Francine Rivers, Bodie Thoene en Lynn Austen gingen hem al voor: ze schreven een roman waarin Bijbelse personen figureren. Namen de andere schrijvers steeds een Bijbels figuur als hoofdpersoon, Ted Dekker kiest ervoor de hoofdpersoon fictief te laten zijn, maar haar wel in ontmoeting te brengen met vele authentieke bijbelfiguren.
We volgen de verstoten dochter van de koning van de Kalb (een bedoeïenenstam). Deze koning wordt van de troon gestoten door zijn onbetrouwbare zoon. Om haar volk te redden, moet ze naar Palestina gaan om om hulp te vragen van de koning Herodes. Maviah, zo heet ze, wordt de inzet van een grove machtsstrijd. Onrecht op onrecht wordt haar aangedaan, maar ze zet door. En juist als de nood het hoogst is, ontmoet ze een rabbi die op dat moment rondreist in Palestina. Hij zet haar op het spoor van haar uiteindelijke verlossing.
Ted Dekker staat erom bekend dat hij spannende verhalen vertelt en dat hij daar niet zelden symbolische lagen in aanbrengt. Dit boek is maar matig spannend. Natuurlijk is het allemaal gruwelijk wat de hoofdpersoon overkomt, maar gruwelijkheden maken een boek niet per se spannend. De aaneenschakeling van ontmoetingen (de apostelen, Nikodemus, Maria en Stefanus) is gezocht. Ook de Bijbelse verwijzingen die Dekker in dit boek stopt, zijn maar weinig subtiel. De zoon die zijn vader van de troon stoot (Absalom en David) de woestijnreis naar het beloofde land, de ster die naar Jeshua (Jezus) leidt: het is allemaal niet te missen en erg nadrukkelijk. Maar daarvan kun je nog zeggen dat het bedoeld is voor de minder Bijbelvaste lezer.
Ronduit hinderlijk vind ik persoonlijk de monologen van de hoofdpersoon, waarin Dekker op een bijna dogmatische manier de bekeringsgeschiedenis van Maviah beschrijft. Ook de beschrijving van de eerste vrouw van Herodes, die opgewonden raakt van een strijder die Maviah meebrengt, is bijna koddig.
Wat mij betreft is dit een eenmalig uitstapje van Dekker en gaat hij gauw weer verder met het schrijven van thrillers, waarin de Bijbelse betekenis voor de fijnproever elegant verstopt zit.
Truman Capote werd met ‘In koelen bloede’ wereldberoemd door zijn pionierswerk op het gebied van de ‘faction’, romans van het waargebeurde verhaal. Dit werk werd de basis voor een heel genre, waarvan op Nederlandse bodem Tomas Ross een goed voorbeeld is.
David Mitchell is veelbesproken. Enerzijds wordt hij op eenzame hoogte gezet als virtuoos en het beste wat de huidige schrijverij te bieden heeft, aan de andere kant knappen mensen af op het ‘kijk-es-wat-ik-kan-gehalte’. Qua leeservaring ben ik geneigd in te stemmen met de eerste groep. Het verhaal wervelt via allerlei hoofdpersonen rond de belangrijkste hoofdpersoon Holly, een paranormaal begaafde dame die per toeval betrokken wordt in een strijd tussen twee groepen mensen die buiten de tijd zijn geplaatst. Dat klinkt absurd en dat is het ook.

