse ziekten en een gedegen opleiding te krijgen. Stukje bij beetje ontvouwt zich het levensverhaal van de nu gepensioneerde rechter. Als kind traumatische ervaringen opgedaan in een pleeggezin in Wales. Een gelukkige tijd gehad op zijn kostschool. Gaat op verzoek van zijn vader terug naar het oosten als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt maar belandt via een vergeefse reis op de universiteit van Oxford. Start als advocaat in Londen. Maakt uiteindelijk glansrijk carrière in Hongkong. En kijkt nu zijn vrouw Betty overleden is, in zijn huis in de Donheads, terug op zijn leven en (kinderloze) huwelijk.

In een paar zinnen dit mensenleven tussen wieg en graf. Maar er is zoveel meer. Gardam verstaat de kunst om onbenoemd te laten wat gezegd moet worden. Tussen de regels door vormt de lezer zich een steeds scherper beeld van Edward. Geplaagd door jeugdherinneringen, bang om verlaten te worden, onhandig in de omgang met zijn vrouw van wie hij toch veel houdt. Bij het ouder worden en terugkijken kruipen de vragen door de kieren van zijn onaantastbaarheid heen. Wat heeft er precies plaatsgevonden tussen Betty en zijn aartsrivaal Terence (Terry) Veneering?

Een trouwe vrouw

In Een trouwe vrouw krijgen we het perspectief van Betty op haar huwelijk met Edward. Als jonge vrouw – wees, geboren in Shanghaj, deels opgegroeid in een Japans interneringskamp – keert ze in de zestiger jaren terug naar haar geliefde, lawaaierige, geurrijke Hongkong. Betty, met haar kastanjerode krullen, is dan bijna dertig en heeft geen vooruitzichten, geen geld. Handgeschreven, dat wel, maar op briefpapier van een advocatenkantoor ontvangt ze het onberispelijke huwelijksaanzoek van Edward Feathers. Haar reactie: ‘Maar natuurlijk ga ik met hem trouwen. Ik zou niet weten waarom niet.’ Later vermoedt de lezer hoe ze met terugwerkende kracht haar overleden moeder blij wil maken. Een voorbeeldige echtgenote zijn, old English style, een man trouwen met perspectief en geld. Dat het niet het meest passievolle huwelijk zal worden, heeft ze meteen door. Desondanks belooft ze Edward haar eeuwige trouw, op zijn voorwaarde: ‘Verlaat me nooit. Ik zal het nooit meer vragen. Maar verlaat me nooit.’ Als ze kort daarna de flamboyante Terry Veneering ontmoet, besluit ze zich eenmaal aan hem te geven. Als is het maar voor één onvergetelijke herinnering. Toch blijft ze daarna haar leven lang bij Edward, van wie ze op een heel andere manier oprecht lijkt te houden. Of is haar liefde een keuze, een kwestie van trouw?

Het krachtige van deze twee romans zit hem wat mij betreft in de gelaagdheid. De manier waarop Gardam langzamerhand steeds meer onthult en twee verhalen met elkaar verweeft, zonder alle losse eindjes te willen vastknopen. Haar schrijven geeft blijk van inzicht in de menselijke psyche, is zintuigelijk en beeldend en geregeld humoristisch. Jammer vond ik de mijns inziens onnodige vloeken. Voor het overige vind ik Gardam’s stijl verfijnd. Ze is een kunstenaar die schildert met woorden, en geuren, kleuren, de hele sfeer prachtig verwoordt. Nu is het wachten op Laatste vrienden, het derde deel van de trilogie.

Wieringa, Tommy | Dit zijn de namen

Dit zijn de namen - Tommy WieringaTommy Wieringa is vooral bekend geworden met het boek Joe Speedboot. Dat was een lichtvoetig boek over de coming of age van Fransje Hermans, stampvol met doldwaze avonturen, bijzondere vriendschappen, groteske vrolijkheid en af en toe een traan. Dit zijn de namen is een totaal ander boek, maar tegelijk een herkenbare Wieringa.

Het boek bevat twee verhalen, die elkaar pas ver over de helft van het boek raken. Wieringa vertelt beide verhalen tegelijkertijd, maar ze zijn zo totaal verschillend qua herkenbaarheid en sfeer, dat je lang het idee houdt dat de verhalen in twee verschillende tijdperken en werelddelen spelen.

Het eerste verhaal vertelt over Pontus Beg, een wat mopperige politiecommandant die al jaren op z’n post zit en eigenlijk niet veel meer vanher leven verwacht. Hij is niet ontevreden, maar kijkt ook niet terug op een volmaakt leven, zowel in z’n carrière als privé. Op enig moment ontdekt hij dat hij Joods bloed heeft en hij verdiept zich in zijn roots. Hij raakt bevriend met een rabbijn, die met hem schaakt en en passant leert wat het is om Joods te zijn. ‘Ziet u het niet?’ zei de rabbijn. ‘Juist dat is voor anderen zo slecht te verdragen. God die zich over ons ontfermt en rampen stuurt naar Egypte. (…) Als een vader een favoriete zoon heeft,’ zei hij met zijn rug naar Beg toe, ‘dan zal er altijd jaloezie in huis zijn.’

Terwijl Pontus zich verdiept in zijn roots, dwalen vijf mannen, een vrouw en een kind door de woestijn. Ze zijn op weg naar het land waarvan hen beloofd was dat het voor hen zou liggen, dus ze lopen en lopen tot ze er letterlijk bij neervallen. Onderling ontstaat ruzie en de enige Ethiopiër van het gezelschap, steevast aangesproken met Afrika, wordt zondebok van de kleine groep. Ook het feit dat hij zich ontfermt over een gestruikeld groepslid helpt hem niet. Het onbegrip neemt toe en de verdachtmakingen leiden tot ertoe dat de groep zich tegen de man keert. Gek genoeg is dat uiteindelijk de gebeurtenis die de groep uiteindelijk uit de woestijn leidt. Hun ontvangst in de stad die hun verlossing had moeten zijn, weet helemaal niet hoe met deze mensen om te gaan.

Symboliek

De bijbelvaste lezer heeft in deze gebeurtenissen allang de geschiedenis van het volk Israel in de woestijn herkend. Ook dat de dood van een van de vluchtelingen leidt tot verlossing van de rest van de groep is een bekend Messiaans patroon. Ook de plek van de vluchtelingen in de stad is een verwijzing naar de plek van de Joden in de wereldgeschiedenis.

Wieringa stopt dus erg veel symboliek in het boek (ik noemde slechts enkele voorbeelden, maar het boek barst ervan), maar die daalt pas later in. In eerste instantie wordt alle aandacht toch vooral opgeëist door de gruwelen van de woestijntocht. Deze tocht wordt vergeleken met de gruwelen in de kampen van de Tweede Wereldoorlog, wat weer een parallel is met het lot van het Joodse volk. En dan te bedenken dat zowel de woestijnreis en de jodenvervolging werkelijkheid waren, maar dat ook dit soort zwerftochten van vluchteling nog steeds voorkomen. Het maakt het lezen van dit boek tot een intense ervaring en het werpt een bijzonder licht op de bijbelse geschiedenissen en de geschiedenis van Israel.

Grisham, John – Het eiland

Het eiland - John GrishamHet nieuwste boek van John Grisham mag de naam thriller nauwelijks dragen. Niet per se slecht geschreven (daar is Grisham te goed voor), maar ook niet wat de doorgewinterde fan mag verwachten. Deze keer verkent Grisham de schimmige wereld van de handel in eerste drukken van beroemde boeken.

Het boek begint met het spannendste gedeelte. Een aantal criminelen heeft ontdekt dat in de kelders van de universteit van Princeton een aantal kostbare boeken liggen, te weten de manuscripten van F. Scott Fitzgerald met als belangrijkste boek ‘The great Gatsby’. Ze weten ook dat er mensen op de wereld zijn die miljoenen zouden uitgeven om deze documenten te bezitten. Niet dat ze er wat mee zouden kunnen, maar er zijn nou eenmaal mensen die er erg blij van worden als ze iets kunnen bezitten wat verder niemand bezit. Deze criminelen plannen een slimme overval, krijgen de manuscripten inderdaad in hun bezit, maar enkele van de daders worden al snel opgepakt. Maar daar zijn de manuscripten nog niet mee boven tafel.

De verzekeraar van de documenten huurt een particulier opsporingsbureau in, dat opereert in de ‘grijze gebieden’ waar de FBI vanwege de beperkte procedures en rechtsgang niet kan werken. Dit bureau heeft er lucht van gekregen dat de documenten in het bezit zijn van een flamboyante boekhandelaar en verzamelaar Bruce Gable. Van Gable is bekend dat hij zich graag inlaat met auteurs. Hij regelt signeersessies, dineert met hen en in geval de schrijver van vrouwelijke kunne is, waagt hij ook nogal eens een verleidingspoginkje. Het bureau zoekt dus een aantrekkelijke auteur die zich met Gable kan inlaten om erachter te komen of hij de manuscripten inderdaad in bezit heeft. En zo komen we bij hoofdpersoon Mercer Mann. Zij heeft een redelijk succesvol boek geschreven, haar tweede wil niet vlotten, ze heeft schulden, geen relatie; kortom, de ideale undercover. En zo begint het echte verhaal.

Amoureuze undercover

De manier waarop auteurs verder met elkaar omgaan en het wereldje rond de boekhandel van Gable is idyllisch. Het speelt zich allemaal af op Camino Island en het gesloten wereldje waarin iedereen elkaars kent en zich vrolijk met andermans leven bemoeit lijkt op een afstandje een groot feest. Grisham weet een uitstekende sfeer neer te zetten. De hoofdpersoon is Mercer, maar de figuur Gable komt veel beter uit de verf. Hij is intelligent, charmant, geslepen en niet echt oneerlijk. Mercer blijft een beetje vlak: ze wil eigenlijk niet undercover, doet het toch vanwege het geld, maar dan wel met de nodige reserve, die ze uiteindelijk toch ook weer laat varen. Beetje type pion.

De handel in boeken had ik graag wat verder uitgediept gezien. Hoe herken je bijvoorbeeld een echt werk of een vervalsing? Hoe conserveer je een echt oud boek? Dat blijft nu allemaal wat onderbelicht. Grisham heeft zich wat verdiept in de wereld van de manuscripten, wat rondgescharreld zoals hij het zelf noemt. Ongetwijfeld hebben de hoge bedragen die er in omgaan hem op het idee gebracht dat deze wereld het decor van een misdaadroman kon zijn. Maar het milieu is te lief om de suspense te dragen.

Hij leunt daarom nogal zwaar op de seksuele spanning die er is tussen de redelijk naïeve Mercer en beroepsverleider Bruce Gable. Bruces open huwelijk met alle escapades wordt ook grondig doorgelicht. Het ligt er niet duimendik bovenop, maar in Gable wereld is seks valuta. En daar stelt Grisham me enigszins teleur: hij heeft keer op keer bewezen dat hij in een superspannend boek allerlei technische details over het juridische wereldje kwijt kan zonder saai te worden. Hij heeft deze goedkope trucs niet nodig, wat mij betreft.

Spit, Lize | Het smelt

Lize Spit - Het smelt Terwijl ik deze recensie schrijf, is het zomer. De dagen zijn beklemmend. Drukkend, broeierig, klam. De natuur houdt telkens opnieuw de adem in tot er weer een bui losbarst.

Een zelfde soort beklemming ervoer ik bij het lezen van Het smelt, debuutroman van de Vlaamse Lize Spit. De schrijfster weet in haar – bijna 500 pagina’s dikke – roman een onheilspellende spanning op te bouwen. Hoofdpersoon Eva, twintiger, rijdt met een gigantisch blok ijs in de kofferbak naar haar geboortedorp, het Vlaamse Bovenmeer. Aanleiding is de herdenking van een overleden dorpsgenoot. Maar de werkelijke reden blijkt wraak te zijn. Wat is er dertien jaar geleden in de warme zomer van 2002 gebeurd? Stukje bij beetje, door middel van hoofdstukken die zich afwisselend in heden en verleden afspelen, krijgt de lezer clues in handen.

In Eva’s geboortejaar werden er in het dorp slechts twee andere kinderen geboren, Laurens en Pim. De drie vormen een vriendschapstrio en trekken als de ‘Drie Musketiers’ hun hele jeugd gezamenlijk op. Wanneer de puberteit aanbreekt en de jongens een wreed spelletje bedenken, durft de verlegen Eva zich niet te onttrekken aan hun spel. Hoe zou ze kunnen? Ze heeft geen vriendinnen en ook van thuis kan ze geen heil verwachten. De treurigheid van haar thuissituatie sijpelt steeds nadrukkelijker door het verhaal heen. Met een drinkende moeder, gedesillusioneerde vader en een jonger zusje dat gaandeweg meer dwangneuroses ontwikkelt, kan Eva nergens heen.

Het wrede puberale spel krijgt een weerzinwekkende ontknoping. Wat er in die warme, broeierige zomer gebeurt, draagt Eva dertien jaar lang als een last mee. Een last die te groot is om met wraak alleen op te kunnen lossen, zo blijkt uit het sinistere slot van het boek.

Met gemengde gevoelens heb ik deze veelgeprezen roman – deels – gelezen. De manier waarop de auteur de dwanghandelingen van Tesje, de troosteloosheid van de thuissituatie, de sfeer van het Vlaamse dorp beschrijft, vind ik knap. Door de gedetailleerde beschrijvingen gaat het verhaal vlak onder je huid zitten. Maar met die gedetailleerde beschrijvingen had ik juist ook grote moeite als het gaat om de terugkerende seksuele (mis)handelingen.

Een professioneel jeugdwerker vertelde eens dat ze het programma Spuiten en Slikken had gekeken om te weten wat er leeft onder jongeren en wat ze kijken. “Maar”, zei ze, “ik had het niet willen zien. Er zijn dingen die je niet wilt weten, ook al weet je dat ze gebeuren.” Voor mij een reden om op een gegeven moment Het smelt weg te leggen, niet verder te lezen en het ondanks de schrijfstijl niet aan te bevelen.

Marga Claus | Completen

Marga Claus - CompletenAl een jaar of tien bezoek ik met enige regelmaat (Benedictijnse) kloosters. Ze hebben een bekorende werking op me. Het ritme van de getijdengebeden, de verstilde sfeer binnen de oude muren, ontmoetingen met allerhande persoonlijkheden, de geur van wierook, de ernst van de vieringen, het eten met aandacht. Met Completen heeft de Friese schrijfster Marga Claus een boek geschreven dat voor mij een feest van herkenning gaf.

In haar autobiografische roman verweeft de schrijfster drie verhaallijnen met elkaar. Completen is allereerst een boeiend verslag van haar acht dagen durende verblijf in een Zeeuws vrouwenklooster. Fijnzinnig en met humor beschrijft Claus de mensen die ze ontmoet, van eigenzinnige nonnen tot een psychiatrische patiënte, de ‘broodblokjesvrouw’ die haar brood in ‘minieme dobbelsteentjes’ snijdt. Ze neemt je mee in de inns en outs van het kloosterleven. Het zingen van de nonnen, al dan niet zuiver, de serene sfeer van de getijden. Maar ook de verveling die op dag zeven ineens toeslaat. Eerlijk reflecteert Claus op haar doen en laten, haar manier van omgaan met de mensen om haar heen.

De tweede verhaallijn neemt de lezer mee naar de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De schrijfster gebruikt haar retraite om de historische brieven van pater Rogatus Hoogma te onderzoeken. Deze Franciscaan werkte in het midden van de twintigste eeuw in een Braziliaanse melaatsenkolonie. In brieven naar familie schrijft hij over wonderlijke gebeurtenissen: miswijn die zich vermeerdert, de genezing van melaatsen en andere zieken, Mariaverschijningen. Je proeft het spanningsveld waarin de nuchtere pater zich bevindt: ‘Ik ben als Fries heus niet zo sentimenteel, maar als priester moet ik toch aannemen dat wonderen niet onmogelijk zijn.’ (p. 107) De moederkerk, in de persoon van de aartsbisschop, weet echter niet wat ze met de wonderverhalen aan moet en plaatst de Bolswarder pater zelfs over. Ook de schrijfster lijkt te zoeken naar de vraag, wat is waarheid als het gaat om deze volksdevotie? Een vraag die mij als lezer eveneens intrigeerde.

Dan is er de derde verhaallijn, de meest aangrijpende. In korte zinnetjes, poëtisch en scherpsnijdend, krijgt de lezer een vooruitblik van wat Claus na haar verblijf in het klooster wacht. Haar man Jens, partner en soulmate, blijkt een kwaadaardige tumor te hebben. Gaandeweg word je als lezer meegetrokken in het beklemmende proces van zijn ziekte. Het wrede proces van aftakeling, de onvermijdelijke scheiding van twee geliefden. Toch eindigt die lijn hoopvol: ‘De draak is overwonnen. / Over hem ligt een vredige rust / alsof hij – na een lange tijd van ballingschap – eindelijk is thuisgekomen bij zichzelf.’

Met Completen heeft Marga Claus een prachtig boek geschreven. Persoonlijk, met oog voor detail, diepgaand maar niet zonder de nodige humor en zelfrelativering. Of je nu bekend bent met het kloosterleven of niet, dit boek is beslist een aanrader.

Veldhuis, Remco | Lang verhaal kort

Remco Veldhuis - Lang verhaal kortIk heb een boek gelezen en ik zal de belangrijkste zaken er even uit lichten: in het voorwoord stond een incongruentie, op pagina 31 wordt ‘Sugerdaddy’ misspeld, op pagina 64 staat ‘weap’ in plaats van ‘weep’ (zal wel huilen via WhatsApp betekenen… -lachpauze-), op pagina 76 lees ik ‘in gezet’ (met een spatie ertussen, zal ook wel lachpauze zijn), op pagina 83 zelfs waar het zelf moet zijn, op pagina 108 wordt Filemon ‘Wisselink’ van achternaam genoemd…

Kappen nou! Zo bespreek je toch geen boek? Daar gaat het toch helemaal niet om? Je leest een boek toch voor z’n totale boodschap, voor z’n zeggingskracht? Je vlooit er toch niet doorheen om er dingen uit te vissen die je niet in de haak vindt en die je vooral als grap kunt aanwenden?

Juist.

Maar dat is nou precies de indruk die ik na het lezen van het boekje van Remco Veldhuis kreeg: hij heeft de Bijbel gelezen met in zijn achterhoofd de cabaretvoorstelling die hij ervan wilde gaan maken. Hij heeft vooral de passages onderstreept waarvan hij wist dat die, mits met de juiste intonatie en frons gebracht, een lach zouden oproepen.

Zo is er ruime aandacht voor de verschillende prostituees die in de Bijbel voorkomen, wordt er herhaaldelijk gewezen op vermeende tegenstrijdigheden in Gods handelen, wordt bij menselijkerwijs onbegrijpelijke zaken herhaaldelijk benadrukt dat alles waar is, worden verschillende gebeurtenissen vergeleken met hedendaagse op een manier die alle symboliek en heiligheid eruit haalt en ga zo maar door. Als Veldhuis al af en toe iets leerzaams aantreft (waarover straks meer), dan sneeuwt dat behoorlijk onder onder de veelheid aan grappen die hij maakt.

Positiefs

Is er dan helemaal niks goeds te melden? Dat is te kort door de bocht. De persoonlijke lijn die Veldhuis door het boekje heen vlecht, vind ik ontroerend en kwetsbaar verteld. Hij vertelt het verhaal van zijn relatie met zijn vader, die na meerdere afschuwelijke ervaringen afstand nam van de katholieke kerk, maar er nooit helemaal los van kwam. Zou zo een kneiter van een roman kunnen worden. Dit alles was ook de aanleiding voor Veldhuis om de Bijbel integraal te lezen. Hij heeft er immers nooit een letter in gelezen, hoe kan het boek dan toch zo’n invloed op zijn leven hebben? Helaas is dat niet de leidende, objectieve vraag geworden, laat staan dat hij het antwoord formuleert. Het onbegrip is op zich leerzaam. Het had een mooi verslag op kunnen leveren waar christenen, waar iedere geïnteresseerde van had kunnen leren. De poging is sympathiek, maar is wat mij betreft te badinerend uitgewerkt.

Hier en daar pikt Veldhuis ook een positief graantje mee, zoals bepaalde wijsheden in Spreuken, het geduld van God en de onwil van Jezus om de overspelige vrouw te veroordelen, maar daar volgt steevast al te snel een grap op. De conclusie ‘Oordeel niet’ komt wat mij betreft niet voort uit zijn samenvatting, die voert hooguit terug op de gebeurtenissen rond de overspelige vrouw die bij Jezus werd gebracht ter veroordeling, en al helemaal niet op de Bijbel. De Bijbel wil niet dat wij over mensen en hun lot oordelen, dat komt alleen God toe, maar vraagt zeker van ons gedragingen en uitingen (die van onszelf en anderen) te beoordelen en de juiste keuzes te maken. Een leven zonder keuzes en oordelen kan helemaal niet: ‘Hm, trouwen of samenwonen… Ai, ik mag niet oordelen’. Je snapt m’n punt.

Ik sluit af met een citaat uit het boekje: ‘Zelfde boek, andere conclusie. Wat je er uit haalt, zegt vooral wat over hoe jij in elkaar zit.’

Greene, Graham | De kern van de zaak

Graham Greene - De kern van de zaakUitgeverij Bint is een nieuwe uitgeverij met een ervaren uitgever aan het roer. Een van de eerste uitgaven stelt meteen een daad: het is een heruitgave van De kern van de zaak van Graham Greene, een titel uit 1948 en een persoonlijk favoriet van uitgever Arie Kok. Het is een boek dat bijna 70 jaar later niets aan zeggingskracht verloren heeft.

Het is het verhaal over Scobie, een goedmoedige politiefunctionaris in een Britse kolonie in West-Afrika, die getrouwd is met een labiele vrouw zonder echte vrienden die hem totaal niet begrijpt. Ze zijn door plichtsbesef en hun geloof tot elkaar veroordeeld. Zij is een gelovige katholiek en hij beseft dat zij een eventuele scheiding niet zal overleven, mede gezien hun kinderloosheid na het overlijden van hun enige kind. Maar ze leven langs elkaar heen, want zij wil voortdurend dat hij carrière maakt en voor zichzelf opkomt, terwijl hij het liefst met rust gelaten wordt. Op enig moment komt echter het moment dat zij het uitzichtloze van hun bestaan niet langer aankan en besluit te vertrekken naar Zuid-Afrika en daar op hem te wachten tot zijn pensioen. Scobie wringt zich in allerlei bochten om geld bij elkaar te brengen om de reis mogelijk te maken, maar corrumpeert zich daarbij wel.

In afwezigheid van zijn vrouw valt Scobie voor een uit oorlogsgebied gevluchte weduwe, Helen Rolt, en nu moet hij zijn krampachtige loyaliteit verdelen over drie partijen: zijn wettige vrouw, zijn nieuwe vriendin en God. ‘Ergens boven de duistere wateren zweefde iets als een voorgevoel van nog een verkeerde daad en nog een slachtoffer, niet Louise en niet Helen. In de stad begonnen de hanen te kraaien bij het ochtendgrauwen.’ En zo verliest Scobie zijn onschuld en offert hij God aan zijn aardse liefdes. En hij beseft het terdege, want in bovenstaand citaat is Scobie nog niet daadwerkelijk in zonde gevallen. Ook zijn dagboekaantekeningen zijn ontdaan van alle emoties, die nu juist de kern van zijn gedachten op dat moment uitmaken.

Geen uitweg

Ook al is hij zijn vrouw ontrouw, hij zal haar nooit in de steek kunnen laten. Daarnaast voelt hij zich vanaf de eerste minuut ook verantwoordelijk voor weduwe Rolt. Tegelijk ziet hij in dat hij op deze manier zichzelf niet staande kan houden: niet in het dagelijks leven, niet tegenover zichzelf en al helemaal niet tegenover God. De gebeurtenissen rondom zijn lening nemen een gruwelijke wending en Scobie ziet geen oplossing meer en wil niet langer anderen kwetsen met zijn leven.

Een krachtig boek over zonde en genade, geloof en ongeloof, trouw en ontrouw. Met name de gedachte van de zondaar dat vergeving voor hem onmogelijk is, wordt zeer invoelend beschreven. De manier waarop Greene de personages laat dobberen in een sociale zee, zonder dat ze elkaar werkelijk bereiken is erg beklemmend. Ook het verschil tussen wat een persoon is, wat hij wil zijn en hoe anderen hem zien is briljant uitgewerkt. Prachtig boek, dat een heldere toon zet voor uitgeverij Bint.

Oswald, Debra | Z.G.A.N.

De Australische Debra Oswald is een allesschrijfster. Ze schrijft kinderboeken en schrijft voor film, televisie, toneel en radio. De laatste toevoeging aan dit rijtje is een roman, getiteld Z.G.A.N. (Zo Goed Als Nieuw). Z.G.A.N. is in 2015 bij Penguin uitgegeven met als originele titel Useful. 

Mechteld Jansen heeft met deze vertaling topwerk geleverd. Het boek opent absurd en droogkomisch. Sullivan (Sully) Moss heeft gefaald in zijn leven en probeert zelfmoord te plegen door van de drieëntwintigste verdieping te springen. Maar zelfs hierin faalt Sully.  Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed, ziet hoeveel er voor hem gezorgd wordt en beseft dat het zonde zou zijn geweest om zijn lichaam, vol met functionerende organen, kapot te laten vallen op de stoep.

Sully besluit om een van zijn nieren te doneren. Hiervoor moet hij wel zijn leven omgooien. Wat volgt is een poging om te veranderen. Niet alleen bij Sully, maar ook bij de mensen om hem heen, die allemaal vastzitten in hun rollen en patronen. Z.G.A.N. is een constante poging om uit deze rollen en patronen te stappen. Eén van de personages verwoordt het als volgt:

Ze geloofde niet dat er veel mensen waren die wezenlijk konden veranderen. De meeste mensen hebben maar weinig ruimte, alsof iedereen in zijn eigen tupperwarebakje leeft. Er was in dat bakje wel een beetje ruimte om te verschuiven, maar niet veel. (p. 312)

Z.G.A.N. begint met absurde situaties en veel droge humor. Langzaam verdwijnen de absurditeiten en maken ze plaats voor een serieuzer verhaal. De grappige stijl van Debra Oswald blijft echter ook in de serieuzere delen van Z.G.A.N. duidelijk aanwezig. In een interview zegt Debra “Waarom kan iets niet donker en doordacht zijn en tegelijk grappig en vol vreugde en speelsheid?”

Debra is geslaagd in het samenbrengen van deze donkere en lichte kant. Z.G.A.N. leest heerlijk, maar enkele kanttekeningen zijn wel op zijn plaats. Door het hele boek wordt met regelmaat gevloekt. Verder komt er veel seks voor in het boek. Het is dan wel weer sterk dat deze seks niet erotisch wordt beschreven, maar heel plat en zonder opsmuk.

Kortom, op het grove taalgebruik en de seks na is dit boek een absolute aanrader. Debra vertelt een serieus verhaal op een lichte toon. Ik kan niet wachten tot Debra een tweede roman schrijft!

Meijer, Eva | Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuisEva Meijer is een bijzonder veelzijdige dame. Ik som op en hoop maar dat je aan het eind van de opsomming nog steeds leest: Eva Meijer is beeldend kunstenaar, filosoof, schrijver en singer-songwriter. Daarnaast werkt ze aan haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. Ze is voorzitter van zowel de landelijke OZSW werkgroep dierethiek en Minding Animals Nederland. Tussen de bedrijven door houdt Eva dagelijks een weblog bij en treedt regelmatig op met proza en/of liedjes.

Ben je er nog? Mooi, want ook al wekt een dergelijk CV de indruk dat Eva Meijer eigenlijk niet kan kiezen en dus alles maar bij het eindje houdt, blinkt ze in het schrijven in elk geval uit (over de rest kan ik nauwelijks oordelen, hoewel ik nu zit te luisteren naar haar Regina Spektor-achtige muziek op Spotify die op het eerste gehoor goed klinkt). Een zo wijdlopige lijst van bezigheden zou ook het beeld op kunnen wekken dat het wel heel wilde, springerige lectuur zal zijn, maar ook dat is niet het geval.

Het vogelhuis gaat over Gwendolen (Len) Howard die opgroeit in een welgesteld Engels gezin rond de eeuwwisseling van de 19e en 20e eeuw. Een gezin waar vooral aandacht is voor de geneugten van ontspanning, gezelschap, cultuur en alcohol. Maar ook een gezin waarin de spanningen tussen de ouders duidelijk voelbaar zijn, waarbij de moeder vooral door haar drankgebruik onhebbelijk wordt. Persoonlijk interesseren Len en haar vader zich voor vogels. Gwen hoeft zich in principe geen zorgen te maken over geld en over de toekomst, maar een verliefdheid komt op een vervelende manier aan z’n eind en ze zoekt een zinvolle invulling voor het leven. Ze wordt concertvioliste en een goeie ook.

Haar violistenbestaan in Londen ontwikkelt zich positief. Ze krijgt een belangrijke plek in een van de betere orkesten van Londen en kan goed met de dirigent overweg. In 1937 neemt ze een vakantie en gaat ze logeren in een gehucht op het platteland, waar ze hernieuwde interesse voor de vogels aldaar opvat. Ze keert nog kort terug naar Londen, maar eigenlijk alleen om afscheid te nemen. Daarna gaat ze voorgoed op het platteland wonen en verdiept ze zich in de vogels aldaar en levert een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar vogels.

Het is een bijzonder boek en vooral de delen waarin ze op het platteland verkeert zijn bijna sereen. De manier waarop de relatie met haar ouders (met name haar moeder) verloopt en ook hoe haar liefdesleven uitpakt is juist het tegenovergestelde. Hoewel de wereld voor de vogels ook niet altijd van een leien dakje gaat, is die wereld toch een stuk voorspelbaarder. De belangrijkste vogel is op een bepaalde manier te spiegelen aan Len zelf: waar Len juist wegloopt uit haar familie, haar werkzame leven en uit de liefde, zoekt de mees Ster juist de confrontatie en eist ze een plek voor zichzelf op.

Een heerlijk boek om mee tot rust te komen. Meijer schrijft in korte zinnen helder proza en ze bouwt het verhaal mooi op, met eigen teksten van Len Howard erdoorheen. En Eva, als je toch ooit gaat kiezen: kies literatuur!

Mackay, dr. Ewald | Een leeskamer in het Grote Huis

Een leeskamer in het Grote Huis | Dr. Ewald MackayIn dit boek van dr. Ewald Mackay wordt de christelijke kerk voorgesteld als het Grote Huis. In het Grote Huis bevindt zich een enorme leeskamer. In deze leeskamer komt de lezer in aanraking met verschillende teksten en personen uit de geschiedenis van de christelijke kerk.

Ewald Mackay is historicus en filosoof. Vanuit een grote voorliefde voor de rijke christelijke literaire traditie heeft Ewald Mackay dit boek geschreven. In deze handreiking schrijft hij dat lezen vreugde oplevert en dat men zich moet verdiepen in de geschreven historie van de christelijke kerk om die te begrijpen. Zijn liefde voor lezen en de christelijke traditie is op iedere bladzijde te proeven. Het is typisch Mackay als hij, kijkend naar zijn eigen boekenkast, zijn gedachten beschrijft. Hij schrijft: “Achter al de ruggen en kaften gaan werelden schuil van schrijvers en denkers, schilders en componisten. Velen van hen leven niet meer, maar hun stemmen spreken nog altijd door middel van hun boeken, schilderijen en composities. Het is alsof ik mag aanzitten aan een groot gastmaal en al deze mensen mag ontmoeten.”

De lezer wordt direct meegenomen naar de leeskamer. In de leeskamer van het Grote Huis zijn verschillende afdelingen. Elke afdeling staat voor een periode in de rijke literaire geschiedenis van de christelijke kerk. De lezer kruipt door de geschiedenis van de Vroege Kerk (deel II), via de middeleeuwse kerk (deel III) naar de kerk van de (Nadere) Reformatie (deel IV) tot de kerk in de (post)moderne tijd (deel V). Per afdeling lezen we kernfragmenten van 6 á 7 personen. Van iedere persoon wordt een korte levensbeschrijving gegeven. Het leven van deze persoon wordt naast de wereldgeschiedenis gelegd. Het is daardoor volstrekt duidelijk in welke tijd de lezer elk besproken geschrift moet plaatsen. Na ieder fragment volgen er een aantal vragen waardoor de lezer de teksten beter gaat begrijpen, maar ook zetten de vragen de lezer aan tot nadenken over het eigen leven in deze moderne tijd.

Met dit boek wil de auteur een handreiking doen. Door de korte fragmenten wordt de lezer verleid om zich meer te verdiepen in de oude teksten. Op subtiele wijze weet Mackay deze oude fragmenten te verbinden met het heden door de lezer op te roepen om bij het lezen de actuele context mee te nemen. Door deze manier van schrijven, die heel kenmerkend is voor Mackay, is dit boek voor een ieder toegankelijk. De lezer wordt letterlijk meegezogen in de rijke geloofstraditie.
Doordat de schrijver niet wil dat de Nederlandse taal verarmt gebruikt hij met enige regelmaat licht archaïsch taalgebruik. Maar of de lezer nu ‘vertoeft’ of ‘verblijft’ in de leeskamer van het Grote Huis doet niets af aan de leesbaarheid van dit boek.

Deze handreiking laat de christelijke traditie zien, ervaren en begrijpen. Aan die doelstelling wordt ruimschoots voldaan.