Hall Kelly, Martha | Russische rozen

Russische rozen, een roman waarin het leven van de welgestelde New Yorkse Eliza Ferriday, Sofia Stresjnajva, een nichtje van de Russische tsaar en Varinka een boerendochter van het Russische platteland met elkaar verweven zijn. Een mix van historie en fictie die je vanaf de eerste bladzijde boeit.

De vriendinnen Eliza en Sofia reizen in het voorjaar vanuit het Parijse appartement van Eliza naar Sint-Petersburg. Het is de stad waar de Romanovs en de Russische elite in ongekende weelde leven, terwijl een groot deel van de bevolking in diepe armoede leeft. Het autocratische bewind van de tsaar en diens rijkdommen roepen echter steeds meer weerstand op. Op straat nemen de onlusten in hoog tempo toe. Als de dreiging van een wereldoorlog toeneemt, gaat Eliza terug naar de Verenigde Staten. Ze houdt per brief contact met Sofia. Als voor Sofia en haar familie steeds duidelijker wordt dat de volkswoede ook tegen hen als familie van de tsaar gericht is, gaan zij naar hun landhuis op het platteland. Nu komt Varinka in beeld, een boerenmeisje dat Sofia inhuurt als kindermeisje. De Stresjnajva’s leiden in eerste instantie hun leventje in grote welstand. Dat staat in schrijnend contrast tot de armoede waarin de inwoners van het platteland leven. 

Revolutie

Eliza, in New York, zet zich op allerlei manieren in voor de opvang van Russische vluchtelingen in zowel New York als Parijs. Als op een gegeven moment het contact met Sofia verbroken is, maakt ze zich ernstig zorgen over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

De Russische Revolutie maakt een einde aan het bewind van de tsaar en aan de bevoorrechte positie van adellijke families als de Stresjnajva’s. Terwijl heel veel Russische families naar het buitenland zijn uitgeweken, komt een deel van de familie Stresjnajva’s op tragische wijze om het leven. Voor Sofia was tijdens de verschrikkelijke gebeurtenissen niet aanwezig. Voor haar begint de zoektocht naar haar zoontje Max, meegenomen door Varinka. 

‘Russiche rozen’ wordt  afwisselend verteld vanuit het perspectief van de drie vrouwen. Elk van hen geeft haar eigen beeld van de geschiedenis tussen 1914 en 1920. Dat neemt de lezer afwisselend mee naar Sint-Petersburg, New York, het Russische platteland en Parijs. Juist door die verschillende perspectieven krijg je een goed beeld van deze periode.

In het Parijse appartement, waar het verhaal begon, ontmoeten Sofia en Eliza elkaar uiteindelijk weer en weten ze uiteindelijk ook een hereniging met Max tot stand te brengen. 

Martha Hall Kelly is er in geslaagd een zeer persoonlijk  en op waarheid gebaseerd verhaal over een ingrijpende periode in de wereldgeschiedenis te schrijven. Aanbevolen!

Vlugt, Simone van der | Wij zijn de Bickers

Simone van der Vlugt - Wij zijn de Bickers!

Simone van der Vlugt staat garant voor spannende fictie, vaak met een historisch onderwerp. Met Wij zijn de Bickers!, een verhaal over de beroemde Amsterdamse familie Bicker, waagt zij zich op het terrein van de non-fictie. Op basis van oude documenten als onder andere notulen van een rechtszaak, een kasboekje, documenten over de bouw van het stadhuis op de Dam, privécorrespondentie en dagboeken slaagt Van der Vlugt er in de Bickers tot leven te brengen. Wij zijn de Bickers! begint aan het begin van de zestiende eeuw met Pieter en Anna Bicker-Codde en eindigt in tweede helft van de zeventiende eeuw. 

En de familiegeschiedenis is indrukwekkend: in betrekkelijk korte tijd weet de familie Bicker zich een positie in Amsterdam te veroveren die er niet om liegt, zowel zakelijk als op politiek terrein. De invloed op het stadsbestuur is niet te onderschatten gedurende met name de zeventiende eeuw! De Bickers zijn echte voorbeelden van Hollandse koopmansgeest en laveren, soms met een zeker opportunisme, tussen de verschillende partijen door om zo hun eigen positie te versterken. 

Van der Vlugt neemt haar lezers niet alleen mee in een interessante familiegeschiedenis, maar ook op een boeiende reis door de geschiedenis van Amsterdam en het ontstaan van De Republiek der Zeven Verenigde Nederland die je door de ogen van de Bickers mee mag maken. Kerkelijke twisten tussen Rooms-Katholieken en Protestanten, de oorlog met Spanje, de slavenhandel, de relatie van de Amsterdamse regenten met de Oranjes,  handelsoorlogen en slavenhandel passeren onder andere de revue en tillen het werk boven een familiegeschiedenis uit. 

Portretten van verschillende Bickers, fragmenten uit archiefstukken, afbeeldingen van schilderijen en landkaartjes verlevendigen de tekst en zijn een informatieve aanvulling op het verhaal. Wie zich nog verder zou willen verdiepen in de geschiedenis van de Bickers kan gebruik maken van het uitgebreide overzicht van de door Van der Vlugt gebruikte informatie.

Ik heb het lezen van ‘Wij zijn de Bickers!’ als een plezierige wandeling door Amsterdam en de geschiedenis van een van zijn bekendste families ervaren en me terug gewaand in voorbije eeuwen waarbij je ook nog zoveel herkent uit het huidige Amsterdam! Wat mij betreft is Van der Vlugt geslaagd met haar eerste non-fictieboek!

Schmitt, Eric-Emmanuel | Het evangelie volgens Pilatus

Wie een beetje Bijbelkennis heeft, weet dat er vier evangeliën zijn: het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. De eerste drie komen in tal van opzichten met elkaar overeen.  Eric-Emmanuel Schmitt voegt daar ‘Het evangelie volgens Pilatus’ aan toe. Hij is overigens niet de eerste auteur die de gebeurtenissen rond het lijden en sterven van Jezus  van Nazareth in een roman verwerkt. Het is interessant om je in te leven in een hoofdrolspeler in het drama rond de veroordeling van Jezus.

Schmitt toont ons een beeld van Pilatus, stadhouder namens de Romeinse keizer. In brieven aan zijn broer Titus  beschrijft Pilatus  wat er allemaal gaande is in Jeruzalem en omstreken. De dagen rond het Pascha zijn voor hem altijd spannende dagen. Er is veel volk in de stad, pelgrims vanuit alle hoeken van het land . Joden die de Romeinen het liefst gewapenderhand zouden willen verjagen, zouden hun kans kunnen grijpen en dan hoeft er maar iets te gebeuren of de vlam slaat in de pan. Het is er Pilatus alles aan gelegen om de rust te bewaren.

Als de Joodse leiders hem om de veroordeling van Jezus van Nazareth, Yechoea,  vragen komt hij voor de morele keuze te staan of hij recht doet of ervoor kiest om ten koste van het recht de Joden rustig te houden. Tegen het advies van zijn vrouw Claudia , die ervan overtuigd is dat Yechoea de zoon van God is,  besluit hij uiteindelijk Yechoea over te leveren om gekruisigd te worden. Door zijn handen in onschuld te wassen, geeft hij aan dat hij zich bewust is van  het onrecht. Met de dood van Yechoea lijkt voor Pilatus de zaak afgesloten en opgelucht kan hij vaststellen dat er geen relletjes zijn uitgebroken die het Romeinse gezag ondermijnen.

Maar nu begint het eigenlijke verhaal pas: een soort detective waarin het verdwenen lijk van de gekruisigde en begraven Yechoea wordt opgespoord. Pilatus is een rationeel mens, gelooft niet in bovennatuurlijke verschijnselen en probeert op logische wijze een verklaring voor het verdwenen lichaam te vinden. Als het lichaam niet is weggehaald, dan is er wellicht sprake van een dubbelganger. Of Yechoea was niet echt overleden maar schijndood. De getuigen die beweren Yechoea te hebben gezien en gesproken worden echter steeds talrijker en Yechoea verschijnt zelfs aan Pilatus’echtgenote Claudia. Omdat Yechoea gezegd heeft in Galilea zijn volgelingen weer te ontmoeten, vertrekt Claudia met verschillende andere pelgrims naar het noorden. Om zijn vrouw terug te vinden, trekt ook Pilatus naar Galilea waar hij hoort hoe Yechoea in een schitterend licht is opgenomen.

Aan de brieven gaat een proloog vooraf: bekentenis van een ter dood veroordeelde de avond voor zijn arrestatie.  Yechoea is in de Olijfhof en wacht op  zijn arrestatie. Zijn meest geliefde discipel Yehoudah Iskariot, zal hem aan de soldaten overleveren op aandringen van Yechoea zelf.  De Yechoea die je als lezer hier leert kennen door de terugblik die hij zelf op zijn leven geeft, verschilt enorm van de Jezus van Nazareth die je in de Bijbel ontmoet. Waar je in de Bijbel de zoon van God leert kennen,  is in de roman Yechoea meer een goddelijk geïnspireerd mens. Door Yechoea als mens te tonen, brengt Schmitt hem dichtbij, maar je verliest hem ten diepste als zoon van God en Zaligmaker. Dit gedeelte riep bij mij dan ook zeer gemengde gevoelens op: mag je op deze manier Jezus als personage in een roman ten tonele voeren?

Het slothoofdstuk speelt zich af in het jaar 2000 en daarin treedt de schrijver zelf naar voren en legt hij verantwoording af van zijn keuze om op deze wijze het lijden van Jezus en Zijn opstanding te presenteren.

Het Evangelie volgens Pilatus is een boeiend verhaal. Het aloude Bijbelverhaal gaat voor je leven omdat je je in kunt leven in mensen van vlees en bloed. Jezus Christus was echter meer dan een mens van vlees en bloed, Hij is God zelf. In mijn ogen heeft Schmitt hiermee  een grens overschreden.

 

Bakker, Michiel | Een leven bleek niet lang genoeg

Een man, aan het einde van zijn leven gekomen, richt zich in acht brieven tot zijn vroegere geliefde Marianne. Zij ontvangt deze brieven na zijn dood en leest hoe de briefschrijver zich zijn hele leven lang verbonden bleef voelen met haar ook al was hun relatie al jaren geleden beëindigd. Het heimwee naar de verloren geliefde is bijna tastbaar aanwezig. ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ is echter meer dan terugzien en verlangen naar wat geweest is.

In de brieven komen zware thema’s aan de orde: de zin van het leven, de relatie tussen mensen waarbij de ander tegenover het ik staat, de vraag naar wat wezenlijke vrijheid is, een al dan niet aanwezige God en uiteindelijk de vraag naar wat het betekent om mens te zijn.

Michiel Bakker, een student filosofie, blijkt geraakt te zij door het gedachtegoed van Nietzsche. Op diverse plaatsen in het verhaal duikt de dwaze mens die op zoek is naar God en uiteindelijk moet constateren dat God dood is, op. De absolute vrijheid die dit oplevert, is echter niet per se winst. De consequenties zijn niet te dragen. ‘Hoe zouden wij in hemelsnaam onszelf vervullen, wij, die mieren zijn; wij, slechts ternauwernood onszelf? Al eerder heb ik het gezegd, Marianne eerder heb ik het je al gezegd, maar nogmaals zal ik het je zeggen: de godenvoeten zijn te groot. De schoenen van de goden zijn ons veel te groot, en onze voeten juist zo klein.’

De briefschrijver blijft uiteindelijk met lege handen achter. Een allesomvattende liefde, die de vervulling van zijn leven had kunnen zijn, is verloren gegaan en er is niets voor in de plaats gekomen. ‘Wie zijn wij nu eenmaal? Wat zijn wij toch? Wij zijn het niets dat nietst, Marianne, verwaarloosbaar in het geheel; maar ieder een wereld, ieder een heelal.’ ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ toont uiteindelijk een sombere oude man die vooral terugkijkt op een leven van verlies.

Het taalgebruik van Bakker is op sommige momenten prachtig. Ik heb genoten van de passage waarin Marianne in een ontluikend Parijs het pakketje brieven vindt. Mooie beeldspraak! Op andere momenten vond ik de overdaad aan beelden bijna irritant evenals de herhaling die veelvuldig voorkomt. Hoewel er in deze roman eigenlijk nauwelijks iets gebeurt, zit er toch voldoende spanning in de wijze waarop Bakker de briefschrijver zijn gedachten laat verwoorden, om geboeid te blijven lezen. Al met al een debuut dat verwachtingen schept!

Polak, Chaja | De man die geen hekel had aan Joden

“Alles kan van iemand worden afgenomen behalve één ding: de laatste van de menselijke vrijheden, en dat is dat iemand in alle gegeven omstandigheden kan kiezen welke houding hij aanneemt. Elk moment is een keuze.”  Met dit citaat van Viktor Frankl,  een neuroloog en psychiater, maar vooral ook bekend als overlever van de holocaust, besluit  Chaja Polak ‘De man die geen hekel had aan Joden’. Polak schreef dit boekje naar aanleiding van een interview met Isabel van Boetzelaer in de NRC van 20 maart 2017. Dit vond plaats ter gelegenheid van de verschijning van haar boek ‘Oorlogsouders: Een familiekroniek over goed en fout in twee adellijke families’.  In dit boek is een belangrijke rol weggelegd voor haar vader, Willem baron Van Boetzelaer. Hij deed  tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig dienst bij de Waffen-SS, heeft gevochten aan het Oostfront en was later werkzaam bij de Sicherheitsdienst. Hij zou door zijn schoonfamilie overgehaald zijn tot deze keuze, met name vanwege het grote gevaar dat het communisme, waar de nationaalsocialisten tegen streden,  voor de adel vormde .

Isabel van Boetzelaer is daarom zeer mild in haar conclusies: haar vader had uit idealisme de kant van de nazi’s gekozen, weliswaar een foute keuze, maar over betrokkenheid bij zaken als de vervolging van Joden en andere oorlogsmisdaden  zwijgt ze. In ieder geval had haar vader geen hekel aan Joden, zo is Isabel altijd verteld. Ook haar opa van moederskant heeft een fout oorlogsverleden en dat wordt door Van Boetzelaer  zo goed als verzwegen.

‘De man die geen hekel had aan Joden’  heeft drie lijnen die elkaar steeds kruisen. Chaja Polak, Van Voorst, Chaja’s broer Hans en historica Evelien Gans maken een documentaire over de gebeurtenissen die op 22 april 1944 op het onderduikadres waar Chaja en haar ouders verborgen werden, hebben plaatsgevonden. Haar ouders worden gearresteerd en gedeporteerd, naar wat blijkt onder verantwoordelijkheid van Willem van Boetzelaer.. De man die geen hekel aan Joden had, werkt wel mee aan hun vervolging. Valt dit te verzwijgen of te vergoelijken? Hoe zit het met zijn verantwoordelijkheid? Als hij geen hekel aan Joden had, had hij toch een andere keuze kunnen maken?

Chaja Polak heeft grote moeite met de wijze waarop Van Boetzelaer de geschiedenis weergeeft. Er is volgens haar zeer selectief en  in verhullend taalgebruik met de feiten omgesprongen. De daden van vader Van Boetzelaer worden min of meer begrijpelijk gemaakt en lijken daardoor minder erg te worden.  Polak voelt zich geroepen een reactie te geven, zeker als ook uit onderzoek van publicist Maarten van Voorst blijkt dat in ‘Oorlogsouders’  bepaalde feiten, al dan niet bewust, onvermeld blijven.

Polak heeft, naast haar bezwaren tegen het boek als zodanig, ook  grote moeite met de positieve ontvangst van ‘Oorlogsouders’ door prominenten als Ad van Liempt en Alexander Münninghoff. Wij doen volgens Polak de geschiedenis onrecht door de misdaden die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn gepleegd in verzachtende woorden te verhullen en foute keuzes te vergoelijken.  Daar mogen we geen begrip voor opbrengen. Daders hebben altijd een keuze en zijn daarom ook altijd verantwoordelijk! Diepe indruk maakt dit boekje door de persoonlijke verhaallijn: het is het verhaal over Polak zelf en haar ouders. Zij heeft recht van spreken!  Dit boekje verdient het door velen gelezen te worden ‘opdat wij niet vergeten’.

Baay, Reggie | Het kind met de Japanse ogen

In ‘Het kind met de Japanse ogen’ ga je met Reggie Baay op reis naar Thailand en diverse eilanden van voormalig Nederlands Indië. Een zoektocht naar een deel van het leven van zijn ouders, waar hij nauwelijks iets van weet. Dit verleden heeft echter wel een enorme impact op hem en zijn broer gehad tijdens hun jeugd. Een verzwegen verleden, een veelheid aan geheimen waar nooit anders dan in bedekte termen over wordt gesproken, roept vragen op en maakt onzeker. De angst en pijn van zijn ouders was voelbaar , maar er werd niet gesproken, geen woorden aan gegeven.

Als beide ouders van Baay zijn overleden, treft hij bij het opruimen van hun spullen een schoenendoos aan. Daarin bevinden zich allerlei fotonegatieven, documenten en dagboeken. En dan is er ruimte voor een  zoektocht naar antwoorden. De locaties waar de foto’s genomen zijn, voeren hem naar diverse plaatsen in Thailand en Indonesië. Tijdens deze reis ontrafelt hij het verleden en tragische leven van zijn ouders en zijn broer,  het kind met de Japanse ogen.

Zijn vader is een zoon van een Indo-Europese vader en een Javaanse bijvrouw. In 1939 tekent hij als twintigjarige voor het Koninklijk Nederlands- Indisch Leger. Als in 1942 Nederlands Indië door de Japanners bezet wordt, gaat hij in krijgsgevangenschap en maakt de verschrikkingen aan de Birma-spoorlijn mee. Hij overleeft de vreselijke ontberingen en hoopt terug te keren naar zijn familie en de draad van zijn leven weer op te pakken. Tijdens een herstelperiode in Thailand blijkt van zijn plannen echter niets terecht te komen. De Nederlandse overheid is inmiddels  in conflict met Indonesische onafhankelijkheidsstrijders en dit neemt steeds gewelddadiger vormen aan. Militairen van het KNIL, in dienst van de Nederlandse overheid, worden ingezet tijdens de zogenaamde politionele acties en voor de vader van Baay en vele anderen betekent dit dat zij tegen hun eigen landgenoten moet vechten. De fotonegatieven uit de schoenendoos geven een beeld van deze ervaringen.

Ook Baays moeder heeft als meisje en jonge vrouw op Sulawesi veel ellende gezien en ervaren en trauma’s opgelopen tijdens de Japanse bezetting en onafhankelijkheidsoorlog.

Als in 1949 Indonesië onafhankelijk wordt, vertrekt het gezin Baay, vader, moeder en zoon, naar Nederland. Het verleden reist echter mee en zowel vader als moeder worden geteisterd door hun herinneringen en trauma’s. In ‘Het kind met de Japanse ogen’ geeft Baay een beeld van zijn jeugd die bepaald is door een vader die lijdt aan paniekaanvallen en nachtmerries en een moeder die soms letterlijk vastloopt in haar herinneringen.  Het feit dat de ogen van de oudere broer van Baay vanwege hun stand doen herinneren aan de ogen van de Japanners, maken het er niet gemakkelijker op: een dagelijkse herinnering aan degenen die hun alle ellende hebben aangedaan.

In ‘Het kind met de Japanse ogen’ reis je als lezer mee in een stukje koloniale geschiedenis, maar het laat  vooral zien wat deze geschiedenis voor mensen van vlees en bloed betekent. Het is verschrikkelijk wat vader Baay heeft meegemaakt onder de Japanners en hij is voor bijna onmogelijke dilemma’s geplaatst in de strijd tegen zijn eigen landgenoten. Fysiek zal de periode in krijgsgevangenschap wellicht het zwaarst zijn geweest, moreel gezien was de strijd tegen de vrijheidsstrijders waarschijnlijk nog veel zwaarder. Baay geeft inzicht in de rol die de Nederlandse overheid heeft gespeeld en de wijze waarop zij de Indo-Europese KNIL-militairen heeft gebruikt voor haar eigen belangen. Een bijdrage waarvan deze militairen de impact op hun persoonlijk leven hun hele leven hebben moeten meedragen. Een bijdrage die van de kant van de Nederlandse overheid en het Nederlandse publiek nauwelijks enige vorm van meeleven, laat staan waardering, heeft opgeleverd.

‘Het kind met de Japanse ogen’ is spannend en zet je aan het denken. Het gaat over een periode uit onze geschiedenis die niet  vergeten mag worden. Al was het maar vanwege de vele offers die destijds en soms levenslang gebracht moesten worden.

 

Akkerman, Stevo | De mooiste dag

Omsloten door de hoofdstukken ‘Therese, Jacob, Wilco, Floor’ vertelt Stevo Akkerman in De mooiste dag vanuit de afzonderlijke perspectieven van deze personages over het gezin waar zij deel van uit maken. Dochter Therese gaat bevallen en haar man, vader en zus wachten in spanning op het verloop van de bevalling die niet zonder problemen verloopt. Moeder Agnes ontbreekt, sterker nog: zij is verdwenen en niemand weet waar ze uithangt. En dat op het moment waar ze zo lang naar toe heeft geleefd.

Vanuit de verschillende perspectieven krijg je een beeld van de onderlinge relaties in het gezin en de karakters van de verschillende personen. Onuitgesproken verwachtingen, verlangens en frustraties veroorzaken onderhuids enorme spanningen. Slechts zelden komen ze aan de oppervlakte in gezinsverband, maar als lezer ben je er steeds weer vanuit ander perspectief deelgenoot van. Moeder Agnes leren we alleen kennen vanuit de ogen van haar man en kinderen. Dit geeft uiteraard een veelzijdig beeld, maar laat haar niet zelf aan het woord.

Stevo Akkerman verstaat de kunst van zijn personages ‘echte mensen’ te maken. Ze zijn herkenbaar in hun ambities, hun teleurstellingen, hun pogingen het goed te doen en hun falen. In ‘De mooiste dag’ ontmoet je mensen die vluchten voor de confrontatie met de ander en zich vervolgens tekort gedaan voelen. Je ontmoet mensen die te weinig oog hebben voor wat de ander echt bezighoudt en het leven van de ander alleen vanuit hun eigen perspectief bekijken. Je ontmoet mensen die wel anders zouden willen, maar zich onmachtig voelen de situatie te veranderen.

Akkerman toont zich een milde schrijver in de wijze waarop hij zijn personages neerzet, waardoor ik uiteindelijk voor allemaal wel een zekere sympathie had. Wellicht had dit ook te maken met de herkenbaarheid en de spiegel die je daarmee wordt voorgehouden.

Door de vertelwijze vanuit de verschillende perspectieven bleef De mooiste dag tot op de laatste bladzijde boeien. Akkerman is een verteller die zijn verhaal  zo weet te verwoorden dat je wordt meegenomen en tot op de laatste bladzijde blijft genieten.  De slotzin suggereert herstel: ‘Ik ben er nog meisje,’ zegt ze zacht. ‘Het verhaal is nog niet voorbij.’ Het maakte me nieuwsgierig!

 

Keith, Ellen | Gedwongen kampliefde

Een Duits concentratiekamp  tijdens de Tweede Wereldoorlog en een cellencomplex  waar de Argentijnse militaire junta zijn tegenstanders gevangen hield vormen het decor van de aangrijpende roman Gedwongen kampliefde. Een fictief verhaal, maar gebaseerd op een gruwelijke werkelijkheid.

De verzetsstrijders Theo en Marijke de Graaf worden gearresteerd en afgevoerd naar Buchenwald waar ze de verschrikkingen van het naziregime ondergaan. Al snel krijgt Marijke de kans om aan de grootste ellende te ontsnappen, maar daar moet ze wel een heel hoge prijs voor betalen: werken in het kampbordeel voor gevangenen. Een onmogelijk dilemma want beide keuzes hebben hun verschrikkelijke consequenties. Marijke kiest  en voert haar strijd om mens te blijven en zichzelf in de ogen te kunnen blijven kijken.

SS-officier Karl Müller heeft in Gedwongen kampliefde een andere strijd te voeren. Als nazi een bureaufunctie vervullen is wel heel iets anders als verantwoordelijk zijn voor het martelen en moorden in een concentratiekamp. Het kost hem moeite, maar moet zich handhaven en daarbij ook aan de verwachtingen van zijn fanatieke vader voldoen.

Als hij Marijke ontmoet en van haar diensten gebruik maakt, ontstaat er een zekere relatie tussen hen. Een bizarre relatie waarin haat en liefde, schuld en schaamte, goed en fout lijnrecht tegenover elkaar staan. Marijke en Karl maken gebruik en misbruik van elkaar om beiden te kunnen overleven. Bij beiden speelt eigenbelang een hoofdrol, maar het is voor mij gemakkelijker om Marijke te vergeven dan Karl, en dat heeft vooral te maken met de tweede verhaallijn in Gedwongen Kampliefde.

Luciano Wagner wordt gearresteerd vanwege zijn protest tegen de Argentijnse militaire junta. Hij heeft een Duitse vader met wie hij nooit een goede band heeft kunnen ontwikkelen. Altijd kreeg hij het gevoel dat hij niet voldeed aan de verwachtingen die zijn vader koesterde.

Heel subtiel roept Ellen Keith vragen op over vader Arturo Wagner. Waarom gedraagt hij zich zoals hij doet? Waarom heeft hij zo’n moeite met de geaardheid van zijn zoon? Waarom hangt er zoveel geheimzinnigheid rond zijn persoon? Wie is hij eigenlijk?

Marijke komt na veel ontberingen uiteindelijk thuis na de ineenstorting van het Duitse rijk en wonder boven wonder leeft ook Theo nog. Na een gedwongen kampliefde volgt een gedwongen zwijgen uit liefde en zelfbehoud.

Luciano Wagner komt niet meer thuis, hij is een van de vele verdwenen personen waar op de Plaza de Mayo door de even zovele moeders voor wordt gedemonstreerd. Uiteindelijk worden de vragen rond Arturo beantwoord. Niet verrassend, wel confronterend. Een vader die geen vader kon zijn, omdat hij zelf niet de zoon heeft kunnen zijn die hij had moeten en willen zijn.

Gedwongen kampliefde is geen vrolijk boek, het confronteert je met de zwartste kanten van het leven. Er staan gruwelijkheden in beschreven die je helemaal niet wilt lezen, maar het boek vraagt om de moed om door te lezen.  Dan zal je  tot in het diepst van jezelf ervaren dat er omstandigheden zijn waarin het ongelooflijk moeilijk is de grens tussen wat goed en wat fout is, wat schuld en verantwoordelijkheid is,  te bepalen.

 

Gerritsen, Esther | De trooster

‘Ik onderzocht mijzelf voor het eerst met een serieus praktische bedoeling. En daar trof ik ontstellende dingen aan: een dierentuin vol begeerten, een gekkenhuis vol ambities, een kleuterschool vol angsten, een harem vol gekoesterde haatgevoelens.’  Deze woorden van C.S. Lewis geeft Esther Gerritsen mee als motto aan De trooster. Een mens in zijn gebrokenheid, een mens op zoek naar heling, een trooster.

Jacob, conciërge in een kloostergemeenschap, een buitenbeentje in de ‘gewone wereld’ leren we kennen als een tevreden mens. ‘Ik was tevreden met mijn gebrekkige lichaam, dat brandt en slijt en toch volstaat, dat doet wat het moet doen. Ik verlangde niets.’ Hij, de buitenstaander, voelde Gods liefde  die de liefde van mensen verving  in zijn eenzaamheid.  Al schurend aan de deurposten wist hij zeker dat hij gelukkig was. Hij had niets (meer) te willen. Tot  het moment dat Henry Loman binnenkwam.

Deze simpele woorden brengen meteen spanning in het verhaal. Het behoort niet tot de taken van Jacob om de gasten die zich voor een retraite in het klooster terug willen trekken te ontvangen. Het loopt nu echter zo en deze ontmoeting zet het leven van Jacob op zijn kop. Lohman is niet de eerste de beste, de broeders in het klooster vinden het maar wat jammer dat deze staatssecretaris zich na de eerste ontvangst door Jacob steeds weer tot de conciërge wendt. Voor Jacob is het een nieuwe ervaring een vriendschap te ontwikkelen waarin lief, leed, tekortkomingen en schuld met elkaar gedeeld worden.

Uiteindelijk loopt het uit op een enorme teleurstelling: Jacob ervaart dat hij Lohman niet uit zijn zonden en falen kan verlossen en dat Lohman ten diepste die verlossing ook afwijst. Het Bijbelse  verhaal van Jezus’ lijden en opstanding loopt parallel aan de verhaallijn van Jacob en geeft de diepte die je als lezer zo graag ziet in een roman. Gerritsen blinkt uit in de wijze waarop ze in De trooster  haar personages weet neer te zetten, ze komen tot leven.  Ze worden de mensen uit het citaat van Lewis, mensen op zoek naar een trooster. Een trooster die de diepste wonden in een mensenleven balsemt of een trooster die een pleister plakt op de oppervlakkige wonden?

De trooster is een roman die het verdient om meer dan eens te worden gelezen, er valt veel in te beleven!

Dee, Jonathan | De kiezers

De kiezers, een roman over groeiende ongelijkheid in een veranderende (Amerikaanse) samenleving. ‘ “Weet je hoe ik me voel?” zei Gerry. Hij probeerde zijn toon net zo luchtig te houden als de hare, maar merkte dat hij daar niet in slaagde. “Ik voel me bedreigd, maar dat is nog niet eens het ergste, het ergste is dat iedereen maar blijft roepen dat ík degene ben die dreigt, dat wat ik zwart noem in feite wit is en andersom. Net als in Orwell. Als ze het maar vaak en hard genoeg zeggen, denken ze, dan gaan we het vanzelf geloven. En ze hebben nog gelijk ook. Ik heb het gevoel dat ik pas kortgeleden ben gaan snappen wat er eigenlijk aan de hand is.” ’

De kiezers  begint met een proloog in 2001 in New York net na de alles veranderende aanslagen van 9/11. We leren Mark Firth kennen die de bewuste dag toevallig in New York was. In De kiezers leven we  vervolgens mee met de inwoners van het Amerikaanse stadje Howland in Massachusetts, woonplaats van Mark. Het is een ‘normaal’ stadje op het platteland met ‘normale’ problemen: geldzorgen, relatieproblemen en de lasten en lusten van het gewone leven.

Vanuit verschillende perspectieven laat Dee zien wat er zoal speelt in het gezapige Howland, ver van de grote stad met zijn eigen problematiek en dynamiek.

Het verhaal krijgt een omslag als de miljardair Philip Hadi van zijn zomerhuis in Howland zijn permanente verblijfplaats maakt. Hadi vreest nieuwe terreuraanslagen en verruilt het onveilige New York voor de betrekkelijke veiligheid van het platteland. Als de burgemeester overlijdt, werpt Hadi zich op als de enige kandidaat en weet in korte tijd de sympathie van de meeste bewoners te verwerven.

Slechts een enkeling  (Gerry) laat zich kritisch uit over de steeds groter wordende rol die Hadi in het stadje  krijgt als hij de kosten van de gemeente grotendeels voor zijn rekening neemt. Als Hadi echter te veel invloed krijgt, mede als gevolg van de economische crisis, en bewoners te afhankelijk worden slaat de sympathie voor Hadi om in onderling wantrouwen en lopen de spanningen op. Als Hadi uiteindelijk vertrekt en het stadje weer aan zichzelf achterlaat, blijken de onderlinge tegenstellingen alleen maar groter en is de harmonie die er ooit toch enigszins was ver te zoeken. Howland is een verdeeld stadje, zoals de Amerikaanse samenleving verdeeld is.

Dee is lang voordat Trump president werd deze roman begonnen, maar de actualiteit heeft inmiddels bevestigd wat Dee in De kiezers verwoordde. Het is een boeiend verhaal,  afwisselend door de verschillende perspectieven en met vaart geschreven. Ik vind het jammer dat het taalgebruik onnodig grof is, zonder vloeken en schuttingtaal had ik er meer van kunnen genieten.