Over Jan Jaap Karsten

Schrijver in mijn dromen. Basisschooldirecteur. Ex-leraar Nederlands. Vader. Man. In omgekeerde volgorde. Denk ik.

Schoeman, Karel | Verliesfontein

Karel Schoeman - VerliesfonteinKarel Schoeman is niet zo heel bekend in Nederland. Het overgrote deel van zijn werk is niet in het Nederlands vertaald. Het gaat dan ook vaak om historisch of biografisch werk. Maar dat maakt het werk dat wel vertaald is niet minder de moeite waard, integendeel. Schoeman heeft klasse, dat merk je al op de eerste pagina’s. Een schrijver die zichzelf kan beheersen en de gebeurtenissen in laag tempo brengt, als een arbeider die stenen sjouwt op het heetst van de dag in Afrika.

Het boek Verliesfontein is het derde deel in een serie romans met Afrika als decor. Dit deel gaat over de Afrikaanse Boerenoorlog. Het derde dat verscheen, feitelijk het eerste deel van de serie. De Boerenoorlogen waren twee oorlogen tussen de boeren van transvaal, directe afstammelingen van Nederlanders die daar waren gekoloniseerd en Engelsen, die probeerden van de zuidelijke staten van Afrika een federatie te maken. Het boek speelt zich af tijdens de tweede Boerenoorlog, die uiteindelijk door de Engelsen wordt gewonnen.

Het boek opent bij Eddie, een journalist op weg om in het gehucht Fouriesfontein een foto te maken van het graf van een man waarvan hij weet dat hij is omgekomen in de Tweede Boerenoorlog. Maar op weg er naartoe rijdt zijn chauffeur er bijna voorbij, omdat het gehucht niet te zien is vanaf de weg. Op de plaats waar het ongeveer moet zijn, stapt Eddie uit en hij zet een aantal stappen in de richting van het vermeende dorp. Hier zit een passage in het boek die Schoeman gebruikt om van het heden naar het verleden te gaan en die magisch-realistisch aandoet. Voelt wat vreemd aan, gezien de rest van het boek. Feit is dat Eddie verdwijnt in de wolken stof van warm Afrika en dat stemmen uit het verleden opklinken.

Stemmen

Drie stemmen om precies te zijn. Schoeman laat eerst Alice aan het woord, de dochter van een Engelse rechter. Zij duikt in haar herinneringen en diept er een beeld op van de oorlog. Ze weet nog vooral de feestjes op te noemen, de relaties die er waren, de dingen die een jong meisje bezighouden. Ze merkt vooral dat ze na de oorlog overal buiten komt te staan, dat ze geen vriend overhoudt. Het is haar kijk op de zaak, haar perspectief. Ze verschuilt zich achter haar slechte geheugen.

De tweede persoon die aan het woord komt is Kallie, de bescheiden secretaris van de Engelse rechter. Het is een sociaal wat onbeholpen jongen, die zijn bewondering voor Alice maar moeilijk weet te uiten, hoewel hij de rechter zeer na staat. Doordat hij opgeklommen is uit het arbeidersmilieu en bij de middenklasse is gaan horen, komt ook hij alleen te staan. Hij verschuilt zich in zijn herinneringen achter zijn drukke bezigheden en het feit dat hij niet de verantwoordelijkheid droeg, toentertijd.

Dan komt nog juffrouw Godby aan het woord, die zich vooral druk maakt over de gewone kleine gebeurtenisjes van een dorp. Ze is echter wel de enige die zich druk maakt om het onrecht dat Adam Balie wordt aangedaan en probeert daar wat aan te doen, hoewel er anderen zijn die daar meer verantwoordelijkheid in dragen.

Slow read

De sfeer zo kort na de oorlog is zo goed getroffen door Schoeman. Mensen willen vergeten, ook al zeggen ze van niet. Mensen zijn betrokken, ook al beweren ze van niet. Niemand gaat vrijuit, ook al beweert men van wel. Het zijn altijd anderen die het verkeerd deden en zo woedt een oorlog nog na het sluiten van het officiële verdrag nog jaren door in de harten en hoofden van hen die erbij waren.

Qua stijl doet Schoeman erg aan Marilyn Robinson denken. Het trage proza reikt je voorzichtig steentje voor steentje aan, waardoor langzaam de contouren van het thema ontstaan. Een heerlijke ‘slow read’.

Ook interessant: een lezing die uitgever Pieter Rouwendal op 20-09-2016 gaf in het Zuid Afrikahuis.

Kundera, Milan | De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

Milan Kundera - De ondraaglijke lichtheid van het bestaanDe ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Het is zo’n titel die op zich al poëzie is, zo’n titel die maakt dat je dat boek dat er bij hoort wilt lezen. Het is een boek uit 1984. Het is het jaar waarvan George Orwell voorspelde dat alles wat ons menselijk maakt zou zijn uitgebannen en de mens zou zijn geprogrammeerd tot een machine. Het werd het jaar waarin Milan Kundera de liefde doorgrondde. Of in elk geval een poging deed.

Chirurg Tomas ontmoet Tereza voor het eerst als ze hem bedient in het restaurant en hij haar het gevoel geeft dat ze werkelijk gezien wordt. Hij reist weer terug naar Praag, waar hij woont en een goede week later staat ze plotseling op zijn stoep. Heerlijk, vindt Tomas, maar tegelijkertijd een probleem, want hij heeft nogal veel vriendinnen en hij omarmt de filosofie dat hij nooit een voorkeur mag laten merken omdat dan de balans in dat kaartenhuis zoek is.

Toch verovert Tereza zijn hart en kiest hij voor haar. Het is een van de eerste contrasten die Kundera opwerpt in het boek: monogamie of polygamie. Tomas heeft het er nogal moeilijk mee: hij houdt werkelijk van Tereza, maar werkt zich steeds verder in de nesten door er toch minnaressen op na te houden. Een van Tomas’ minnaressen houdt er zelf ook een minnaar op na. Maar dat is een volslagen ander type dan Tomas, net als zij zelf een ander type is dan Tereza.

En zo manoeuvreert Kundera zijn personages steeds zo dat hij tot inzicht kan komen hoe de mens en zijn emoties werken. Het levert mooie beschrijvingen op, bijvoorbeeld over het verschil tussen schoonheid en kitsch: ‘Kitsch werkt vlak achter elkaar twee tranen van ontroering. De eerste traan zegt: Wat mooi, kinderen die over een grasveld rennen! De tweede traan zegt: wat mooi om samen ontroerd te zijn door kinderen die over een grasveld rennen! De tweede traan maakt de kitsch pas tot kitsch.’

Of de passage over gezien willen worden: ‘De eerste categorie verlangt naar een eindeloze hoeveelheid anonieme ogen, met andere woorden, de blik van een publiek. De tweede categorie omvat mensen die om te leven veel bekende ogen nodig hebben. Dat zijn de onvermoeibare organisatoren van cocktailparty’s en diners. Dan komt de derde categorie mensen, die er behoefte aan hebben steeds in de blik te zijn van een geliefd persoon. En tot slot de vierde categorie, de zeldzaamste, van mensen die leven onder de denkbeeldige blik van een afwezig publiek. Dat zijn dromers.’ 

Filosofietjes

Het zijn dit soort filosofietjes, het rubriceren van de werkelijkheid die maken dat het een boek is dat je aan het denken zet. Kundera beschrijft de liefde tussen Tomas en Teresa, maar spiegelt die ook aan andere relaties en destilleert zo steeds archetypes van geliefden, lijstjes van liefdestalen, tegenstellingen in liefdesopvattingen, vaak in schitterende oneliners. Jammer dat Kundera niks heeft met de christelijke insteek, daar was ik ook benieuwd naar geweest.

De verklaring van de titel is ook al gebaseerd op een contrast: sommige mensen lijden aan de zwaarte van het bestaan, omdat een liefde en de mislukkingen daarin zo diep gaan en zo moeilijk zijn. Anderen lijden juist omdat alles zo makkelijk voorbij gaat: ‘Sabina kon haar melancholie niet ontvluchten. Maar wat is Sabina dan overkomen? Niets. Ze is weggegaan bij een man omdat ze bij hem wegwilde. Achtervolgde hij haar soms? Wreekte hij zich? Nee. Haar drama was niet een drama van zwaarte, maar een drama van lichtheid. Sabina ging niet gebukt onder een last, maar onder de ondraaglijke lichtheid van het bestaan.’

Catharijneconvent | Kerkinterieurs in Nederland

Kerkinterieurs in Nederland - Catharijneconvent‘Meer en meer worden kerkgebouwen beschouwd als cultureel erfgoed, als verwijzingen naar de vele, ook spirituele ontwikkelfasen die onze samenleving heeft doorgemaakt. Het zijn krachtige ingrediënten van onze identiteit, die we telkens opnieuw moeten bepalen in een maatschappij die snel verandert van opvattingen, materiële entourage en samenstelling.’ Het is daarom dat museum Catharijneconvent de taak op zich nam niet alleen cultuur-historische attributen in haar pand in Utrecht te verzamelen en te tonen, maar ze nu ook te fotograferen en in boekvorm uit te brengen. Kerken verzamel je nogal moeilijk, vandaar.

Het levert een prachtwerk op. Het boek behelst de interieurs van 100 kerken, 18 uit de Middeleeuwen, 24 uit de 17e eeuw, 16 uit de 18e eeuw, 17 uit de 19e eeuw en 25 uit de 20e eeuw. De aandacht verspreidt zich over protestantse, rooms-katholieke en joodse kerken met immense of juist heel bescheiden afmetingen (en alles wat ertussen zit). Er zijn interviews opgenomen met een voorganger, met een organist, met trouwe bezoekers, met toeristen en ook met de fotograaf, voor wie hulde vanwege de schitterende en passende fotografie.

Uiteenlopend aanbod

Imposant is de imitatie van de St. Pieter in Rome die in Oudenbosch is neergezet: de Basiliek van de HH. Agatha en Barbara. De komst van een gedreven pastoor leidde tot twee initiatieven die Oudenbosch voorgoed op de kaart zetten: de stichting van een jongensinternaat en de bouw van de genoemde basiliek. Het is misschien wel Nederlands meest on-Nederlandse kerk, hoewel hij door de Nederlandse bouwmeester Pierre Cuypers  is gebouwd. Maar die naam komt veelvuldig voor in het boek en die voerde ook gewoon maar opdrachten uit.

Daarbij vergeleken is de dorpskerk van Krewerd eufemistisch bescheiden te noemen, maar dat is het leuke aan dit boek: in de meest onooglijke kerkjes weten de schrijvers nog veel unieke details te ontwaren en valt er nog veel af te leiden over kerkbouwprincipes van die tijd.

Ook mooi: de schuilkerken worden zichtbaar gemaakt. Dat zijn veelal kerken die in de tijd van de nadere reformatie niet in de openbare ruimte geduld werden en slechts vermomd als huis of andersoortig pand mochten bestaan. Het zijn er aardig wat en het geeft met terugwerkende kracht een beeld van een intolerant Nederland dat wij niet meer kennen.

Het boek wordt ingeleid door Justin Kroesen en Sible de Blaauw. De schrijvers geven een mooi overzicht waarom welke interieurstijl in welke periode leidend was, wat het effect is geweest van heftige perioden als de Reformatie met de Beeldenstorm, maar ook wat het dreigende gevaar is van de secularisatie. Maar het gaat de heren vooral om het verlies aan historisch cultuurgoed, niet om de teloorgang van het geloof. Want dat stalt dit boek natuurlijk ook wel heel duidelijk uit.

Claudel, Philippe | De boom in het land van de Toraja

Philippe Claudel - De boom in het land van de TorajaPhilippe Claudel overdenkt in De boom in het land van de Toraja het leven. Letterlijk. Het verhaal gaat over een van zijn beste vrienden die kanker krijgt (‘Ik heb een gemene kanker’) en na een ziekbed komt te overlijden. Terwijl deze gebeurtenissen zich voltrekken, moet de hoofdpersoon (die anoniem blijft) grip zien te krijgen op het leven en de relaties die hij nog wel heeft en de betekenis die hij aan het leven wil geven. Claudel stopt het boek tjokvol thema’s zonder dat het boek programmatisch of overvol wordt.

Het boek gaat over ziek zijn: ‘Wanneer worden we ziek? Als alles goed gaat of als alles slecht gaat? In de monotonie van dagen die allemaal op elkaar lijken? Of juist in de ontregeling, bij een breuk in het leven van alledag?’ Het gaat over de verhouding die elk mens heeft met zijn eigen lichaam, een lichaam dat niet meer wil, het lichaam dat we ons in onze eerste jaren hebben moeten toe-eigenen en nu een last wordt.

Het boek gaat ook over oud worden: ‘Mijn moeder is niet dood en toch bezoek ik haar zelden. (…) Ze leeft nauwelijks. Of op een andere manier. Anders dan hoe de meeste mensen het leven kennen. Haar lichaam overleeft, in een rolstoel in een bejaardentehuis van het kleine stadje waar we woonden.’ Ook tijd beschrijft Claudel in zijn boek: ‘Hier is de tijd anders dan buiten. Hier bezit hij een viscositeit die de tijd kleverig maakt, die de uren laat samenklonteren tot zware massa’s van een haast onaardse dichtheid.’ 

Het boek gaat ook over taal, hoe in taal een leven kan worden voortgezet dat in werkelijkheid al is afgelopen.‘Deze tekst wordt de plaats waar onze vriendschap zich afspeelt. Eugene is hier, op deze bladzijden, in deze regels of ertussen.’

Het boek gaat ook over perspectief, over het punt van waaraf we onze omgeving bezien. ‘Je leeft altijd met een onvolledig beeld van jezelf. je kunt jezelf nooit kennen zoals een ander je ziet. Voor jezelf ben je meestal maar een platte voorkant (…)’.

Maar bovenal gaat dit boek over leven en dood. Leven in het aanschijn van de dood zet alles in een ander licht. Relaties worden anders gewaardeerd, de dingen die je doet krijgen een andere betekenis, nalatenschap wordt belangrijk. Claudel gelooft niet in God, althans hij heeft het er nauwelijks over in zijn boek. Als christen mis ik dat, maar het maakt de zaken die hij wel bespreekt niet minder belangrijk. Stilistisch is Claudel erg begaafd. Het boekje leest haast als poëzie. Zeker geen pageturner, maar een prachtig werkje om wat van de beperkte tijd die we hebben mee te verdoen.

Stigchel, Stefan van der | Zo werkt aandacht

Voor je deze recensie gaat lezen, verplicht ik je het bovenstaande youtubefilmpje te bekijken.

Zo werkt aandacht - Stefan van der StighelZo, nu je het onderwerp zelf hebt ondergaan, snap je de relevantie van dit boek en dat aandacht niet altijd een goede waarneming oplevert.

Wat uitgeverij Maven goed doet, is wetenschappelijke onderwerpen aantrekkelijk maken. Dit keer mag Stefan van der Stigchel het onderwerp ‘aandacht’ bespreken. Hij geeft goed inzicht in waarom we zaken om ons heen opmerken of juist niet. En veel, heel veel voorbeelden van opmerkelijke onderzoeken en experimenten. Bijvoorbeeld: iemand wordt geholpen aan een balie. De baliemedewerker duikt even onder de balie om iets te pakken, maar een vervangende medewerker komt overeind. 75% procent van de mensen heeft dat niet door. Dat komt doordat we gefocust zijn op de handeling, niet op de persoon die er staat.

Efficient

Onze zintuigen zijn namelijk erg efficiënt. Ze pikken het stukje informatie dat we nodig hebben feilloos op, maar negeren vrijwel alle andere informatie die ook op ons afkomt. Bijvoorbeeld als we autorijden. Waarschijnlijk zien we de witte lijnen aan weerszijden van de weg en de auto die een eindje voor ons rijdt. Maar een heleboel ander informatie ontgaat ons, simpelweg omdat de informatie irrelevant is. Van der Stigchel begint zijn boek dan ook met een voorbeeld uit het verkeer: de Coentunnel. Sinds die heropend is in 2014 en er een speciale wisselbuis in zit, zijn er al ettelijke (dodelijke) ongevallen gebeurd. Verschillende bestuurders merkten de dikke, rood-witte slagboom niet op en reden er frontaal tegenaan. Onvoorstelbaar, zou je zeggen, zo’n ding zie je toch? Toch zijn de ontwerpers er niet in geslaagd de Coentunnel en die slagboom zo vorm te geven dat de aandacht wordt gevestigd op het al of niet in gebruik zijn van die wisselbuis.

Een ander aspect van aandacht is dat onze ogen maar een heel klein deeltje hebben dat scherp ziet. Hou je ogen maar eens gericht op de foto van de cover hier linksboven aan, en probeer zonder je ogen te bewegen te lezen wat er rechts naast staat. We leven met de illusie dat we alles heel scherp kunnen zien, maar in feite is dat maar een heel klein beetje. Onze hersenen vullen het deel dat we niet scherp zien op basis van ervaring in.

Al met al een heerlijk boekje over de werking van onze waarneming. Leerzaam!

Angot, Christine | Een onmogelijke liefde

Een onmogelijke liefde - Christine AngotAutobiografische verhalen verkopen goed, zeker wanneer het een schokkend verhaal is. De hoofdpersoon in het verhaal van Christine Angot heet ook Christine Angot. Autobiografisch, is dan je eerste gedachte. Maar het staat nergens op of in het boek, er is geen persoonlijke noot van de schrijver, geen voorwoord, geen nawoord. De schrijver moet duidelijk iets over zichzelf kwijt, maar mengt dat met fictie en vermijdt het daarom autobiografisch te noemen.

Een onmogelijke liefde, zo heet het laatste boek van de Franse Christine Angot. Het begint met een idylle: twee gelijkgestemde zielen vinden elkaar, vullen elkaar in alles aan en raken voor altijd aan elkaar verknocht. Maar: Pierre wil niet trouwen. Hij, van goede afkomst, is niet uit dat hout gesneden, zegt hij. Rachel, joods en van lage komaf, vindt het allemaal best, zolang Pierre maar bij haar blijft. Maar zijn carrière brengt hem door heel Frankrijk en het aantal ontmoetingen wordt steeds minder. Rachel raakt echter wel zwanger van hem. Ze stelt hem op de hoogte, maar hij toont weinig belangstelling, laat staan dat hij besluit met haar te trouwen. Sterker nog, hij weigert aanvankelijk het kind zijn naam te laten dragen. Pas na lang aandringen erkent hij zijn dochter en geeft hij haar het recht zijn naam te gebruiken. Rachel houdt hoop dat hij ooit volledig voor haar zal kiezen, maar dat blijkt ijdele hoop als hij meldt getrouwd te zijn. Toch blijft ze erop aandringen dat vader en dochter met elkaar om blijven gaan, in de hoop op goede kansen voor haar dochter. Een vergissing, zo blijkt, want zijn minachting voor haar gaat zo ver dat hij zich aan zijn dochter vergrijpt. Het leidt tot een onmetelijke en schijnbaar onoverbrugbare afstand tussen moeder en dochter.

Een verschrikkelijk verhaal, met de dochter als lijdend voorwerp. Je zou een melodramatisch verhaal verwachten, maar niets is minder waar. Het verhaal wordt uit het perspectief van de moeder verteld. Al haar handelingen worden beschreven en het lijkt allemaal logisch wat ze doet. De schrijfster toont al haar begrip voor de keuzes van de moeder en is af en toe zelfs bewonderend, bijvoorbeeld over haar moeders reactie nadat hij vertelde getrouwd te zijn: ‘Ze heeft niet gehuild waar hij bij was. (…) Hij probeerde haar te strelen. Ze duwde hem weg. Hij bleef aandringen. Ze heeft hem bij ons thuis laten overnachten. Maar vroeg in de ochtend: “Nu ga je weg!”‘

Het boek is vooral een onderkoelde analyse van wat er allemaal is gebeurd. Op momenten doet de schrijfster me denken aan Marga Minco, zo’n afstand tot het erge, zo’n koelte in het vertellen. Het lijkt erop dat de schrijfster erop is gebrand om erachter te komen hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren, waarom haar vader deed wat hij deed, waarom haar moeder deed (of juist niet deed) wat ze moest doen. Vader komt er erg slecht vanaf: ‘Het draaide allemaal om afwijzing. je werd afgewezen vanwege je (joodse, red.) identiteit. En die afwijzing ging zo ver dat hij je dochter dat heeft aangedaan.’ Maar ook moeder krijgt het voor de kiezen, als de dochter haar verwijt haar in de steek te hebben gelaten en niets te hebben gezien.

Angot schrijft prachtige, strakke literatuur. In Frankrijk is ze veelgelauwerd en razend populair. De vraag is waarom dat in Nederland niet het geval is. Misschien heeft het thema incest, dat in haar oeuvre zo’n belangrijke plek inneemt, ermee te maken. Dat is nou niet direct een thema waar je voor je lol induikt. Misschien is het de Franse entourage met de voor ons bijna onvoorstelbare hiërarchische verhoudingen die daar nog volop in zwang zijn. Misschien is het onbekendheid. Hoe dan ook: aan de kwaliteit ligt het niet. Geweldig boek.

Genovesi, Fabio | Wat de golven brengen

Fabio Genovesi - Wat de golven brengen‘Als je van te voren was gevraagd wat verdriet is, had je gezegd: het is een boosaardig beest dat je bespringt en je krabt, je bijt, je verscheurt. Dat was dan bullshit geweest. (…) Echt verdriet komt niet vanuit een bepaalde plek, het omringt je als een woelige zee, een diepe donkere zee vol huizenhoge golven die van alle kanten op je afkomen. De stroming trekt je een beetje hierheen en daarheen, dan komt er een hogere golf die je onderuit haalt en je gaat kopje-onder, en je krijgt geen lucht en je weet niet meer waar je bent, waar de bodem is en waar de oppervlakte, en wat voor zachte, glibberige dingen zich daar aan je polsen en je benen vastzuigen en je naar beneden trekken, (…) terwijl de zee je blijft vasthouden in zijn omhelzing die je keel dichtknijpt, die zwaar op je borst drukt, je meevoert naar de bodem.’

Fabio Genovesi is niet zo bekend in Nederland. Zijn vorige boek, Vissen voeren, werd geen heel groot succes. Zijn tweede roman, Wat de golven brengen, is door uitgeverij Signatuur beeldschoon hardcovered uitgebracht. De coverfoto ademt geluk, vakantie en zorgeloosheid. Signatuur heeft een neusje voor buitenlands werk, want ze brachten onder anderen Carlos Ruiz Zafón, Charles Lewinsky en Stieg Larsson naar Nederland. Genovesi had de volgende in dat rijtje kunnen zijn. Hij is het niet.

Luca is zo’n jongen bij wie alles lukt. Hij heeft vrienden bij de vleet, is populair bij de leraren, z’n moeder en zus zijn dol op hem en hij kan alles wat hij maar probeert. Zijn moeder houdt hem dan ook het het liefst dicht bij haar in de buurt, maar op advies van een leraar Engels gunt ze hem de kans om op surfkamp te gaan, alwaar de tragiek zich voltrekt: Luca verdrinkt.

Een ramp voor Serena, z’n moeder, voor Luna, het albino-zusje dat letterlijk en figuurlijk in de schaduw leeft, maar ook een ramp voor Sandro, de leraar Engels. Hij had al een oogje op de alleenstaande moeder van Luca en nu, verteerd door schuldgevoel, voelt hij dat hun lot verbonden is en probeert hij op nogal ongelukkige wijze een relatie met haar aan te gaan.

Tot zover het tragische deel, want het betreft hier een tragikomedie. En dat is altijd een moeilijk genre, want de lezer moet schakelen van het verdriet naar de relativerende lach. Op zich kan dat heel goed werken, maar de puberale toon die Genovesi treft is nog platter dan plat. Die lijn wordt vooral uitgewerkt met vrouwen versieren, onderbroekenlol (er wordt twee keer iemand ondergeplast), bier drinken, een lijk in een vrieskist, grof taalgebruik en ga zo maar door. Zo jammer, want Genovesi kan echt wel schrijven, getuige de intro van deze blog. Nu kan ik het boek niemand aanraden.

Singer, Randy | Theofilus

Randy Singer - Theofilus‘Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theófilus, over alles wat Jezus begonnen is te doen én te onderwijzen’ (Handelingen 1:1). Het is deze Theofilus die  Randy Singer centraal stelt in zijn boek dat ook naar deze man vernoemd is.

We maken kennis met Theofilus terwijl hij nog een jonge student is en onderwezen wordt door een van Romes grootste en invloedrijkste onderwijzers, de leraar Seneca. Hij valt ook dan al op vanwege zijn besef dat het zijn plicht is op te komen voor de rechtvaardigheid en de plek van de zwakkere in de maatschappij. Hij wordt opgeleid tot jurist en zijn eerste aanstelling is in Judea, als adviseur van Pontius Pilatus. Allerlei rechtszaken komen langs en Randy Singer geeft een duidelijk beeld van het type regent dat Pilatus (een voormalig legercommandant) was, in contrast met Herodes, die veel meer politiek gevoel had. Uiteraard is Theofilus ook getuige van de meest ingrijpende rechtszaak uit de loopbaan van Pilatus: die van Jezus. Maar daar houdt het niet op, want Theofilus wordt naar Rome geroepen om daar de verdediging te voeren van een verdacht gemaakte senator. Daarmee  neemt hij het feitelijk op tegen de keizer, die ‘verdeel en heers’ als belangrijke strategie hanteert onder zijn senatoren.

Dan begint het boek pas goed, want Singer heeft op een intelligente manier Theofilus verweven in de historische gebeurtenissen in Rome tijden het vroege christendom en de reizen van Paulus. Het boek loopt uit op de situatie waarin Theofilus Lucas, een trouwe metgezel van Paulus, vraagt de zaken ordelijk op te schrijven, wat het boek Handelingen oplevert.

Randy Singer kennen we vooral van zijn juridische thrillers. Met dit werk begeeft hij zich dus deels op nieuw terrein. Het juridisch deel, de retoriek van de rechtszaal en de politieke steekspellen beheerst hij goed. Het neerzetten van een echt sfeerbeeld van die tijd is minder zijn stiel. De geuren, de kleuren, de geluiden krijgen de lezer niet echt in het oude Rome. Het blijft een beetje de cleane omgeving zoals we dit uit de huidige advocatuur kennen. Maar er blijft genoeg interessants over. Singer vlecht historie handig door zijn verhaal, citeert Seneca en andere historische figuren op gepaste momenten en creëert geloofwaardige figuranten.

Dicker, Joël | Het boek van de Baltimores

Joël Dicker - Het boek van de BaltimoresJoël Dicker kennen we nog van De waarheid over de zaak Harry Quebert. Daar verdiende hij al het predikaat uitstekend mee, maar je denkt dan nog aan geluk of toeval. Dat maakt het tweede boek dus erg belangrijk. Het is Het boek van de Baltimores geworden.

Het is een familiegeschiedenis, maar één die je niet vaak tegenkomt. Hoofdpersoon Marcus Goldman (ja, dezelfde als uit De waarheid over de zaak Harry Quebert) groeit op als kind van de arme tak van de familie Goldman in Montclair. Er bestaat voor hem geen groter genot dan op bezoek gaan bij zijn familie in Baltimore, die leven in weelde, voor wie de zon altijd schijnt, voor wie iedereen de lovende woorden heeft, waar het geld in overvloed rolt. Stiekem wenst Marcus Goldman dat hij in die tak van de familie geboren zou zijn.

Op bezoek bij de Goldmans uit Baltimore ontmoet hij zijn neef, Hillel. Deze jongen, briljant als hij is, heeft het niet makkelijk op school. Zijn vader helpt Woody, een straatschoffie en vechtersbaasje, die vervolgens uit sympathie optreedt als beschermer van Hillel. De twee worden vrienden voor het leven en al snel wordt Woody liefdevol opgenomen in het gezin Goldman en mag hij delen in alle privileges. Zolang de twee samen naar school gaan, is er niets aan de hand. Maar zoals dat gaat met instituten, lopen de twee tegen onmogelijkheden aan en ontstaan er problemen, die culmineren en uitlopen op een drama.

Neef Marcus vertelt dit allemaal in retrospectief, met een gevoel van spijt. Terwijl hij schrijft is er van de Goldmandynastie weinig meer over en is er van de veelbelovende toekomst niets terecht gekomen. Door toeval komt hij wel zijn grote liefde tegen, waardoor hij steeds meer details over vroeger boven tafel krijgt.

Het vorige boek van Dicker is door literaire recensenten nogal zuur besproken. Dicker zou de klasse missen om echte literatuur te schrijven, zich veel bedienen van clichés en geen grote thema’s bespreken. Het is maar welke meetlat je gebruikt. Wie op zoek is naar een meeslepend verhaal voor bijvoorbeeld op een vakantie, kan niet om Dicker heen. Zowel Quebert als De Baltimores zijn heerlijk om te lezen. En de plots zijn wel degelijk origineel en heel anders van wat andere ‘groot-publiek-boeken’ brengen. En ook al worden de thema’s niet uitputtend verkend, het boek bespreekt wel degelijk thema’s als jaloezie, liefde, schrijverschap en hoe het zelfbeeld van de meeste mensen zelden accuraat is.

Lapidus, Jens | Stockholm delete

Stockholm, delete - Jens LapidusEen beginnend crimineeltje. Een ex-crimineel. een jonge advocaat. Drie levenslopen die eerst uiteenlopend waren, die nu ineens in elkaar lopen, alsof iemand een vork in de spaghetti heeft gestoken en rustig begint te draaien. Plaats: Stockholm. Delict: moord. De verdachte: een keurige jongeman die in de buurt van de moord is gevonden, maar in comateuze toestand verkeert. Het zijn de ingrediënten die Lapidus samenbrengt in het spaghetti-incident dat Stockholm delete mag heten.

Emelie Jansson is zojuist afgestudeerd als advocaat en gaat een glansrijke carrière tegemoet bij een groot advocatenkantoor. Haar baas ziet het helemaal in haar zitten. Maar dan krijgt ze een telefoontje: een verdachte van een moord heeft haar naam genoemd als haar advocaat. Probleem: het bedrijf waar Emelie werkt staat niet toe dat het personeel strafzaken doet. Toch is er iets waardoor ze zich niet los kan maken van de zaak en zo houdt ze tamelijk kansloos twee levens overeind. Ze gaat op bezoek bij de verdachte en die brengt in een korte vlaag van bewustzijn de naam van Teddy Maksumic.

Teddy is al jaren uit de bak en scharrelt zijn kostje bij elkaar als privé-detective. Hij moet een rijke whizz-kid schaduwen op zoek naar compromitterende informatie, zodat het bedrijf van de whizz-kid een stuk goedkoper kan worden overgenomen. Leuk vindt hij het niet, maar hij wil zeker niet terug naar het leventje dat hem in de bak deed belanden voor een misdaad waarvan hij maar half de schuld heeft. Daarnaast wil hij er zijn voor zijn neefje Nikola.

Nikola komt juist vrij uit de bak en wil nu eindelijk man worden. Hij heeft streetcredibility door zijn tijd in de bak, hij heeft de kennissenkring en hij heeft tijd zat. Binnen de kortste keren krijgt hij een klus toebedeeld van de groep waar hij bij hoort. Maar kort daarop gaat het al mis: hij laat een concurrerende crimineel die hij onder schot heeft wegkomen en valt in ongenade. Hij kan zijn schuld afkopen met veel geld en de naam van de concurrent.

Een mooi in elkaar gezet verhaal van Jens Lapidus. Het is geen vreselijk ingewikkeld verhaal geworden en er zitten een aantal elementen in die het altijd goed doen in een thriller: de losgeslagen good guy die niets te verliezen heeft, de jonge advocaat die de link met het rechtssysteem vormt en de door-en-door slechte criminele bende en de  liefde, oh, de liefde. Het verhaal verliest geen moment tempo en de krap 500 pagina’s zijn zo gelezen.

Wat wel een vervelend aspect is, is het taalgebruik. De jonge Nikola is, zoals gezegd, een kruimeldiefje dat zijn best doet bij de grote jongens te horen en bewijst dat vooral met een mond vol grof taalgebruik. Ook zijn vrienden bedienen zich van de taal van de straat en dat maakt dat de lezer om de haverklap een vloek moet lezen. Literair, heet dat dan. Dat is het absoluut niet, maar qua verhaal vind ik het echt wel een van de betere!