Bernart, Sandra | Ik zag Menno

Sandra Bernart debuteerde met dit fraai geschreven boek. Ik zag Menno is een tragikomisch verhaal dat je pakt van begin tot eind. Het is de verdienste van Bernart dat het verhaal ook literaire waarde heeft.

‘Het is heel reëel dat Kim en ik samen gelukkig oud zullen worden. Dat heb ik berekend. Toeval bestaat niet.’ Vincent heeft berekend dat hij gelukkig zal worden met Kim. Dit geeft de ietwat autistische hoofdpersoon de enige zekerheid in zijn bestaan. Kim en Vincent boeken op een dag hun huwelijksreis. In een van de reisbrochures ziet Menno plotseling een foto staan waarop hij zijn verdwenen en doodgewaande broer Menno ziet. Hij raakt zo geobsedeerd door wat hij ziet, dat hij alle zekerheden in zijn leven langzaam maar zeker, vastberaden als hij is, opgeeft en loslaat en op zoek gaat naar de herkomst van de foto met als doel zijn broer zien te vinden. Zijn persoonlijke queeste brengt hem in Spanje. Wanneer hij na lang zoeken, dolen, straatartieste Rosana ontmoet en haar beter en beter leert kennen ontdekt hij dat het leven dat zijn broer Menno leidde, niet gek was. De muren van Vincents zekere bestaan, met al zijn berekeningen en wetmatigheden, brokkelen langzaam maar zeker af. Hij voelt steeds meer dat juist de onzekerheid van het leven heel ontspannen is, hem voldoening biedt en hem gelukkig maakt. Deze wetenschap brengt Vincent in verwarring, maar het is er een van de gelukkige soort.

Ik zag Menno is een literaire roman met passages die flonkeren als juweeltjes. De trefzekerheid van Bernarts schrijven, de passie voor het schrijverschap dat afstraalt van de pagina’s en de goedgekozen woorden om gevoelens van personages te omschrijven maken dat deze roman literair genoemd kan worden. Een voorbeeld: ‘Of ik alle tijd had deed er wat mij betreft niet toe. Iedereen heeft alle tijd. Ik heb niet meer tijd gekregen dan iemand anders. Het is maar net hoe je met die tijd omgaat.’ Juist de eenvoud van de woorden brengt hier een diepere lading, een diepere dimensie aan.

Vincents gedachten spelen een grote rol in het verhaal, ze geven diepte aan het verhaal. Zo ook wanneer hij op een loopband staat op het vliegveld: ‘Hier op de loopband zijn we allemaal gelijken, passanten met ieder een eigen bestemming. Niet je herkomst maar je doel is wat het verschil maakt. We zijn allemaal onderweg en bevinden ons op neutraal terrein tussen het vertrouwde verleden en een onbekende toekomst, die we alvast voorzichtig hebben ingekleurd met verwachtingen en hoop.’ Geniaal, nietwaar?

Het boek gaat over observeren en zien. Op het moment dat Vincent de regie van zijn leven meer uit handen geeft en de vonk tussen hem en Rosana overslaat en ze samen aan zee zitten, antwoordt Rosana op de vraag van Vincent of er ook dolfijnen zijn: ‘Ja, die zijn hier. Soms zie je ze springen, meestal in groepjes. Maar je moet er niet naar zoeken. Dan zul je ze nooit zien. Pas als je niet meer naar ze zoekt, ga je ze zien.’

Ik zag Menno heeft een onverwacht en haast spannend einde. Vincents gedrag roept steeds meer vragen op, hij breekt met alle zekerheden en grenzen in het bestaan en overschrijdt tevens die van anderen. Sandra Bernart heeft een ge(s)laagd debuut afgeleverd!

 

 

 

Hart, Kees ’t | Wederzijds

Kees 't hart - WederzijdsGraffiti op een kabelkastje naast je voordeur: irritant. Zeker als je in een mooi huis woont in Den Haag, al staat het in een wat mindere wijk. De hoofdpersoon van Wederzijds schildert het kastje steeds opnieuw over en ergert zich eraan dat de politie niets doet. Tot op zeker moment een vriendelijke man namens de organisatie Wederzijds aanbiedt het probleem uit de wereld te helpen. Overrompeld weten hij en zijn vrouw niet goed raad met dit aanbod, maar al snel is niet alleen het probleem met het kabelkastje opgelost, maar staat ook een leegstaand schoolgebouw, dat voor geluidsoverlast in de wijk zorgde, in lichterlaaie. Korte tijd later ligt een rekening in de bus: 400 euro alstublieft. Betalen en vergeten, denken ze, maar zo werkt het niet bij Wederzijds. Voor wat hoort wat, zo blijkt. Climax is een situatie op de school waar de hoofdpersoon werkt. Van een meisje verschijnen pornografisch gefotoshopte beelden op internet. Om de vermoedelijke dader die blijft ontkennen een lesje te leren schakelt de hoofdpersoon een organisatie als Wederzijds in die shockerende maatregelen neemt, waarna hij anoniem een envelop ontvangt.

In de enveloppe zat een kootje van een wijsvinger. Met nagel. Niet van echt te onderscheiden. Hij was van hard vleeskleurig plastic. Er was rode verf op gesmeerd. Nepbloed. Geen briefje erbij. (…)

Ik fietste haastig naar huis, malend, hardop in mezelf pratend, scheldend en vloekend. Waar was ik aan begonnen? Hoe konden we hieraan ontsnappen? Misschien was alles al te laat. Stond de politie voor de deur. Had Kelly me aan het lijntje gehouden. Was Wies opgepakt. Conrector betrokken bij wraaknemingen op school. Uit Engeland overgewaaide grote criminele organisatie opgerold. Met vertakkingen onder alle lagen van de bevolking.

In het boek beschrijft de hoofdpersoon hoe hij tegen wil en dank verzeild raakt in een organisatie die op illegale wijze criminaliteit bestrijdt. Het verhaal begint lichtvoetig; de hoofdpersoon en zijn jongere vrouw, een oud-leerling van hem, doen een beetje lacherig over de hele situatie. Maar onder de oppervlakte voel je al snel dat het wel eens flink uit de hand kan gaan lopen. En de hoofdpersoon doet zich weliswaar naïef voor, maar is hij dat ook of veegt hij achteraf zijn straatje schoon?

De ondertoon in deze komedie is satirisch: de overheid doet te weinig aan overlastbestrijding; organisaties als Wederzijds vormen een gat in de markt. Je gaat het als lezer bijna vanzelfsprekend vinden dat je als ‘onschuldige’ burger een geluidsbom bij een ander in de brievenbus gooit om hem een lesje te leren. Het is een hele klus om tijdens het lezen op je qui vive te blijven en het onderscheid tussen begrip en goedkeuring scherp te houden. Daarmee is het tegelijk een absurdistisch én realistisch verhaal, dat je tegen wil en dank meeneemt tot het eind, zoals de organisatie Wederzijds zelf.

Akkerman, Stevo | De mooiste dag

Omsloten door de hoofdstukken ‘Therese, Jacob, Wilco, Floor’ vertelt Stevo Akkerman in De mooiste dag vanuit de afzonderlijke perspectieven van deze personages over het gezin waar zij deel van uit maken. Dochter Therese gaat bevallen en haar man, vader en zus wachten in spanning op het verloop van de bevalling die niet zonder problemen verloopt. Moeder Agnes ontbreekt, sterker nog: zij is verdwenen en niemand weet waar ze uithangt. En dat op het moment waar ze zo lang naar toe heeft geleefd.

Vanuit de verschillende perspectieven krijg je een beeld van de onderlinge relaties in het gezin en de karakters van de verschillende personen. Onuitgesproken verwachtingen, verlangens en frustraties veroorzaken onderhuids enorme spanningen. Slechts zelden komen ze aan de oppervlakte in gezinsverband, maar als lezer ben je er steeds weer vanuit ander perspectief deelgenoot van. Moeder Agnes leren we alleen kennen vanuit de ogen van haar man en kinderen. Dit geeft uiteraard een veelzijdig beeld, maar laat haar niet zelf aan het woord.

Stevo Akkerman verstaat de kunst van zijn personages ‘echte mensen’ te maken. Ze zijn herkenbaar in hun ambities, hun teleurstellingen, hun pogingen het goed te doen en hun falen. In ‘De mooiste dag’ ontmoet je mensen die vluchten voor de confrontatie met de ander en zich vervolgens tekort gedaan voelen. Je ontmoet mensen die te weinig oog hebben voor wat de ander echt bezighoudt en het leven van de ander alleen vanuit hun eigen perspectief bekijken. Je ontmoet mensen die wel anders zouden willen, maar zich onmachtig voelen de situatie te veranderen.

Akkerman toont zich een milde schrijver in de wijze waarop hij zijn personages neerzet, waardoor ik uiteindelijk voor allemaal wel een zekere sympathie had. Wellicht had dit ook te maken met de herkenbaarheid en de spiegel die je daarmee wordt voorgehouden.

Door de vertelwijze vanuit de verschillende perspectieven bleef De mooiste dag tot op de laatste bladzijde boeien. Akkerman is een verteller die zijn verhaal  zo weet te verwoorden dat je wordt meegenomen en tot op de laatste bladzijde blijft genieten.  De slotzin suggereert herstel: ‘Ik ben er nog meisje,’ zegt ze zacht. ‘Het verhaal is nog niet voorbij.’ Het maakte me nieuwsgierig!

 

Klein Haneveld, Johan | De Krakenvorst boek 1: Keruga

Johan Klein Haneveld, auteur van onder andere het non-fictieve werk De loser die wint (2015), heeft met De Krakenvorst een volgende stap gezet. Schreef hij al eerder sciencefictionromans, nu is de fantasyroman aan de beurt. En ook deel 2: Kartaalmon is inmiddels uitgekomen. Naast deze schrijverij is Klein Haneveld auteur van korte verhalen in het sciencefictiongenre, is hij eindredacteur van het Tijdschrift voor Diergeneeskunde en is hij behalve dol op zijn vrouw, gek van vissen en aquariums. Je zou met recht kunnen zeggen dat hij een zeer veelzijdig mens is. Ook heeft hij al diverse prijzen en nominaties in de wacht weten te slepen. .

In De Krakenvorst, boek 1, volgen we de levens van een aantal jonge mensen: Alecia, priesteres in opleiding, Tarid, half mens, half Hirita en Frelik, een jonge jongen op de vlucht voor de vijand. De levens van hen zullen, je voelt het al aan, vanzelf ineen worden gevlochten. Aan het einde van boek 1 zijn Frelik, Tarid en Peritar al bij elkaar gekomen. Elk van deze personages heeft zo zijn/haar eigen problemen, vragen en worstelingen. Keuzes maken en de consequenties dragen van die keuzes, daar draait het allemaal om. In Keruga, het priesterdom, leren we Alecia kennen. Ze worstelt met de strenge leer van de priesters. Brengen alle wetten en regeltjes echte vrijheid? Hoe verhouden deze zich ten opzichte van de Almachtige zelf? Als priesteres in opleiding zal ze een nacht doorbrengen voor de Spiegel der Dromen. Hier ontvangt ze een visioen over een gigantische inktvis die zijn tentakels spreidt over de hele wereld. Deze inktvis wordt de Kraak genoemd. Dan is er nog de Krakenvorst, een demonische heerser die het volk hoge belastingen oplegt. Dit noopt vele mensen tot wanhopige maatregelen. Alecia gaat haar boodschap overbrengen bij de koning van Kartaalmon. Hier wordt ze geconfronteerd met tegenwerking en ze wordt gedwongen te vluchten. Op dat moment vallen vijandelijke legers van buiten het koninkrijk Kartaalmon aan: de zwarte rovers (monsters) vallen de burgers aan van het koninkrijk.

Klein Haneveld weet de sfeer in zijn boek goed te beschrijven: uitgebreide natuurbeschrijvingen en gedetailleerde informatie over mensen en plaatsen liggen hieraan ten grondslag. Hij mag wel proberen om niet te lang uit te weiden hierover, zijn kracht is ook een valkuil. Interessant, boeiend zelfs, is dat hij de thematiek en de boodschap van zijn non-fictieve werk De loser die wint laat terugkomen in een fantasyverhaal. Het staan in een religie waarin je beknot wordt door regels en wetten, al dan niet schriftelijk vastgelegd, leidt niet tot echte christelijke vrijheid. De auteur zet zich hier (terecht?) tegen af. Met name het eerste gedeelte van het boek gaat hierover. Alecia worstelt hiermee en ontvlucht uiteindelijk het priesterdom. Dat heeft veel te zeggen.

De Krakenvorst laat zich lezen als een soort parabel, een gelijkenis. Veel symbolen, motieven ontleend aan het christelijke geloof vind je terug in het boek. De kerkdienst die Alecia bijwoont in het begin van het boek doet denken aan kerkdiensten waarin de dominee bekende klanken uitgiet over de hoofden van de gemeenteleden, maar die ten diepste langs je heen gaan. Een wezenlijk gevaar! Het wettische geloof tegenover het staan in de christelijke vrijheid komt diepgaand aan de orde:

‘Als iemand zich niet houdt aan de geboden, moet hij daar op worden gewezen. “Hij heeft gerechtigheid lief”, staat in hetzelfde boek. ‘En gerechtigheid staat gelijk aan het gehoorzamen van regels?’ vroeg Forina ontsteld. ‘Zoals het op tijd in de dienst komen?’ Manila knikte. ‘Op die manier dienen we de Almachtige. (…) “Geboden zijn er niet voor niets. Wie de kleine vergeet, houdt zich ook niet aan de grote”.

‘Ik voel me opgesloten, alsof ik vastzit in kettingen, die langzaam strakker worden. Alles waardoor ik tot leven kom, mijn eten en drinken, moet ik van de priesters wegdoen. Geen plezier, geen vrienden, alleen hun regels en hun boeken. Maar ik wil vrij zijn. Ik wil reizen, mensen ontmoeten, de wereld zien…’

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mensen zich hierin, helaas, zullen herkennen. Dat deze worsteling serieus genomen wordt door een fantasyschrijver als Klein Haneveld, is een troost. Invoelend, meelevend verwoordt hij die geestelijke strijd omdat hij zelf erdoorheen gegaan is. Ik roep een ieder op om De loser die wint te lezen en daarna zijn tweeluik over De Krakenvorst.

 

 

Keith, Ellen | Gedwongen kampliefde

Een Duits concentratiekamp  tijdens de Tweede Wereldoorlog en een cellencomplex  waar de Argentijnse militaire junta zijn tegenstanders gevangen hield vormen het decor van de aangrijpende roman Gedwongen kampliefde. Een fictief verhaal, maar gebaseerd op een gruwelijke werkelijkheid.

De verzetsstrijders Theo en Marijke de Graaf worden gearresteerd en afgevoerd naar Buchenwald waar ze de verschrikkingen van het naziregime ondergaan. Al snel krijgt Marijke de kans om aan de grootste ellende te ontsnappen, maar daar moet ze wel een heel hoge prijs voor betalen: werken in het kampbordeel voor gevangenen. Een onmogelijk dilemma want beide keuzes hebben hun verschrikkelijke consequenties. Marijke kiest  en voert haar strijd om mens te blijven en zichzelf in de ogen te kunnen blijven kijken.

SS-officier Karl Müller heeft in Gedwongen kampliefde een andere strijd te voeren. Als nazi een bureaufunctie vervullen is wel heel iets anders als verantwoordelijk zijn voor het martelen en moorden in een concentratiekamp. Het kost hem moeite, maar moet zich handhaven en daarbij ook aan de verwachtingen van zijn fanatieke vader voldoen.

Als hij Marijke ontmoet en van haar diensten gebruik maakt, ontstaat er een zekere relatie tussen hen. Een bizarre relatie waarin haat en liefde, schuld en schaamte, goed en fout lijnrecht tegenover elkaar staan. Marijke en Karl maken gebruik en misbruik van elkaar om beiden te kunnen overleven. Bij beiden speelt eigenbelang een hoofdrol, maar het is voor mij gemakkelijker om Marijke te vergeven dan Karl, en dat heeft vooral te maken met de tweede verhaallijn in Gedwongen Kampliefde.

Luciano Wagner wordt gearresteerd vanwege zijn protest tegen de Argentijnse militaire junta. Hij heeft een Duitse vader met wie hij nooit een goede band heeft kunnen ontwikkelen. Altijd kreeg hij het gevoel dat hij niet voldeed aan de verwachtingen die zijn vader koesterde.

Heel subtiel roept Ellen Keith vragen op over vader Arturo Wagner. Waarom gedraagt hij zich zoals hij doet? Waarom heeft hij zo’n moeite met de geaardheid van zijn zoon? Waarom hangt er zoveel geheimzinnigheid rond zijn persoon? Wie is hij eigenlijk?

Marijke komt na veel ontberingen uiteindelijk thuis na de ineenstorting van het Duitse rijk en wonder boven wonder leeft ook Theo nog. Na een gedwongen kampliefde volgt een gedwongen zwijgen uit liefde en zelfbehoud.

Luciano Wagner komt niet meer thuis, hij is een van de vele verdwenen personen waar op de Plaza de Mayo door de even zovele moeders voor wordt gedemonstreerd. Uiteindelijk worden de vragen rond Arturo beantwoord. Niet verrassend, wel confronterend. Een vader die geen vader kon zijn, omdat hij zelf niet de zoon heeft kunnen zijn die hij had moeten en willen zijn.

Gedwongen kampliefde is geen vrolijk boek, het confronteert je met de zwartste kanten van het leven. Er staan gruwelijkheden in beschreven die je helemaal niet wilt lezen, maar het boek vraagt om de moed om door te lezen.  Dan zal je  tot in het diepst van jezelf ervaren dat er omstandigheden zijn waarin het ongelooflijk moeilijk is de grens tussen wat goed en wat fout is, wat schuld en verantwoordelijkheid is,  te bepalen.

 

Treur, Franca | Hoor nu mijn stem

 

Vanzelf ongelovig

Franca Treur - Hoor nu mijn stemWie ben ik? En mag ik zijn wie ik ben? Hoofdpersoon Gina – als meisje Ina – is in de roman Hoor nu mijn stem naarstig op zoek naar haar identiteit. Ze is een weesmeisje dat opgroeit bij haar tantes in Zeeland, in het reformatorische milieu zoals we dat uit Treurs eerdere roman Dorsvloer vol confetti kennen. Maar waar Katelijnes verhaal stopt voordat ze gaat puberen, gaat Gina’s verhaal daar verder.

Als presentator bij Radio 1 is Gina helemaal een vrouw van deze tijd. Ze vindt zichzelf succesvol, maar onder de oppervlakte woelt onzekerheid. Het lukt haar niet om het geluk te vinden in de liefde, in haar werk blijkt ze minder onmisbaar dan ze dacht en haar relatie met thuis is wankel. De reformatorische tantes hebben geen idee dat hun nichtje een ‘afvallige’ is geworden, ze weten zelfs niet dat Gina radiopresentator is en op een ietwat geforceerde manier doet Gina er alles aan om dat zo te houden. Tussendoor lees je het verhaal van Gina’s jeugd en de ontwikkeling die ze doormaakt. Enerzijds is er in haar een hunkering om een voorbeeldig meisje te zijn, geen naamchristen maar een uitverkoren kind van God. Anderzijds is er de hang naar het leven hier en nu, verlangt ze eigen keuzes te maken in plaats van ja te zeggen tegen opgelegde ‘waarheden’. In haar studententijd bereikt deze innerlijke strijd een climax als ze enerzijds belijdeniscatechisatie volgt en anderzijds colleges van een atheïstische professor.

Zo zat ze daar alleen op haar studentenkamer, huilend, biddend als een bezetene, en daarna obsessief door de Bijbel gaand op zoek naar teksten waardoor de Heere kon antwoorden, tot ze vroeg in de ochtend uitgeput in slaap viel.

En toen ze de volgende dag wakker werd, drong het tot haar door. De ontzaglijke waarheid: wat ze wilde, wilde ze niet écht. Ze zag het heel duidelijk voor zich, en schaamte spoelde over haar heen. Het was alsof haar voor het slapengaan een belofte was gedaan. Namelijk, dat zou uitkomen wat ze in haar dromen zou wensen. Haar allerliefste wens zou vervuld zijn bij het ontwaken. Maar ze had genoeg Freud gelezen om te weten dat wat je droomt niet datgene is wat je wenst als je wakker bent. In dromen komen onbewuste wensen naar boven, dat wat je écht wilt.

En wat ze écht wilde was een ander leven dan dat van tante Ma, met haar strenge prekenboeken en haar oogkleppen op. Onafgebroken in de nette kamer met haar Bijbel als het antwoord op alles en haar haar in een knot. Ze had altijd gevoeld dat dat het ware was. Van kinds af aan had ze het ook nagestreefd. Maar wat ze diep vanbinnen wilde, écht wilde, was: leven.

Het reformatorische milieu schildert Franca zwart-wit. Realistisch is de waarde die men hecht aan uiterlijke regels, de sociale druk van de gemeenschap, het niet-vanzelfsprekende een kind van God te zijn. Daartegenover staat dan het leven in ‘de wereld’, los van God en gebod. De scheiding tussen deze werelden is in het boek heel strikt, op het irrealistische af. Dit doet een beetje naïef aan. Alsof reformatorische mensen volstrekt wereldvreemd door het leven gaan. Zonder televisie, zonder radio, met zo min mogelijk contact met de buitenwereld. Exemplarisch is het fragment waarin Gina als kind buiten loopt en plotseling uit een tractor het weerbericht hoort. De stem van God, denkt ze, tot ze dezelfde stem de prijs van bananen hoort vertellen. De radio. Hoor nu mijn stem.

De zoektocht naar een eigen identiteit binnen een dominante subgroep is enerzijds herkenbaar voor mensen die uit het beschreven milieu afkomstig zijn, maar heeft tegelijk iets vermoeiends. Waar het meisje sympathie opwekt in haar onzekerheid, haar vragen omtrent geloof en het milieu waarin ze opgroeit, roept de volwassen Gina ook een lichte irritatie op. Want waarom hakt ze wel de knoop door om haar eigen weg te gaan, los van God en kerk, maar durft ze dit thuis niet aan tante Ma te vertellen? Omdat ze niet los genoeg is van haar achtergrond? Haar tante niet wil kwetsen? De schijn op wil houden? Hoe dan ook, Treur laat ermee zien dat het moeilijk is om jezelf een nieuwe identiteit aan te meten, anders dan degene die je vanuit je opvoeding meekrijgt. Toch maakt juist dit dat je na lezing van het boek een wat onbevredigd gevoel overhoudt. Waarom de confrontatie niet aangegaan? Dit had het verhaal mogelijk wat meer spanning en een extra dimensie kunnen geven.

Gerritsen, Esther | De trooster

‘Ik onderzocht mijzelf voor het eerst met een serieus praktische bedoeling. En daar trof ik ontstellende dingen aan: een dierentuin vol begeerten, een gekkenhuis vol ambities, een kleuterschool vol angsten, een harem vol gekoesterde haatgevoelens.’  Deze woorden van C.S. Lewis geeft Esther Gerritsen mee als motto aan De trooster. Een mens in zijn gebrokenheid, een mens op zoek naar heling, een trooster.

Jacob, conciërge in een kloostergemeenschap, een buitenbeentje in de ‘gewone wereld’ leren we kennen als een tevreden mens. ‘Ik was tevreden met mijn gebrekkige lichaam, dat brandt en slijt en toch volstaat, dat doet wat het moet doen. Ik verlangde niets.’ Hij, de buitenstaander, voelde Gods liefde  die de liefde van mensen verving  in zijn eenzaamheid.  Al schurend aan de deurposten wist hij zeker dat hij gelukkig was. Hij had niets (meer) te willen. Tot  het moment dat Henry Loman binnenkwam.

Deze simpele woorden brengen meteen spanning in het verhaal. Het behoort niet tot de taken van Jacob om de gasten die zich voor een retraite in het klooster terug willen trekken te ontvangen. Het loopt nu echter zo en deze ontmoeting zet het leven van Jacob op zijn kop. Lohman is niet de eerste de beste, de broeders in het klooster vinden het maar wat jammer dat deze staatssecretaris zich na de eerste ontvangst door Jacob steeds weer tot de conciërge wendt. Voor Jacob is het een nieuwe ervaring een vriendschap te ontwikkelen waarin lief, leed, tekortkomingen en schuld met elkaar gedeeld worden.

Uiteindelijk loopt het uit op een enorme teleurstelling: Jacob ervaart dat hij Lohman niet uit zijn zonden en falen kan verlossen en dat Lohman ten diepste die verlossing ook afwijst. Het Bijbelse  verhaal van Jezus’ lijden en opstanding loopt parallel aan de verhaallijn van Jacob en geeft de diepte die je als lezer zo graag ziet in een roman. Gerritsen blinkt uit in de wijze waarop ze in De trooster  haar personages weet neer te zetten, ze komen tot leven.  Ze worden de mensen uit het citaat van Lewis, mensen op zoek naar een trooster. Een trooster die de diepste wonden in een mensenleven balsemt of een trooster die een pleister plakt op de oppervlakkige wonden?

De trooster is een roman die het verdient om meer dan eens te worden gelezen, er valt veel in te beleven!

Hermsen, Joke J. | Rivieren keren nooit terug

Joke Hermsen - Rivieren keren nooit terug - CoverEr zijn van die romanpersonages die je intrigeren. Resoneren, noemt Franca Treur het in een Trouwcolumn (26 mei 2018), als een schrijver een boek weet te schrijven ‘waarin veel bekends zit én een vleugje eigenheid, zodat de lezers denken: dat is mooi gevonden! Ze hadden het immers zelf bijna gevonden.’ Ze herkennen iets in het geschrevene, maar hadden het zelf niet zo onder woorden kunnen brengen. Rivieren keren nooit terug van Joke J. Hermsen is zo’n boek. Een verhaal over de kracht van jeugdherinneringen, liefde, verlies en rouw. Over dochter zijn, volwassen worden en moederschap. Een boek waarin filosofische mijmeringen afgewisseld worden met prachtige landschapsbeschrijvingen, en de schoonheid van kunst, cultuur en muziek een plek krijgen.

Ella Theisseling, een in Amsterdam woonachtige kunsthistorica, maakt na de dood van haar vader in een oude auto een reis naar de Gard, in het zuiden van Frankrijk. Hier bracht ze tijdens haar jeugd de zomervakanties door, zwom in de rivier de Gardon met haar Franse vakantieliefde Marc. De reis blijkt meerdere doeleinden te hebben. Niet alleen wil Ella de dood van haar vader verwerken en in het reine komen met haar verleden. Ook hoopt ze Marc Garcia op een festival weer te zien en wil ze meer duidelijkheid krijgen over haar afkomst. De overgrootmoeder van Ella’s vader is als kindermeisje in Frankrijk zwanger geraakt van een Franse graaf of baron. Tijdens haar roadtrip maakt Ella aantekeningen in een schrift, met aan de ene kant een verslag van de reis en aan de andere kant dromen en herinneringen. Zo schrijft ze heden en verleden naar elkaar toe.

De relatie met haar vader was liefdevol maar complex. ‘Ze wist nog steeds niet wie ze nu eigenlijk had verloren: een liefdevolle vader of een cynische driftkop.’ Een man die fietstochtjes met haar maakte, een duivenhok timmerde en haar leerde zwemmen. Maar ook een man die traumatische herinneringen met zich meedroeg, teveel dronk en er soms driftig op los sloeg. Ook de relatie met haar moeder is ingewikkeld. Ella als jong meisje: ‘Ik […] denk na over het feest, over mijn moeder en over mijn juf op school, die ik soms liever vind dan mijn moeder. Het is heel erg om zoiets te denken. Wie vindt haar eigen moeder nu niet de liefste?’ Ella voelde zich verantwoordelijk voor het huwelijk van haar ouders ‘als kleine soldaat met een onmogelijke vredesmissie’.

Je leert Ella kennen als een groot liefhebster van kunst en cultuur. ‘De vierde prelude van Chopin galmde door de theesalon, zijn mooiste vond Ella. Bij de drie slotakkoorden moest ze zo diep zuchten dat de jongen achter de bar verwonderd naar haar opkeek.’ Een beeldhouwwerk van de kunstenaar Gislebertus, Eva, wordt niet alleen uitgebreid besproken maar ook van theologische reflecties voorzien. Reflecties overigens waar de nodige kanttekeningen bij te maken zijn. ‘Gislebertus had uit twee stenen een levensechte vrouw gehouwen, die zonder schuld of schaamte wegzwom van alle onterechte aantijgingen.’ Dit Evareliëf vormt ook de cover van Hermsen’s boek  maar dan gespiegeld, in tweevoud. Waardoor Eva niet alleen wegzwemt, maar ook naar zichzelf terugkeert. In een brief aan haar zoon Tobias schrijft Ella hoe volgens Kierkegaard het leven alleen achterwaarts kan worden begrepen. En dat is wat gebeurt. In het ontroerende slot van het boek, staande in de rivier, overbrugt Ella de afstand naar haar jeugd en haar vader.

Hermsen’s stijl wordt wel als meanderend omschreven. Soms leidt dat tot onnodige en ook onwaarschijnlijke uitweidingen. Dat de adellijke voorvader van Ella dezelfde naam blijkt te hebben als een schilder waar ze onderzoek naar deed, komt gekunsteld over. Evenals sommige fraaie volzinnen naar het theatrale neigen: ‘Het land leek overspoeld te worden met de tranen die zij haar vader schuldig was gebleven.’ Maar vaak raken haar zinnen, gedachten en beelden een snaar die nog lang blijft resoneren.

 

Zantingh, Peter | Na Mattias

Na Mattias - Peter ZantinghAls er iemand wegvalt, dan gaat het leven voor alle andere mensen door. Het leven verandert, het krult zich om de lege plek, kapselt hem in en geeft het gemis en het verdriet een steeds minder zichtbare plek. En dat proces voltrekt zich voor iedereen anders. Hoe prachtig heeft Peter Zantingh dat gevangen in het boekje Na Mattias.

Via 7 personages vertelt hij over het gat dat valt na Mattias dood. We volgen het leven van de vriendin van Mattias, z’n beste vriend, z’n moeder, zijn grootouders en wat viavia kennissen. Maar iedereen krijgt op zijn manier te maken met de dood van Mattias.

Amber, bijvoorbeeld, de vriendin van Mattias worstelt met zichzelf vooral over de manier waarop ze voor het laatst met hem gesproken heeft. Mattias was namelijk nogal een enthousiast type, dat aan veel dingen begon, maar lang niet alles afmaakte. Toen ze daar feedback op gaf, reageerde hij niet goed en ziedaar, het laatste gesprek dat ze hadden. Of Chris, de beste vriend met wie Mattias een koffiebar wilde beginnen. Het zou een heel bijzonder cafe worden, waar je een kop koffie bestelde terwijl je naar een goed muziekje luisterde. Op je kassabon zou staan welke muziek je luisterde. Chris zoekt naar een zinvolle invulling van zijn dagen en vindt die in het begeleiden van een blinde hardloper.

Opa en oma martelen met Netflix, dat Mattias ooit voor het instelde, maar dat ze niet meer aan de praat krijgen. Moeder Kristianne deelt haar leed met een buurvrouw met een immigrantenverleden. Zelfs mensen die Mattias niet eens echt persoonlijk kenden, worden in het boek opgevoerd. Issam kende Mattias eigenlijk alleen van het internet.

Het boekje (het is 200 blz. dik) is erg toegankelijk. Het verdriet zit hem vaak in de kleine dingetjes: een fiets die weer thuis wordt gebracht, een naam in een computerspel. De dwarsverbanden die in de verschillende verhalen worden gelegd, zorgen ervoor dat er als vanzelf een gelaagd beeld ontstaat van Mattias, hoewel hij in het boek natuurlijk alleen in de herinneringen leeft.

Bijzonder aan het boekje is dat het idee van playlists is uitgewerkt: op de laatste bladzijde staat de playlist van de koffiebar en even zoeken in Spotify leert dat de playlist al is aangemaakt en hij ondersteunt de sfeer van het boekje goed. Het is in alle opzichten een boek dat af is.

Dee, Jonathan | De kiezers

De kiezers, een roman over groeiende ongelijkheid in een veranderende (Amerikaanse) samenleving. ‘ “Weet je hoe ik me voel?” zei Gerry. Hij probeerde zijn toon net zo luchtig te houden als de hare, maar merkte dat hij daar niet in slaagde. “Ik voel me bedreigd, maar dat is nog niet eens het ergste, het ergste is dat iedereen maar blijft roepen dat ík degene ben die dreigt, dat wat ik zwart noem in feite wit is en andersom. Net als in Orwell. Als ze het maar vaak en hard genoeg zeggen, denken ze, dan gaan we het vanzelf geloven. En ze hebben nog gelijk ook. Ik heb het gevoel dat ik pas kortgeleden ben gaan snappen wat er eigenlijk aan de hand is.” ’

De kiezers  begint met een proloog in 2001 in New York net na de alles veranderende aanslagen van 9/11. We leren Mark Firth kennen die de bewuste dag toevallig in New York was. In De kiezers leven we  vervolgens mee met de inwoners van het Amerikaanse stadje Howland in Massachusetts, woonplaats van Mark. Het is een ‘normaal’ stadje op het platteland met ‘normale’ problemen: geldzorgen, relatieproblemen en de lasten en lusten van het gewone leven.

Vanuit verschillende perspectieven laat Dee zien wat er zoal speelt in het gezapige Howland, ver van de grote stad met zijn eigen problematiek en dynamiek.

Het verhaal krijgt een omslag als de miljardair Philip Hadi van zijn zomerhuis in Howland zijn permanente verblijfplaats maakt. Hadi vreest nieuwe terreuraanslagen en verruilt het onveilige New York voor de betrekkelijke veiligheid van het platteland. Als de burgemeester overlijdt, werpt Hadi zich op als de enige kandidaat en weet in korte tijd de sympathie van de meeste bewoners te verwerven.

Slechts een enkeling  (Gerry) laat zich kritisch uit over de steeds groter wordende rol die Hadi in het stadje  krijgt als hij de kosten van de gemeente grotendeels voor zijn rekening neemt. Als Hadi echter te veel invloed krijgt, mede als gevolg van de economische crisis, en bewoners te afhankelijk worden slaat de sympathie voor Hadi om in onderling wantrouwen en lopen de spanningen op. Als Hadi uiteindelijk vertrekt en het stadje weer aan zichzelf achterlaat, blijken de onderlinge tegenstellingen alleen maar groter en is de harmonie die er ooit toch enigszins was ver te zoeken. Howland is een verdeeld stadje, zoals de Amerikaanse samenleving verdeeld is.

Dee is lang voordat Trump president werd deze roman begonnen, maar de actualiteit heeft inmiddels bevestigd wat Dee in De kiezers verwoordde. Het is een boeiend verhaal,  afwisselend door de verschillende perspectieven en met vaart geschreven. Ik vind het jammer dat het taalgebruik onnodig grof is, zonder vloeken en schuttingtaal had ik er meer van kunnen genieten.