Kranendonk, Anke | Weihnachtsoratorium

Weihnachtsoratorium is een novelle van Anke Kranendonk. Anke is actrice en schrijfster. Haar literaire debuut maakte ze met Altijd Vrolijk (waar we natuurlijk een recensie van hebben). Omdat Altijd Vrolijk in mijn persoonlijke top 10 staat, kon ik Weihnachtsoratorium niet laten liggen.

Anke trekt ons het podium op waar Helle een solo heeft in het Weihnachtsoratorium van Bach. Haar man en zoon zijn komen kijken. Als Helle na afloop haar man zoekt, is hij nergens te vinden. Helle voelt zich verlaten door haar man en dat wordt niet beter als ze haar man thuis aantreft.

Daar ligt hij, op de bank, onder het geelgeruite dekentje.
‘Frank’, zegt ze. ‘Wat is er?
‘Niks’, zegt hij, zonder op te kijken. De tv staat aan. Een schietfilm op Veronica.
‘Waarom lig je hier?’
‘Lekker’, antwoordt hij. ‘Ik was natgeregend.’
Een glas wijn staat naast hem. Zo’n grote, veel te vol geschonken.
‘Waar was je?’
‘Hier.’
‘Ik heb je overal gezocht.’
‘Ik was weggegaan.’
‘Waarom?’
Hij geeft geen antwoord, loert naar de tv.
(p.35)

Weihnachtsoratorium lijkt over een saaie echtelijke ruzie te gaan, maar door Anke’s schrijfstijl wordt het een ruzie van betekenis. Anke heeft duidelijk inzicht in de mens. Als ze haar verhaal net iets anders had verteld, dan zou Weihnachtsoratorium over niets meer dan een grappige ruzie gaan. Ze vertelt alleen zo, dat je meevoelt met Helle en je zelfs geïrriteerd raakt door haar man. Weihnachtsoratorium is een kort verhaal, maar je wordt echt meegenomen in de ontwikkelingen die Helle doormaakt.

Op een enkele vloek na, zijn er geen minpunten. Weihnachtsoratorium is een boek dat je niet aan de kant zult leggen voor het uit is. Gelukkig hoeft dat ook niet, omdat het maar 91 pagina’s lang is. Ik bleef wel zitten met één vraag. Wat betekent het einde? Als iemand mij dat kan uitleggen, laat het weten!

Peeters, Lenny | Dochter

Dochter is het verhaal van een jonge zwakbegaafde vrouw. Een andere naam dan Dochter heeft ze niet, of in ieder geval kent ze zichzelf alleen als Dochter. Ze heeft geen idee wie de man en de vrouw zijn die haar allemaal vragen stellen. Vragen over een afschuwelijke gebeurtenis. Lenny Peeters (1975) neemt ons in haar debuutroman mee in de geschiedenis van Dochter.

Dochter heeft grotendeels twee tijdslijnen. In de tegenwoordige tijd speelt zich een politieverhoor af en in de verleden tijd volgen we Dochter vanaf het moment dat ze als een jong meisje met haar vader leeft, tot het moment dat ze als jonge vrouw verdacht wordt van iets verschrikkelijks. Beide tijdslijnen zijn grotendeels chronologisch, maar op pagina 45 wordt de chronologie onderbroken. Dit gedeelte lijkt niet belangrijker dan de rest van het boek. De onderbreking van de chronologie lijkt geen dan ook geen doel te dienen.

Ik verwachtte van Dochter een inkijk in de gedachten van de zwakbegaafde Dochter.  Een inkijk waardoor ik zou begrijpen hoe Dochter denkt en tot bepaalde daden komt. Gedeeltelijk doet Lenny Peeters dat wel, maar op geen enkele manier maakt ze Dochter tot een personage waar je iets voor van medelijden voor voelt. Ik voelde juist meer en meer afschuw voor Dochter. Dochter lijkt steeds verknipter te worden. Ze mishandelt haar cavia’s, terwijl ze denkt dat ze ze verzorgt.
Pas in de laatste hoofdstukken wordt het mogelijk om iets te voelen voor Dochter, omdat Peeters de emoties van Dochter (voor zover ze die heeft) iets meer omschrijft. Toch blijft Dochter een verhaal dat meer verbazing en afschuw oproept dan begrip. Maar dat is misschien ook wel de bedoeling van Peeters. Peeters schrijft gewoon een intrigerend verhaal. Ze vertelt nooit teveel en houdt het verhaal in beweging.

Een waarschuwing voor de Hollander die Dochter gaat lezen. Lenny Peeters is een (begaafde) Vlaming. Kijk dan ook niet raar op als je woorden als ‘zetel’ en ‘proper’ langs ziet komen. Gelukkig past dit heel goed in de stijl van Dochter. Want omdat Dochter het leven van een zwakbegaafde beschrijft, zijn veel normale (seksuele) woorden al vervangen door andere, onbekende woorden. Een voorbeeld:

Ik knijp mijn vanvoren dicht. Toch heb ik al plas verloren. Ik voel aan de donkere plek in mijn broek.
Nat.
De vrouw zucht.

(p.130)

Met Dochter heeft Lenny Peeters een mooie debuutroman geschreven. Een goed lopend en origineel verhaal. Ik zou Dochter geen literatuur noemen. Dochter lijkt geen boodschap of diepere betekenis te hebben. Maar de vraag is of Peeters wel literatuur heeft willen schrijven.

Voor wie is dit boek geschikt? Voor mensen die van thrillers houden, maar ook voor mensen die niet van spanning houden. Tegenstrijdig? Lees Dochter en je zult zien dat het waar is.

 

Keeken, Caroline van | Zo worden wij niet

Caroline van Keeken’s Zo worden wij niet is het perfecte plaatje. Uiterlijk en innerlijk. Er wordt in recensies niet vaak aandacht besteed aan de omslag van een boek, maar deze verdient alle aandacht. Een voorkant zo mooi als een schilderij en een titel zo sterk als een (heel kort) gedicht. Hoe kan iemand dit boek laten liggen?

In Zo worden wij niet leven we kort mee met alledaagse mensen. Van een jong meisje tot een echtpaar op leeftijd. En ook al lijken ze zo gewoon dat ze je buren hadden kunnen zijn, hun verhalen zijn bijzonder. Bijna alle personages zitten opgesloten. Meestal niet letterlijk opgesloten, maar vast in zichzelf, in wat anderen van hen verwachten, in wat ze van zichzelf verwachten. Zo merkt het echtpaar in het titelverhaal dat ze langzaam veranderen in de typische 65-plussers die ze nooit wilden worden.

We zijn het stel geworden dat we vroeger uitlachten. We wierpen elkaar blikken van verstandhouding toe, wanneer het zwijgende echtpaar naast ons op het terras de ober vermoeid om de rekening vroeg. Zo worden wij niet. We gaven de ander een onopvallende knipoog, grinnikten om grijzige instappers, bruine sandalen, om routine en verveling.
(p. 148)

Sommige personages ontsnappen, maar als ze dat doen, doen ze dat op een verrassende manier.

Caroline van Keeken vertelt nooit te veel. Haar verhalen beginnen direct, zonder introductie. Langzaamaan vertelt ze precies genoeg om het verhaal te blijven volgen. Eigenlijk moet je altijd tot het einde blijven lezen om het hele verhaal te snappen. Zo wist ik meerdere keren pas aan het eind of de hoofdpersoon een man of een vrouw was. Die manier van schrijven zorgt ervoor dat je constant verder wilt lezen en nooit het gevoel hebt dat het verhaal niet opschiet.

De meeste verhalen zijn in dezelfde stijl geschreven, met een zelfde opbouw, waarbij de ontknoping voor de laatste bladzijde bewaard wordt. Sommige verhalen wijken af. Neem Ljoeda, het verhaal waar Caroline van Keeken de NPO Verhalenwedstrijd 2015 mee won. Dit verhaal is abstracter, kunstzinniger. In drie bladzijden vertelt Van Keeken een verhaal over een dramatische gebeurtenis. Ze beschrijft het echter afstandelijk. De emoties van de hoofdpersoon worden niet beschreven. Desondanks is het duidelijk wat ze voelt. Een knap verhaal, maar toch ben ik blij dat Caroline de lezer in de andere verhalen iets meer begeleidt en meeneemt in de emoties van de hoofdpersonen.

Zo worden wij niet is een fantastisch boek dat makkelijk leest. Negatieve punten zijn er eigenlijk niet te vinden. De ontwikkelingen die de hoofdpersonen doormaken zijn indrukwekkend gezien de lengte van de verhalen. Ik ben dan ook erg benieuwd wanneer de eerste roman van Caroline van Keeken zal verschijnen!

Kwakman, Bas | Hotelkamerverhalen

Bas Kwakman reist als directeur van een poëziefestival de wereld over. Op zijn reizen komt hij allerlei mensen en situaties tegen. Die bijzondere ervaringen verwerkte hij in Hotelkamerverhalen (fictie).

Van elke hotelkamer waarin Kwakman verblijft, maakt hij tekeningen met inkt, aquarel en stift. De omslag van het boek is één van die tekeningen. Elk verhaal in Hotelkamerverhalen is ongeveer drie pagina’s kort en wordt voorafgegaan door een tekening.

Doordat Hotelkamerverhalen uit zoveel korte verhalen bestaat, is het een fantastisch boek om even tussendoor te lezen. Het kost geen moeite om in het verhaal te komen en op elk moment kun je het boek weer wegleggen. De verhalen zijn over het algemeen zelfstandig te lezen en lezen net zo makkelijk als columns. Kwakman weet zo te vertellen dat het lijkt alsof hij je persoonlijk over zijn ervaringen vertelt. Kwakman bereikt dit onder andere door in de ik-persoon te schrijven. Daardoor leer je de hoofdpersoon maar oppervlakkig kennen en gaat alle aandacht uit naar de mensen die hij ontmoet.

Zoals gezegd zijn de verhalen kort, maar van één hotelkamer leek Kwakman niet genoeg te kunnen krijgen. Aan Medellin, Colombia wijdt Kwakman vijf achtereenvolgende verhalen. Vanaf dat moment lijken de verhalen ook een eenheid te gaan vormen, ook al blijven ze afzonderlijk leesbaar.

Kwakman weet in Hotelkamerverhalen op een subtiele manier poëzie te verwerken. Ook voor poëziemijders zoals ik voegden de gedichten iets toe. De poëzie en gesprekken waren af en toe jammer genoeg wel onvertaald. Mijn Spaans en Afrikaans is daar niet goed genoeg voor. Deze talen kwamen niet veel voor, maar als uw Engels minder goed is, zult u daar zeker last van hebben.

Hotelkamerverhalen is een mooi samenspel van schilderij, poëzie en proza. Het geeft een mooi inkijkje in verschillende werelden en is vooral geschikt voor de verloren uurtjes (of zelfs minuutjes).