Lengkeek, Elise G. | Mijn Getijdengebed: Bidden op het ritme van de dag

“Ik vind bidden moeilijk. Het voelt vaak als tijdverspilling. Het voelt niet productief; ik besteed mijn tijd nuttiger door een alinea te schrijven of een boek te lezen of werkwoorden te vervoegen of taart te bakken. Soms gaan er weken voorbij dat ik amper toekom aan bidden.” Een openhartige onthulling van Lauren F. Winner – inmiddels Episcopaals priester – in haar Vrouw zoekt God. Lezen over bidden vindt ze vaak makkelijker dan bidden zelf. Ik herken dat. Is het daarom dat ik een plank vol boeken heb staan over gebed, en nog een halve plank met gebedenboeken eronder? De Gebeden van Maarten Luther naast het Klein getijdenboek. Engelstalige werken als The Book of Common Prayer en The Oxford Book of Prayer naast het lijvige Bid, Luister, Leef uit eigen taalgebied.

Je zou denken dat er wat betreft gebedenboeken weinig meer toe te voegen is. Toch heeft Elise G. Lengkeek met Mijn getijdengebed: Bidden op het ritme van de dag een waardevolle bijdrage geleverd. Ik kan het niet beter verwoorden dan Wil Derkse in zijn Ten Geleide: “Elise Lengkeek weet in Mijn getijdengebed het beste uit meerdere werelden te verenigen: dagelijks ochtend-, middag-, avond- en nachtgebed, de  schriftlezingen met kleine persoonlijke meditaties en werkend vanuit een oecumenisch perspectief: met het anglicaanse Book of Common Prayer én het haar vertrouwde, meer monastieke getijdengebed als uitgangspunten. Een extra kracht is dat dit bijzondere project in gang is gezet door heel persoonlijke ervaringen en de daaruit opgeroepen verlangens – ook naar grondige theologische studie – en dat merk je.”

De kern van Mijn Getijdengebed bestaat uit vier praktische delen: 1) getijdengebeden voor de morgen, middag, avond en nacht en de feestdagen; 2) per dag een rooster met de bijbellezingen; 3) zondagse bijbellezingen; 4) per dag een meditatie over een bijbeltekst.

Lengkeek geeft een duidelijke verantwoording van de keuzes die ze maakt en biedt tegelijkertijd een persoonlijke inkijk in de achtergrond van Mijn Getijdengebed, geboren uit een sterk verlangen naar God. De schrijfster beoogt toegankelijkheid voor een brede lezersgroep en heeft daarom voor het weergeven van bijbelteksten gekozen voor De Bijbel in Gewone Taal. Uiteraard kan de lezer er voor kiezen een bijbelvertaling te gebruiken die de eigen voorkeur heeft.

Zodra Mijn Getijdengebed – mooi vormgegeven, voorzien van kleurrijke leeslinten voor de verschillende delen – binnenkwam, begon ik het enthousiast te gebruiken. Maar ik liep al snel tegen mezelf aan. Wil je je letterlijk aan de getijden houden, moet je vier keer per dag een kwartier reserveren en lees je rond de tien bijbelhoofdstukken per dag. Na twee dagen liep ik al achter. Gelukkig doet de schrijfster haar best een schuldgevoel bij de lezers te voorkomen en geeft ze tips hoe je Mijn Getijdengebed kan gebruiken op een manier die bij je past.

Zowel voor lezers die al een rijtje gebedenboeken hebben staan, als zij die nog onbekend zijn met het gebruik van (liturgische) gebedenboeken, is dit handzame getijdenboek echt een aanrader.

 

Gardam, Jane | Laatste vrienden

Maanden geleden al had ik de verschijningsdatum van Jane Gardam’s Laatste vrienden in mijn agenda gezet. In één weekend las ik van het najaar Een onberispelijke man en Een trouwe vrouw (waarover ik ook een recensie schreef). En nu verscheen dan aan het begin van het nieuwe jaar het derde deel van de Old Filth-trilogie: Laatste vrienden. Een roman die overigens ook zelfstandig te lezen is, maar wel meer diepgang en kleur krijgt na de voorgaande delen.

Edward Feathers en Terry Veneering, twee advocaten die van aartsrivalen vrienden werden, zijn inmiddels overleden. Op hun begrafenis ontmoeten oude vrienden elkaar. Mede vanuit hun perspectief krijgt de lezer meer inzicht in het mysterieuze lezen van met name Veneering. Als jong meisje ontmoet zijn moeder Florrie in een buitenlands circusgezelschap zijn vader: acrobaat, danser en naar later (b)lijkt een Russische spion. Na een val van de touwen neemt Florrie de verlamde Kozak mee naar huis en zal voor het leven bij hem blijven. Gevoelig wordt de zowel liefdevolle als treurige jeugd van de vroeg zelfstandige Terry beschreven. Zijn moeder – zorgzaam, groot en sterk – verdient als kolenhandelaar de kost terwijl vader het grootste deel van de tijd – drinkend – op bed ligt. Tijdens een van zijn omzwervingen door het stadje ontmoet de jonge Terry de wat excentrieke Parable Apse die zich over hem ontfermt en zorgt dat hij op een goede school terechtkomt.

Dezelfde man laat hem een – zij het aan lager wal geraakt – advocatenkantoor na, maar dat is pas als Veneering al in het verre Oosten gediend heeft en daar getrouwd is met Elsie: een beeldschone maar alcoholische vrouw uit Hongkong. Eindelijk begrijpt de lezer hoe het mogelijk is dat hij met deze vrouw, van wie hij nooit werkelijk hield, trouwde. Een dronken bui, een zwangerschap en een (invloed)rijke schoonfamilie die hem geen andere keus liet.

Als Edward op hoge leeftijd terugdenkt aan de verhouding die zijn vrouw Betty en Veneering hadden, realiseert hij zich aangaande zijn rivaal en vriend: “hij had meer nodig dan Elsie kon geven. Hij had Betty nodig. En Bettty was van mij.” In een paar korte zinnen worden jaren van pijn in het milde licht van de ouderdom verwoord.

Dat ouder worden is sowieso een thema in de roman. De lezer leert niet alleen de twee hoofdpersonen op leeftijd kennen maar ook bejaarde contacten uit hun netwerk: de kinderlijke Dulcie en de triestige Fiscal-Smith ofwel Fred. Beeldend beschrijft Gardam de onderlinge, soms moeizame, verhoudingen, de eenzaamheid van het ouder worden en het belang van vergeving, verzoening en vriendschap. Ook in dit derde deel van het drieluik ontbreekt de onderkoelde Britse humor niet. Als Dulcie en Fred zich onbedoeld opsluiten in een onverwarmd kerkje, verhaalt Gardam hoe ze zich warm proberen te houden in priesterkleding: “Door de deuropening, omgeven door een kantwerk van jonge klimop, […] stapte een Siamese tweeling naar buiten, gehuld in goudlaken, een van hen met een bisschoppelijke mijter op en allebei door en door blauw van de kou.”

Ontroerend vind ik hoe de haat-liefde verhouding tussen de twee aan het eind een wending krijgt: “Dulcie en Fred schuifelden voorzichtig naar de eucharistieviering […] ‘Zijn er nooit meisjes in je leven geweest, Fred?’ Arm in arm waggelden ze voort. ‘Niemand anders dan jij Dulcie. Verder alleen treinen, vrees ik.’ Het gezang vermengde zich met het alles overspoelende gedreun van het orgel. ‘Rustig liefje,’ zei Fiscal-Smith. ‘Rustig.’ En zo naderden ze de Wederopstanding.”

Kranendonk, Anke | Weihnachtsoratorium

Weihnachtsoratorium is een novelle van Anke Kranendonk. Anke is actrice en schrijfster. Haar literaire debuut maakte ze met Altijd Vrolijk (waar we natuurlijk een recensie van hebben). Omdat Altijd Vrolijk in mijn persoonlijke top 10 staat, kon ik Weihnachtsoratorium niet laten liggen.

Anke trekt ons het podium op waar Helle een solo heeft in het Weihnachtsoratorium van Bach. Haar man en zoon zijn komen kijken. Als Helle na afloop haar man zoekt, is hij nergens te vinden. Helle voelt zich verlaten door haar man en dat wordt niet beter als ze haar man thuis aantreft.

Daar ligt hij, op de bank, onder het geelgeruite dekentje.
‘Frank’, zegt ze. ‘Wat is er?
‘Niks’, zegt hij, zonder op te kijken. De tv staat aan. Een schietfilm op Veronica.
‘Waarom lig je hier?’
‘Lekker’, antwoordt hij. ‘Ik was natgeregend.’
Een glas wijn staat naast hem. Zo’n grote, veel te vol geschonken.
‘Waar was je?’
‘Hier.’
‘Ik heb je overal gezocht.’
‘Ik was weggegaan.’
‘Waarom?’
Hij geeft geen antwoord, loert naar de tv.
(p.35)

Weihnachtsoratorium lijkt over een saaie echtelijke ruzie te gaan, maar door Anke’s schrijfstijl wordt het een ruzie van betekenis. Anke heeft duidelijk inzicht in de mens. Als ze haar verhaal net iets anders had verteld, dan zou Weihnachtsoratorium over niets meer dan een grappige ruzie gaan. Ze vertelt alleen zo, dat je meevoelt met Helle en je zelfs geïrriteerd raakt door haar man. Weihnachtsoratorium is een kort verhaal, maar je wordt echt meegenomen in de ontwikkelingen die Helle doormaakt.

Op een enkele vloek na, zijn er geen minpunten. Weihnachtsoratorium is een boek dat je niet aan de kant zult leggen voor het uit is. Gelukkig hoeft dat ook niet, omdat het maar 91 pagina’s lang is. Ik bleef wel zitten met één vraag. Wat betekent het einde? Als iemand mij dat kan uitleggen, laat het weten!

Saint-Exupéry, Antoine de | Nachtvlucht

Nachtvlucht - Antoine De Saint-Exupéry

Ook dit boek uit de stal van uitgeverij Bint is al op leeftijd: in het Frans verscheen het voor het eerst in 1931, in het Nederlands pas in 1987. Nu dus een heruitgave in 2017. Maar de vraag die Antoine de Saint-Exupéry in zijn boek centraal stelt is dan ook van alle tijden en plaatsen, alsmede ook de kracht van de personages.

De onbetwiste hoofdpersoon van het verhaal is Riviére, de chef van het hele luchtnet ten tijde van de eerste intercontinentale vluchten. Hij staat voor de moeilijke keuze om ’s nachts vluchten te laten uitvoeren. In die tijd een bijzonder gewaagde keuze, want het betekent blind vertrouwen op de techniek. Daar is nog lang niet iedereen klaar voor, maar Riviére zet door. In de nacht die beschreven wordt, zijn er verschillende piloten onderweg.

Pellerin is de piloot die zojuist een kist succesvol aan de grond zet in Buenos Aires. Hij wordt als een held binnengehaald, iedereen kijkt tegen hem op, ook Riviére. Iedereen wil graag bij hem zijn, hij is de belichaming van de vooruitgang, hij heeft het niet bedacht, maar hij heeft het wel gedaan. Fabien is de piloot die onderweg is. Hij belandt in een

orkaan, drijft af en moet de confrontatie met de orkaan aangaan. Eigenlijk verdwijnt deze piloot in stilte. Letterlijk, maar ook in termen van vooruitgang is deze piloot geen beter lot beschoren. De laatste piloot blijft naamloos. We zien hem afscheid nemen thuis, waar hij eigenlijk al met zijn hoofd in de wolken zit. Opmerkingen over angst van Riviére lacht hij weg, hij is een en al moed.

En voor dat orkest van vooruitgang staat dirigent Riviére. Hij is degene die het startsein heeft gegeven, hij leidt de muziek naar een donderend slot waar hij een beeld bij heeft, maar waar hij het orkest wel eerst naartoe moet leiden. Hoewel de piloten en hun werk uitgebreid aan bod komen, ligt de druk en de verantwoordelijkheid volledig bij Riviére. Hij probeert op alle mogelijke manieren zich vrij te houden om zijn doel te bereiken. Hij gaat geen persoonlijke relaties aan met personeel, eigenlijk met niemand. Hij houdt de vrouw van de piloot op een afstand. Hij voelt verbondenheid met een monteur zonder vrouw.

Het roept levensgroot de vraag op: wat moeten mensen die een missie hebben eigenlijk allemaaldoorstaan? Ze zetten alles opzij om hun droom na te jagen. Ze torsen een verantwoordelijkheid waardoor een plezierig leven ver te zoeken is, maar ze blijven vechten.

Erg goed in kaart gebracht door De Saint-Exupéry, dit vraagstuk. Niet alleen een erg mooi verhaal om te lezen (ondanks verouderde technieken en communicatiemiddelen), maar erg nuttig om te lezen voor iedereen die zich op een leidinggevende plek in de maatschappij weet. Niet als zelfhulpboek, maar wel om de waarheid onder ogen te zien: it’s lonely at the top.

Gardam, Jane | Een onberispelijke man & Een trouwe vrouw

Getriggerd door alle media-aandacht en lovende recensies die de Engelse, veelvuldig bekroonde Jane Gardam kreeg, begon ik aan Een onberispelijke man. Twee dagen later had ik het uit en las in nóg een dag ademloos ook deel twee van de trilogie, Een trouwe vrouw. Ja, het was vakantie. Maar alle credits voor de begaafde schrijfster die wel vergeleken wordt met Jane Austen, Katherine Mansfield en Penelope Fitzgerald om maar een paar grootheden te noemen.

Een onberispelijke man

Een onberispelijke man vertelt het verhaal van Edward Feathers, bijgenaamd Old Filth (Failed in Londen Try Hongkong). Een naam die niet past bij deze gentleman aan wie alles onberispelijk lijkt. Zijn voorkomen, zijn manier van doen, zijn carrière als advocaat en later rechter in Hongkong. Maar wie is Old Filth nu echt? Gaandeweg ontvouwt zich het verhaal van deze zogenaamde Raj-wees, kind van Britse koloniale ambtenaren in Maleisië. Zijn moeder sterft bij zijn geboorte en hij wordt – net als vele andere Raj-wezen – op jonge leeftijd naar het ‘moederland’ gestuurd om niet vroegtijdig te overlijden aan inheemse ziekten en een gedegen opleiding te krijgen. Stukje bij beetje ontvouwt zich het levensverhaal van de nu gepensioneerde rechter. Als kind traumatische ervaringen opgedaan in een pleeggezin in Wales. Een gelukkige tijd gehad op zijn kostschool. Gaat op verzoek van zijn vader terug naar het oosten als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt maar belandt via een vergeefse reis op de universiteit van Oxford. Start als advocaat in Londen. Maakt uiteindelijk glansrijk carrière in Hongkong. En kijkt nu zijn vrouw Betty overleden is, in zijn huis in de Donheads, terug op zijn leven en (kinderloze) huwelijk.

In een paar zinnen dit mensenleven tussen wieg en graf. Maar er is zoveel meer. Gardam verstaat de kunst om onbenoemd te laten wat gezegd moet worden. Tussen de regels door vormt de lezer zich een steeds scherper beeld van Edward. Geplaagd door jeugdherinneringen, bang om verlaten te worden, onhandig in de omgang met zijn vrouw van wie hij toch veel houdt. Bij het ouder worden en terugkijken kruipen de vragen door de kieren van zijn onaantastbaarheid heen. Wat heeft er precies plaatsgevonden tussen Betty en zijn aartsrivaal Terence (Terry) Veneering?

Een trouwe vrouw

In Een trouwe vrouw krijgen we het perspectief van Betty op haar huwelijk met Edward. Als jonge vrouw – wees, geboren in Shanghaj, deels opgegroeid in een Japans interneringskamp – keert ze in de zestiger jaren terug naar haar geliefde, lawaaierige, geurrijke Hongkong. Betty, met haar kastanjerode krullen, is dan bijna dertig en heeft geen vooruitzichten, geen geld. Handgeschreven, dat wel, maar op briefpapier van een advocatenkantoor ontvangt ze het onberispelijke huwelijksaanzoek van Edward Feathers. Haar reactie: ‘Maar natuurlijk ga ik met hem trouwen. Ik zou niet weten waarom niet.’ Later vermoedt de lezer hoe ze met terugwerkende kracht haar overleden moeder blij wil maken. Een voorbeeldige echtgenote zijn, old English style, een man trouwen met perspectief en geld. Dat het niet het meest passievolle huwelijk zal worden, heeft ze meteen door. Desondanks belooft ze Edward haar eeuwige trouw, op zijn voorwaarde: ‘Verlaat me nooit. Ik zal het nooit meer vragen. Maar verlaat me nooit.’ Als ze kort daarna de flamboyante Terry Veneering ontmoet, besluit ze zich eenmaal aan hem te geven. Als is het maar voor één onvergetelijke herinnering. Toch blijft ze daarna haar leven lang bij Edward, van wie ze op een heel andere manier oprecht lijkt te houden. Of is haar liefde een keuze, een kwestie van trouw?

Het krachtige van deze twee romans zit hem wat mij betreft in de gelaagdheid. De manier waarop Gardam langzamerhand steeds meer onthult en twee verhalen met elkaar verweeft, zonder alle losse eindjes te willen vastknopen. Haar schrijven geeft blijk van inzicht in de menselijke psyche, is zintuigelijk en beeldend en geregeld humoristisch. Jammer vond ik de mijns inziens onnodige vloeken. Voor het overige vind ik Gardam’s stijl verfijnd. Ze is een kunstenaar die schildert met woorden, en geuren, kleuren, de hele sfeer prachtig verwoordt. Nu is het wachten op Laatste vrienden, het derde deel van de trilogie.

Wieringa, Tommy | Dit zijn de namen

Dit zijn de namen - Tommy WieringaTommy Wieringa is vooral bekend geworden met het boek Joe Speedboot. Dat was een lichtvoetig boek over de coming of age van Fransje Hermans, stampvol met doldwaze avonturen, bijzondere vriendschappen, groteske vrolijkheid en af en toe een traan. Dit zijn de namen is een totaal ander boek, maar tegelijk een herkenbare Wieringa.

Het boek bevat twee verhalen, die elkaar pas ver over de helft van het boek raken. Wieringa vertelt beide verhalen tegelijkertijd, maar ze zijn zo totaal verschillend qua herkenbaarheid en sfeer, dat je lang het idee houdt dat de verhalen in twee verschillende tijdperken en werelddelen spelen.

Het eerste verhaal vertelt over Pontus Beg, een wat mopperige politiecommandant die al jaren op z’n post zit en eigenlijk niet veel meer vanher leven verwacht. Hij is niet ontevreden, maar kijkt ook niet terug op een volmaakt leven, zowel in z’n carrière als privé. Op enig moment ontdekt hij dat hij Joods bloed heeft en hij verdiept zich in zijn roots. Hij raakt bevriend met een rabbijn, die met hem schaakt en en passant leert wat het is om Joods te zijn. ‘Ziet u het niet?’ zei de rabbijn. ‘Juist dat is voor anderen zo slecht te verdragen. God die zich over ons ontfermt en rampen stuurt naar Egypte. (…) Als een vader een favoriete zoon heeft,’ zei hij met zijn rug naar Beg toe, ‘dan zal er altijd jaloezie in huis zijn.’

Terwijl Pontus zich verdiept in zijn roots, dwalen vijf mannen, een vrouw en een kind door de woestijn. Ze zijn op weg naar het land waarvan hen beloofd was dat het voor hen zou liggen, dus ze lopen en lopen tot ze er letterlijk bij neervallen. Onderling ontstaat ruzie en de enige Ethiopiër van het gezelschap, steevast aangesproken met Afrika, wordt zondebok van de kleine groep. Ook het feit dat hij zich ontfermt over een gestruikeld groepslid helpt hem niet. Het onbegrip neemt toe en de verdachtmakingen leiden tot ertoe dat de groep zich tegen de man keert. Gek genoeg is dat uiteindelijk de gebeurtenis die de groep uiteindelijk uit de woestijn leidt. Hun ontvangst in de stad die hun verlossing had moeten zijn, weet helemaal niet hoe met deze mensen om te gaan.

Symboliek

De bijbelvaste lezer heeft in deze gebeurtenissen allang de geschiedenis van het volk Israel in de woestijn herkend. Ook dat de dood van een van de vluchtelingen leidt tot verlossing van de rest van de groep is een bekend Messiaans patroon. Ook de plek van de vluchtelingen in de stad is een verwijzing naar de plek van de Joden in de wereldgeschiedenis.

Wieringa stopt dus erg veel symboliek in het boek (ik noemde slechts enkele voorbeelden, maar het boek barst ervan), maar die daalt pas later in. In eerste instantie wordt alle aandacht toch vooral opgeëist door de gruwelen van de woestijntocht. Deze tocht wordt vergeleken met de gruwelen in de kampen van de Tweede Wereldoorlog, wat weer een parallel is met het lot van het Joodse volk. En dan te bedenken dat zowel de woestijnreis en de jodenvervolging werkelijkheid waren, maar dat ook dit soort zwerftochten van vluchteling nog steeds voorkomen. Het maakt het lezen van dit boek tot een intense ervaring en het werpt een bijzonder licht op de bijbelse geschiedenissen en de geschiedenis van Israel.

Grisham, John – Het eiland

Het eiland - John GrishamHet nieuwste boek van John Grisham mag de naam thriller nauwelijks dragen. Niet per se slecht geschreven (daar is Grisham te goed voor), maar ook niet wat de doorgewinterde fan mag verwachten. Deze keer verkent Grisham de schimmige wereld van de handel in eerste drukken van beroemde boeken.

Het boek begint met het spannendste gedeelte. Een aantal criminelen heeft ontdekt dat in de kelders van de universteit van Princeton een aantal kostbare boeken liggen, te weten de manuscripten van F. Scott Fitzgerald met als belangrijkste boek ‘The great Gatsby’. Ze weten ook dat er mensen op de wereld zijn die miljoenen zouden uitgeven om deze documenten te bezitten. Niet dat ze er wat mee zouden kunnen, maar er zijn nou eenmaal mensen die er erg blij van worden als ze iets kunnen bezitten wat verder niemand bezit. Deze criminelen plannen een slimme overval, krijgen de manuscripten inderdaad in hun bezit, maar enkele van de daders worden al snel opgepakt. Maar daar zijn de manuscripten nog niet mee boven tafel.

De verzekeraar van de documenten huurt een particulier opsporingsbureau in, dat opereert in de ‘grijze gebieden’ waar de FBI vanwege de beperkte procedures en rechtsgang niet kan werken. Dit bureau heeft er lucht van gekregen dat de documenten in het bezit zijn van een flamboyante boekhandelaar en verzamelaar Bruce Gable. Van Gable is bekend dat hij zich graag inlaat met auteurs. Hij regelt signeersessies, dineert met hen en in geval de schrijver van vrouwelijke kunne is, waagt hij ook nogal eens een verleidingspoginkje. Het bureau zoekt dus een aantrekkelijke auteur die zich met Gable kan inlaten om erachter te komen of hij de manuscripten inderdaad in bezit heeft. En zo komen we bij hoofdpersoon Mercer Mann. Zij heeft een redelijk succesvol boek geschreven, haar tweede wil niet vlotten, ze heeft schulden, geen relatie; kortom, de ideale undercover. En zo begint het echte verhaal.

Amoureuze undercover

De manier waarop auteurs verder met elkaar omgaan en het wereldje rond de boekhandel van Gable is idyllisch. Het speelt zich allemaal af op Camino Island en het gesloten wereldje waarin iedereen elkaars kent en zich vrolijk met andermans leven bemoeit lijkt op een afstandje een groot feest. Grisham weet een uitstekende sfeer neer te zetten. De hoofdpersoon is Mercer, maar de figuur Gable komt veel beter uit de verf. Hij is intelligent, charmant, geslepen en niet echt oneerlijk. Mercer blijft een beetje vlak: ze wil eigenlijk niet undercover, doet het toch vanwege het geld, maar dan wel met de nodige reserve, die ze uiteindelijk toch ook weer laat varen. Beetje type pion.

De handel in boeken had ik graag wat verder uitgediept gezien. Hoe herken je bijvoorbeeld een echt werk of een vervalsing? Hoe conserveer je een echt oud boek? Dat blijft nu allemaal wat onderbelicht. Grisham heeft zich wat verdiept in de wereld van de manuscripten, wat rondgescharreld zoals hij het zelf noemt. Ongetwijfeld hebben de hoge bedragen die er in omgaan hem op het idee gebracht dat deze wereld het decor van een misdaadroman kon zijn. Maar het milieu is te lief om de suspense te dragen.

Hij leunt daarom nogal zwaar op de seksuele spanning die er is tussen de redelijk naïeve Mercer en beroepsverleider Bruce Gable. Bruces open huwelijk met alle escapades wordt ook grondig doorgelicht. Het ligt er niet duimendik bovenop, maar in Gable wereld is seks valuta. En daar stelt Grisham me enigszins teleur: hij heeft keer op keer bewezen dat hij in een superspannend boek allerlei technische details over het juridische wereldje kwijt kan zonder saai te worden. Hij heeft deze goedkope trucs niet nodig, wat mij betreft.

Spit, Lize | Het smelt

Lize Spit - Het smelt Terwijl ik deze recensie schrijf, is het zomer. De dagen zijn beklemmend. Drukkend, broeierig, klam. De natuur houdt telkens opnieuw de adem in tot er weer een bui losbarst.

Een zelfde soort beklemming ervoer ik bij het lezen van Het smelt, debuutroman van de Vlaamse Lize Spit. De schrijfster weet in haar – bijna 500 pagina’s dikke – roman een onheilspellende spanning op te bouwen. Hoofdpersoon Eva, twintiger, rijdt met een gigantisch blok ijs in de kofferbak naar haar geboortedorp, het Vlaamse Bovenmeer. Aanleiding is de herdenking van een overleden dorpsgenoot. Maar de werkelijke reden blijkt wraak te zijn. Wat is er dertien jaar geleden in de warme zomer van 2002 gebeurd? Stukje bij beetje, door middel van hoofdstukken die zich afwisselend in heden en verleden afspelen, krijgt de lezer clues in handen.

In Eva’s geboortejaar werden er in het dorp slechts twee andere kinderen geboren, Laurens en Pim. De drie vormen een vriendschapstrio en trekken als de ‘Drie Musketiers’ hun hele jeugd gezamenlijk op. Wanneer de puberteit aanbreekt en de jongens een wreed spelletje bedenken, durft de verlegen Eva zich niet te onttrekken aan hun spel. Hoe zou ze kunnen? Ze heeft geen vriendinnen en ook van thuis kan ze geen heil verwachten. De treurigheid van haar thuissituatie sijpelt steeds nadrukkelijker door het verhaal heen. Met een drinkende moeder, gedesillusioneerde vader en een jonger zusje dat gaandeweg meer dwangneuroses ontwikkelt, kan Eva nergens heen.

Het wrede puberale spel krijgt een weerzinwekkende ontknoping. Wat er in die warme, broeierige zomer gebeurt, draagt Eva dertien jaar lang als een last mee. Een last die te groot is om met wraak alleen op te kunnen lossen, zo blijkt uit het sinistere slot van het boek.

Met gemengde gevoelens heb ik deze veelgeprezen roman – deels – gelezen. De manier waarop de auteur de dwanghandelingen van Tesje, de troosteloosheid van de thuissituatie, de sfeer van het Vlaamse dorp beschrijft, vind ik knap. Door de gedetailleerde beschrijvingen gaat het verhaal vlak onder je huid zitten. Maar met die gedetailleerde beschrijvingen had ik juist ook grote moeite als het gaat om de terugkerende seksuele (mis)handelingen.

Een professioneel jeugdwerker vertelde eens dat ze het programma Spuiten en Slikken had gekeken om te weten wat er leeft onder jongeren en wat ze kijken. “Maar”, zei ze, “ik had het niet willen zien. Er zijn dingen die je niet wilt weten, ook al weet je dat ze gebeuren.” Voor mij een reden om op een gegeven moment Het smelt weg te leggen, niet verder te lezen en het ondanks de schrijfstijl niet aan te bevelen.

Marga Claus | Completen

Marga Claus - CompletenAl een jaar of tien bezoek ik met enige regelmaat (Benedictijnse) kloosters. Ze hebben een bekorende werking op me. Het ritme van de getijdengebeden, de verstilde sfeer binnen de oude muren, ontmoetingen met allerhande persoonlijkheden, de geur van wierook, de ernst van de vieringen, het eten met aandacht. Met Completen heeft de Friese schrijfster Marga Claus een boek geschreven dat voor mij een feest van herkenning gaf.

In haar autobiografische roman verweeft de schrijfster drie verhaallijnen met elkaar. Completen is allereerst een boeiend verslag van haar acht dagen durende verblijf in een Zeeuws vrouwenklooster. Fijnzinnig en met humor beschrijft Claus de mensen die ze ontmoet, van eigenzinnige nonnen tot een psychiatrische patiënte, de ‘broodblokjesvrouw’ die haar brood in ‘minieme dobbelsteentjes’ snijdt. Ze neemt je mee in de inns en outs van het kloosterleven. Het zingen van de nonnen, al dan niet zuiver, de serene sfeer van de getijden. Maar ook de verveling die op dag zeven ineens toeslaat. Eerlijk reflecteert Claus op haar doen en laten, haar manier van omgaan met de mensen om haar heen.

De tweede verhaallijn neemt de lezer mee naar de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De schrijfster gebruikt haar retraite om de historische brieven van pater Rogatus Hoogma te onderzoeken. Deze Franciscaan werkte in het midden van de twintigste eeuw in een Braziliaanse melaatsenkolonie. In brieven naar familie schrijft hij over wonderlijke gebeurtenissen: miswijn die zich vermeerdert, de genezing van melaatsen en andere zieken, Mariaverschijningen. Je proeft het spanningsveld waarin de nuchtere pater zich bevindt: ‘Ik ben als Fries heus niet zo sentimenteel, maar als priester moet ik toch aannemen dat wonderen niet onmogelijk zijn.’ (p. 107) De moederkerk, in de persoon van de aartsbisschop, weet echter niet wat ze met de wonderverhalen aan moet en plaatst de Bolswarder pater zelfs over. Ook de schrijfster lijkt te zoeken naar de vraag, wat is waarheid als het gaat om deze volksdevotie? Een vraag die mij als lezer eveneens intrigeerde.

Dan is er de derde verhaallijn, de meest aangrijpende. In korte zinnetjes, poëtisch en scherpsnijdend, krijgt de lezer een vooruitblik van wat Claus na haar verblijf in het klooster wacht. Haar man Jens, partner en soulmate, blijkt een kwaadaardige tumor te hebben. Gaandeweg word je als lezer meegetrokken in het beklemmende proces van zijn ziekte. Het wrede proces van aftakeling, de onvermijdelijke scheiding van twee geliefden. Toch eindigt die lijn hoopvol: ‘De draak is overwonnen. / Over hem ligt een vredige rust / alsof hij – na een lange tijd van ballingschap – eindelijk is thuisgekomen bij zichzelf.’

Met Completen heeft Marga Claus een prachtig boek geschreven. Persoonlijk, met oog voor detail, diepgaand maar niet zonder de nodige humor en zelfrelativering. Of je nu bekend bent met het kloosterleven of niet, dit boek is beslist een aanrader.

Veldhuis, Remco | Lang verhaal kort

Remco Veldhuis - Lang verhaal kortIk heb een boek gelezen en ik zal de belangrijkste zaken er even uit lichten: in het voorwoord stond een incongruentie, op pagina 31 wordt ‘Sugerdaddy’ misspeld, op pagina 64 staat ‘weap’ in plaats van ‘weep’ (zal wel huilen via WhatsApp betekenen… -lachpauze-), op pagina 76 lees ik ‘in gezet’ (met een spatie ertussen, zal ook wel lachpauze zijn), op pagina 83 zelfs waar het zelf moet zijn, op pagina 108 wordt Filemon ‘Wisselink’ van achternaam genoemd…

Kappen nou! Zo bespreek je toch geen boek? Daar gaat het toch helemaal niet om? Je leest een boek toch voor z’n totale boodschap, voor z’n zeggingskracht? Je vlooit er toch niet doorheen om er dingen uit te vissen die je niet in de haak vindt en die je vooral als grap kunt aanwenden?

Juist.

Maar dat is nou precies de indruk die ik na het lezen van het boekje van Remco Veldhuis kreeg: hij heeft de Bijbel gelezen met in zijn achterhoofd de cabaretvoorstelling die hij ervan wilde gaan maken. Hij heeft vooral de passages onderstreept waarvan hij wist dat die, mits met de juiste intonatie en frons gebracht, een lach zouden oproepen.

Zo is er ruime aandacht voor de verschillende prostituees die in de Bijbel voorkomen, wordt er herhaaldelijk gewezen op vermeende tegenstrijdigheden in Gods handelen, wordt bij menselijkerwijs onbegrijpelijke zaken herhaaldelijk benadrukt dat alles waar is, worden verschillende gebeurtenissen vergeleken met hedendaagse op een manier die alle symboliek en heiligheid eruit haalt en ga zo maar door. Als Veldhuis al af en toe iets leerzaams aantreft (waarover straks meer), dan sneeuwt dat behoorlijk onder onder de veelheid aan grappen die hij maakt.

Positiefs

Is er dan helemaal niks goeds te melden? Dat is te kort door de bocht. De persoonlijke lijn die Veldhuis door het boekje heen vlecht, vind ik ontroerend en kwetsbaar verteld. Hij vertelt het verhaal van zijn relatie met zijn vader, die na meerdere afschuwelijke ervaringen afstand nam van de katholieke kerk, maar er nooit helemaal los van kwam. Zou zo een kneiter van een roman kunnen worden. Dit alles was ook de aanleiding voor Veldhuis om de Bijbel integraal te lezen. Hij heeft er immers nooit een letter in gelezen, hoe kan het boek dan toch zo’n invloed op zijn leven hebben? Helaas is dat niet de leidende, objectieve vraag geworden, laat staan dat hij het antwoord formuleert. Het onbegrip is op zich leerzaam. Het had een mooi verslag op kunnen leveren waar christenen, waar iedere geïnteresseerde van had kunnen leren. De poging is sympathiek, maar is wat mij betreft te badinerend uitgewerkt.

Hier en daar pikt Veldhuis ook een positief graantje mee, zoals bepaalde wijsheden in Spreuken, het geduld van God en de onwil van Jezus om de overspelige vrouw te veroordelen, maar daar volgt steevast al te snel een grap op. De conclusie ‘Oordeel niet’ komt wat mij betreft niet voort uit zijn samenvatting, die voert hooguit terug op de gebeurtenissen rond de overspelige vrouw die bij Jezus werd gebracht ter veroordeling, en al helemaal niet op de Bijbel. De Bijbel wil niet dat wij over mensen en hun lot oordelen, dat komt alleen God toe, maar vraagt zeker van ons gedragingen en uitingen (die van onszelf en anderen) te beoordelen en de juiste keuzes te maken. Een leven zonder keuzes en oordelen kan helemaal niet: ‘Hm, trouwen of samenwonen… Ai, ik mag niet oordelen’. Je snapt m’n punt.

Ik sluit af met een citaat uit het boekje: ‘Zelfde boek, andere conclusie. Wat je er uit haalt, zegt vooral wat over hoe jij in elkaar zit.’