De bijenhouder van Aleppo | Leferti, Christy

Vluchtelingen. Mensensmokkelaars. Omgeslagen bootjes. Opvangkampen op Lesbos. Overvolle asielzoekerscentra. We horen en lezen er dagelijks over. In De bijenhouder van Aleppo geeft Christy Lefteri een gezicht aan de anonieme vluchtelingen in de personages van Nuri en Afra uit Syrië. Een schokkend verhaal van oorlogsleed, eindeloos wachten, misbruik, slopende bureaucratie, verlies en eenzaamheid. De bijenhouder van Aleppo is echter ook een verhaal van hoop en overlevingsdrang!

Ooit waren Nuri, Afra en hun zoon Sami gelukkig in hun geboorteland. Samen met zijn neef Mustafa had Nuri een imkerij waar hij zich met hart en ziel voor inzette. Afra was een gewaardeerd schilderes en verkocht haar werk in de bazaar. De burgeroorlog maakte daar echter wreed een einde aan. Dan lijkt vertrekken nog de enige mogelijkheid, maar tijdens een bombardement komt Sami om het leven en raakt Afra haar gezichtsvermogen kwijt waardoor Afra niet weg wil.

Pas als Nuri gedwongen wordt om mee te vechten, geeft ze toe en begint de lange reis naar Engeland waar Mustafa inmiddels al is. Nuri en Afra zijn vluchteling geworden. Erger is misschien nog dat de verbondenheid die hun relatie kenmerkte weg lijkt te zijn. Afra leeft in het donker en trekt zich steeds meer in zichzelf terug. Nuri leeft in zijn angsten en verdriet en vlucht in een schijnwereld. Kunnen ze elkaar nog bereiken?

Lefteri verstaat de kunst een intens schrijnend verhaal te vertellen op een wijze die zowel schokt als ontroert. Haar taalgebruik is prachtig! Heden en verleden zijn op natuurlijke wijze met elkaar verweven en stukje bij beetje ontvouwt het leven van toen en nu van Nuri en Afra zich. Lefteri verbloemt de harde realiteit niet, maar zorgt er temidden van alle ellende voor dat wanhoop niet het laatste woord krijgt. Ondanks alles houden Nuri en Afra hoop op een toekomst waarin de bijen weer zullen zoemen en hun honing maken. Die hoop is niet goedkoop, Nuri en Afra strijden ieder tegen hun eigen demonen, maar ze laten elkaar en een toekomst samen uiteindelijk niet los. Liefde en trouw en geloof in een betere toekomst blijken, tegen alles in, te overwinnen.

Wie ooit gedacht heeft dat vluchtelingen huis en haard misschien wel erg makkelijk verlaten om ergens een beter leven te vinden, wordt in De bijenhouder van Aleppo wel uit de droom geholpen. Vluchten en alles wat je ooit had loslaten is intens zwaar en vereist ongelooflijk veel moed.

Lefteri heeft een prachtig boek geschreven en ik hoop dat het door velen gelezen zal worden!

Rood, Lydia | Turkenliefje

Bij een roman waarin slavernij één van de thema’s is, denk je niet meteen aan christelijke Nederlanders (en andere Europeanen) in Noord-Afrika. In Turkenliefje brengt Lydia Rood hen voor het voetlicht. Een voor mij onbekend stukje geschiedenis kwam tot leven. Geïnspireerd op de memoires van Cornelis Stout, opgenomen in Christenslaven van Laura van den Broek en Maaike Jacobs, vertelt Rood het verhaal van de familie Stout vanuit het perspectief van dochter Jacomijn.

Twee periodes wisselen elkaar af in het verhaal. Aan de ene kant worden de belevenissen van de familie Stout op hun tocht naar Suriname, hun gevangenneming als het schip door kapers wordt overmeesterd en hun periode van slavernij in Algiers verteld.. Daarnaast krijg je een beeld van het leven van Jacomijn terug in Nederland dat zich jaren later afspeelt. Al tijdens de zeereis wordt Jacomijn verliefd op één van de kapers, Mahomet, en tijdens haar gevangenschap ontstaat er een echte relatie. Voorwaarde voor een huwelijk is dat Jacomijn het christelijk geloof vaarwel zegt en zich tot de islam bekeert. Haar vader wil dit echter koste wat het kost voorkomen.

Het komt uiteindelijk niet zo ver, want Jacomijn gaat terug naar Nederland. Ze vergeet haar grote liefde echter niet. Jaren later wordt ze door haar vader uitgehuwelijkt aan drukker Simon de Vries. In de ogen van haar vader is hij een betrouwbare echtgenoot en misschien wel de laatste kans voor Jacomijn om nog aan de man te komen. Jacomijn twijfelt, maar belooft haar stervende vader met Simon te trouwen. Het verleden en haar oude liefde blijken echter niet ver weg. Zeker als er ineens een zekere Dingenis van Veere, de Turk, een brief komt bezorgen die Jacomijn in grote tweestrijd brengt. Moet ze niet op zoek, terug naar Algiers, om uiteindelijk met Mahomet samen te zijn? Of kiest ze voor Simon en de geborgenheid die hij haar kan geven?

Lydia Rood geeft in Turkenliefje naast de romantische verwikkelingen in het leven van Jacomijn een uitgebreid beeld van de achttiende eeuw. Liefhebbers van historische romans komen zeker aan hun trekken als het gaat om inzicht in het leven in die tijd. Rood doet dat zeer genuanceerd. Zowel de Nederlandse samenleving als de Algerijnse wereld met slavenhouders heeft goede en minder goede kanten. Ook zijn er in beide landen goede en min of meer slechte mensen.  De hoeveelheid feitelijke informatie, hoewel zeer interessant, had echter wel als gevolg dat ik me minder goed kon identificeren met Jacomijn. Hierdoor liet ik me minder meenemen in het verhaal. De uitgebreide informatie maakte het verhaal soms wat stroperig. Ondanks dit minpuntje, heb ik Turkenliefje met plezier gelezen. Er viel genoeg te leren en waarderen! Een literatuurlijst en uitgebreide woordenlijst zijn een goede toevoeging!

Hillman, Robert | De boekwinkel voor gebroken harten

Omslag Boekwinkel voor gebroken harten

De boekwinkel voor gebroken harten vertelt het verhaal van drie mensen. Een ontroerend verhaal over doorgaan met leven als alles je is afgepakt. De Australische fictie- en non-fictieschrijver Robert Hillman schrijft geen romantisch sprookje, maar een authentieke roman over beschadigde levens.

De boekwinkel voor gebroken harten begint vanuit het perspectief van Tom Hope. Tom is een boer in een afgelegen gebied van Australië. Hij is geen boer geworden omdat hij dat altijd al wilde worden, maar omdat het leven liep zoals het liep. Zijn vrouw lijkt niet tevreden en vertrekt met onbekende bestemming. Als ze weer terugkomt, blijkt ze zwanger van een ander. Tom voedt het jongetje, Peter, op alsof het zijn eigen zoon is. Als zijn vrouw weer met de noorderzon is vertrokken, neemt ze Peter mee naar een Jezuskamp.

Tom blijft alleen achter. Maar dan komt Hannah in beeld. Ze heeft Auschwitz overleefd en is naar Australië vertrokken om een boekenwinkel te openen in een boerendorp. Zodra Tom en Hannah elkaar leren kennen, horen we ook Hannah’s verhaal. In Auschwitz is Hannah van haar zoon gescheiden. Hoewel Hannah extravert is, kan ze met niemand praten over haar verlies. Het hele boek door blijft het de vraag of Hannah, Peter en Tom hun trauma’s kunnen verwerken. Kunnen ze verder leven als het dierbaarste ze is afgepakt?

Robert Hillman kan met weinig woorden een sfeer neerzetten. In één zin beschrijft hij hoe Tom met zijn vrouw omgaat als ze terug is gekomen:

Tom was lief voor haar, liever dan toen hij nog van haar hield.

(p. 18)

Hoewel De boekwinkel voor gebroken harten een zoetsappig liefdesverhaal had kunnen zijn, is het veel meer dan dat. De boekwinkel gaat over standaard thema’s als liefde en verdriet, maar Hillman vertelt toch een origineel verhaal. Hannah en Tom zijn totaal verschillend en hebben compleet verschillende achtergronden en ervaringen. Gaandeweg het verhaal komen ze echter dichter bij elkaar en zie je steeds meer overeenkomsten.

Dat Hannah en Tom allebei hun (stief)zoon hebben verloren, betekent volgens Hillman niet dat hun verlies en trauma’s vergelijkbaar zijn. Het verlies van Hannah is een verlies dat nooit minder wordt. De boekwinkel voor gebroken harten gaat volgens Hillman ook niet over het helen van gebroken harten, maar over de vraag of iemand ondanks de vreselijke last die hij of zij moet dragen, de poëzie in de wereld nog kan zien. De boekwinkel voor gebroken harten is literatuur zonder dikdoenerij, een absolute aanrader.

Lanchester, John | De muur

omslag De Muur John LanchesterIn De muur gaan we naar de toekomst. Een toekomst waarin het zeewater is gestegen en het bouwen van grensmuren normaal is geworden. Deze Nederlandse vertaling van John Lanchesters The Wall is nog maar net uit en is zeer geschikt om in een weekend uit te lezen.

De muur speelt zich af in het Verenigd Koninkrijk. Om het hele land staat een dikke muur. Niet alleen om het gestegen water tegen te houden, maar ook om ‘de anderen’ buiten het Verenigd Koninkrijk te houden. De muur wordt dan ook dag en nacht bewaakt door jonge mannen en vrouwen. Hoor je niet bij de elite, dan zul je twee jaar van je leven op de koude betonnen muur moeten doorbrengen.

Joseph Kavanagh is een van de jongeren die twee jaar lang de taak heeft om de muur te verdedigen. Een gevaarlijke taak. In een gevecht met ‘de anderen’ zou hij kunnen sneuvelen. Maar een groter gevaar is misschien nog wel dat voor elke ‘ander’ die de muur toch over weet te komen, een verdediger de zee wordt opgestuurd. Toch is spanning op de muur vaak ver te zoeken en bestaat het verdedigen van de muur vooral uit lange, koude, saaie diensten. Elke onderbreking is meer dan welkom, al is het maar de thee die langsgebracht wordt.

‘Je eerste dag?  Arme stakker. Die komt altijd hard aan. Maar je raakt eraan gewend. En het regent niet, er staat geen storm en het is overdag, dus dat voordeel heb je.’

‘Ik ben Kavanagh,’ zei ik. Het vocht was donkerbruine thee, te lang getrokken en bitter, met zo veel suiker erin dat hij zoet was als roomijs. Ik had nog nooit zoiets lekkers gedronken.

‘Ik weet wie je bent, schat. Nou, we zullen elkaar vandaag nog minstens drie keer zien, dus moeten we nog wel wat te praten voor straks overhouden. En goed opletten hè?’

En toen zat Mary alweer op haar fiets (…)

(p. 30-31)

John Lanchester en de vertalers Janet Limonard en Frank van der Knoop hebben goed werk verricht. De muur is geen ongeloofwaardige sciencefiction, maar een reëel toekomstbeeld. Een toekomst waarin ‘de ander’ niet meer wordt gezien als mens, maar als gevaar. Een toekomst waarin kinderen hun ouders verwijten dat ze geboren zijn. Een toekomst zonder toekomst.

Ondanks dat De muur een ellendige toekomst beschrijft, velt John Lanchester in zijn boek geen oordelen. Zijn boek is dan ook geen directe kritiek op Trump en de Brexit, maar een poging om ons in te laten zien wat de toekomst kan inhouden. John schrijft helder en probeert niet overdreven literair te zijn. Ondanks de grote problemen die De muur behandelt, is het een makkelijk leesbaar boek. Een boek dat je snel uit leest, maar waar je nog lang over na kunt denken.

Schmitt, Eric-Emmanuel | Het evangelie volgens Pilatus

Wie een beetje Bijbelkennis heeft, weet dat er vier evangeliën zijn: het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. De eerste drie komen in tal van opzichten met elkaar overeen.  Eric-Emmanuel Schmitt voegt daar ‘Het evangelie volgens Pilatus’ aan toe. Hij is overigens niet de eerste auteur die de gebeurtenissen rond het lijden en sterven van Jezus  van Nazareth in een roman verwerkt. Het is interessant om je in te leven in een hoofdrolspeler in het drama rond de veroordeling van Jezus.

Schmitt toont ons een beeld van Pilatus, stadhouder namens de Romeinse keizer. In brieven aan zijn broer Titus  beschrijft Pilatus  wat er allemaal gaande is in Jeruzalem en omstreken. De dagen rond het Pascha zijn voor hem altijd spannende dagen. Er is veel volk in de stad, pelgrims vanuit alle hoeken van het land . Joden die de Romeinen het liefst gewapenderhand zouden willen verjagen, zouden hun kans kunnen grijpen en dan hoeft er maar iets te gebeuren of de vlam slaat in de pan. Het is er Pilatus alles aan gelegen om de rust te bewaren.

Als de Joodse leiders hem om de veroordeling van Jezus van Nazareth, Yechoea,  vragen komt hij voor de morele keuze te staan of hij recht doet of ervoor kiest om ten koste van het recht de Joden rustig te houden. Tegen het advies van zijn vrouw Claudia , die ervan overtuigd is dat Yechoea de zoon van God is,  besluit hij uiteindelijk Yechoea over te leveren om gekruisigd te worden. Door zijn handen in onschuld te wassen, geeft hij aan dat hij zich bewust is van  het onrecht. Met de dood van Yechoea lijkt voor Pilatus de zaak afgesloten en opgelucht kan hij vaststellen dat er geen relletjes zijn uitgebroken die het Romeinse gezag ondermijnen.

Maar nu begint het eigenlijke verhaal pas: een soort detective waarin het verdwenen lijk van de gekruisigde en begraven Yechoea wordt opgespoord. Pilatus is een rationeel mens, gelooft niet in bovennatuurlijke verschijnselen en probeert op logische wijze een verklaring voor het verdwenen lichaam te vinden. Als het lichaam niet is weggehaald, dan is er wellicht sprake van een dubbelganger. Of Yechoea was niet echt overleden maar schijndood. De getuigen die beweren Yechoea te hebben gezien en gesproken worden echter steeds talrijker en Yechoea verschijnt zelfs aan Pilatus’echtgenote Claudia. Omdat Yechoea gezegd heeft in Galilea zijn volgelingen weer te ontmoeten, vertrekt Claudia met verschillende andere pelgrims naar het noorden. Om zijn vrouw terug te vinden, trekt ook Pilatus naar Galilea waar hij hoort hoe Yechoea in een schitterend licht is opgenomen.

Aan de brieven gaat een proloog vooraf: bekentenis van een ter dood veroordeelde de avond voor zijn arrestatie.  Yechoea is in de Olijfhof en wacht op  zijn arrestatie. Zijn meest geliefde discipel Yehoudah Iskariot, zal hem aan de soldaten overleveren op aandringen van Yechoea zelf.  De Yechoea die je als lezer hier leert kennen door de terugblik die hij zelf op zijn leven geeft, verschilt enorm van de Jezus van Nazareth die je in de Bijbel ontmoet. Waar je in de Bijbel de zoon van God leert kennen,  is in de roman Yechoea meer een goddelijk geïnspireerd mens. Door Yechoea als mens te tonen, brengt Schmitt hem dichtbij, maar je verliest hem ten diepste als zoon van God en Zaligmaker. Dit gedeelte riep bij mij dan ook zeer gemengde gevoelens op: mag je op deze manier Jezus als personage in een roman ten tonele voeren?

Het slothoofdstuk speelt zich af in het jaar 2000 en daarin treedt de schrijver zelf naar voren en legt hij verantwoording af van zijn keuze om op deze wijze het lijden van Jezus en Zijn opstanding te presenteren.

Het Evangelie volgens Pilatus is een boeiend verhaal. Het aloude Bijbelverhaal gaat voor je leven omdat je je in kunt leven in mensen van vlees en bloed. Jezus Christus was echter meer dan een mens van vlees en bloed, Hij is God zelf. In mijn ogen heeft Schmitt hiermee  een grens overschreden.

 

Bakker, Michiel | Een leven bleek niet lang genoeg

Een man, aan het einde van zijn leven gekomen, richt zich in acht brieven tot zijn vroegere geliefde Marianne. Zij ontvangt deze brieven na zijn dood en leest hoe de briefschrijver zich zijn hele leven lang verbonden bleef voelen met haar ook al was hun relatie al jaren geleden beëindigd. Het heimwee naar de verloren geliefde is bijna tastbaar aanwezig. ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ is echter meer dan terugzien en verlangen naar wat geweest is.

In de brieven komen zware thema’s aan de orde: de zin van het leven, de relatie tussen mensen waarbij de ander tegenover het ik staat, de vraag naar wat wezenlijke vrijheid is, een al dan niet aanwezige God en uiteindelijk de vraag naar wat het betekent om mens te zijn.

Michiel Bakker, een student filosofie, blijkt geraakt te zij door het gedachtegoed van Nietzsche. Op diverse plaatsen in het verhaal duikt de dwaze mens die op zoek is naar God en uiteindelijk moet constateren dat God dood is, op. De absolute vrijheid die dit oplevert, is echter niet per se winst. De consequenties zijn niet te dragen. ‘Hoe zouden wij in hemelsnaam onszelf vervullen, wij, die mieren zijn; wij, slechts ternauwernood onszelf? Al eerder heb ik het gezegd, Marianne eerder heb ik het je al gezegd, maar nogmaals zal ik het je zeggen: de godenvoeten zijn te groot. De schoenen van de goden zijn ons veel te groot, en onze voeten juist zo klein.’

De briefschrijver blijft uiteindelijk met lege handen achter. Een allesomvattende liefde, die de vervulling van zijn leven had kunnen zijn, is verloren gegaan en er is niets voor in de plaats gekomen. ‘Wie zijn wij nu eenmaal? Wat zijn wij toch? Wij zijn het niets dat nietst, Marianne, verwaarloosbaar in het geheel; maar ieder een wereld, ieder een heelal.’ ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ toont uiteindelijk een sombere oude man die vooral terugkijkt op een leven van verlies.

Het taalgebruik van Bakker is op sommige momenten prachtig. Ik heb genoten van de passage waarin Marianne in een ontluikend Parijs het pakketje brieven vindt. Mooie beeldspraak! Op andere momenten vond ik de overdaad aan beelden bijna irritant evenals de herhaling die veelvuldig voorkomt. Hoewel er in deze roman eigenlijk nauwelijks iets gebeurt, zit er toch voldoende spanning in de wijze waarop Bakker de briefschrijver zijn gedachten laat verwoorden, om geboeid te blijven lezen. Al met al een debuut dat verwachtingen schept!

Polak, Chaja | De man die geen hekel had aan Joden

“Alles kan van iemand worden afgenomen behalve één ding: de laatste van de menselijke vrijheden, en dat is dat iemand in alle gegeven omstandigheden kan kiezen welke houding hij aanneemt. Elk moment is een keuze.”  Met dit citaat van Viktor Frankl,  een neuroloog en psychiater, maar vooral ook bekend als overlever van de holocaust, besluit  Chaja Polak ‘De man die geen hekel had aan Joden’. Polak schreef dit boekje naar aanleiding van een interview met Isabel van Boetzelaer in de NRC van 20 maart 2017. Dit vond plaats ter gelegenheid van de verschijning van haar boek ‘Oorlogsouders: Een familiekroniek over goed en fout in twee adellijke families’.  In dit boek is een belangrijke rol weggelegd voor haar vader, Willem baron Van Boetzelaer. Hij deed  tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig dienst bij de Waffen-SS, heeft gevochten aan het Oostfront en was later werkzaam bij de Sicherheitsdienst. Hij zou door zijn schoonfamilie overgehaald zijn tot deze keuze, met name vanwege het grote gevaar dat het communisme, waar de nationaalsocialisten tegen streden,  voor de adel vormde .

Isabel van Boetzelaer is daarom zeer mild in haar conclusies: haar vader had uit idealisme de kant van de nazi’s gekozen, weliswaar een foute keuze, maar over betrokkenheid bij zaken als de vervolging van Joden en andere oorlogsmisdaden  zwijgt ze. In ieder geval had haar vader geen hekel aan Joden, zo is Isabel altijd verteld. Ook haar opa van moederskant heeft een fout oorlogsverleden en dat wordt door Van Boetzelaer  zo goed als verzwegen.

‘De man die geen hekel had aan Joden’  heeft drie lijnen die elkaar steeds kruisen. Chaja Polak, Van Voorst, Chaja’s broer Hans en historica Evelien Gans maken een documentaire over de gebeurtenissen die op 22 april 1944 op het onderduikadres waar Chaja en haar ouders verborgen werden, hebben plaatsgevonden. Haar ouders worden gearresteerd en gedeporteerd, naar wat blijkt onder verantwoordelijkheid van Willem van Boetzelaer.. De man die geen hekel aan Joden had, werkt wel mee aan hun vervolging. Valt dit te verzwijgen of te vergoelijken? Hoe zit het met zijn verantwoordelijkheid? Als hij geen hekel aan Joden had, had hij toch een andere keuze kunnen maken?

Chaja Polak heeft grote moeite met de wijze waarop Van Boetzelaer de geschiedenis weergeeft. Er is volgens haar zeer selectief en  in verhullend taalgebruik met de feiten omgesprongen. De daden van vader Van Boetzelaer worden min of meer begrijpelijk gemaakt en lijken daardoor minder erg te worden.  Polak voelt zich geroepen een reactie te geven, zeker als ook uit onderzoek van publicist Maarten van Voorst blijkt dat in ‘Oorlogsouders’  bepaalde feiten, al dan niet bewust, onvermeld blijven.

Polak heeft, naast haar bezwaren tegen het boek als zodanig, ook  grote moeite met de positieve ontvangst van ‘Oorlogsouders’ door prominenten als Ad van Liempt en Alexander Münninghoff. Wij doen volgens Polak de geschiedenis onrecht door de misdaden die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn gepleegd in verzachtende woorden te verhullen en foute keuzes te vergoelijken.  Daar mogen we geen begrip voor opbrengen. Daders hebben altijd een keuze en zijn daarom ook altijd verantwoordelijk! Diepe indruk maakt dit boekje door de persoonlijke verhaallijn: het is het verhaal over Polak zelf en haar ouders. Zij heeft recht van spreken!  Dit boekje verdient het door velen gelezen te worden ‘opdat wij niet vergeten’.

Visser, Judith | Zondagskind

Judith Visser (1978) schrijft  een indrukwekkend boek: Zondagskind. De schrijfster kwam op volwassen leeftijd er eindelijk achter wat er aan de hand was met haar, ze heeft het syndroom van Asperger. Met een frisse blik, de nodige humor en met een ontroerende, soms scherpe pen blikt ze terug op haar jeugdjaren en wat deze vorm van autisme met haar deed en doet.

Op de een of andere manier doet Zondagskind sterk denken aan dat andere prachtboek, maar met een heel ander thema: Wees onzichtbaar van Murat Isik. In beide boeken gaat het over een klein kind op weg naar de volwassenheid. Beide boeken gaan over de zo bekende jaren ’80 en ’90 dat sterk herkenning oproept omdat de reeds genoemde auteurs dezelfde leeftijd hebben als ik. In beide literaire romans gaat het over de ups en downs in de ontwikkeling van kinderen en hoe die ontwikkeling sterk beïnvloed wordt door de cultuur, door de omstandigheden en gebeurtenissen, door gezin en vrienden, door dat wat in jou zit of wat jou overkomt. Overigens, en niet geheel onbelangrijk, is de titel Wees onzichtbaar ook vaak het levensmotto geweest van de hoofdpersoon in Zondagskind. Hoofdpersoon Jasmijn Vink probeert zich vaak onzichtbaar te maken voor de ‘boze buitenwereld’.

Zondagskind is een boek dat de lezer in het verhaal sleurt van begin tot eind. Jasmijn wordt je ziel ingetrokken. Voor de duur van 478 pagina’s is de lezer niet meer zichzelf, maar Jasmijn Vink. ‘Vragen ging niet, want ik kon niet praten met grote mensen.’ Het grote probleem van Jasmijn. Hoewel… ze praat wel met haar lieve hond en met Elvis Presley…Ze zeggen immers niets terug en dat is wel zo prettig. Jasmijn heeft autisme, maar ze weet het zelf nog niet. Ook haar ouders zien dat ze anders is dan andere kinderen, maar kunnen het nog niet duiden. Dat blijft in feite het hele boek door het geval. Dat zorgt uiteraard voor schrijnende situaties, maar deze zorgen ook voor het nodige vermaak. Zo kan het dus gebeuren dat het ene moment er een traan gelaten wordt door de lezer, het andere moment tovert deze een stralende glimlach tevoorschijn.

Jasmijn wordt voortdurend aangevallen door tal van prikkels die ze niet kan wegfilteren. Dit maakt haar verward, ziek en vermoeid. Wanneer dit besef ook enigszins indaalt bij de lezer, dan kan het niet anders of je krijgt een diep gevoel van respect voor de hoofdpersoon. Voor Judith. Voor zoveel andere kinderen, jongeren en volwassenen bij wie ditzelfde zich voordoet. Hiermee is het een ode aan mensen die autisme hebben of hooggevoelig zijn.

Mooi is het te lezen dat op de flaptekst staat: ‘met vallen en opkrabbelen leert Jasmijn hoe ze zich in sociale situaties staande kan houden.’ Dat is het exact: opkrabbelen. En niet opstaan. Dat duidt immers op een directe positieve (re)actie van Jasmijn in haar soms echt moeilijke situaties. Opkrabbelen gaat met enige moeite gepaard waarbij de kans om terug te vallen aanwezig is. Van medelijden is geen sprake bij de lezer, ik geloof dat de auteur dit ook niet zou willen. Wel respect en begrip kweken voor mensen met autisme. Daarin is Judith Visser glansrijk geslaagd!

 

 

Baay, Reggie | Het kind met de Japanse ogen

In ‘Het kind met de Japanse ogen’ ga je met Reggie Baay op reis naar Thailand en diverse eilanden van voormalig Nederlands Indië. Een zoektocht naar een deel van het leven van zijn ouders, waar hij nauwelijks iets van weet. Dit verleden heeft echter wel een enorme impact op hem en zijn broer gehad tijdens hun jeugd. Een verzwegen verleden, een veelheid aan geheimen waar nooit anders dan in bedekte termen over wordt gesproken, roept vragen op en maakt onzeker. De angst en pijn van zijn ouders was voelbaar , maar er werd niet gesproken, geen woorden aan gegeven.

Als beide ouders van Baay zijn overleden, treft hij bij het opruimen van hun spullen een schoenendoos aan. Daarin bevinden zich allerlei fotonegatieven, documenten en dagboeken. En dan is er ruimte voor een  zoektocht naar antwoorden. De locaties waar de foto’s genomen zijn, voeren hem naar diverse plaatsen in Thailand en Indonesië. Tijdens deze reis ontrafelt hij het verleden en tragische leven van zijn ouders en zijn broer,  het kind met de Japanse ogen.

Zijn vader is een zoon van een Indo-Europese vader en een Javaanse bijvrouw. In 1939 tekent hij als twintigjarige voor het Koninklijk Nederlands- Indisch Leger. Als in 1942 Nederlands Indië door de Japanners bezet wordt, gaat hij in krijgsgevangenschap en maakt de verschrikkingen aan de Birma-spoorlijn mee. Hij overleeft de vreselijke ontberingen en hoopt terug te keren naar zijn familie en de draad van zijn leven weer op te pakken. Tijdens een herstelperiode in Thailand blijkt van zijn plannen echter niets terecht te komen. De Nederlandse overheid is inmiddels  in conflict met Indonesische onafhankelijkheidsstrijders en dit neemt steeds gewelddadiger vormen aan. Militairen van het KNIL, in dienst van de Nederlandse overheid, worden ingezet tijdens de zogenaamde politionele acties en voor de vader van Baay en vele anderen betekent dit dat zij tegen hun eigen landgenoten moet vechten. De fotonegatieven uit de schoenendoos geven een beeld van deze ervaringen.

Ook Baays moeder heeft als meisje en jonge vrouw op Sulawesi veel ellende gezien en ervaren en trauma’s opgelopen tijdens de Japanse bezetting en onafhankelijkheidsoorlog.

Als in 1949 Indonesië onafhankelijk wordt, vertrekt het gezin Baay, vader, moeder en zoon, naar Nederland. Het verleden reist echter mee en zowel vader als moeder worden geteisterd door hun herinneringen en trauma’s. In ‘Het kind met de Japanse ogen’ geeft Baay een beeld van zijn jeugd die bepaald is door een vader die lijdt aan paniekaanvallen en nachtmerries en een moeder die soms letterlijk vastloopt in haar herinneringen.  Het feit dat de ogen van de oudere broer van Baay vanwege hun stand doen herinneren aan de ogen van de Japanners, maken het er niet gemakkelijker op: een dagelijkse herinnering aan degenen die hun alle ellende hebben aangedaan.

In ‘Het kind met de Japanse ogen’ reis je als lezer mee in een stukje koloniale geschiedenis, maar het laat  vooral zien wat deze geschiedenis voor mensen van vlees en bloed betekent. Het is verschrikkelijk wat vader Baay heeft meegemaakt onder de Japanners en hij is voor bijna onmogelijke dilemma’s geplaatst in de strijd tegen zijn eigen landgenoten. Fysiek zal de periode in krijgsgevangenschap wellicht het zwaarst zijn geweest, moreel gezien was de strijd tegen de vrijheidsstrijders waarschijnlijk nog veel zwaarder. Baay geeft inzicht in de rol die de Nederlandse overheid heeft gespeeld en de wijze waarop zij de Indo-Europese KNIL-militairen heeft gebruikt voor haar eigen belangen. Een bijdrage waarvan deze militairen de impact op hun persoonlijk leven hun hele leven hebben moeten meedragen. Een bijdrage die van de kant van de Nederlandse overheid en het Nederlandse publiek nauwelijks enige vorm van meeleven, laat staan waardering, heeft opgeleverd.

‘Het kind met de Japanse ogen’ is spannend en zet je aan het denken. Het gaat over een periode uit onze geschiedenis die niet  vergeten mag worden. Al was het maar vanwege de vele offers die destijds en soms levenslang gebracht moesten worden.

 

Bernart, Sandra | Ik zag Menno

Sandra Bernart debuteerde met dit fraai geschreven boek. Ik zag Menno is een tragikomisch verhaal dat je pakt van begin tot eind. Het is de verdienste van Bernart dat het verhaal ook literaire waarde heeft.

‘Het is heel reëel dat Kim en ik samen gelukkig oud zullen worden. Dat heb ik berekend. Toeval bestaat niet.’ Vincent heeft berekend dat hij gelukkig zal worden met Kim. Dit geeft de ietwat autistische hoofdpersoon de enige zekerheid in zijn bestaan. Kim en Vincent boeken op een dag hun huwelijksreis. In een van de reisbrochures ziet Menno plotseling een foto staan waarop hij zijn verdwenen en doodgewaande broer Menno ziet. Hij raakt zo geobsedeerd door wat hij ziet, dat hij alle zekerheden in zijn leven langzaam maar zeker, vastberaden als hij is, opgeeft en loslaat en op zoek gaat naar de herkomst van de foto met als doel zijn broer zien te vinden. Zijn persoonlijke queeste brengt hem in Spanje. Wanneer hij na lang zoeken, dolen, straatartieste Rosana ontmoet en haar beter en beter leert kennen ontdekt hij dat het leven dat zijn broer Menno leidde, niet gek was. De muren van Vincents zekere bestaan, met al zijn berekeningen en wetmatigheden, brokkelen langzaam maar zeker af. Hij voelt steeds meer dat juist de onzekerheid van het leven heel ontspannen is, hem voldoening biedt en hem gelukkig maakt. Deze wetenschap brengt Vincent in verwarring, maar het is er een van de gelukkige soort.

Ik zag Menno is een literaire roman met passages die flonkeren als juweeltjes. De trefzekerheid van Bernarts schrijven, de passie voor het schrijverschap dat afstraalt van de pagina’s en de goedgekozen woorden om gevoelens van personages te omschrijven maken dat deze roman literair genoemd kan worden. Een voorbeeld: ‘Of ik alle tijd had deed er wat mij betreft niet toe. Iedereen heeft alle tijd. Ik heb niet meer tijd gekregen dan iemand anders. Het is maar net hoe je met die tijd omgaat.’ Juist de eenvoud van de woorden brengt hier een diepere lading, een diepere dimensie aan.

Vincents gedachten spelen een grote rol in het verhaal, ze geven diepte aan het verhaal. Zo ook wanneer hij op een loopband staat op het vliegveld: ‘Hier op de loopband zijn we allemaal gelijken, passanten met ieder een eigen bestemming. Niet je herkomst maar je doel is wat het verschil maakt. We zijn allemaal onderweg en bevinden ons op neutraal terrein tussen het vertrouwde verleden en een onbekende toekomst, die we alvast voorzichtig hebben ingekleurd met verwachtingen en hoop.’ Geniaal, nietwaar?

Het boek gaat over observeren en zien. Op het moment dat Vincent de regie van zijn leven meer uit handen geeft en de vonk tussen hem en Rosana overslaat en ze samen aan zee zitten, antwoordt Rosana op de vraag van Vincent of er ook dolfijnen zijn: ‘Ja, die zijn hier. Soms zie je ze springen, meestal in groepjes. Maar je moet er niet naar zoeken. Dan zul je ze nooit zien. Pas als je niet meer naar ze zoekt, ga je ze zien.’

Ik zag Menno heeft een onverwacht en haast spannend einde. Vincents gedrag roept steeds meer vragen op, hij breekt met alle zekerheden en grenzen in het bestaan en overschrijdt tevens die van anderen. Sandra Bernart heeft een ge(s)laagd debuut afgeleverd!