Over Jan Jaap Karsten

Schrijver in mijn dromen. Basisschooldirecteur. Ex-leraar Nederlands. Vader. Man. In omgekeerde volgorde. Denk ik.

Edward Rutherfurd | Londen

Rutherford - LondenRutherfurd schrijft met Londen geschiedenis. Als geschiedenis beperkt blijft tot een gortdroge opsomming van feiten, is het voor niemand leuk. Ook historici, zo stel ik me voor, zullen vast hun vreugde halen uit die momenten waarin ze een doorkijkje krijgen, bijna in aanraking komen met het bestaan van een persoon lang geleden. Of wanneer ze door het met elkaar in verband brengen van verschillende gebeurtenissen tot een dieper inzicht komen en als het ware van uit dat historisch perspectief in de toekomst kunnen kijken: daar, op dat moment ging het mis.

Het zijn twee beweegredenen van Rutherfurd om zijn boeken te schrijven. De eerste vind ik prachtig opgeschreven in het slot van zijn boek Londen: ‘Terwijl ze (…) naar de plek keek waar Julius Ceasar misschien had gestaan, strekte ze haar hand uit en raakte die aan.’ Het tweede argument vind ik op zijn website: ‘We weten niet hoe we verstandig kunnen handelen in enig deel van de wereld, in oorlog noch in vrede, tenzij we iets van de cultuur en geschiedenis begrijpen.’ Op de website nog een derde argument, waarbij hij zich verblijdt in de schoonheid van de oneindig creatieve kracht van de mens. Maar dat argument is niet sterk, vind ik. Je kunt het immers ook gebruiken om het tegenovergestelde te betogen (moord, haat en oorlog).

Hoe dan ook: Londen is het lezen waard. Rutherfurd slaagt er in de verbinding tot stand te brengen tussen de lezer en de historische personen, tijden en plaatsen die hij te berde brengt. Een feest der herkenning voor wie Londen een beetje kent. Het boek begint in een niet gedateerde periode waarin op de plek waar Londen nu ligt niets dan een rivier was. De eerst gedateerde periode, 54 na Christus, vertelt het verhaal van een vader en een zoon, die een bescheiden rol spelen in de strijd tegen de Romeinen die het eiland bij hun rijk willen inlijven. De jongen valt op door enkele kenmerken: hij heeft een witte haarlok in zijn overigens zwarte haardos en hij heeft vliezen tussen de vingers aan zijn hand. Het is Rutherfurds manier om de verschillende tijdvakken met elkaar te verbinden, want het volgende tijdvak speelt in 251 na Christus en opnieuw heeft de hoofdpersoon een witte haarlok en vliezen tussen de vingers. Ook in karakter lijken ze op elkaar. Zo suggereert Rutherfurd subtiel een familierelatie.

Hij moet wel, want het is onmogelijk om een verhaallijn uit te spannen over de ruim twintig eeuwen die het boek omspant. Het zorgt ervoor dat het boek bestaat uit 21 tijdvakken met allemaal hun eigen verhaal en eindigt in 1997. Kunstig gevonden, maar voor mij voelt het alsof het boek nooit echt op gang komt. De schrijfstijl is die van een scenarioschrijver: lekker lezen, veel verhaal, weinig vertraging. En je kunt ervan zeggen wat je wil, maar je leert een hoop. En het klopt allemaal, want zegt Rutherfurd: ‘I never alter the historical record just to suit my convenience, or my prejudices. Novelists and movie-makers are sometimes tempted to do that and maybe they believe it doesn’t matter. I think it does matter.’

Beste boeken 2015

Aan het eind van het jaar komt de redactie van Boeken Bloggenderwijs uiteraard ook met een toplijstje van de beste en mooiste boeken die ze gelezen en gerecenseerd heeft in het afgelopen jaar. Voor de een wellicht een uitdaging, voor de ander een geweldige tip. Voor elk wat wils! Het is een heel afwisselend lijstje geworden. Klik gerust eens op een van de titels in het lijstje.

1. Hertmans, Stephan | Oorlog en terpentijn

2. Kok, Arie | Nachtmotet

3. Robinson, Marilynne | Lila

4. Borst, Hugo | Ma

5. Hollander, den Loes | Aangetast

6. Rosenberg, Joel C. | De ontsnapping

7. Fitzek, Sebastian | Passagier 23

8. Dicker, Joel | De waarheid over de zaak Harry Quebert

9. Hayes, Terry | Ik ben Pelgrim

10. Catton, Eleanor | Al wat schittert

Kat, Otto de | De langste nacht

Otto de Kat - Langste nachtIk denk dat we de Tweede Wereldoorlog pas als literair thema vergeten als we te lijden krijgen onder een derde. Met het boek De langste nacht grijpt Otto de Kat opnieuw terug op de oorlog en de nasleep ervan. In haar laatste nacht herinnert Emma zich hoe haar leven zich ontwikkelde, hoe ze als in ongenade gevallen Duitse in Nederland terechtkwam, haar eerste relatie moest verwerken en in een tweede terechtkwam, hoe elk familielid op z’n eigen manier met de oorlog omging.

Haar eerste man, Carl ( u kunt hem kennen uit  De kats eerdere boek, Bericht uit Berlijn), was het niet eens met de plannen van Hitler. Hij had samen met anderen een plan gesmeed om de führer van zijn troon te stoten, maar het complot werd ontmanteld en Emma werd nog net op tijd getipt. Halsoverkop verlaat ze Berlijn en vindt na de oorlog in Nederland onderdak bij de welgestelde Chris. Hij brengt haar in contact met Bruno en die ontfermt zich over haar.

In flarden komt het leven van Emma tot de lezer. Warrig, zoals dat gaat in gedachten van oude mensen in hun laatste nacht, zo stel ik me voor. Iedere overlevende van de oorlog voert de rest van zijn leven strijd, over het verlies dat de oorlog meebrengt, de keuzes die zijn gemaakt, de geheimen die men niet kan delen. En de liefde, natuurlijk de liefde: onbegrijpelijke emotie die ons keuzes opdringt die we rationeel niet zouden maken, maar die ons meeslepen in een vreemde liefde: ‘Ontstellend en vreemd en een leven lang houdbaar’.

De Tweede Wereldoorlog als thema is literair kauwgom: veel nieuws proef je niet, maar je blijft kauwen en dat heeft z’n functie. De thema’s verlies, keuzes en liefde in oorlogstijd: we hebben het vaker gezien, maar zelden in deze schoonheid. De Kat is een stilist van de eerste orde en schrijft heerlijke zinnen als ‘Emma doolde door een verfijnd gangenstelsel van herinneringen, de verkreukelde plattegrond van haar leven.’

Young, W. Paul | Eva

W. Paul Young - EvaReeds 25 miljoen exemplaren verkocht W. Paul Young wereldwijd van zijn vorige boek ‘De uitnodiging’, dat in 2008 in Nederland verscheen. In het boek werd het traditionele beeld van God flink opgeschud. In het nieuwste boek vertelt Young op opnieuw controversiële wijze over God en enkele belangrijke personages uit de Bijbel. Dit keer zijn de schepping en de eerste mensen aan de beurt. Het is de bedoeling van Young om de lezer aan het nadenken te zetten over het scheppingsverhaal. In het filmpje hieronder geeft hij een eerste indruk van zijn bedoelingen.

Het verhaal begint met Lillie, een meisje dat, nog nauwelijks in leven, gevonden wordt in een container op het strand. Ze wordt liefdevol opgevangen en gaat een lang traject van genezing in, waarin ze regelmatig met visioenen te maken krijgt. Het duurt niet lang, of de mensen om haar heen herkennen in haar een getuige, een menselijk persoon die het werk van God met eigen ogen mag aanschouwen. Dit scenario geeft Young de kans zijn eigen visie op het eerste gedeelte van het boek Genesis ten beste te geven.

Dat is in feite de eerste laag in het boek: een hervertelling van de allereerste gebeurtenissen op aarde. Het hele boek is op zich natuurlijk interessant en geeft zeker stof tot nadenken. Alleen al de schepping als toeschouwer mee te maken, is een belevenis op zich en ik moet zeggen dat Young dat op geestdriftige wijze doet. W. Paul Young probeert wel degelijk recht te doen aan het verhaal zoals we dat aantreffen in de Bijbel, maar hij vult links en rechts aan. En dat kan, zoals ervaren lezers wel weten, een totaal ander beeld van de werkelijkheid geven. Hij schrikt er ook niet voor terug om allerlei dogma’s in zijn verhaal aan te pakken.

Zo vertelt hij in het verhaal dat een van de visioenen vijfeneenhalve dag duurt, maar dat het proces dat Lillie aanschouwd heeft, in werkelijkheid miljarden jaren geduurd heeft. Dat is nogal een statement. Waarschijnlijk is het zijn manier om aan te duiden dat God niet begrensd is door tijd, maar hij praat wel een bepaalde kant op. Veel pittiger is nog de manier waarop hij de zondeval beschrijft. Hij laat de gedachte dat de zonde in de mens is komen wonen na de allereerste zonde, het eten van een verboden vrucht, los en vertelt er een aanloop bij die het aannemelijk maakt dat Adam in feite al kwaad in zich omdroeg op het moment dat hij nog niet daadwerkelijk gezondigd had. En ook de rol van de vrouw in het geheel krijgt een totaal andere lading dan gangbaar is.

Zo zijn er nog vele andere gangbare interpretaties die hij probeert in een ander licht te zetten: de manier waarop hij met de drie personen van God omgaat en hoe hij hen  in het boek beschrijft, de engelen, personages die allemaal een bepaalde rol pakken in het koninkrijk van God, enzovoort.

Persoonlijk hou ik er niet van. Ik vind het prachtig dat iemand het denken over de Bijbel probeert te stimuleren, maar proefballonnetjes over de Bijbel oplaten is een gevaarlijk spelletje. Het boek mist wat mij betreft theologische onderbouwing en ‘schrift-met-schriftvergelijking’, waardoor heel makkelijk een onzuiver beeld van God en Zijn handelen kan ontstaan. Daarnaast is het ook heel makkelijk dit werk weg te wuiven als impuls voor het denken, wat jammer is, want het bereik van deze schrijver is ontegenzeggelijk erg groot.

Vloeken in boeken

‘Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdellijk gebruikt.’

Dit gebod zal elke christen onverkort erkennen en waar mogelijk in zijn leven eerbiedigen. Als het gaat om de woorden die hij zelf uitspreekt, is dat over het algemeen goed te doen. Vloeken voegen niks toe in een normaal gesprek en als het al nodig is om woorden kracht bij te zetten, dan hebben we een heel arsenaal aan onschuldige alternatieven.

csm_Bond-tegen-Vloeken_46f653c63bDe vraag waar veel christenen wel mee worstelen is de vraag in hoeverre ze zichzelf bezondigen als ze bloot worden gesteld aan een vloek. Elke christen zal de moeilijkheid van het moment herkennen: je hoort iemand vloeken en je vraagt je af of je er nu onversaagd op moet duiken en de vloeker terecht moet wijzen, of dat je beter op een tactisch moment en wellicht na herhaaldelijk vloeken met zo iemand onder vier ogen in gesprek gaat. Het eerste kan immers voor nog meer woede en vloeken zorgen, maar het tweede komt er wellicht nooit van. In elk geval zal op een christen de vloek een schokkende uitwerking hebben en hij zal er voor zichzelf zeker afstand van nemen. Zie de site van de Bond tegen Vloeken voor meer info.

Maar nu over boeken, want daar gaat het op onze website over. Het kan zijn dat je een boek ter hand neemt, dat je met plezier leest, maar op pagina zus en zoveel staat opeens een vloek. Misschien een bastaardvloek, misschien voluit, maar er staat een vloek. Wat doe je dan? Doorstrepen?  Zeker als het gaat om een eigen exemplaar zijn veel mensen gewend een vloek onleesbaar te maken. Een kleine daad van verzet en je weet dat je die specifieke vloek in dat boek in elk geval niet meer onder ogen krijgt. Maar dit is lang niet altijd mogelijk. Er zijn voorbeelden bekend van bibliotheekboeken die met allemaal type-ex erin werden ingeleverd, maar de bieb wordt daar zeker niet blij van. En het kwaad is al geschied: de vloek is aangekomen.

Je kunt ook besluiten een boek niet verder uit te lezen. Je sluit je dan verder af voor de mogelijkheid opnieuw met een vloek geconfronteerd te worden. Maar ja, misschien was het wel de laatste vloek in dit boek en staat er in het volgende boek dat je leest wel juist nog een.

Veel mensen besluiten dan maar uitsluitend boeken van christelijke uitgeverijen te lezen. De kans dat ze daarin een vloek tegenkomen, is nihil. Toch is dat ook wat kortzichtig: je beperkt je daarmee enorm, want alle uitstekende boeken zonder vloeken die bij een niet-christelijke uitgever zijn verschenen vallen dan buiten je blikveld. En niet zelden heb ik een boek gelezen waar ik vierkant achter de strekking kon staan, maar toch werd geconfronteerd met vloeken. Het zwijgen van Maria Zachea van Judith Koelemeijer, om er maar eens een te noemen.

Dan is er nog de redenering dat een vloek in een boek in een bepaalde context wordt gedaan. Als de slechterik van het verhaal vloekt, dan past dat binnen de realiteit. Zeker serieuze romans, waarin een natuurgetrouwe dialoog wordt nagestreefd, gebruiken vloeken om maximaal realisme te bereiken. Nog steeds niet goed, maar wel verklaarbaar en ook binnen de kaders van het boek veroordeeld.

Een ieder besluite voor zichzelf hoe hij er mee om wil springen. Ik neem aan dat elke christelijke lezer afstand neemt van elke vloek die hij onder ogen krijgt, maar dat het handelen vervolgens kan verschillen. Op Boeken Bloggenderwijs waarschuwen wij de lezer voor de aanwezigheid van vloeken en andere onbijbelse zaken. Hieronder de categorieën uitgewerkt:

  • Geen opmerkingen: volgens ons geen noemenswaardige opmerkingen.
  • Functioneel grof taalgebruik: grof of plat taalgebruik dat binnen de context van het boek impliciet of expliciet wordt veroordeeld, maar dat is gebezigd om een hoge mate van realisme na te streven.
  • Onnodig grof taalgebruik: grof of plat taalgebruik dat binnen de context van het boek niet wordt veroordeeld, en in geen enkel opzicht bijdraagt aan de kwaliteit van het verhaal.
  • Vloeken: oneerbiedig gebruik van de naam van God.
  • Bastaardvloeken: afgeleiden van de naam van God worden gebruikt.
  • Bevat expliciete erotiek: bevat expliciete erotiek, waarbij seksuele handelingen expliciet worden beschreven of het menselijk lichaam vanuit erotisch oogpunt wordt geobjectiveerd.

Mankell, Henning | Zweedse laarzen

zweedse-laarzen-henning-mankellIk heb  Henning Mankell wel eens liefkozend de ‘Baantjer van Zweden’ genoemd, op basis van zijn Wallanderserie. Die vergelijking gaat voor zijn laatste (en die term is sinds zijn overlijden helaas dubbelzinnig) boek niet op.

Gewezen chirurg Fredrik Welin leidt een teruggetrokken bestaan op een eilandje voor de Zweedse scherenkust, een gebied met ondiep en vaak brak water en talrijke, meestal kleine rotsachtige eilanden, scheren genoemd. Op een nacht wordt hij wakker van de hitte en merkt dat zijn huis in brand staat. Hij weet nog net het vege lijf te redden en moet machteloos toezien hoe het huis, waar zijn ouders en grootouders eerder al in woonden, tot de grond toe afbrandt.

Het is het begin van de zoektocht van een man die al zijn vastigheid kwijt is. Er was kind noch kraai die naar hem vroeg, met uitzondering van een dochter waar hij nauwelijks contact mee heeft, een nogal opdringerige en hypochondrische buurman en wat andere kennissen op het vasteland. Zeker wanneer de brandweer en politie in een eerste fase zonder aanwijzingen de meest voor de hand liggende verklaring kiezen: hij moet het wel zelf hebben aangestoken.

De gekmakende fase direct na de brand brengt hem in contact met een aantrekkelijke vrouw en zijn dochter herstelt het contact. Andere, juist vaste waarden in het bestaan van Fredrik komen hem te ontvallen. Langzaam leert Fredrik weer wat waarde heeft in het leven.

Het is een roman die bijna experimenteel te noemen is, en dan experimenteel in de naturalistische betekenis: pak een man alles af en kijk wat er gebeurt. In die zin doet de figuur Fredrik ook wel een beetje denken aan Job. Het bevreemdende, midden in de nacht in je onderbroek op een verder onbewoond eiland te staan, het brengt de gedachten wel op gang. Mankell formuleert ze af en toe wonderschoon: ‘Hoe was het mogelijk dat kinderen, vaak heel jong nog, die een leven voor zich zouden moet hebben, zich zo rustig en bewust opstelden tegenover het feit dat ze gingen sterven? Ze lagen in bed stilletjes af te wachten wat komen zou. In plaats van het leven dat ze nooit zouden krijgen, bestond een andere, onbekende wereld die hen wachtte. Kinderen stierven bijna altijd volkomen stil.’

In de structuur van het boek maakt Mankell bijzondere keuzes: de titels ‘De oceaan der leegte’, ‘De vos rent naar Golgotha’, ‘De bedoeïen in de fles’ en ‘De trommel van de keizer’ zijn wel termen die worden gebruikt in dat hoofdstuk, maar niet direct het hele hoofdstuk opvangen. Het lijkt vooral de bedoeling de lezer te laten ervaren wat het is om alles kwijt te zijn en met je hele bestaan op drift te raken.

Hertmans, Stephan | Oorlog en terpentijn

hertmans oorlog en terpentijn36 publicaties heeft Stefan Hertmans op zijn naam staan voor hij durft te beginnen aan het publiceren van de geschriften van zijn grootvader, die hij dan al 30 jaar in zijn bezit heeft. Het levert een stilistisch juweel van een roman op, die het beeld schetst van een man die een speelbal is van het lot. Zijn jeugd wordt beschreven (waaronder een gruwelijk ongeluk in een ijzersmelterij), de bewondering voor en vroege dood van zijn vader.

Zijn vader was kunstschilder, gespecialiseerd in kerkschilderingen. Er was steeds minder werk voor hem en een langdurige klus in Engeland kon hij niet weigeren. Maar hij moest er tijden voor bij zijn gezin weg naar een klimaat dat hem niet lag: er komt een gebroken man thuis die niet lang meer leeft.

Ook de ontwikkeling van grootvaders schilderstalent, zijn heldenmoed tijdens de verschrikkingen van de loopgravenoorlog in België en zijn huwelijksleven daarna: het wordt allemaal in woorden uitgehouwen. De heldenmoed die grootvader vertoont in de eerste wereldoorlog, de gruwelijkheden die hij ziet: ‘ …biddend tot Onze-Lieve-Vrouw kroop ik langs dode koeien, paarden met opengereten balg, dode soldaten met weggeschoten gezichten, zonder een levende ziel tegen te komen, behalve misschien die ene jammerende jongen ergens in het duister. Soms zette ik mijn hand vol op het opengereten lijf van een dode…’

Volgens mij zit het zo: Hertmans laat je eerst van zijn grootvader houden, met zijn innemende, zachte karakter en zijn adoratie voor zijn vader. Maar net als je voldoende van hem houdt, stuurt hij hem de oorlog in, waardoor het is alsof die gruwelen de lezer hoogstpersoonlijk overkomen. Dat het na de oorlog niet meer zomaar goed ging met grootvader, mag voor zich spreken.

Hertmans bedient zich van zijn geheugen, foto’s en beeldschone gissingen om het deel dat zijn grootvader niet beschreef op te tekenen en geeft een indringende weergave van de memoires van zijn grootvader. Het verhaal ontstijgt echter de persoonlijke zoektocht van Hertmans en geeft een goede indruk van de hel die de Eerste Wereldoorlog in België was. Een geweldig boek en de terechte winnaar van de AKO-literatuurprijs 2014.

Thomése, P.F. | De onderwaterzwemmer

Thomése onderwaterzwemmer‘De vader en de zoon komen tevoorschijn uit het rijshout en laten hun bleke, met reuzel ingevette lichamen stil als zilvervissen in het duistere water glijden.’ Met deze openingszin zet Thomése de toon: dit wordt een ietwat bevreemdend literair hoogstandje. Tegen het einde van de Tweede wereldoorlog besluiten een vader en een zoon bij Wellseind de Maas, die de scheidslijn tussen bevrijd en bezet gebied is, over te zwemmen om zich aan te sluiten bij de bevrijders. De zoon haalt de overkant, vader niet. De jongen wordt weliswaar opgevangen door vreemden, maar die weten niet veel beters te doen dan hem even stiekem (nu met een boot) terug te brengen naar gene zijde. De jongen loopt een even groot als irrationeel schuldgevoel op: doordat hij niet nog langer is blijven wachten, heeft hij zijn vader verraden, zo redeneert hij. Ook zijn moeder stelt hij teleur, zo vindt hij. Hij had zijn vader moeten tegenhouden. Het maakt van de jongen een overbezorgde volwassene, met een schuldgevoel dat hij torst waar hij gaat.

In het tweede deel, als hij met zijn vrouw Afrika bezoekt, krijgt hij opnieuw te maken met verlies en opnieuw laat hij zichzelf niet vrijuit gaan. Ook deze keer raakt hij in oorlogsomstandigheden verzeild en handelt hij te laat. Dat is in elk geval de conclusie die hij zelf trekt en zijn dochter Nikki gelooft hem. Hun relatie verwatert.

In het derde deel komt hij tot verzoening met zichzelf, mede door herstel van vroegere relaties. Thomése staat bekend als een stilist, een mooischrijver. Dat is in dit boek ook weer een herkenbare kwaliteit. Tegelijk zijn de omstandigheden af en toe bijna absurd, wat het moeilijk maakt om tot eigening van de emoties te komen, wat in Schaduwkind juist zo goed lukte. Ook in dat boek ging het over verlies en de verwerking daarvan. Thomése huldigt het standpunt dat hij zichzelf als schrijver probeert buiten zijn tekst te houden (lees bijvoorbeeld Elsbeth Etty hierover). Het lukt hem aardig, maar je merkt zijn levenslange zoektocht naar woorden voor dat ene erge dat hem overkwam. Hoe dan ook: Thomése hoort zeker bij het beste wat Nederland te bieden heeft.

Marías, Javier | Zo begint het slechte

zo begint het kwade‘Thus bad begins and worse remains behind.‘ Deze zinssnede, die letterlijk in het nieuwste boek van Javier Marías voorkomt, komt uit het klassieke drama Hamlet van Shakespeare en inderdaad is ook dit verhaal een tragedie te noemen. En zo is op basis van de titel al duidelijk dat dit verhaal niet goed kan aflopen.

Juan de Vere werkt als persoonlijke assistent voor de wereldberoemde filmmaker Eduardo Muriel en gaat vertrouwelijk met hem om. Muriel heeft een bijzondere relatie met zijn vrouw: hij scheldt haar te pas en te onpas uit, wil niks met haar te maken hebben, maar scheidt niet van haar. Het intrigeert Juan bijzonder, maar hij durft er niet naar te vragen, want zijn werkgever is niet gesteld op al te veel nieuwsgierigheid.

Op een kwade dag stelt Muriel Juan de vraag wat te doen als er beschadigende geruchten zijn tegen een goede vriend en die verdenkingen zijn van ernstige aard. Moet je je dan van die vriend ontdoen op basis van een roddel? Moet je hem ernaar vragen? Moet je het negeren? Muriel weet zich er geen raad mee en vraagt Juan de vriend in kwestie te observeren, teneinde te achterhalen of het gerucht klopt. Al snel zit Juan er tot over zijn oren in.

Op de omslag wordt Javier Marías neergezet als de grootste Spaanse schrijver van het moment en als potentieel Nobelprijswinnaar. Het zal waar zijn. De klasse druipt van het proza af. Alle personages worden fysiek en karakterologisch tot in detail beschreven en tot leven gebracht. De gebeurtenissen ontvouwen zich aanvankelijk traag, de auteur gaat uitgebreid in op de geschiedenis van Spanje en hij lardeert het verhaal met allerlei illustratieve verwijzingen naar de cinematografie. Maar naarmate het boek vordert neemt het tempo toe en ontrolt zich een briljante plot.

Ik heb het boek gelezen met pijn in mijn buik: hoewel de schrijver prachtig schrijft, staat elke pagina vol met de ellende die een ongelukkig huwelijk met zich meebrengt. Geen personage, hoe sympathiek en rechtschapen ook, houdt schone handen. Het boek ademt een sfeer van onzuiverheid, achterdocht en erotische drijfveren. De schrijver corrumpeert de lezer en dat is natuurlijk ook de kracht van een groot schrijver: hij laat de lezer niet vrij.

En zo zit niet alleen elk personage, maar ook de lezer vast in de wurggreep van het kwade en is elke handeling slechts een opmaat naar groter kwaad dat nog moet komen. De afwezigheid van genade, van goed of van verlossing: het is verstikkend en bijna niet te harden. Qua techniek een topboek, qua boodschap deprimerend.