De bijenhouder van Aleppo | Leferti, Christy

Vluchtelingen. Mensensmokkelaars. Omgeslagen bootjes. Opvangkampen op Lesbos. Overvolle asielzoekerscentra. We horen en lezen er dagelijks over. In De bijenhouder van Aleppo geeft Christy Lefteri een gezicht aan de anonieme vluchtelingen in de personages van Nuri en Afra uit Syrië. Een schokkend verhaal van oorlogsleed, eindeloos wachten, misbruik, slopende bureaucratie, verlies en eenzaamheid. De bijenhouder van Aleppo is echter ook een verhaal van hoop en overlevingsdrang!

Ooit waren Nuri, Afra en hun zoon Sami gelukkig in hun geboorteland. Samen met zijn neef Mustafa had Nuri een imkerij waar hij zich met hart en ziel voor inzette. Afra was een gewaardeerd schilderes en verkocht haar werk in de bazaar. De burgeroorlog maakte daar echter wreed een einde aan. Dan lijkt vertrekken nog de enige mogelijkheid, maar tijdens een bombardement komt Sami om het leven en raakt Afra haar gezichtsvermogen kwijt waardoor Afra niet weg wil.

Pas als Nuri gedwongen wordt om mee te vechten, geeft ze toe en begint de lange reis naar Engeland waar Mustafa inmiddels al is. Nuri en Afra zijn vluchteling geworden. Erger is misschien nog dat de verbondenheid die hun relatie kenmerkte weg lijkt te zijn. Afra leeft in het donker en trekt zich steeds meer in zichzelf terug. Nuri leeft in zijn angsten en verdriet en vlucht in een schijnwereld. Kunnen ze elkaar nog bereiken?

Lefteri verstaat de kunst een intens schrijnend verhaal te vertellen op een wijze die zowel schokt als ontroert. Haar taalgebruik is prachtig! Heden en verleden zijn op natuurlijke wijze met elkaar verweven en stukje bij beetje ontvouwt het leven van toen en nu van Nuri en Afra zich. Lefteri verbloemt de harde realiteit niet, maar zorgt er temidden van alle ellende voor dat wanhoop niet het laatste woord krijgt. Ondanks alles houden Nuri en Afra hoop op een toekomst waarin de bijen weer zullen zoemen en hun honing maken. Die hoop is niet goedkoop, Nuri en Afra strijden ieder tegen hun eigen demonen, maar ze laten elkaar en een toekomst samen uiteindelijk niet los. Liefde en trouw en geloof in een betere toekomst blijken, tegen alles in, te overwinnen.

Wie ooit gedacht heeft dat vluchtelingen huis en haard misschien wel erg makkelijk verlaten om ergens een beter leven te vinden, wordt in De bijenhouder van Aleppo wel uit de droom geholpen. Vluchten en alles wat je ooit had loslaten is intens zwaar en vereist ongelooflijk veel moed.

Lefteri heeft een prachtig boek geschreven en ik hoop dat het door velen gelezen zal worden!

Wieringa, Tommy | Totdat het voorbij is

tommy Wieringa - totdat het voorbij is

Tommy Wieringa kan mij als geen ander laten voelen. Ik heb genoten van De heilige Rita, waarin hij het thema ouder-kind al verkent. Hoewel dat een toch wel bijzondere vertelling is, komen ook daarin de oergevoelens als liefde, loyaliteit, verraad en binding(angst) al aan de oppervlakte. In het verhalenbundeltje Totdat het voorbij is, deelt Wieringa vanuit zijn persoonlijke leven gedachten, gesprekjes en ervaringen omtrent zijn dochters en zijn vaderzijn.

Het bundeltje kent 23 verhaaltjes van 2 à 3 pagina’s. Hoewel het boek dus qua omvang niet veel voorstelt, zijn de verhalen stuk voor stuk pareltjes. Heel vaak zijn ze uit het leven gegrepen. Zo bepaalt het eerste verhaal (over het moment waarop hij de geboorte van zijn tweede dochter op het gemeentehuis gaat melden) de lezer bij vergankelijkheid. De beambte wijst hem erop dat hij een goede pen moet gebruiken: ‘Als uw dochter over tachtig jaar het geboortebewijs opvraagt, is het net of u niet hebt ondertekend.’ ‘Ik denk aan de manuscripten die ik afstond aan het letterkundig museum, alles vulpeninkt, niks scripta manent. Als mijn dochter oud is en ik dood, zal het zijn of ze niet geschreven werden.’

Vrijwel alle verhaaltjes zijn zo opgebouwd. Hij begint met een anekdote, die van alles kan zijn. Soms een herinnering, soms iets wat zijn dochters zeggen (die de gewoonte ontwikkelden om namen van schrijvers als scheldwoord te gebruiken: ‘Hou je Steinbeck!’), soms een ontmoeting (de zelfspot over zijn ontmoeting met Möring is hilarisch) en soms een observatie.

Bijzonder raakte mij het verhaal over het verschil tussen moeder en vader, waarin hij citeert uit het werk van Knausgård. ‘”Ik heb altijd geweten dat ze meer van haar hielden dan van mij, of met een grotere intensiteit. Ze was warmer en gepassioneerder dan ik en gaf ze iets wat ik ze niet kon geven. Maar ze hadden mij ook nodig, want als ik thuiskwam na weg te zijn geweest, was het alsof er iets tot rust kwam in hen en in het huis, alsof mijn aanwezigheid een soort evenwicht schiep in hun bestaan.” Ik heb me daarbij neer gelegd: eerst de moeder en pas veel later de vader. Een gezin zonder moeder heb ik altijd als iets tragisch ervaren, als iets waar het wezenlijke aan ontbreekt. Een hart. Een gezin zonder vader kan misschien lastig zijn, onpraktisch als het ware, maar meer ook niet; het is een overkomenlijk probleem.

Deze, maar ook andere opmerkingen die Wieringa maakt, zorgen ervoor dat het boek gaat over oergevoelens: die van het vader worden en de veranderde kijk op het leven die dat met zich meebrengt. Ik ga een doos van deze boekjes aanschaffen en ik beloof iedere aanstaande vader in mijn omgeving bij dezen een exemplaar.

Rood, Lydia | Turkenliefje

Bij een roman waarin slavernij één van de thema’s is, denk je niet meteen aan christelijke Nederlanders (en andere Europeanen) in Noord-Afrika. In Turkenliefje brengt Lydia Rood hen voor het voetlicht. Een voor mij onbekend stukje geschiedenis kwam tot leven. Geïnspireerd op de memoires van Cornelis Stout, opgenomen in Christenslaven van Laura van den Broek en Maaike Jacobs, vertelt Rood het verhaal van de familie Stout vanuit het perspectief van dochter Jacomijn.

Twee periodes wisselen elkaar af in het verhaal. Aan de ene kant worden de belevenissen van de familie Stout op hun tocht naar Suriname, hun gevangenneming als het schip door kapers wordt overmeesterd en hun periode van slavernij in Algiers verteld.. Daarnaast krijg je een beeld van het leven van Jacomijn terug in Nederland dat zich jaren later afspeelt. Al tijdens de zeereis wordt Jacomijn verliefd op één van de kapers, Mahomet, en tijdens haar gevangenschap ontstaat er een echte relatie. Voorwaarde voor een huwelijk is dat Jacomijn het christelijk geloof vaarwel zegt en zich tot de islam bekeert. Haar vader wil dit echter koste wat het kost voorkomen.

Het komt uiteindelijk niet zo ver, want Jacomijn gaat terug naar Nederland. Ze vergeet haar grote liefde echter niet. Jaren later wordt ze door haar vader uitgehuwelijkt aan drukker Simon de Vries. In de ogen van haar vader is hij een betrouwbare echtgenoot en misschien wel de laatste kans voor Jacomijn om nog aan de man te komen. Jacomijn twijfelt, maar belooft haar stervende vader met Simon te trouwen. Het verleden en haar oude liefde blijken echter niet ver weg. Zeker als er ineens een zekere Dingenis van Veere, de Turk, een brief komt bezorgen die Jacomijn in grote tweestrijd brengt. Moet ze niet op zoek, terug naar Algiers, om uiteindelijk met Mahomet samen te zijn? Of kiest ze voor Simon en de geborgenheid die hij haar kan geven?

Lydia Rood geeft in Turkenliefje naast de romantische verwikkelingen in het leven van Jacomijn een uitgebreid beeld van de achttiende eeuw. Liefhebbers van historische romans komen zeker aan hun trekken als het gaat om inzicht in het leven in die tijd. Rood doet dat zeer genuanceerd. Zowel de Nederlandse samenleving als de Algerijnse wereld met slavenhouders heeft goede en minder goede kanten. Ook zijn er in beide landen goede en min of meer slechte mensen.  De hoeveelheid feitelijke informatie, hoewel zeer interessant, had echter wel als gevolg dat ik me minder goed kon identificeren met Jacomijn. Hierdoor liet ik me minder meenemen in het verhaal. De uitgebreide informatie maakte het verhaal soms wat stroperig. Ondanks dit minpuntje, heb ik Turkenliefje met plezier gelezen. Er viel genoeg te leren en waarderen! Een literatuurlijst en uitgebreide woordenlijst zijn een goede toevoeging!

Hall Kelly, Martha | Russische rozen

Russische rozen, een roman waarin het leven van de welgestelde New Yorkse Eliza Ferriday, Sofia Stresjnajva, een nichtje van de Russische tsaar en Varinka een boerendochter van het Russische platteland met elkaar verweven zijn. Een mix van historie en fictie die je vanaf de eerste bladzijde boeit.

De vriendinnen Eliza en Sofia reizen in het voorjaar vanuit het Parijse appartement van Eliza naar Sint-Petersburg. Het is de stad waar de Romanovs en de Russische elite in ongekende weelde leven, terwijl een groot deel van de bevolking in diepe armoede leeft. Het autocratische bewind van de tsaar en diens rijkdommen roepen echter steeds meer weerstand op. Op straat nemen de onlusten in hoog tempo toe. Als de dreiging van een wereldoorlog toeneemt, gaat Eliza terug naar de Verenigde Staten. Ze houdt per brief contact met Sofia. Als voor Sofia en haar familie steeds duidelijker wordt dat de volkswoede ook tegen hen als familie van de tsaar gericht is, gaan zij naar hun landhuis op het platteland. Nu komt Varinka in beeld, een boerenmeisje dat Sofia inhuurt als kindermeisje. De Stresjnajva’s leiden in eerste instantie hun leventje in grote welstand. Dat staat in schrijnend contrast tot de armoede waarin de inwoners van het platteland leven. 

Revolutie

Eliza, in New York, zet zich op allerlei manieren in voor de opvang van Russische vluchtelingen in zowel New York als Parijs. Als op een gegeven moment het contact met Sofia verbroken is, maakt ze zich ernstig zorgen over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

De Russische Revolutie maakt een einde aan het bewind van de tsaar en aan de bevoorrechte positie van adellijke families als de Stresjnajva’s. Terwijl heel veel Russische families naar het buitenland zijn uitgeweken, komt een deel van de familie Stresjnajva’s op tragische wijze om het leven. Voor Sofia was tijdens de verschrikkelijke gebeurtenissen niet aanwezig. Voor haar begint de zoektocht naar haar zoontje Max, meegenomen door Varinka. 

‘Russiche rozen’ wordt  afwisselend verteld vanuit het perspectief van de drie vrouwen. Elk van hen geeft haar eigen beeld van de geschiedenis tussen 1914 en 1920. Dat neemt de lezer afwisselend mee naar Sint-Petersburg, New York, het Russische platteland en Parijs. Juist door die verschillende perspectieven krijg je een goed beeld van deze periode.

In het Parijse appartement, waar het verhaal begon, ontmoeten Sofia en Eliza elkaar uiteindelijk weer en weten ze uiteindelijk ook een hereniging met Max tot stand te brengen. 

Martha Hall Kelly is er in geslaagd een zeer persoonlijk  en op waarheid gebaseerd verhaal over een ingrijpende periode in de wereldgeschiedenis te schrijven. Aanbevolen!

Hickey, Christine Dwyer | De laatste trein uit Ligurië

Ben je nog op zoek naar een goed vakantieboek? Stop maar met zoeken. De laatste trein uit Ligurië is het perfecte boek om te lezen aan het strand, bij het zwembad of in de tuin. De Ierse Christine Dwyer Hickey heeft haar eigen familiegeschiedenis verwerkt in een boek dat de lezer vasthoudt tot het eind. In 2009 kwam dit boek uit als ‘Last Train from Liguria’. Dit jaar is het vertaald naar het Nederlands door Paul Bruijn en Jetty Huisman voor Uitgeverij Marmer.

De laatste trein uit Ligurië speelt zich af op verschillende plaatsen en in verschillende tijden. Edward wordt geïntroduceerd als hij in de jaren twintig moet vluchten uit Ierland omdat hij zijn zus heeft vermoord. Hij laat alles achter en begint een nieuw leven in Italië. Een kleine tien jaar later vertelt Christine Dwyer Hickey verder vanuit het perspectief van Bella. Zij moet Ierland ook verlaten, maar om een andere reden. Haar vader heeft voor haar een baan geregeld bij een rijk gezin in Italië. Daar in Italië zal ze de kinderjuffrouw worden van een zesjarig jongetje, Alec. In Italië heeft Bella een moeizame start. Ze krijgt maar moeilijk contact met Alec.

‘Alessandro?’ begint ze, met duidelijk onderscheiden lettergrepen, terwijl ze in gedachten een paar geschikte zinnetjes voorbereidt, in de feer van: Ik ben je vriendin. Ik doe niets, hoor. Je hoeft niet zenuwachtig te zijn. Ze gaat op haar hurken naast hem zitten, pakt hem zachtjes bij zijn bovenarmen en kijkt hem aan, en ditmaal gebruikt ze de naam die Elida hem gaf: ‘Alesso, senti. Sono tua amica e spero che…’

Ze voelt hem onder haar handen verstijven. Zijn oogleden trillen even en zijn ogen rollen wit weg. Bella, enigszins onthutst, laat hem los. Dan praat hij. ‘We mogen hier geen Italiaans spreken, signora’, zegt hij, licht hakkelend. ‘A-alleen Engels.’

(p. 122)

Alec heeft wel een goede band met zijn pianoleraar. Het is Edward die boven de garage van de familie woont. Edward is de stabiele man waaraan niet alleen Alec, maar ook Bella zich optrekt. Zeker als het fascisme op komt zetten in Italië. Alec is in gevaar omdat hij joods is en Bella krijgt de opdracht om met Alec te vluchten. Hoewel Edward een steun is, blijft hij mysterieus en onbereikbaar voor Bella. Ook voor de lezer is niet duidelijk wat er omgaat in Edwards hoofd. Na de eerste hoofdstukken van De laatste trein uit Ligurië vertelt Christine het verhaal uit het perspectief van Bella. Christine wisselt dit perspectief af met een verhaal van zestig jaar later. Anna gaat regelmatig op bezoek bij haar dementerende oma. Haar nonna blijkt af en toe in het Italiaans te praten en noemt de naam ‘Alec’.

Hoe Anna’s en Bella’s verhalen in elkaar passen wordt langzaamaan duidelijk. Christine wisselt daarbij vloeiend tussen de verhaallijnen. Pas bij het herlezen van het boek viel me op dat Anna’s verhaal vanuit een ik-perspectief is geschreven en dat het verhaal van Bella een personaal perspectief heeft. Ondanks de grote tijdsprongen en perspectiefwisselingen is De laatste trein uit Ligurië een geheel. Christine brengt gevoel over, zonder dramatisch te worden. Of het nou de sfeer in het verpleeghuis is, of de dreiging van het antisemitisme in het Italië van de jaren dertig, geen enkel moment verveelt De laatste trein uit Ligurië. Christine pakt je aandacht en laat je niet meer gaan.

Goedbloed, Liesbeth | Broeder Ezel

Liesbeth Goedbloed - Broeder Ezel

Het debuut Broeder Ezel van Liesbeth Goedbloed heeft een aangrijpende proloog. Daarin zijn we getuige van hoe Anna haar broertje Jens vindt, die in de sloot is gevallen. Het broertje waar zij op had moeten passen. Anna denkt dat hij een engeltje is geworden.

Een tweede proloog staat tussen haakjes, begint met een Bijbeltekst en lijkt een profetische voorspellingvan de roman. De alwetende verteller richt zich tot Bettino, iemand die 742 jaar geleden in die regio van een toren is gevallen om een engel te kunnen worden. Dan begint het verhaal; Anna, een studente kunstgeschiedenis, heeft net haar scriptie ingeleverd en gaat nu samen met een ezel een trektochtmaken naar de top van de Monterosso in Italië. Anna wil voor de ezel zorgen, als haar broeders hoeder.

De voorbereidingen, het doel van de trektocht, de beschrijving van de omgeving en de herinneringen aan Anna’s jeugd vormen stof voor de zinnen in deze roman. Uit de herinneringen wordt duidelijk dat Anna komt uit een orthodox-christelijk gezin; zondags gaan ze naar de kerk, volgens de dominee is Anna hel- en doemwaardig, samen met haar broertje spelen ze kerkdienstje.

De zinnen staan bol van verwijzingen naar Bijbelverhalen. Het duizelt mij wat er allemaal voorbij komt. Al gauw wordt het idee gewekt dat Anna deze tocht gaat maken om te offeren, om met haar schuld in het reine te komen. De preken uit Anna’s jeugd hebben haar denken behoorlijk beïnvloed. Het wordt allemaal zwaar ingezet; de schuldgevoelens waar ze mee worstelt.

Hoe verder de trektocht van Anna gaat, hoe heftiger de scènes. Hoe meer ik mij als lezer verlies, tussen de herhalingen, het poëtisch taalgebruik, de veelheid van beelden en symbolen in dit esoterische verhaal over geloof en boete. Het psychisch lijden van Anna en hoe te overleven na een jeugdtrauma, verstikt. Ik heb het gevoel gek te worden net als Anna. Dat naast Anna ook broeder ezel een personage is om rekening mee te houden valt mij pas later op. Naast de beschrijvingen van de trektocht en de herinneringen aan de jeugd, komen er aan het eind meer recente flashbacks. Het wordt steeds duidelijker wat er met Anna aan de hand is. Tegen die tijd is zij overgeleverd aan de genade van de lezer.

© Deze recensie is geschreven door Antoinette Schram en eerder verschenen in Onder Woorden (april 2019). De tekst is met toestemming van de auteur hier geplaatst.

John, Sally en Gary Smalley | Claire’s hartenkreet

Claires hartenkreet - Sally John en Gary Smalley

Na drie boeken weggelegd te hebben zonder de eindstreep te hebben bereikt, was Claire’s hartenkreet een verademing. Deze eerste roman in de serie ‘Veilige havens’ van Sally John en Gary Smalley pakt vanaf het begin. Gary Smalley is een bekende expert op het gebied van huwelijk en gezin. Sally John heeft meerdere boeken op haar naam staan. Samen zijn ze een goed schrijfduo. 

De flaptekst van het boek zegt: Een ongeopend cadeau. Een verbroken gelofte. Een tragische brand. Soms zijn wonden zo diep dat zelfs de tijd ze niet kan helen. Max en Claire Beamont lijken een uitstekend huwelijk te hebben. Ze wonen in een schitterend huis, hebben leuke kinderen en alles wat hun hart maar kan begeren. Ondanks de perfecte buitenkant borrelt het in het leven van Claire. Schijn bedriegt en haar vrede verdwijnt.
Als hun levens steeds verder in de knoop raken, komen diepe behoeften en pijnen aan de oppervlakte. Niet alleen wonden tussen man en vrouw, maar ook familie wonden. Zal een tijd van zelfonderzoek en conflict hen dichter bij elkaar brengen – of zal hun huwelijk stranden? Het lijkt vreemd om je huis te verlaten als je op zoek bent naar een veilige haven. Toch is dit het waar de reis begint… zeker als er genezing moet plaatsvinden.

Het boek pakte mij door de prettige schrijfstijl. Er zit snelheid in het verhaal, veel dialogen en korte hoofdstukken – erg handig als je bijvoorbeeld door een kind in huis snel gestoord wordt tijdens het lezen. De situaties die beschreven worden zijn in meer of mindere mate herkenbaar, het gaat over het dagelijkse leven in een gezin en een huwelijk. En wat is het fijn om te leren van de omstandigheden van anderen, zonder er zelf op die manier doorheen te moeten. We maken allemaal genoeg dingen mee in het leven om een of meerdere lessen mee te nemen uit het verhaal. Ik vind het heerlijk om door het lezen van een roman – wat in eerste instantie ontspanning voor mij is – levenslessen te krijgen en te lezen over de grootheid van God. 

Wil je een literair, eigentijds en diepgaand verhaal, dan moet je Claire’s hartenkreet laten liggen. Wil je echter een laagdrempelig verhaal dat makkelijk wegleest, maar ook mooie levenslessen bevat? Schrijf dan dit boek op je verlanglijst! Veel leesplezier! 

Hillman, Robert | De boekwinkel voor gebroken harten

Omslag Boekwinkel voor gebroken harten

De boekwinkel voor gebroken harten vertelt het verhaal van drie mensen. Een ontroerend verhaal over doorgaan met leven als alles je is afgepakt. De Australische fictie- en non-fictieschrijver Robert Hillman schrijft geen romantisch sprookje, maar een authentieke roman over beschadigde levens.

De boekwinkel voor gebroken harten begint vanuit het perspectief van Tom Hope. Tom is een boer in een afgelegen gebied van Australië. Hij is geen boer geworden omdat hij dat altijd al wilde worden, maar omdat het leven liep zoals het liep. Zijn vrouw lijkt niet tevreden en vertrekt met onbekende bestemming. Als ze weer terugkomt, blijkt ze zwanger van een ander. Tom voedt het jongetje, Peter, op alsof het zijn eigen zoon is. Als zijn vrouw weer met de noorderzon is vertrokken, neemt ze Peter mee naar een Jezuskamp.

Tom blijft alleen achter. Maar dan komt Hannah in beeld. Ze heeft Auschwitz overleefd en is naar Australië vertrokken om een boekenwinkel te openen in een boerendorp. Zodra Tom en Hannah elkaar leren kennen, horen we ook Hannah’s verhaal. In Auschwitz is Hannah van haar zoon gescheiden. Hoewel Hannah extravert is, kan ze met niemand praten over haar verlies. Het hele boek door blijft het de vraag of Hannah, Peter en Tom hun trauma’s kunnen verwerken. Kunnen ze verder leven als het dierbaarste ze is afgepakt?

Robert Hillman kan met weinig woorden een sfeer neerzetten. In één zin beschrijft hij hoe Tom met zijn vrouw omgaat als ze terug is gekomen:

Tom was lief voor haar, liever dan toen hij nog van haar hield.

(p. 18)

Hoewel De boekwinkel voor gebroken harten een zoetsappig liefdesverhaal had kunnen zijn, is het veel meer dan dat. De boekwinkel gaat over standaard thema’s als liefde en verdriet, maar Hillman vertelt toch een origineel verhaal. Hannah en Tom zijn totaal verschillend en hebben compleet verschillende achtergronden en ervaringen. Gaandeweg het verhaal komen ze echter dichter bij elkaar en zie je steeds meer overeenkomsten.

Dat Hannah en Tom allebei hun (stief)zoon hebben verloren, betekent volgens Hillman niet dat hun verlies en trauma’s vergelijkbaar zijn. Het verlies van Hannah is een verlies dat nooit minder wordt. De boekwinkel voor gebroken harten gaat volgens Hillman ook niet over het helen van gebroken harten, maar over de vraag of iemand ondanks de vreselijke last die hij of zij moet dragen, de poëzie in de wereld nog kan zien. De boekwinkel voor gebroken harten is literatuur zonder dikdoenerij, een absolute aanrader.

Lanchester, John | De muur

omslag De Muur John LanchesterIn De muur gaan we naar de toekomst. Een toekomst waarin het zeewater is gestegen en het bouwen van grensmuren normaal is geworden. Deze Nederlandse vertaling van John Lanchesters The Wall is nog maar net uit en is zeer geschikt om in een weekend uit te lezen.

De muur speelt zich af in het Verenigd Koninkrijk. Om het hele land staat een dikke muur. Niet alleen om het gestegen water tegen te houden, maar ook om ‘de anderen’ buiten het Verenigd Koninkrijk te houden. De muur wordt dan ook dag en nacht bewaakt door jonge mannen en vrouwen. Hoor je niet bij de elite, dan zul je twee jaar van je leven op de koude betonnen muur moeten doorbrengen.

Joseph Kavanagh is een van de jongeren die twee jaar lang de taak heeft om de muur te verdedigen. Een gevaarlijke taak. In een gevecht met ‘de anderen’ zou hij kunnen sneuvelen. Maar een groter gevaar is misschien nog wel dat voor elke ‘ander’ die de muur toch over weet te komen, een verdediger de zee wordt opgestuurd. Toch is spanning op de muur vaak ver te zoeken en bestaat het verdedigen van de muur vooral uit lange, koude, saaie diensten. Elke onderbreking is meer dan welkom, al is het maar de thee die langsgebracht wordt.

‘Je eerste dag?  Arme stakker. Die komt altijd hard aan. Maar je raakt eraan gewend. En het regent niet, er staat geen storm en het is overdag, dus dat voordeel heb je.’

‘Ik ben Kavanagh,’ zei ik. Het vocht was donkerbruine thee, te lang getrokken en bitter, met zo veel suiker erin dat hij zoet was als roomijs. Ik had nog nooit zoiets lekkers gedronken.

‘Ik weet wie je bent, schat. Nou, we zullen elkaar vandaag nog minstens drie keer zien, dus moeten we nog wel wat te praten voor straks overhouden. En goed opletten hè?’

En toen zat Mary alweer op haar fiets (…)

(p. 30-31)

John Lanchester en de vertalers Janet Limonard en Frank van der Knoop hebben goed werk verricht. De muur is geen ongeloofwaardige sciencefiction, maar een reëel toekomstbeeld. Een toekomst waarin ‘de ander’ niet meer wordt gezien als mens, maar als gevaar. Een toekomst waarin kinderen hun ouders verwijten dat ze geboren zijn. Een toekomst zonder toekomst.

Ondanks dat De muur een ellendige toekomst beschrijft, velt John Lanchester in zijn boek geen oordelen. Zijn boek is dan ook geen directe kritiek op Trump en de Brexit, maar een poging om ons in te laten zien wat de toekomst kan inhouden. John schrijft helder en probeert niet overdreven literair te zijn. Ondanks de grote problemen die De muur behandelt, is het een makkelijk leesbaar boek. Een boek dat je snel uit leest, maar waar je nog lang over na kunt denken.

Schmitt, Eric-Emmanuel | Het evangelie volgens Pilatus

Wie een beetje Bijbelkennis heeft, weet dat er vier evangeliën zijn: het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. De eerste drie komen in tal van opzichten met elkaar overeen.  Eric-Emmanuel Schmitt voegt daar ‘Het evangelie volgens Pilatus’ aan toe. Hij is overigens niet de eerste auteur die de gebeurtenissen rond het lijden en sterven van Jezus  van Nazareth in een roman verwerkt. Het is interessant om je in te leven in een hoofdrolspeler in het drama rond de veroordeling van Jezus.

Schmitt toont ons een beeld van Pilatus, stadhouder namens de Romeinse keizer. In brieven aan zijn broer Titus  beschrijft Pilatus  wat er allemaal gaande is in Jeruzalem en omstreken. De dagen rond het Pascha zijn voor hem altijd spannende dagen. Er is veel volk in de stad, pelgrims vanuit alle hoeken van het land . Joden die de Romeinen het liefst gewapenderhand zouden willen verjagen, zouden hun kans kunnen grijpen en dan hoeft er maar iets te gebeuren of de vlam slaat in de pan. Het is er Pilatus alles aan gelegen om de rust te bewaren.

Als de Joodse leiders hem om de veroordeling van Jezus van Nazareth, Yechoea,  vragen komt hij voor de morele keuze te staan of hij recht doet of ervoor kiest om ten koste van het recht de Joden rustig te houden. Tegen het advies van zijn vrouw Claudia , die ervan overtuigd is dat Yechoea de zoon van God is,  besluit hij uiteindelijk Yechoea over te leveren om gekruisigd te worden. Door zijn handen in onschuld te wassen, geeft hij aan dat hij zich bewust is van  het onrecht. Met de dood van Yechoea lijkt voor Pilatus de zaak afgesloten en opgelucht kan hij vaststellen dat er geen relletjes zijn uitgebroken die het Romeinse gezag ondermijnen.

Maar nu begint het eigenlijke verhaal pas: een soort detective waarin het verdwenen lijk van de gekruisigde en begraven Yechoea wordt opgespoord. Pilatus is een rationeel mens, gelooft niet in bovennatuurlijke verschijnselen en probeert op logische wijze een verklaring voor het verdwenen lichaam te vinden. Als het lichaam niet is weggehaald, dan is er wellicht sprake van een dubbelganger. Of Yechoea was niet echt overleden maar schijndood. De getuigen die beweren Yechoea te hebben gezien en gesproken worden echter steeds talrijker en Yechoea verschijnt zelfs aan Pilatus’echtgenote Claudia. Omdat Yechoea gezegd heeft in Galilea zijn volgelingen weer te ontmoeten, vertrekt Claudia met verschillende andere pelgrims naar het noorden. Om zijn vrouw terug te vinden, trekt ook Pilatus naar Galilea waar hij hoort hoe Yechoea in een schitterend licht is opgenomen.

Aan de brieven gaat een proloog vooraf: bekentenis van een ter dood veroordeelde de avond voor zijn arrestatie.  Yechoea is in de Olijfhof en wacht op  zijn arrestatie. Zijn meest geliefde discipel Yehoudah Iskariot, zal hem aan de soldaten overleveren op aandringen van Yechoea zelf.  De Yechoea die je als lezer hier leert kennen door de terugblik die hij zelf op zijn leven geeft, verschilt enorm van de Jezus van Nazareth die je in de Bijbel ontmoet. Waar je in de Bijbel de zoon van God leert kennen,  is in de roman Yechoea meer een goddelijk geïnspireerd mens. Door Yechoea als mens te tonen, brengt Schmitt hem dichtbij, maar je verliest hem ten diepste als zoon van God en Zaligmaker. Dit gedeelte riep bij mij dan ook zeer gemengde gevoelens op: mag je op deze manier Jezus als personage in een roman ten tonele voeren?

Het slothoofdstuk speelt zich af in het jaar 2000 en daarin treedt de schrijver zelf naar voren en legt hij verantwoording af van zijn keuze om op deze wijze het lijden van Jezus en Zijn opstanding te presenteren.

Het Evangelie volgens Pilatus is een boeiend verhaal. Het aloude Bijbelverhaal gaat voor je leven omdat je je in kunt leven in mensen van vlees en bloed. Jezus Christus was echter meer dan een mens van vlees en bloed, Hij is God zelf. In mijn ogen heeft Schmitt hiermee  een grens overschreden.