Baay, Reggie | Het kind met de Japanse ogen

In ‘Het kind met de Japanse ogen’ ga je met Reggie Baay op reis naar Thailand en diverse eilanden van voormalig Nederlands Indië. Een zoektocht naar een deel van het leven van zijn ouders, waar hij nauwelijks iets van weet. Dit verleden heeft echter wel een enorme impact op hem en zijn broer gehad tijdens hun jeugd. Een verzwegen verleden, een veelheid aan geheimen waar nooit anders dan in bedekte termen over wordt gesproken, roept vragen op en maakt onzeker. De angst en pijn van zijn ouders was voelbaar , maar er werd niet gesproken, geen woorden aan gegeven.

Als beide ouders van Baay zijn overleden, treft hij bij het opruimen van hun spullen een schoenendoos aan. Daarin bevinden zich allerlei fotonegatieven, documenten en dagboeken. En dan is er ruimte voor een  zoektocht naar antwoorden. De locaties waar de foto’s genomen zijn, voeren hem naar diverse plaatsen in Thailand en Indonesië. Tijdens deze reis ontrafelt hij het verleden en tragische leven van zijn ouders en zijn broer,  het kind met de Japanse ogen.

Zijn vader is een zoon van een Indo-Europese vader en een Javaanse bijvrouw. In 1939 tekent hij als twintigjarige voor het Koninklijk Nederlands- Indisch Leger. Als in 1942 Nederlands Indië door de Japanners bezet wordt, gaat hij in krijgsgevangenschap en maakt de verschrikkingen aan de Birma-spoorlijn mee. Hij overleeft de vreselijke ontberingen en hoopt terug te keren naar zijn familie en de draad van zijn leven weer op te pakken. Tijdens een herstelperiode in Thailand blijkt van zijn plannen echter niets terecht te komen. De Nederlandse overheid is inmiddels  in conflict met Indonesische onafhankelijkheidsstrijders en dit neemt steeds gewelddadiger vormen aan. Militairen van het KNIL, in dienst van de Nederlandse overheid, worden ingezet tijdens de zogenaamde politionele acties en voor de vader van Baay en vele anderen betekent dit dat zij tegen hun eigen landgenoten moet vechten. De fotonegatieven uit de schoenendoos geven een beeld van deze ervaringen.

Ook Baays moeder heeft als meisje en jonge vrouw op Sulawesi veel ellende gezien en ervaren en trauma’s opgelopen tijdens de Japanse bezetting en onafhankelijkheidsoorlog.

Als in 1949 Indonesië onafhankelijk wordt, vertrekt het gezin Baay, vader, moeder en zoon, naar Nederland. Het verleden reist echter mee en zowel vader als moeder worden geteisterd door hun herinneringen en trauma’s. In ‘Het kind met de Japanse ogen’ geeft Baay een beeld van zijn jeugd die bepaald is door een vader die lijdt aan paniekaanvallen en nachtmerries en een moeder die soms letterlijk vastloopt in haar herinneringen.  Het feit dat de ogen van de oudere broer van Baay vanwege hun stand doen herinneren aan de ogen van de Japanners, maken het er niet gemakkelijker op: een dagelijkse herinnering aan degenen die hun alle ellende hebben aangedaan.

In ‘Het kind met de Japanse ogen’ reis je als lezer mee in een stukje koloniale geschiedenis, maar het laat  vooral zien wat deze geschiedenis voor mensen van vlees en bloed betekent. Het is verschrikkelijk wat vader Baay heeft meegemaakt onder de Japanners en hij is voor bijna onmogelijke dilemma’s geplaatst in de strijd tegen zijn eigen landgenoten. Fysiek zal de periode in krijgsgevangenschap wellicht het zwaarst zijn geweest, moreel gezien was de strijd tegen de vrijheidsstrijders waarschijnlijk nog veel zwaarder. Baay geeft inzicht in de rol die de Nederlandse overheid heeft gespeeld en de wijze waarop zij de Indo-Europese KNIL-militairen heeft gebruikt voor haar eigen belangen. Een bijdrage waarvan deze militairen de impact op hun persoonlijk leven hun hele leven hebben moeten meedragen. Een bijdrage die van de kant van de Nederlandse overheid en het Nederlandse publiek nauwelijks enige vorm van meeleven, laat staan waardering, heeft opgeleverd.

‘Het kind met de Japanse ogen’ is spannend en zet je aan het denken. Het gaat over een periode uit onze geschiedenis die niet  vergeten mag worden. Al was het maar vanwege de vele offers die destijds en soms levenslang gebracht moesten worden.

 

Akkerman, Stevo | De mooiste dag

Omsloten door de hoofdstukken ‘Therese, Jacob, Wilco, Floor’ vertelt Stevo Akkerman in De mooiste dag vanuit de afzonderlijke perspectieven van deze personages over het gezin waar zij deel van uit maken. Dochter Therese gaat bevallen en haar man, vader en zus wachten in spanning op het verloop van de bevalling die niet zonder problemen verloopt. Moeder Agnes ontbreekt, sterker nog: zij is verdwenen en niemand weet waar ze uithangt. En dat op het moment waar ze zo lang naar toe heeft geleefd.

Vanuit de verschillende perspectieven krijg je een beeld van de onderlinge relaties in het gezin en de karakters van de verschillende personen. Onuitgesproken verwachtingen, verlangens en frustraties veroorzaken onderhuids enorme spanningen. Slechts zelden komen ze aan de oppervlakte in gezinsverband, maar als lezer ben je er steeds weer vanuit ander perspectief deelgenoot van. Moeder Agnes leren we alleen kennen vanuit de ogen van haar man en kinderen. Dit geeft uiteraard een veelzijdig beeld, maar laat haar niet zelf aan het woord.

Stevo Akkerman verstaat de kunst van zijn personages ‘echte mensen’ te maken. Ze zijn herkenbaar in hun ambities, hun teleurstellingen, hun pogingen het goed te doen en hun falen. In ‘De mooiste dag’ ontmoet je mensen die vluchten voor de confrontatie met de ander en zich vervolgens tekort gedaan voelen. Je ontmoet mensen die te weinig oog hebben voor wat de ander echt bezighoudt en het leven van de ander alleen vanuit hun eigen perspectief bekijken. Je ontmoet mensen die wel anders zouden willen, maar zich onmachtig voelen de situatie te veranderen.

Akkerman toont zich een milde schrijver in de wijze waarop hij zijn personages neerzet, waardoor ik uiteindelijk voor allemaal wel een zekere sympathie had. Wellicht had dit ook te maken met de herkenbaarheid en de spiegel die je daarmee wordt voorgehouden.

Door de vertelwijze vanuit de verschillende perspectieven bleef De mooiste dag tot op de laatste bladzijde boeien. Akkerman is een verteller die zijn verhaal  zo weet te verwoorden dat je wordt meegenomen en tot op de laatste bladzijde blijft genieten.  De slotzin suggereert herstel: ‘Ik ben er nog meisje,’ zegt ze zacht. ‘Het verhaal is nog niet voorbij.’ Het maakte me nieuwsgierig!

 

Keith, Ellen | Gedwongen kampliefde

Een Duits concentratiekamp  tijdens de Tweede Wereldoorlog en een cellencomplex  waar de Argentijnse militaire junta zijn tegenstanders gevangen hield vormen het decor van de aangrijpende roman Gedwongen kampliefde. Een fictief verhaal, maar gebaseerd op een gruwelijke werkelijkheid.

De verzetsstrijders Theo en Marijke de Graaf worden gearresteerd en afgevoerd naar Buchenwald waar ze de verschrikkingen van het naziregime ondergaan. Al snel krijgt Marijke de kans om aan de grootste ellende te ontsnappen, maar daar moet ze wel een heel hoge prijs voor betalen: werken in het kampbordeel voor gevangenen. Een onmogelijk dilemma want beide keuzes hebben hun verschrikkelijke consequenties. Marijke kiest  en voert haar strijd om mens te blijven en zichzelf in de ogen te kunnen blijven kijken.

SS-officier Karl Müller heeft in Gedwongen kampliefde een andere strijd te voeren. Als nazi een bureaufunctie vervullen is wel heel iets anders als verantwoordelijk zijn voor het martelen en moorden in een concentratiekamp. Het kost hem moeite, maar moet zich handhaven en daarbij ook aan de verwachtingen van zijn fanatieke vader voldoen.

Als hij Marijke ontmoet en van haar diensten gebruik maakt, ontstaat er een zekere relatie tussen hen. Een bizarre relatie waarin haat en liefde, schuld en schaamte, goed en fout lijnrecht tegenover elkaar staan. Marijke en Karl maken gebruik en misbruik van elkaar om beiden te kunnen overleven. Bij beiden speelt eigenbelang een hoofdrol, maar het is voor mij gemakkelijker om Marijke te vergeven dan Karl, en dat heeft vooral te maken met de tweede verhaallijn in Gedwongen Kampliefde.

Luciano Wagner wordt gearresteerd vanwege zijn protest tegen de Argentijnse militaire junta. Hij heeft een Duitse vader met wie hij nooit een goede band heeft kunnen ontwikkelen. Altijd kreeg hij het gevoel dat hij niet voldeed aan de verwachtingen die zijn vader koesterde.

Heel subtiel roept Ellen Keith vragen op over vader Arturo Wagner. Waarom gedraagt hij zich zoals hij doet? Waarom heeft hij zo’n moeite met de geaardheid van zijn zoon? Waarom hangt er zoveel geheimzinnigheid rond zijn persoon? Wie is hij eigenlijk?

Marijke komt na veel ontberingen uiteindelijk thuis na de ineenstorting van het Duitse rijk en wonder boven wonder leeft ook Theo nog. Na een gedwongen kampliefde volgt een gedwongen zwijgen uit liefde en zelfbehoud.

Luciano Wagner komt niet meer thuis, hij is een van de vele verdwenen personen waar op de Plaza de Mayo door de even zovele moeders voor wordt gedemonstreerd. Uiteindelijk worden de vragen rond Arturo beantwoord. Niet verrassend, wel confronterend. Een vader die geen vader kon zijn, omdat hij zelf niet de zoon heeft kunnen zijn die hij had moeten en willen zijn.

Gedwongen kampliefde is geen vrolijk boek, het confronteert je met de zwartste kanten van het leven. Er staan gruwelijkheden in beschreven die je helemaal niet wilt lezen, maar het boek vraagt om de moed om door te lezen.  Dan zal je  tot in het diepst van jezelf ervaren dat er omstandigheden zijn waarin het ongelooflijk moeilijk is de grens tussen wat goed en wat fout is, wat schuld en verantwoordelijkheid is,  te bepalen.

 

Gerritsen, Esther | De trooster

‘Ik onderzocht mijzelf voor het eerst met een serieus praktische bedoeling. En daar trof ik ontstellende dingen aan: een dierentuin vol begeerten, een gekkenhuis vol ambities, een kleuterschool vol angsten, een harem vol gekoesterde haatgevoelens.’  Deze woorden van C.S. Lewis geeft Esther Gerritsen mee als motto aan De trooster. Een mens in zijn gebrokenheid, een mens op zoek naar heling, een trooster.

Jacob, conciërge in een kloostergemeenschap, een buitenbeentje in de ‘gewone wereld’ leren we kennen als een tevreden mens. ‘Ik was tevreden met mijn gebrekkige lichaam, dat brandt en slijt en toch volstaat, dat doet wat het moet doen. Ik verlangde niets.’ Hij, de buitenstaander, voelde Gods liefde  die de liefde van mensen verving  in zijn eenzaamheid.  Al schurend aan de deurposten wist hij zeker dat hij gelukkig was. Hij had niets (meer) te willen. Tot  het moment dat Henry Loman binnenkwam.

Deze simpele woorden brengen meteen spanning in het verhaal. Het behoort niet tot de taken van Jacob om de gasten die zich voor een retraite in het klooster terug willen trekken te ontvangen. Het loopt nu echter zo en deze ontmoeting zet het leven van Jacob op zijn kop. Lohman is niet de eerste de beste, de broeders in het klooster vinden het maar wat jammer dat deze staatssecretaris zich na de eerste ontvangst door Jacob steeds weer tot de conciërge wendt. Voor Jacob is het een nieuwe ervaring een vriendschap te ontwikkelen waarin lief, leed, tekortkomingen en schuld met elkaar gedeeld worden.

Uiteindelijk loopt het uit op een enorme teleurstelling: Jacob ervaart dat hij Lohman niet uit zijn zonden en falen kan verlossen en dat Lohman ten diepste die verlossing ook afwijst. Het Bijbelse  verhaal van Jezus’ lijden en opstanding loopt parallel aan de verhaallijn van Jacob en geeft de diepte die je als lezer zo graag ziet in een roman. Gerritsen blinkt uit in de wijze waarop ze in De trooster  haar personages weet neer te zetten, ze komen tot leven.  Ze worden de mensen uit het citaat van Lewis, mensen op zoek naar een trooster. Een trooster die de diepste wonden in een mensenleven balsemt of een trooster die een pleister plakt op de oppervlakkige wonden?

De trooster is een roman die het verdient om meer dan eens te worden gelezen, er valt veel in te beleven!

Dee, Jonathan | De kiezers

De kiezers, een roman over groeiende ongelijkheid in een veranderende (Amerikaanse) samenleving. ‘ “Weet je hoe ik me voel?” zei Gerry. Hij probeerde zijn toon net zo luchtig te houden als de hare, maar merkte dat hij daar niet in slaagde. “Ik voel me bedreigd, maar dat is nog niet eens het ergste, het ergste is dat iedereen maar blijft roepen dat ík degene ben die dreigt, dat wat ik zwart noem in feite wit is en andersom. Net als in Orwell. Als ze het maar vaak en hard genoeg zeggen, denken ze, dan gaan we het vanzelf geloven. En ze hebben nog gelijk ook. Ik heb het gevoel dat ik pas kortgeleden ben gaan snappen wat er eigenlijk aan de hand is.” ’

De kiezers  begint met een proloog in 2001 in New York net na de alles veranderende aanslagen van 9/11. We leren Mark Firth kennen die de bewuste dag toevallig in New York was. In De kiezers leven we  vervolgens mee met de inwoners van het Amerikaanse stadje Howland in Massachusetts, woonplaats van Mark. Het is een ‘normaal’ stadje op het platteland met ‘normale’ problemen: geldzorgen, relatieproblemen en de lasten en lusten van het gewone leven.

Vanuit verschillende perspectieven laat Dee zien wat er zoal speelt in het gezapige Howland, ver van de grote stad met zijn eigen problematiek en dynamiek.

Het verhaal krijgt een omslag als de miljardair Philip Hadi van zijn zomerhuis in Howland zijn permanente verblijfplaats maakt. Hadi vreest nieuwe terreuraanslagen en verruilt het onveilige New York voor de betrekkelijke veiligheid van het platteland. Als de burgemeester overlijdt, werpt Hadi zich op als de enige kandidaat en weet in korte tijd de sympathie van de meeste bewoners te verwerven.

Slechts een enkeling  (Gerry) laat zich kritisch uit over de steeds groter wordende rol die Hadi in het stadje  krijgt als hij de kosten van de gemeente grotendeels voor zijn rekening neemt. Als Hadi echter te veel invloed krijgt, mede als gevolg van de economische crisis, en bewoners te afhankelijk worden slaat de sympathie voor Hadi om in onderling wantrouwen en lopen de spanningen op. Als Hadi uiteindelijk vertrekt en het stadje weer aan zichzelf achterlaat, blijken de onderlinge tegenstellingen alleen maar groter en is de harmonie die er ooit toch enigszins was ver te zoeken. Howland is een verdeeld stadje, zoals de Amerikaanse samenleving verdeeld is.

Dee is lang voordat Trump president werd deze roman begonnen, maar de actualiteit heeft inmiddels bevestigd wat Dee in De kiezers verwoordde. Het is een boeiend verhaal,  afwisselend door de verschillende perspectieven en met vaart geschreven. Ik vind het jammer dat het taalgebruik onnodig grof is, zonder vloeken en schuttingtaal had ik er meer van kunnen genieten.

Ross, Tomas | Het verdriet van Wilhelmina

De titel Het verdriet van Wilhelmina bracht mij ertoe dit boek te lezen en te recenseren. Dat het om een thriller ging ontging me en zelfs de naam van de auteur Tomas Ross zei me weinig. Ik ben dan ook geen fervente thrillerlezer en eigenlijk verwachtte ik op grond van de titel meer een historische roman. Maar ik heb geen spijt van dit leesavontuur: historische feiten en een flinke dosis fantasie leverden samen een spannend boek op.

Het Verdriet van Wilhelmina is het derde deel van een trilogie over Arnie Springer, een Indiëganger en voormalig spion bij de Nederlandse veiligheidsdienst, maar laat zich uitstekend zelfstandig lezen.  Ik ben inmiddels wel nieuwsgierig geworden naar de eerste twee delen Van de doden niets dan goed en De onderkoning van Indië. Net als deze twee delen speelt ook Het verdriet van Wilhelmina zich af in de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog en in de periode waarin Nederlands Indië onafhankelijk wordt van Nederland.

Het boek begint echter met twee hoofdstukken waarin de voorgeschiedenis wordt verteld. Je wordt meegenomen naar het jaar 1941 waarin koningin Wilhelmina op haar landgoed bij Londen een ontmoeting heeft met Winston Churchill. Hij plaatst haar voor een heel moeilijke keuze, maar ze stemt uiteindelijk in met Churchills voorstel. In het volgende hoofdstuk lees je hoe in de Zuid-Chinese zee een schip wordt beschoten en met man en muis vergaat. Er blijkt echter een overlevende te zijn: korporaal John de Bruyn die vanuit zijn eigen Fokker onder vuur wordt genomen, maar meer dood dan levend aanspoelt op een eiland. Hij weet niet wie hij is, waar hij is en hoe hij daar terecht is gekomen maar wordt door de bewoners verzorgd en vindt er zijn geliefde.

Acht jaar later komt Arnie Springer in beeld als hij naar Indonesië gaat om op zoek te gaan naar zijn verdwenen ex-vriendin Anke de Bruyn, zus van John. En dan blijken allerlei lijntjes samen te komen: de verdwenen John, die nog in leven blijkt; de politieke situatie in Indonesië, de rol van de geheime diensten en uiteindelijk ook de deal die koningin Wilhelmina indertijd met Churchill heeft gesloten. Feit en fictie lopen door elkaar heen, het is dus opletten geblazen, maar je wordt meegezogen in een verhaal waarin verraad, (vaderlands)liefde, politieke intriges en chantage de spanning vasthouden.

Word ik nu een echte thrillerlezer? Dat zal de toekomst uitwijzen, maar dit onverwachte uitstapje naar een heel ander genre dan ik normaal lees is in ieder geval goed bevallen!  Ik ga in de bibliotheek binnenkort op zoek naar de eerste twee delen van deze trilogie. Dat heeft Ross dan maar mooi bereikt met zijn Het verdriet van Wilhelmina. Een minpunt vond ik het vrij grove taalgebruik, wat absoluut niet nodig was om het boek meer overtuigingskracht te geven.

Kehlmann, Daniel | Tijl

Tijl Uilenspiegel is een legendarisch personage:  een veertiende eeuwse deugniet, van plaats naar plaats trekkend en  bekend van zijn zotte streken en grappen. Deze Tijl heeft Kehlmann overgezet naar de zeventiende eeuw en hij duikt op in de Dertigjarige Oorlog die van 1618 – 1648 Europa in zijn greep houdt. De strijd tussen Rooms-Katholieke en Protestantse staten en vorsten speelt zich vooral op Duits grondgebied af en Kehlmann schroomt niet om het geweld en de verwoestingen zeer plastisch te beschrijven.

Tijl wordt niet chronologisch verteld wat de spanning in het verhaal opvoert, maar ook wel de nodige oplettendheid van de lezer vraagt. In het eerste hoofdstuk trekt Tijl met zijn gezelschap rond en arriveert in een dorpje dat tot op dat moment nog niet door oorlogsgeweld getroffen is. De bewoners zien uit naar wat vertier maar Tijl is niet alleen maar de jongleur en koorddanser die zijn publiek vermaakt. Hij weet de dorpelingen zo ver te krijgen dat ze allemaal hun rechterschoen uittrekken en omhoog gooien. De vrolijkheid slaat echter om als Tijl begint te schelden en er  ontstaat een massale vechtpartij die door Tijl schaterlachend wordt gadegeslagen. De toon is gezet: Tijl is niet alleen de grapjas die weliswaar soms over de rand gaat, maar waar je toch altijd weer om moet lachen. Hij is een boosaardig figuur die bewust kwetst en pijn doet, ontregelt en in verwarring brengt.

Tijl is de zoon van Claus Uilenspiegel. Deze heeft, voordat hij met een molenaarsdochter trouwde en daarmee ook molenaar werd, een reizend bestaan geleid. Tijdens zijn omzwervingen heeft hij veel geleerd over geneeskrachtige kruiden, allerlei magische spreuken en veel kennis opgedaan. Zijn werk als molenaar boeide hem lang niet zo als het vergaren van kennis en het filosoferen over de geheimen van het bestaan. Tijl was het enige kind van het molenaarsechtpaar dat de eerste levensjaren overleefde, maar had geen sterke band met zijn ouders. Uit angst ook hem te verliezen, hadden zij zich niet al te zeer aan hem gehecht.

Zijn kennis en het bezit van een aantal boeken in het Latijn worden de molenaar uiteindelijk fataal. Jezuïet en heksenjager Athanasius Kircher en doctor Tesimund, beiden historische figuren en grote geleerden in hun tijd, ontmaskeren Claus als heks wat tot zijn dood leidt.

Tijl gaat nu een zwervend bestaan leiden, samen met Nele. Kehlmann beschrijft zijn avonturen, afgewisseld met verhalen over de oorlog en de politieke ontwikkelingen. Geloof en bijgeloof, wetenschappelijke kennis en volkse wijsheden wisselen elkaar af. Een veelheid aan personages treedt op, waaronder Frederik, de keurvorst van de Palts en gedurende een winter koning van Bohemen met zijn vrouw Elizabeth, dochter van koning Jacobus I van Engeland. Tijl duikt telkens weer op in het verhaal en is een soort verbindende schakel tussen de personages en gebeurtenissen die zich op verschillende plaatsen afspelen.

Kehlmann vermengt geschiedenis en fictie  op een bijzondere wijze. De humor, de tijdsprongen, de vele personages maar ook  de sfeer van angst en huiver die Kehlmann weet op te roepen, houden je voortdurend in hun greep en maken het lezen tot een avontuur. Wie de moeite neemt zich mee te laten nemen in dit verhaal, wordt beloond met een verrijkende leeservaring.

Cognetti, Paul | De acht bergen

Paolo Cognetti neemt je in ‘De acht bergen  (hoe kan het ook anders) mee de bergen in. Naast Pietro klim je omhoog door het bos, over de alpenweiden, tot boven de boomgrens waar uiteindelijk alleen nog kale rotsen zijn. En je daalt ook weer af, vanuit de ongenaakbaarheid van het hooggebergte naar het dal van het dagelijks leven. Cognetti dwingt je bijna om na te denken over je eigen leven door de wijze waarop hij het leven van Pietro verbeeldt. ‘De acht bergen’: een prachtige roman over het leven, over vriendschap, eenzaamheid en over de majestueuze bergwereld.

Pietro is een Milanese jongen, het enige kind in een gezin met een gesloten, weinig empathische vader en een lieve, volgzame, sociale moeder. Beide ouders voelen zich elk op eigen wijze aangetrokken tot de bergen. De vader voelt zich het meest thuis in het kale hooggebergte, terwijl de moeder vooral geniet van de lagere hellingen met hun bloemenweiden en meertjes. Om het stadsleven in de zomer te kunnen ontvluchten huren ze jaarlijks een huisje in de Italiaanse Alpen.

Pietro sluit vriendschap met Bruno, een boerenjongen uit het dorp en samen ondernemen ze allerlei tochten in de bergen. Het zijn twee totaal verschillende jongens, met een totaal verschillende achtergrond, maar hun vriendschap groeit uit tot een waardevolle relatie voor hen allebei. De vader trekt ook volop de bergen in en maakt lange en zware wandelingen. Het lijkt hem vooral om de prestatie te gaan, niet zo zeer om het genieten van het moment.

De wegen van Pietro en zijn vader en van Pietro en Bruno gaan bij het volwassen worden verschillende kanten uit. Ze groeien uit elkaar en dat heeft alles te maken met de wijze waarop ze in het leven staan. Waarin zoek je je levensvreugde, je levensdoel?  Kwesties die in ‘De acht bergen’ om een antwoord vragen. Gaat het erom altijd naar verbetering van je omstandigheden te streven? Gaat het om relaties? Pietro en Bruno zoeken hun weg en daardoor lijkt de hechte vriendschap uit hun jeugd dood te bloeden. Lijkt, want op de achtergrond is die toch nog wel degelijk aanwezig.

De relatie tussen Pietro en zijn vader stelt jarenlang niets voor en als vader onverwacht sterft, lijkt herstel ook niet meer mogelijk. Toch is dat niet helemaal waar. Juist door de erfenis die zijn vader aan Pietro nalaat, leert hij zijn vader alsnog beter kennen en begrijpen. Ook Bruno gaat weer een belangrijke rol in Pietro’s leven spelen. Prachtig beschrijft Cognetti het samen bouwen van het huis op het geërfde stuk land hoog in de bergen.

Beiden zochten hun weg in het leven, een weg die gepaard is gegaan met moeiten en teleurstelling. Ook een weg die inzichten heeft opgeleverd. Het leven in en trekken door de bergen, zowel in de Alpen als in de Himalaya, waar Pietro graag vertoeft,  zijn een metafoor voor deze weg. De krachten van de natuur, het spel van wind en sneeuw, de warmte van de zon: je hebt ze als mens niet in de hand. Het leven is niet maakbaar, je krijgt het, maar je moet en mag het nemen zoals het komt.

‘De acht bergen’ heeft me geraakt door de mooie beschrijvingen van het gebergte en door de sfeer die Cognetti wist op te roepen. Het boek heeft me ontroerd door de vriendschap tussen Pietro en Bruno die verschillen wist te overbruggen en ze tegelijkertijd liet bestaan.

 

Bruijn, Wilfred de | Op zoek naar mijn Frankrijk

Wie leest verkeert soms zomaar in andere landen, bij andere mensen met andere gewoontes. Een goede schrijver neemt je mee in zijn wereld en als lezer mag je delen in zijn ervaring. Zo nam Wilfred de Bruijn mij mee in zijn Parijs, zijn Frankrijk in Op zoek naar mijn Frankrijk. De Bruijn kreeg bekendheid nadat hij en zijn vriend ernstig mishandeld waren en zijn ervaringen deelde in de media. Deze mishandeling vond plaats in de periode dat in Frankrijk het legaliseren van het homohuwelijk op de agenda stond.

Hoewel deze gebeurtenis volop aandacht krijgt in Op zoek naar mijn Frankrijk biedt De Bruijn veel meer dan een verslag van en reactie op deze voor hem ingrijpende gebeurtenis. Zijn ervaringen zijn wel de aanzet tot opnieuw nadenken over wat het land waar hij al jaren woont en zich inmiddels heel vertrouwd voelt nu eigenlijk karakteriseert.

In Op zoek naar mijn Frankrijk loop je over de straten van Parijs, je ruikt de net gebakken croissants, je proeft de Franse sfeer. Je wordt meegenomen in het verleden waarmee je bijna op elke straathoek wordt geconfronteerd. Vooroordelen over ‘de Fransman’ worden bevestigd en ontkracht. Waarom is de Fransman zo afstandelijk? Welke rol spelen ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ in de samenleving?  Je leeft mee in De Bruijns pogingen om vriendschappen te sluiten, om letterlijk een voet tussen de deur te krijgen. Hij zoekt zijn contacten onder andere door maatschappelijk betrokken en actief te worden in de homowereld, maar op vriendschappelijke voet omgaan met een Fransman gaat niet vanzelf!

De Bruijn beschrijft de schoonheid van Parijs maar sluit zijn ogen niet voor de lelijkheid, voor de achterstandswijken waar het leven een gevecht om het bestaan is. Politieke en maatschappelijke problemen krijgen de aandacht en geven inzicht in het reilen en zeilen van de Franse samenleving.

Op zoek naar mijn Frankrijk is een boeiend en zeer persoonlijk boek. De Bruijn doet een poging de ziel van het land te ontrafelen en geeft zeker een inkijkje in die ziel. Of hiermee alles gezegd is, is voor mij de vraag.

Akkad, Omar El | Een Amerikaanse oorlog

Een Amerikaanse oorlog is de debuutroman van Omar El Akkad,  een voormalig oorlogsverslaggever die in deze roman een oorlog uit de toekomst beschrijft. Het verhaal speelt zich in de laatste drie decennia van de eenentwintigste eeuw.

De Verenigde Staten zijn geconfronteerd met de gevolgen van de opwarming van de aarde en hebben aanzienlijke delen van hun land onder water zien verdwijnen. De overheid probeert te voorkomen dat er nog meer land verloren gaat door het gebruik van fossiele brandstoffen te verbieden. Dit leidt tot een burgeroorlog. Net als eeuwen geleden staan de zuidelijke staten lijnrecht tegenover de noordelijke staten.

Een afschuwelijke oorlog breekt uit waarin naast de legers ook zelfstandige rebellengroepen opereren die niets en niemand ontziend hun slag slaan. Oprukkende legers uit Mexico vormen een extra bedreiging  terwijl ook aanvallen met biologische wapens en oncontroleerbaar rondvliegende drones hun slachtoffers eisen.

Het zuiden ontvangt humanitaire hulp uit Bouazizi, een groot rijk waarin alle Arabische landen zich hebben verenigd nadat ze na de zoveelste Arabische lente zich eindelijk hebben ontdaan van hun dictators.

In Een Amerikaanse oorlog kruipen we in het hoofd van Sarat (Sara T. Chestnut). Vanuit bedreigd neutraal gebied probeert haar vader met zijn gezin naar het noorden te trekken. Voordat dat gebeurt komt hij echter om bij een aanval van een zuidelijke rebellengroep. Sarat komt vervolgens met haar moeder, broer en tweelingzusje in een vluchtelingenkamp voor inwoners van de zuidelijke staten terecht.

Sarat is een opvallend meisje: groot en stoer. Ze heeft niet veel vrienden en vriendinnen, slechts een ander buitenbeentje trekt met haar op.  In het kamp ontmoet ze een zekere Gaines. Gaines vervult een soort vaderrol in het leven van Sarat. Hij maakt gebruik van de rol die hij in haar leven speelt door haar voor zijn eigen karretje te spannen en haar op te zetten tegen de noordelijke staten. Sarat raakt  hierdoor steeds meer betrokken bij het verzet van de zuidelijke rebellengroepen.

Na een afschuwelijke aanval op het vluchtelingenkamp die talloze slachtoffers eist, wordt ze alleen nog maar gedreven door een verlangen naar wraak en vergelding. Ze boekt succes in haar strijd, maar wordt verraden en opgepakt. Getekend voor het leven komt ze uiteindelijk vrij,  vervuld van haat en wraakzucht. Sarat is bijna geen mens meer, alleen in haar contact met neefje Benjamin zien we nog iets van menselijk gevoel.

Een Amerikaanse oorlog is een boeiend verhaal. Het zou zo maar kunnen gebeuren wat Akkad hier beschrijft: klimaatverandering met alle gevolgen van dien die tot nieuwe oorlogen leidt, een Arabische grootmacht die een leidende rol op het wereldtoneel speelt.

Met Sarat heb ik een haat-liefde verhouding opgebouwd tijdens het lezen. Het buitenbeentje waar ik sympathie voor had, werd bijna een robot aangestuurd door haat en wraak. Oorlogservaringen kunnen leiden tot ontmenselijking en daarvan is Sarat  een sprekend voorbeeld. Maar ze stond te ver van me af, om me nog te kunnen identificeren en persoonlijk vind ik dat jammer.