
Tinka Floor heeft met Nasleep een lijvige roman geschreven. Een verhaal met verschillende lijnen en hoofdpersonages. Floris, een vijftienjarige jongen, die op zoek gaat naar zijn verbannen vader, een gewelddadige man die iedereen de stuipen op het lijf joeg, alleen al door er te zijn. Floris’ zoektocht naar zijn vader is eigenlijk ook een zoektocht naar zichzelf.
Daarnaast is er Marthe, zijn moeder, jarenlang door Alexander misbruikt en geïsoleerd van haar familie en vrienden. Ook zij is in feite op zoek naar wie ze nu eigenlijk is, hoe ze haar leven verder wil leiden. Stof genoeg voor een meeslepend verhaal. En op bepaalde momenten word je in Nasleep ook meegenomen, word je geraakt door het leed van Marthe, de vragen van Floris, de gruwelijke omstandigheden van Line en de wederwaardigheden van de vele andere personages die een rol spelen in dit boek.
En daar ligt, wat mij betreft, meteen de zwakte van het verhaal: het is te veel. In de beperking toont zich de meester, is een bekende uitspraak en die had Floor ter harte moeten nemen. Er zijn te veel lijnen en lijntjes, belangrijke en minder belangrijke personages om echt helemaal in het verhaal te komen. Jammer, want de Marthe en Floris zijn boeiende figuren die een afgerond verhaal verdienen! De uitgebreide lijst met personen en de verschillende stambomen waren op zich een goede toevoeging, maar niet voldoende helpend om echt zicht te houden op wie nu wie was en wie bij wie hoorde.
Floor heeft het verhaal in een middeleeuws aandoend decor geplaatst, maar wijkt in haar taalgebruik nog wel eens af van wat bij deze periode passend is, wat tot enige vervreemding leidt. De manier waarop gedachten en gesproken tekst naast elkaar stonden en soms in elkaar overliepen maakte het lezen er niet gemakkelijker op en riep soms zelfs enige irritatie bij mij op, evenals de letterlijke herhalingen die te vaak voorkwamen. Schrijven is schrappen is ook zo’n bekende uitspraak en schrappen had hier tot een beter verhaal kunnen leiden.
Aan fantasie ontbreekt het Tinka Floor niet, ze is zeker in staat een boeiend verhaal te schrijven, maar met Nasleep is ze daar, wat mij betreft, maar ten dele in geslaagd. Ik ben benieuwd naar een volgend, korter, verhaal.





Een man, aan het einde van zijn leven gekomen, richt zich in acht brieven tot zijn vroegere geliefde Marianne. Zij ontvangt deze brieven na zijn dood en leest hoe de briefschrijver zich zijn hele leven lang verbonden bleef voelen met haar ook al was hun relatie al jaren geleden beëindigd. Het heimwee naar de verloren geliefde is bijna tastbaar aanwezig. ‘Een leven bleek niet lang genoeg’ is echter meer dan terugzien en verlangen naar wat geweest is.
In ‘Het kind met de Japanse ogen’ ga je met Reggie Baay op reis naar Thailand en diverse eilanden van voormalig Nederlands Indië. Een zoektocht naar een deel van het leven van zijn ouders, waar hij nauwelijks iets van weet. Dit verleden heeft echter wel een enorme impact op hem en zijn broer gehad tijdens hun jeugd. Een verzwegen verleden, een veelheid aan geheimen waar nooit anders dan in bedekte termen over wordt gesproken, roept vragen op en maakt onzeker. De angst en pijn van zijn ouders was voelbaar , maar er werd niet gesproken, geen woorden aan gegeven.