Over Jan Jaap Karsten

Schrijver in mijn dromen. Uitgever. Ex-leraar Nederlands. Vader. Man. In omgekeerde volgorde. Denk ik.

Zantingh, Peter | Na Mattias

Na Mattias - Peter ZantinghAls er iemand wegvalt, dan gaat het leven voor alle andere mensen door. Het leven verandert, het krult zich om de lege plek, kapselt hem in en geeft het gemis en het verdriet een steeds minder zichtbare plek. En dat proces voltrekt zich voor iedereen anders. Hoe prachtig heeft Peter Zantingh dat gevangen in het boekje Na Mattias.

Via 7 personages vertelt hij over het gat dat valt na Mattias dood. We volgen het leven van de vriendin van Mattias, z’n beste vriend, z’n moeder, zijn grootouders en wat viavia kennissen. Maar iedereen krijgt op zijn manier te maken met de dood van Mattias.

Amber, bijvoorbeeld, de vriendin van Mattias worstelt met zichzelf vooral over de manier waarop ze voor het laatst met hem gesproken heeft. Mattias was namelijk nogal een enthousiast type, dat aan veel dingen begon, maar lang niet alles afmaakte. Toen ze daar feedback op gaf, reageerde hij niet goed en ziedaar, het laatste gesprek dat ze hadden. Of Chris, de beste vriend met wie Mattias een koffiebar wilde beginnen. Het zou een heel bijzonder cafe worden, waar je een kop koffie bestelde terwijl je naar een goed muziekje luisterde. Op je kassabon zou staan welke muziek je luisterde. Chris zoekt naar een zinvolle invulling van zijn dagen en vindt die in het begeleiden van een blinde hardloper.

Opa en oma martelen met Netflix, dat Mattias ooit voor het instelde, maar dat ze niet meer aan de praat krijgen. Moeder Kristianne deelt haar leed met een buurvrouw met een immigrantenverleden. Zelfs mensen die Mattias niet eens echt persoonlijk kenden, worden in het boek opgevoerd. Issam kende Mattias eigenlijk alleen van het internet.

Het boekje (het is 200 blz. dik) is erg toegankelijk. Het verdriet zit hem vaak in de kleine dingetjes: een fiets die weer thuis wordt gebracht, een naam in een computerspel. De dwarsverbanden die in de verschillende verhalen worden gelegd, zorgen ervoor dat er als vanzelf een gelaagd beeld ontstaat van Mattias, hoewel hij in het boek natuurlijk alleen in de herinneringen leeft.

Bijzonder aan het boekje is dat het idee van playlists is uitgewerkt: op de laatste bladzijde staat de playlist van de koffiebar en even zoeken in Spotify leert dat de playlist al is aangemaakt en hij ondersteunt de sfeer van het boekje goed. Het is in alle opzichten een boek dat af is.

Wieringa, Tommy | De heilige Rita

De heilige Rita

‘Daantje, die al op jonge leeftijd had leren autorijden, had een auto aan de praat gekregen en was tussen hoge heggen naar het bos gereden waar zijn vader aan het stropen was. Hij was alleen in het donkere bos. Hij riep om zijn vader, ijl klonk zijn stem tussen de bomen. ‘Vader? Vader, ben je daar?’
Er kwam geen antwoord, er was niemand.
Pas nu Paul met open ogen in het duister lag te staren, zag hij de overeenkomst met Christus’ sterf­scène. Alleen aan het kruis, door alles en iedereen verlaten. Waren de drie kruisen op Golgotha niet ook te beschouwen als een bos, een dun bos? Ook Hij riep om zijn vader. Eli, Eli, lema sabachtani waren de eenzaamste woorden van de Heilige Schrift.’

Tommy Wieringa behoort inmiddels tot de absolute top van de Nederlandse literatuur. Met De heilige Rita laat hij opnieuw zien dat hij schrijven kan. Een boek dat schitterende zinnen bevat en een prachtige sfeer, maar tegelijk de lezer deprimeert.

Paul Kruger is nog een jonge jongen als er op het land van zijn ouders een Russisch vliegtuigje neerstort.De piloot overleeft het ternauwernood en komt aansterken in het huis van Pauls ouders. De moeder van Paul zorgt voor de Rus, valt voor hem en verlaat haar man en haar zoon. Het is de eerste keer dat Paul verlaten wordt. Hij ziet haar nooit meer terug en blijft bij zijn vader wonen. Het boek begint als vader als zorgbehoeftig thuis zit en Paul Kruger zijn boterham verdient als handelaar in curiosa, meer specifiek legerspullen uit de Tweede Wereldoorlog.

Pauls wereld is nauwelijks groter dan Mariënveen, het dorp waar hij woont. Hij heeft een kroegmaat, Hedwiges, die nog het dichtst in de buurt komt van een vriend. Dit uitgestorven dorp is het decor van leegte, het behang van Pauls bestaan. Vrouwelijke tederheid geniet hij bij Rita, een prostituee die in Duitsland, net over de grens werkt. Pauls leven kabbelt een beetje voort tot zijn maat Hedwiges in een domme opwelling opschept over het miljoen dat hij thuis zou bewaren en hij wordt overvallen, wat de gebeurtenissen in Mariënveen in een stroomversnelling brengt.

Wieringa is een veelzijdig schrijver. In Joe Speedboot verkende hij de absurde humor,  in verkende hij de Bijbelse geschiedenis op een prachtige, actuele manier. In dit boek verkent hij de leegte. Hij neemt een hoofdpersoon die niet veel heeft: een hulpbehoeftige vader, een vriend en een stamkroeg. Zelfs de vrouw van zijn keuze moet hij delen met het hele dorp. En langzaam maar zeker neemt Wieringa hem zelfs dat af, beetje bij beetje. Er doen zich best kansen voor voor Paul, maar hij durft ze niet te pakken. Zo is er best een leuke vrouw in hem geïnteresseerd, maar hij laat haar lopen. Ook het geloof toont zich aan Paul en hij wil graag geloven, maar ook dat lijkt niet aan hem besteed. En zo komt hij steeds verder alleen te staan, tot Wieringa Paul achterlaat in een groteske eenzaamheid die zijn weerga niet kent, waarin hij zowel met zijn liefde en zijn haat geen kant op kan.

Wieringa schrijft fantastisch. De ene na de andere schitterende zin ontrolt zich: ‘Langzaam klom hij boven de bomen uit. Nog eenmaal vloog Anton boven zijn dorp, het arme, oude Zagoeblene met zijn witte huisjes en zijn blauwe deuren en luiken, een laatste saluut, zijn ogen vol tranen. Toen zette hij koers naar het noordwesten. Zo begon zijn lange reis, met alleen de krijtwitte maan als metgezel.’ Ook de scènes waarin Pauls moeder vecht tegen de liefde voor de Rus, verliest en uiteindelijk vertrekt, zijn hartverscheurend.

Het is de volslagen eenzaamheid die voor mij als thema komt bovendrijven. Als de mens uiteindelijk elk klankbord voor zijn emotie moet ontberen, dan kan het niet anders of waanzin ligt op de loer.

Saint-Exupéry, Antoine de | Nachtvlucht

Nachtvlucht - Antoine De Saint-Exupéry

Ook dit boek uit de stal van uitgeverij Bint is al op leeftijd: in het Frans verscheen het voor het eerst in 1931, in het Nederlands pas in 1987. Nu dus een heruitgave in 2017. Maar de vraag die Antoine de Saint-Exupéry in zijn boek centraal stelt is dan ook van alle tijden en plaatsen, alsmede ook de kracht van de personages.

De onbetwiste hoofdpersoon van het verhaal is Riviére, de chef van het hele luchtnet ten tijde van de eerste intercontinentale vluchten. Hij staat voor de moeilijke keuze om ’s nachts vluchten te laten uitvoeren. In die tijd een bijzonder gewaagde keuze, want het betekent blind vertrouwen op de techniek. Daar is nog lang niet iedereen klaar voor, maar Riviére zet door. In de nacht die beschreven wordt, zijn er verschillende piloten onderweg.

Pellerin is de piloot die zojuist een kist succesvol aan de grond zet in Buenos Aires. Hij wordt als een held binnengehaald, iedereen kijkt tegen hem op, ook Riviére. Iedereen wil graag bij hem zijn, hij is de belichaming van de vooruitgang, hij heeft het niet bedacht, maar hij heeft het wel gedaan. Fabien is de piloot die onderweg is. Hij belandt in een

orkaan, drijft af en moet de confrontatie met de orkaan aangaan. Eigenlijk verdwijnt deze piloot in stilte. Letterlijk, maar ook in termen van vooruitgang is deze piloot geen beter lot beschoren. De laatste piloot blijft naamloos. We zien hem afscheid nemen thuis, waar hij eigenlijk al met zijn hoofd in de wolken zit. Opmerkingen over angst van Riviére lacht hij weg, hij is een en al moed.

En voor dat orkest van vooruitgang staat dirigent Riviére. Hij is degene die het startsein heeft gegeven, hij leidt de muziek naar een donderend slot waar hij een beeld bij heeft, maar waar hij het orkest wel eerst naartoe moet leiden. Hoewel de piloten en hun werk uitgebreid aan bod komen, ligt de druk en de verantwoordelijkheid volledig bij Riviére. Hij probeert op alle mogelijke manieren zich vrij te houden om zijn doel te bereiken. Hij gaat geen persoonlijke relaties aan met personeel, eigenlijk met niemand. Hij houdt de vrouw van de piloot op een afstand. Hij voelt verbondenheid met een monteur zonder vrouw.

Het roept levensgroot de vraag op: wat moeten mensen die een missie hebben eigenlijk allemaaldoorstaan? Ze zetten alles opzij om hun droom na te jagen. Ze torsen een verantwoordelijkheid waardoor een plezierig leven ver te zoeken is, maar ze blijven vechten.

Erg goed in kaart gebracht door De Saint-Exupéry, dit vraagstuk. Niet alleen een erg mooi verhaal om te lezen (ondanks verouderde technieken en communicatiemiddelen), maar erg nuttig om te lezen voor iedereen die zich op een leidinggevende plek in de maatschappij weet. Niet als zelfhulpboek, maar wel om de waarheid onder ogen te zien: it’s lonely at the top.

Wieringa, Tommy | Dit zijn de namen

Dit zijn de namen - Tommy WieringaTommy Wieringa is vooral bekend geworden met het boek Joe Speedboot. Dat was een lichtvoetig boek over de coming of age van Fransje Hermans, stampvol met doldwaze avonturen, bijzondere vriendschappen, groteske vrolijkheid en af en toe een traan. Dit zijn de namen is een totaal ander boek, maar tegelijk een herkenbare Wieringa.

Het boek bevat twee verhalen, die elkaar pas ver over de helft van het boek raken. Wieringa vertelt beide verhalen tegelijkertijd, maar ze zijn zo totaal verschillend qua herkenbaarheid en sfeer, dat je lang het idee houdt dat de verhalen in twee verschillende tijdperken en werelddelen spelen.

Het eerste verhaal vertelt over Pontus Beg, een wat mopperige politiecommandant die al jaren op z’n post zit en eigenlijk niet veel meer vanher leven verwacht. Hij is niet ontevreden, maar kijkt ook niet terug op een volmaakt leven, zowel in z’n carrière als privé. Op enig moment ontdekt hij dat hij Joods bloed heeft en hij verdiept zich in zijn roots. Hij raakt bevriend met een rabbijn, die met hem schaakt en en passant leert wat het is om Joods te zijn. ‘Ziet u het niet?’ zei de rabbijn. ‘Juist dat is voor anderen zo slecht te verdragen. God die zich over ons ontfermt en rampen stuurt naar Egypte. (…) Als een vader een favoriete zoon heeft,’ zei hij met zijn rug naar Beg toe, ‘dan zal er altijd jaloezie in huis zijn.’

Terwijl Pontus zich verdiept in zijn roots, dwalen vijf mannen, een vrouw en een kind door de woestijn. Ze zijn op weg naar het land waarvan hen beloofd was dat het voor hen zou liggen, dus ze lopen en lopen tot ze er letterlijk bij neervallen. Onderling ontstaat ruzie en de enige Ethiopiër van het gezelschap, steevast aangesproken met Afrika, wordt zondebok van de kleine groep. Ook het feit dat hij zich ontfermt over een gestruikeld groepslid helpt hem niet. Het onbegrip neemt toe en de verdachtmakingen leiden tot ertoe dat de groep zich tegen de man keert. Gek genoeg is dat uiteindelijk de gebeurtenis die de groep uiteindelijk uit de woestijn leidt. Hun ontvangst in de stad die hun verlossing had moeten zijn, weet helemaal niet hoe met deze mensen om te gaan.

Symboliek

De bijbelvaste lezer heeft in deze gebeurtenissen allang de geschiedenis van het volk Israel in de woestijn herkend. Ook dat de dood van een van de vluchtelingen leidt tot verlossing van de rest van de groep is een bekend Messiaans patroon. Ook de plek van de vluchtelingen in de stad is een verwijzing naar de plek van de Joden in de wereldgeschiedenis.

Wieringa stopt dus erg veel symboliek in het boek (ik noemde slechts enkele voorbeelden, maar het boek barst ervan), maar die daalt pas later in. In eerste instantie wordt alle aandacht toch vooral opgeëist door de gruwelen van de woestijntocht. Deze tocht wordt vergeleken met de gruwelen in de kampen van de Tweede Wereldoorlog, wat weer een parallel is met het lot van het Joodse volk. En dan te bedenken dat zowel de woestijnreis en de jodenvervolging werkelijkheid waren, maar dat ook dit soort zwerftochten van vluchteling nog steeds voorkomen. Het maakt het lezen van dit boek tot een intense ervaring en het werpt een bijzonder licht op de bijbelse geschiedenissen en de geschiedenis van Israel.

Grisham, John – Het eiland

Het eiland - John GrishamHet nieuwste boek van John Grisham mag de naam thriller nauwelijks dragen. Niet per se slecht geschreven (daar is Grisham te goed voor), maar ook niet wat de doorgewinterde fan mag verwachten. Deze keer verkent Grisham de schimmige wereld van de handel in eerste drukken van beroemde boeken.

Het boek begint met het spannendste gedeelte. Een aantal criminelen heeft ontdekt dat in de kelders van de universteit van Princeton een aantal kostbare boeken liggen, te weten de manuscripten van F. Scott Fitzgerald met als belangrijkste boek ‘The great Gatsby’. Ze weten ook dat er mensen op de wereld zijn die miljoenen zouden uitgeven om deze documenten te bezitten. Niet dat ze er wat mee zouden kunnen, maar er zijn nou eenmaal mensen die er erg blij van worden als ze iets kunnen bezitten wat verder niemand bezit. Deze criminelen plannen een slimme overval, krijgen de manuscripten inderdaad in hun bezit, maar enkele van de daders worden al snel opgepakt. Maar daar zijn de manuscripten nog niet mee boven tafel.

De verzekeraar van de documenten huurt een particulier opsporingsbureau in, dat opereert in de ‘grijze gebieden’ waar de FBI vanwege de beperkte procedures en rechtsgang niet kan werken. Dit bureau heeft er lucht van gekregen dat de documenten in het bezit zijn van een flamboyante boekhandelaar en verzamelaar Bruce Gable. Van Gable is bekend dat hij zich graag inlaat met auteurs. Hij regelt signeersessies, dineert met hen en in geval de schrijver van vrouwelijke kunne is, waagt hij ook nogal eens een verleidingspoginkje. Het bureau zoekt dus een aantrekkelijke auteur die zich met Gable kan inlaten om erachter te komen of hij de manuscripten inderdaad in bezit heeft. En zo komen we bij hoofdpersoon Mercer Mann. Zij heeft een redelijk succesvol boek geschreven, haar tweede wil niet vlotten, ze heeft schulden, geen relatie; kortom, de ideale undercover. En zo begint het echte verhaal.

Amoureuze undercover

De manier waarop auteurs verder met elkaar omgaan en het wereldje rond de boekhandel van Gable is idyllisch. Het speelt zich allemaal af op Camino Island en het gesloten wereldje waarin iedereen elkaars kent en zich vrolijk met andermans leven bemoeit lijkt op een afstandje een groot feest. Grisham weet een uitstekende sfeer neer te zetten. De hoofdpersoon is Mercer, maar de figuur Gable komt veel beter uit de verf. Hij is intelligent, charmant, geslepen en niet echt oneerlijk. Mercer blijft een beetje vlak: ze wil eigenlijk niet undercover, doet het toch vanwege het geld, maar dan wel met de nodige reserve, die ze uiteindelijk toch ook weer laat varen. Beetje type pion.

De handel in boeken had ik graag wat verder uitgediept gezien. Hoe herken je bijvoorbeeld een echt werk of een vervalsing? Hoe conserveer je een echt oud boek? Dat blijft nu allemaal wat onderbelicht. Grisham heeft zich wat verdiept in de wereld van de manuscripten, wat rondgescharreld zoals hij het zelf noemt. Ongetwijfeld hebben de hoge bedragen die er in omgaan hem op het idee gebracht dat deze wereld het decor van een misdaadroman kon zijn. Maar het milieu is te lief om de suspense te dragen.

Hij leunt daarom nogal zwaar op de seksuele spanning die er is tussen de redelijk naïeve Mercer en beroepsverleider Bruce Gable. Bruces open huwelijk met alle escapades wordt ook grondig doorgelicht. Het ligt er niet duimendik bovenop, maar in Gable wereld is seks valuta. En daar stelt Grisham me enigszins teleur: hij heeft keer op keer bewezen dat hij in een superspannend boek allerlei technische details over het juridische wereldje kwijt kan zonder saai te worden. Hij heeft deze goedkope trucs niet nodig, wat mij betreft.

Patchett, Ann | Gemeengoed

Gemeengoed - Ann PatchettIk had nog nooit wat van Ann Patchett gelezen. Ik wist dus ook niet wat ik moest verwachten van Gemeengoed, ik was vooral gevallen voor het omslag dat zo leek op Afspraak in Portugal van Corien Oranje. Benieuwd dus.

Patchett begint het boek met een zomers feest waar Bert Cousins onuitgenodigd verschijnt. Op dat feest valt hij voor Franny Keating, hetgeen uiteindelijk leidt tot echtbreuk in hun huwelijken en een huwelijk tussen hen beiden. Het is de aanleiding, maar niet het thema: het boek focust zich op de levens van de kinderen (4 van Bert, 2 van Beverly) die zichzelf door het leven proberen te slaan. Het begint al in de kinderjaren, als de 6 kinderen vooral aan hun lot worden overgelaten en op avontuur gaan.

Het jongste broertje is meestal strontvervelend en wordt door de oudere kinderen vakkundig in slaap geholpen door hem Benadryl te laten eten. Die Benadryl had de oudste broer bij zich, omdat hij allergisch is voor bijen. Dat kan natuurlijk niet goed gaan en er het onvermijdelijke gebeurt, wat weer een nieuwe breuk veroorzaakt.

Patchet springt heen en weer door de tijd en een van de lijnen volgen we Franny, die gesjeesd is voor haar rechtenstudie en werkt als serveerster. In die hoedanigheid ontmoet ze een beroemde auteur met wie ze een relatie krijgt. Ze vertelt hem het geheim en hij gebruikt het in zijn boek. Dat blijft natuurlijk niet onopgemerkt en zo buitelen de ontwikkelingen over elkaar.

En dat is nog wel het meest sprekende kenmerk, vind ik: de dynamiek van het boek. Het is geen doldwaas avonturenboek, er zit een zekere rust en diepgang in, maar er gebeurt heerlijk veel. Mij doet het gevoel van het lezen nog het meest denken aan Joël Dicker in Het boek van de Baltimores.

Niet alles is qua gebeurtenissen even verheffend, maar daar focust het boek ook niet op. het focust meer op de nasleep en de pijn die mensen van hun vergissingen hebben en hoe dat een leven kan beïnvloeden.

Veldhuis, Remco | Lang verhaal kort

Remco Veldhuis - Lang verhaal kortIk heb een boek gelezen en ik zal de belangrijkste zaken er even uit lichten: in het voorwoord stond een incongruentie, op pagina 31 wordt ‘Sugerdaddy’ misspeld, op pagina 64 staat ‘weap’ in plaats van ‘weep’ (zal wel huilen via WhatsApp betekenen… -lachpauze-), op pagina 76 lees ik ‘in gezet’ (met een spatie ertussen, zal ook wel lachpauze zijn), op pagina 83 zelfs waar het zelf moet zijn, op pagina 108 wordt Filemon ‘Wisselink’ van achternaam genoemd…

Kappen nou! Zo bespreek je toch geen boek? Daar gaat het toch helemaal niet om? Je leest een boek toch voor z’n totale boodschap, voor z’n zeggingskracht? Je vlooit er toch niet doorheen om er dingen uit te vissen die je niet in de haak vindt en die je vooral als grap kunt aanwenden?

Juist.

Maar dat is nou precies de indruk die ik na het lezen van het boekje van Remco Veldhuis kreeg: hij heeft de Bijbel gelezen met in zijn achterhoofd de cabaretvoorstelling die hij ervan wilde gaan maken. Hij heeft vooral de passages onderstreept waarvan hij wist dat die, mits met de juiste intonatie en frons gebracht, een lach zouden oproepen.

Zo is er ruime aandacht voor de verschillende prostituees die in de Bijbel voorkomen, wordt er herhaaldelijk gewezen op vermeende tegenstrijdigheden in Gods handelen, wordt bij menselijkerwijs onbegrijpelijke zaken herhaaldelijk benadrukt dat alles waar is, worden verschillende gebeurtenissen vergeleken met hedendaagse op een manier die alle symboliek en heiligheid eruit haalt en ga zo maar door. Als Veldhuis al af en toe iets leerzaams aantreft (waarover straks meer), dan sneeuwt dat behoorlijk onder onder de veelheid aan grappen die hij maakt.

Positiefs

Is er dan helemaal niks goeds te melden? Dat is te kort door de bocht. De persoonlijke lijn die Veldhuis door het boekje heen vlecht, vind ik ontroerend en kwetsbaar verteld. Hij vertelt het verhaal van zijn relatie met zijn vader, die na meerdere afschuwelijke ervaringen afstand nam van de katholieke kerk, maar er nooit helemaal los van kwam. Zou zo een kneiter van een roman kunnen worden. Dit alles was ook de aanleiding voor Veldhuis om de Bijbel integraal te lezen. Hij heeft er immers nooit een letter in gelezen, hoe kan het boek dan toch zo’n invloed op zijn leven hebben? Helaas is dat niet de leidende, objectieve vraag geworden, laat staan dat hij het antwoord formuleert. Het onbegrip is op zich leerzaam. Het had een mooi verslag op kunnen leveren waar christenen, waar iedere geïnteresseerde van had kunnen leren. De poging is sympathiek, maar is wat mij betreft te badinerend uitgewerkt.

Hier en daar pikt Veldhuis ook een positief graantje mee, zoals bepaalde wijsheden in Spreuken, het geduld van God en de onwil van Jezus om de overspelige vrouw te veroordelen, maar daar volgt steevast al te snel een grap op. De conclusie ‘Oordeel niet’ komt wat mij betreft niet voort uit zijn samenvatting, die voert hooguit terug op de gebeurtenissen rond de overspelige vrouw die bij Jezus werd gebracht ter veroordeling, en al helemaal niet op de Bijbel. De Bijbel wil niet dat wij over mensen en hun lot oordelen, dat komt alleen God toe, maar vraagt zeker van ons gedragingen en uitingen (die van onszelf en anderen) te beoordelen en de juiste keuzes te maken. Een leven zonder keuzes en oordelen kan helemaal niet: ‘Hm, trouwen of samenwonen… Ai, ik mag niet oordelen’. Je snapt m’n punt.

Ik sluit af met een citaat uit het boekje: ‘Zelfde boek, andere conclusie. Wat je er uit haalt, zegt vooral wat over hoe jij in elkaar zit.’

Greene, Graham | De kern van de zaak

Graham Greene - De kern van de zaakUitgeverij Bint is een nieuwe uitgeverij met een ervaren uitgever aan het roer. Een van de eerste uitgaven stelt meteen een daad: het is een heruitgave van De kern van de zaak van Graham Greene, een titel uit 1948 en een persoonlijk favoriet van uitgever Arie Kok. Het is een boek dat bijna 70 jaar later niets aan zeggingskracht verloren heeft.

Het is het verhaal over Scobie, een goedmoedige politiefunctionaris in een Britse kolonie in West-Afrika, die getrouwd is met een labiele vrouw zonder echte vrienden die hem totaal niet begrijpt. Ze zijn door plichtsbesef en hun geloof tot elkaar veroordeeld. Zij is een gelovige katholiek en hij beseft dat zij een eventuele scheiding niet zal overleven, mede gezien hun kinderloosheid na het overlijden van hun enige kind. Maar ze leven langs elkaar heen, want zij wil voortdurend dat hij carrière maakt en voor zichzelf opkomt, terwijl hij het liefst met rust gelaten wordt. Op enig moment komt echter het moment dat zij het uitzichtloze van hun bestaan niet langer aankan en besluit te vertrekken naar Zuid-Afrika en daar op hem te wachten tot zijn pensioen. Scobie wringt zich in allerlei bochten om geld bij elkaar te brengen om de reis mogelijk te maken, maar corrumpeert zich daarbij wel.

In afwezigheid van zijn vrouw valt Scobie voor een uit oorlogsgebied gevluchte weduwe, Helen Rolt, en nu moet hij zijn krampachtige loyaliteit verdelen over drie partijen: zijn wettige vrouw, zijn nieuwe vriendin en God. ‘Ergens boven de duistere wateren zweefde iets als een voorgevoel van nog een verkeerde daad en nog een slachtoffer, niet Louise en niet Helen. In de stad begonnen de hanen te kraaien bij het ochtendgrauwen.’ En zo verliest Scobie zijn onschuld en offert hij God aan zijn aardse liefdes. En hij beseft het terdege, want in bovenstaand citaat is Scobie nog niet daadwerkelijk in zonde gevallen. Ook zijn dagboekaantekeningen zijn ontdaan van alle emoties, die nu juist de kern van zijn gedachten op dat moment uitmaken.

Geen uitweg

Ook al is hij zijn vrouw ontrouw, hij zal haar nooit in de steek kunnen laten. Daarnaast voelt hij zich vanaf de eerste minuut ook verantwoordelijk voor weduwe Rolt. Tegelijk ziet hij in dat hij op deze manier zichzelf niet staande kan houden: niet in het dagelijks leven, niet tegenover zichzelf en al helemaal niet tegenover God. De gebeurtenissen rondom zijn lening nemen een gruwelijke wending en Scobie ziet geen oplossing meer en wil niet langer anderen kwetsen met zijn leven.

Een krachtig boek over zonde en genade, geloof en ongeloof, trouw en ontrouw. Met name de gedachte van de zondaar dat vergeving voor hem onmogelijk is, wordt zeer invoelend beschreven. De manier waarop Greene de personages laat dobberen in een sociale zee, zonder dat ze elkaar werkelijk bereiken is erg beklemmend. Ook het verschil tussen wat een persoon is, wat hij wil zijn en hoe anderen hem zien is briljant uitgewerkt. Prachtig boek, dat een heldere toon zet voor uitgeverij Bint.

Meijer, Eva | Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuisEva Meijer is een bijzonder veelzijdige dame. Ik som op en hoop maar dat je aan het eind van de opsomming nog steeds leest: Eva Meijer is beeldend kunstenaar, filosoof, schrijver en singer-songwriter. Daarnaast werkt ze aan haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. Ze is voorzitter van zowel de landelijke OZSW werkgroep dierethiek en Minding Animals Nederland. Tussen de bedrijven door houdt Eva dagelijks een weblog bij en treedt regelmatig op met proza en/of liedjes.

Ben je er nog? Mooi, want ook al wekt een dergelijk CV de indruk dat Eva Meijer eigenlijk niet kan kiezen en dus alles maar bij het eindje houdt, blinkt ze in het schrijven in elk geval uit (over de rest kan ik nauwelijks oordelen, hoewel ik nu zit te luisteren naar haar Regina Spektor-achtige muziek op Spotify die op het eerste gehoor goed klinkt). Een zo wijdlopige lijst van bezigheden zou ook het beeld op kunnen wekken dat het wel heel wilde, springerige lectuur zal zijn, maar ook dat is niet het geval.

Het vogelhuis gaat over Gwendolen (Len) Howard die opgroeit in een welgesteld Engels gezin rond de eeuwwisseling van de 19e en 20e eeuw. Een gezin waar vooral aandacht is voor de geneugten van ontspanning, gezelschap, cultuur en alcohol. Maar ook een gezin waarin de spanningen tussen de ouders duidelijk voelbaar zijn, waarbij de moeder vooral door haar drankgebruik onhebbelijk wordt. Persoonlijk interesseren Len en haar vader zich voor vogels. Gwen hoeft zich in principe geen zorgen te maken over geld en over de toekomst, maar een verliefdheid komt op een vervelende manier aan z’n eind en ze zoekt een zinvolle invulling voor het leven. Ze wordt concertvioliste en een goeie ook.

Haar violistenbestaan in Londen ontwikkelt zich positief. Ze krijgt een belangrijke plek in een van de betere orkesten van Londen en kan goed met de dirigent overweg. In 1937 neemt ze een vakantie en gaat ze logeren in een gehucht op het platteland, waar ze hernieuwde interesse voor de vogels aldaar opvat. Ze keert nog kort terug naar Londen, maar eigenlijk alleen om afscheid te nemen. Daarna gaat ze voorgoed op het platteland wonen en verdiept ze zich in de vogels aldaar en levert een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar vogels.

Het is een bijzonder boek en vooral de delen waarin ze op het platteland verkeert zijn bijna sereen. De manier waarop de relatie met haar ouders (met name haar moeder) verloopt en ook hoe haar liefdesleven uitpakt is juist het tegenovergestelde. Hoewel de wereld voor de vogels ook niet altijd van een leien dakje gaat, is die wereld toch een stuk voorspelbaarder. De belangrijkste vogel is op een bepaalde manier te spiegelen aan Len zelf: waar Len juist wegloopt uit haar familie, haar werkzame leven en uit de liefde, zoekt de mees Ster juist de confrontatie en eist ze een plek voor zichzelf op.

Een heerlijk boek om mee tot rust te komen. Meijer schrijft in korte zinnen helder proza en ze bouwt het verhaal mooi op, met eigen teksten van Len Howard erdoorheen. En Eva, als je toch ooit gaat kiezen: kies literatuur!