Wieringa, Tommy | De heilige Rita

De heilige Rita

‘Daantje, die al op jonge leeftijd had leren autorijden, had een auto aan de praat gekregen en was tussen hoge heggen naar het bos gereden waar zijn vader aan het stropen was. Hij was alleen in het donkere bos. Hij riep om zijn vader, ijl klonk zijn stem tussen de bomen. ‘Vader? Vader, ben je daar?’
Er kwam geen antwoord, er was niemand.
Pas nu Paul met open ogen in het duister lag te staren, zag hij de overeenkomst met Christus’ sterf­scène. Alleen aan het kruis, door alles en iedereen verlaten. Waren de drie kruisen op Golgotha niet ook te beschouwen als een bos, een dun bos? Ook Hij riep om zijn vader. Eli, Eli, lema sabachtani waren de eenzaamste woorden van de Heilige Schrift.’

Tommy Wieringa behoort inmiddels tot de absolute top van de Nederlandse literatuur. Met De heilige Rita laat hij opnieuw zien dat hij schrijven kan. Een boek dat schitterende zinnen bevat en een prachtige sfeer, maar tegelijk de lezer deprimeert.

Paul Kruger is nog een jonge jongen als er op het land van zijn ouders een Russisch vliegtuigje neerstort.De piloot overleeft het ternauwernood en komt aansterken in het huis van Pauls ouders. De moeder van Paul zorgt voor de Rus, valt voor hem en verlaat haar man en haar zoon. Het is de eerste keer dat Paul verlaten wordt. Hij ziet haar nooit meer terug en blijft bij zijn vader wonen. Het boek begint als vader als zorgbehoeftig thuis zit en Paul Kruger zijn boterham verdient als handelaar in curiosa, meer specifiek legerspullen uit de Tweede Wereldoorlog.

Pauls wereld is nauwelijks groter dan Mariënveen, het dorp waar hij woont. Hij heeft een kroegmaat, Hedwiges, die nog het dichtst in de buurt komt van een vriend. Dit uitgestorven dorp is het decor van leegte, het behang van Pauls bestaan. Vrouwelijke tederheid geniet hij bij Rita, een prostituee die in Duitsland, net over de grens werkt. Pauls leven kabbelt een beetje voort tot zijn maat Hedwiges in een domme opwelling opschept over het miljoen dat hij thuis zou bewaren en hij wordt overvallen, wat de gebeurtenissen in Mariënveen in een stroomversnelling brengt.

Wieringa is een veelzijdig schrijver. In Joe Speedboot verkende hij de absurde humor,  in verkende hij de Bijbelse geschiedenis op een prachtige, actuele manier. In dit boek verkent hij de leegte. Hij neemt een hoofdpersoon die niet veel heeft: een hulpbehoeftige vader, een vriend en een stamkroeg. Zelfs de vrouw van zijn keuze moet hij delen met het hele dorp. En langzaam maar zeker neemt Wieringa hem zelfs dat af, beetje bij beetje. Er doen zich best kansen voor voor Paul, maar hij durft ze niet te pakken. Zo is er best een leuke vrouw in hem geïnteresseerd, maar hij laat haar lopen. Ook het geloof toont zich aan Paul en hij wil graag geloven, maar ook dat lijkt niet aan hem besteed. En zo komt hij steeds verder alleen te staan, tot Wieringa Paul achterlaat in een groteske eenzaamheid die zijn weerga niet kent, waarin hij zowel met zijn liefde en zijn haat geen kant op kan.

Wieringa schrijft fantastisch. De ene na de andere schitterende zin ontrolt zich: ‘Langzaam klom hij boven de bomen uit. Nog eenmaal vloog Anton boven zijn dorp, het arme, oude Zagoeblene met zijn witte huisjes en zijn blauwe deuren en luiken, een laatste saluut, zijn ogen vol tranen. Toen zette hij koers naar het noordwesten. Zo begon zijn lange reis, met alleen de krijtwitte maan als metgezel.’ Ook de scènes waarin Pauls moeder vecht tegen de liefde voor de Rus, verliest en uiteindelijk vertrekt, zijn hartverscheurend.

Het is de volslagen eenzaamheid die voor mij als thema komt bovendrijven. Als de mens uiteindelijk elk klankbord voor zijn emotie moet ontberen, dan kan het niet anders of waanzin ligt op de loer.

Kehlmann, Daniel | Tijl

Tijl Uilenspiegel is een legendarisch personage:  een veertiende eeuwse deugniet, van plaats naar plaats trekkend en  bekend van zijn zotte streken en grappen. Deze Tijl heeft Kehlmann overgezet naar de zeventiende eeuw en hij duikt op in de Dertigjarige Oorlog die van 1618 – 1648 Europa in zijn greep houdt. De strijd tussen Rooms-Katholieke en Protestantse staten en vorsten speelt zich vooral op Duits grondgebied af en Kehlmann schroomt niet om het geweld en de verwoestingen zeer plastisch te beschrijven.

Tijl wordt niet chronologisch verteld wat de spanning in het verhaal opvoert, maar ook wel de nodige oplettendheid van de lezer vraagt. In het eerste hoofdstuk trekt Tijl met zijn gezelschap rond en arriveert in een dorpje dat tot op dat moment nog niet door oorlogsgeweld getroffen is. De bewoners zien uit naar wat vertier maar Tijl is niet alleen maar de jongleur en koorddanser die zijn publiek vermaakt. Hij weet de dorpelingen zo ver te krijgen dat ze allemaal hun rechterschoen uittrekken en omhoog gooien. De vrolijkheid slaat echter om als Tijl begint te schelden en er  ontstaat een massale vechtpartij die door Tijl schaterlachend wordt gadegeslagen. De toon is gezet: Tijl is niet alleen de grapjas die weliswaar soms over de rand gaat, maar waar je toch altijd weer om moet lachen. Hij is een boosaardig figuur die bewust kwetst en pijn doet, ontregelt en in verwarring brengt.

Tijl is de zoon van Claus Uilenspiegel. Deze heeft, voordat hij met een molenaarsdochter trouwde en daarmee ook molenaar werd, een reizend bestaan geleid. Tijdens zijn omzwervingen heeft hij veel geleerd over geneeskrachtige kruiden, allerlei magische spreuken en veel kennis opgedaan. Zijn werk als molenaar boeide hem lang niet zo als het vergaren van kennis en het filosoferen over de geheimen van het bestaan. Tijl was het enige kind van het molenaarsechtpaar dat de eerste levensjaren overleefde, maar had geen sterke band met zijn ouders. Uit angst ook hem te verliezen, hadden zij zich niet al te zeer aan hem gehecht.

Zijn kennis en het bezit van een aantal boeken in het Latijn worden de molenaar uiteindelijk fataal. Jezuïet en heksenjager Athanasius Kircher en doctor Tesimund, beiden historische figuren en grote geleerden in hun tijd, ontmaskeren Claus als heks wat tot zijn dood leidt.

Tijl gaat nu een zwervend bestaan leiden, samen met Nele. Kehlmann beschrijft zijn avonturen, afgewisseld met verhalen over de oorlog en de politieke ontwikkelingen. Geloof en bijgeloof, wetenschappelijke kennis en volkse wijsheden wisselen elkaar af. Een veelheid aan personages treedt op, waaronder Frederik, de keurvorst van de Palts en gedurende een winter koning van Bohemen met zijn vrouw Elizabeth, dochter van koning Jacobus I van Engeland. Tijl duikt telkens weer op in het verhaal en is een soort verbindende schakel tussen de personages en gebeurtenissen die zich op verschillende plaatsen afspelen.

Kehlmann vermengt geschiedenis en fictie  op een bijzondere wijze. De humor, de tijdsprongen, de vele personages maar ook  de sfeer van angst en huiver die Kehlmann weet op te roepen, houden je voortdurend in hun greep en maken het lezen tot een avontuur. Wie de moeite neemt zich mee te laten nemen in dit verhaal, wordt beloond met een verrijkende leeservaring.

Gardam, Jane | Laatste vrienden

Maanden geleden al had ik de verschijningsdatum van Jane Gardam’s Laatste vrienden in mijn agenda gezet. In één weekend las ik van het najaar Een onberispelijke man en Een trouwe vrouw (waarover ik ook een recensie schreef). En nu verscheen dan aan het begin van het nieuwe jaar het derde deel van de Old Filth-trilogie: Laatste vrienden. Een roman die overigens ook zelfstandig te lezen is, maar wel meer diepgang en kleur krijgt na de voorgaande delen.

Edward Feathers en Terry Veneering, twee advocaten die van aartsrivalen vrienden werden, zijn inmiddels overleden. Op hun begrafenis ontmoeten oude vrienden elkaar. Mede vanuit hun perspectief krijgt de lezer meer inzicht in het mysterieuze lezen van met name Veneering. Als jong meisje ontmoet zijn moeder Florrie in een buitenlands circusgezelschap zijn vader: acrobaat, danser en naar later (b)lijkt een Russische spion. Na een val van de touwen neemt Florrie de verlamde Kozak mee naar huis en zal voor het leven bij hem blijven. Gevoelig wordt de zowel liefdevolle als treurige jeugd van de vroeg zelfstandige Terry beschreven. Zijn moeder – zorgzaam, groot en sterk – verdient als kolenhandelaar de kost terwijl vader het grootste deel van de tijd – drinkend – op bed ligt. Tijdens een van zijn omzwervingen door het stadje ontmoet de jonge Terry de wat excentrieke Parable Apse die zich over hem ontfermt en zorgt dat hij op een goede school terechtkomt.

Dezelfde man laat hem een – zij het aan lager wal geraakt – advocatenkantoor na, maar dat is pas als Veneering al in het verre Oosten gediend heeft en daar getrouwd is met Elsie: een beeldschone maar alcoholische vrouw uit Hongkong. Eindelijk begrijpt de lezer hoe het mogelijk is dat hij met deze vrouw, van wie hij nooit werkelijk hield, trouwde. Een dronken bui, een zwangerschap en een (invloed)rijke schoonfamilie die hem geen andere keus liet.

Als Edward op hoge leeftijd terugdenkt aan de verhouding die zijn vrouw Betty en Veneering hadden, realiseert hij zich aangaande zijn rivaal en vriend: “hij had meer nodig dan Elsie kon geven. Hij had Betty nodig. En Bettty was van mij.” In een paar korte zinnen worden jaren van pijn in het milde licht van de ouderdom verwoord.

Dat ouder worden is sowieso een thema in de roman. De lezer leert niet alleen de twee hoofdpersonen op leeftijd kennen maar ook bejaarde contacten uit hun netwerk: de kinderlijke Dulcie en de triestige Fiscal-Smith ofwel Fred. Beeldend beschrijft Gardam de onderlinge, soms moeizame, verhoudingen, de eenzaamheid van het ouder worden en het belang van vergeving, verzoening en vriendschap. Ook in dit derde deel van het drieluik ontbreekt de onderkoelde Britse humor niet. Als Dulcie en Fred zich onbedoeld opsluiten in een onverwarmd kerkje, verhaalt Gardam hoe ze zich warm proberen te houden in priesterkleding: “Door de deuropening, omgeven door een kantwerk van jonge klimop, […] stapte een Siamese tweeling naar buiten, gehuld in goudlaken, een van hen met een bisschoppelijke mijter op en allebei door en door blauw van de kou.”

Ontroerend vind ik hoe de haat-liefde verhouding tussen de twee aan het eind een wending krijgt: “Dulcie en Fred schuifelden voorzichtig naar de eucharistieviering […] ‘Zijn er nooit meisjes in je leven geweest, Fred?’ Arm in arm waggelden ze voort. ‘Niemand anders dan jij Dulcie. Verder alleen treinen, vrees ik.’ Het gezang vermengde zich met het alles overspoelende gedreun van het orgel. ‘Rustig liefje,’ zei Fiscal-Smith. ‘Rustig.’ En zo naderden ze de Wederopstanding.”

Vuuren, van Jet | Misstap

Jet van Vuuren behoeft geen verdere introductie voor de doorgewinterde vrouwenthrillerliefhebber of beter gezegd, liefhebster. Ik moet bekennen dat ik als man geen enkele moeite heb met dergelijke thrillers waarin doorgaans oer-Hollandse vrouwen de hoofdrol spelen. Misstap is haar tiende thriller.

Het is september. Een hittegolf teistert laat in de zomer het hele land. In Den Haag, waar Misstap zich afspeelt, zucht iedereen onder de hitte. Een broeierige sfeer waarin heel veel mis kan gaan. De hofstad wordt opgeschrikt door moorden op tengere, knappe vrouwen. Een seriemoordenaar is actief. Deze psychopaat zaagt zelfs de handen van de slachtoffers of. Een gestoorde, maniakale daad of zit er meer achter? Een ritueel wellicht?

Anja, rechercheur van beroep, wordt op de zaak gezet. Zij wordt bijgestaan door haar vriendin Britt van Dijk. Britt is verhuisd vanuit Limburg naar Den Haag. Zo probeert zij haar leven zonder man en kind op te pakken. Beiden zijn om het leven gekomen na een ernstig ongeluk. Hoe moeilijk ook, Britt probeert haar verwoeste leven weer enigszins op de rit te krijgen door haar oude leven achter haar te laten en daarom elders een nieuwe start te maken. Met vallen en opstaan lukt het haar. Temeer daar ze zich intensief kan verdiepen als detective in een zaak die speelt in de sjieke en keurige wijk Benoordenhout. Agnes, een dame van midden veertig, roept haar hulp in wanneer ze vermoedt dat haar man haar bedriegt met een jongere, tengere maar heel knappe vrouw. Harry, de man van Agnes, vertoont ook wel heel merkwaardig gedrag dat net zo opvallend als verdacht is. Wanneer blijkt dat in deze wijk Benoordenhout meer mensen wonen die  zo hun geheimen hebben en Britt bij haar onderzoek stuit op de moordenaar van de jonge vrouwen, lopen de zaken finaal uit de hand.

Deze tiende thriller van Jet van Vuuren ontleent zijn naam aan een belangrijke misstap die Harry begaat in zijn werk als begrafenisondernemer. Tijdens een crematie vergeet hij het eerdere, reeds verbrande lichaam weg te halen waardoor de as van de een met die van een ander lichaam vermengd wordt. Een onvergeeflijke fout in deze branche. Asvermenging heet dit. Het is overigens niet de enige misstap in het boek. Meer personages hebben zo hun gebreken en fouten die ze al dan niet goed proberen te maken.

Het blijft me verbazen hoe scherp  en heftig de verhalen zijn die Jet van Vuuren schrijft. Kijkend naar de foto’s van haar op Facebook zie ik een vriendelijke, lief ogende dame met een schattig hondje. En dan komen er zulke verhalen/plots uit haar schrijverskoker! Laten we het houden op talent. Toen de schrijfster op haar Facebookaccount om hulp vroeg om een naam te bedenken voor het personage dat nu Agnes heet, deed ik haar ook een suggestie aan de hand. Ik mag zeggen, ik ben een blij mens! Want laat ik nu net Agnes bedacht hebben!

Van Vuuren weet de spanning er altijd in te houden. Ze geeft telkens net genoeg bloot van de personen om je of in een verkeerde richting te sturen of je op het juiste spoor te zetten, totdat ook dat spoor doodloopt. Tussen de regels van het plot door geeft ze in een ander lettertype de gedachtes van de moordenaar weer. Dat geeft een mooi psychologisch inkijkje in een gestoord brein. De ontwikkeling van de diverse karakters is wat minder diepgaand uitgewerkt, maar het plot is gewoon heel erg goed. Kortom: met Misstap in handen stap je in ieder geval niet mis.

Isik, Murat | Wees onzichtbaar

Tja, wat moet je zeggen, schrijven over Wees onzichtbaar van schrijver Murat Isik? Het boek moet gelezen worden! Zijn verhaal raakt een gevoelige snaar bij mij. Weemoed naar vroeger tijd, zegge en schrijve de jaren 80/90 van de vorige eeuw, roept het verhaal op. Murat Isik laat met zijn grootse roman Wees onzichtbaar een oer-Hollandse jongen zich identificeren met een Turkse jongen, opgroeiend in het Nederland van mijn jeugd. Dat is uitzonderlijk knap.

Een echte literaire coming-of-ageroman, dat is Wees onzichtbaar. Metin, hoofdpersoon en alter ego van de schrijver, komt vanuit Turkije naar Nederland. Samen met vader, moeder en zus belandt hij in een flat in de Bijlmer: Fleerde. Hier brengt hij vele jaren van zijn jeugd door: ‘Ik had nergens talent voor, ik was een eenvoudige jongen uit een problematisch gezin, een gekwelde tiener uit de Bijlmer die op de verkeerde school was beland en nu dolende was.’ De teloorgang van de Bijlmer gaat samen op met die van zijn jeugdjaren. Het verval van de Bijlmer is hierdoor metaforisch te noemen voor het leven van Metin. De jonge Metin heeft het thuis niet gemakkelijk. Zijn vader is zeer onvoorspelbaar, gewelddadig, agressief. Een communist in hart en nieren: ‘Ik ben een communist. (…) Ik ben niet zoals alle anderen, ik ben geen slaaf van het kapitalisme, geen willoze volger. Ik ben een echte communist! Een beter voorbeeld kunnen de kinderen zich niet wensen.’ Zijn moeder heeft vooralsnog weinig ruggengraat om iets tegen vader in te brengen. Zijn zus is al redelijk vroeg zelfstandig en gaat haar eigen gang. Metin vreest zijn vader en maakt zich letterlijk en figuurlijk onzichtbaar. ‘We moesten geduld hebben en doorstaan wat op ons afkwam. Het had geen zin om weg te lopen voor de pijn, we konden nergens heen. En als het ons te veel werd, moesten we onzichtbaar zijn.’ Naarmate de jaren verstrijken en de kinderen ouder worden, zie je een kentering in de omstandigheden van Metin alsmede in zijn ontwikkeling. Een zeer geloofwaardige verandering treedt op bij/in de verschillende hoofdrolspelers van het boek. Met name de ontwikkeling van moeder en Metin, die zich steeds meer gaan leren afzetten tegen hun tirannieke man en vader is ontzettend ontroerend om te lezen.

Murat Isik vertelt behalve over de persoonlijke geschiedenis van Metin ook over de geschiedenis van de Bijlmer. Hij schrijft, soms in een bijzin, zo treffend over het tijdsbeeld en de geschiedenis van de jaren ’80 tot nu. Je maakt het hele verhaal echt mee. Omdat je zelf bent opgegroeid in die tijd. De films op video, kinderprogramma’s op Sky Channel en de eerste mobieltjes op de markt, herkenning alom.

Wanneer het gezin uiteindelijk verhuist naar een woning elders in de stad, schijnt de situatie in het gezin te veranderen. Maar wanneer de wind van verandering is gaan liggen, blijkt de situatie juist te escaleren. Het laatste hoofdstuk is er een van reflectie en terugblikken op vroeger. Metin is volwassen. In een soort visioen ziet hij zijn oude zelf in de flat Fleerde, dat deels gerenoveerd en deels tegen de vlakte is gegaan, weerspiegeld. Hij ziet zijn jongere ik, glimlachend, vol kinderlijke onschuld. Nog niet wetend wat de toekomst zal brengen.

Murat Isik heeft een literaire parel afgeleverd. Een boek dat erom vraagt herlezen te worden. Om zin voor zin, woord voor woord te herkauwen en… te overdenken.

Cognetti, Paul | De acht bergen

Paolo Cognetti neemt je in ‘De acht bergen  (hoe kan het ook anders) mee de bergen in. Naast Pietro klim je omhoog door het bos, over de alpenweiden, tot boven de boomgrens waar uiteindelijk alleen nog kale rotsen zijn. En je daalt ook weer af, vanuit de ongenaakbaarheid van het hooggebergte naar het dal van het dagelijks leven. Cognetti dwingt je bijna om na te denken over je eigen leven door de wijze waarop hij het leven van Pietro verbeeldt. ‘De acht bergen’: een prachtige roman over het leven, over vriendschap, eenzaamheid en over de majestueuze bergwereld.

Pietro is een Milanese jongen, het enige kind in een gezin met een gesloten, weinig empathische vader en een lieve, volgzame, sociale moeder. Beide ouders voelen zich elk op eigen wijze aangetrokken tot de bergen. De vader voelt zich het meest thuis in het kale hooggebergte, terwijl de moeder vooral geniet van de lagere hellingen met hun bloemenweiden en meertjes. Om het stadsleven in de zomer te kunnen ontvluchten huren ze jaarlijks een huisje in de Italiaanse Alpen.

Pietro sluit vriendschap met Bruno, een boerenjongen uit het dorp en samen ondernemen ze allerlei tochten in de bergen. Het zijn twee totaal verschillende jongens, met een totaal verschillende achtergrond, maar hun vriendschap groeit uit tot een waardevolle relatie voor hen allebei. De vader trekt ook volop de bergen in en maakt lange en zware wandelingen. Het lijkt hem vooral om de prestatie te gaan, niet zo zeer om het genieten van het moment.

De wegen van Pietro en zijn vader en van Pietro en Bruno gaan bij het volwassen worden verschillende kanten uit. Ze groeien uit elkaar en dat heeft alles te maken met de wijze waarop ze in het leven staan. Waarin zoek je je levensvreugde, je levensdoel?  Kwesties die in ‘De acht bergen’ om een antwoord vragen. Gaat het erom altijd naar verbetering van je omstandigheden te streven? Gaat het om relaties? Pietro en Bruno zoeken hun weg en daardoor lijkt de hechte vriendschap uit hun jeugd dood te bloeden. Lijkt, want op de achtergrond is die toch nog wel degelijk aanwezig.

De relatie tussen Pietro en zijn vader stelt jarenlang niets voor en als vader onverwacht sterft, lijkt herstel ook niet meer mogelijk. Toch is dat niet helemaal waar. Juist door de erfenis die zijn vader aan Pietro nalaat, leert hij zijn vader alsnog beter kennen en begrijpen. Ook Bruno gaat weer een belangrijke rol in Pietro’s leven spelen. Prachtig beschrijft Cognetti het samen bouwen van het huis op het geërfde stuk land hoog in de bergen.

Beiden zochten hun weg in het leven, een weg die gepaard is gegaan met moeiten en teleurstelling. Ook een weg die inzichten heeft opgeleverd. Het leven in en trekken door de bergen, zowel in de Alpen als in de Himalaya, waar Pietro graag vertoeft,  zijn een metafoor voor deze weg. De krachten van de natuur, het spel van wind en sneeuw, de warmte van de zon: je hebt ze als mens niet in de hand. Het leven is niet maakbaar, je krijgt het, maar je moet en mag het nemen zoals het komt.

‘De acht bergen’ heeft me geraakt door de mooie beschrijvingen van het gebergte en door de sfeer die Cognetti wist op te roepen. Het boek heeft me ontroerd door de vriendschap tussen Pietro en Bruno die verschillen wist te overbruggen en ze tegelijkertijd liet bestaan.

 

Rauwerda, Peter-Paul | De negen kamers

Een nominatie voor de Dioraphte Literatour Prijs 2017: De negen kamers van Peter-Paul Rauwerda. Dat moet goed zijn! Het Juryrapport Nominaties 2017 vermeldt onder meer dat het boek de epische allure heeft van een mythe, filosofisch is en een interessante intertekstualiteit kent. Ik kan zeggen: eens, volledig mee eens!

Ik had nog nooit van de auteur gehoord en kwam het boek tegen op internet. De flaptekst sprak me aan, ik bestelde het boek en las het in een adem uit. Een fantasierijk verhaal, waarin alles mogelijk is. Waarin je ook gewoon aanneemt dat de dingen die gebeuren voorstelbaar zijn en logisch schijnen. Je wordt heen en weer geslingerd tussen feit en fictie, realiteit en irrealiteit, de werkelijkheid en fantasie. Ze lopen soms in elkaar over, zijn verbonden en verweven met elkaar. Hier houd ik van!

Wat is het verhaal? Jonas wordt al lange tijd ernstig geplaagd door zware hoofdpijnen. Juist op het moment dat hij alleen thuis is, worden ze vrijwel ondraaglijk. Er gebeurt dan iets vreemds. Er wordt op een nacht ingebroken en de inbreker laat een groot boek achter. Later blijkt enkele straten verderop datzelfde huis te staan, zomaar vanuit het niets op een braakliggend veldje. Jonas raakt geobsedeerd door het huis. Hij probeert er verschillende keren naar binnen te gaan, maar het huis houdt hem in eerste instantie tegen. Eenmaal toch binnengekomen, dwaalt hij door de negen kamers die het huis rijk is. Hij belandt in uitzonderlijke, wonderlijke situaties. Maar is dit alles nu echt of gebeuren de dingen enkel in zijn hoofd?

Tijdens het lezen moest ik denken aan de verhalen van Harry Potter en Alice in Wonderland. De bloemrijke taal doet denken aan Zafon en Garcia Marquez, aldus literair deskundigen. Een sprookjesachtige sfeer, fantasievolle omstandigheden en gebeurtenissen en zeer beeldende, poëtische zinnen, lijken Rauwerda te typeren in dit boek. Niet verwonderlijk overigens, het is zijn debuutroman. Het boek smaakt naar meer Peter-Paul Rauwerda.

Gezien de hoeveelheid ezelsoren in mijn boek, kan ik genoeg citeren. Te veel voor nu. Toch kan ik niet nalaten er enkele te noemen om op zijn minst een indruk te geven van zijn verhaal, zijn stijl.

Om aan te geven hoe ik mij kan identificeren met Jonas: ‘Jonas is een lezer. Vaak leest hij meerdere boeken tegelijk en al die personages uit al die boeken vechten om een plaats in zijn hoofd.’

Rauwerda, de taalkundige/wiskundige, vertelt: ‘Weet u dat een mens uit taal bestaat? Een mens is als een boek, opgebouwd uit zinnen. Die zinnen bestaan uit woorden. Die woorden bestaan uit letters. Alles wat leeft bestaat uit taal. Dat noemen ze DNA. Met de woorden uit die taal kun je zinnen vormen, hele lange zinnen. En daarmee kun je mensen maken, alsof je boeken schrijft.’

Hoe kijkt Jonas aan tegen religie? ‘De religieuze boeken staan fier overeind op hun eigen plekje in hun boekenkast en weigeren ook maar een millimeter op te schuiven in de richting van de andere religieuze boeken op dezelfde plank. (…) Zodra Jonas zich laat zien beginnen de boeken door elkaar te klepperen. ‘Wij bieden de enige uitweg. Laat ons je leiden naar het licht. Wij verheffen je tot het hogere.”

Rauwerda tekent ons ook de kracht van de verbeelding in taal: ‘Met verbeelding kun je uit iedere situatie, hoe ellendig ook, ontsnappen. Gebruik de verbeelding.’

De negen kamers is een veelzeggend, mooi en krachtig boek dat erom schreeuwt herlezen te worden en geregeld te overdenken. Lees maar, er staat niet wat er staat…

 

Carayon, Christian | Een zucht, een schim

Je zult maar geschiedenis- en aardrijkskundedocent zijn. Je zult maar een keigoed idee hebben voor een spannend boek, een thriller. Je zult dan ook nog eens goed kunnen schrijven. En ziedaar… Christian Carayon met zijn boek Een zucht, een schim.

Christian Carayons debuut is er een om rustig te lezen. Spannend tot en met. Maar ook een debuut om je hoofd erbij te houden. Als je denkt een snel actieverhaal te krijgen, heb je het namelijk mis. Zijn verhaal is voor publicatie al aan meerdere landen verkocht. dat zegt vaak al genoeg. Ik moet zeggen: een film zal vast niet lang op zich laten wachten. Het Franse landschap in het zuiden van het land leent zich er uitstekend voor: bergen, bossen, een meer.

Christian Carayon kiest voor een hoofdrolspeler waarmee hij zich prima kan identificeren. Geschiedenisdocent Marc-Edouard Peiresoles heet hij. Toen hij een jonge jongen was, heeft er in zijn directe omgeving een gruwelijke gebeurtenis plaatsgevonden. 3 tieners zijn op beestachtige, monsterachtige wijze om het leven gebracht op een eilandje in het meer. Gelukkig zit de moordenaar vast. Maar schuld is nooit bewezen. Reden genoeg voor een geschiedenisdocent om eens diep in deze zaak te duiken. Reden te meer om zijn eigen angst te overwinnen. Een jeugdtrauma overwinnen door met deze zaak in het reine te komen, voor deze uitdaging staat genoemde Peiresoles. Nauwgezet gaat hij te werk. Hij duikt in het verleden van alle slachtoffers en hun naasten, ‘ondergaat’ de locatie van de moorden, bijt zich vast in de vermeende moordenaar(s) en weet stapje voor stapje achter de ware geschiedenis te komen. Dan vermoedt en voelt Peiresoles dat iemand hem in de gaten houdt. Koste wat kost probeert iemand hem van het onderzoek af te houden. Zijn leven komt in gevaar.

Belangrijkste vraag in het boek: wat gebeurde er op het eiland in het meer? Rondom dit centrale gegeven ontspint zich een verontrustend verhaal. Een verhaal dat echt iets doet met de lezer. Christian Carayon weet de lezer in het hoofd te krijgen van Marc-Edouard Peiresoles. Op filmische wijze neemt hij je mee in het boek. Rustig, stap-voor-stap betrekt hij de lezer in de obsessieve zoektocht van de hoofdfiguur. Knap gedaan!

Chapeau ook voor de vertaler van dit Franstalige boek: Jaap Sietse Zuierveld. De vertaling is niet alleen nauwgezet, maar ook voelt het zo aan. De zinnen ademen Frans uit. Het boek bestaat uit verschillende delen die allen voorafgegaan worden door een citaat uit de wereldliteratuur: onder anderen De vanger in het graan en de fabel De haas en de kikkers van La Fontaine. ‘Uw rouwkleed sleept dode bladeren mee’ (Cyrano) en ‘Ik ben het kleine kind dat uw sjaal uit de zee ging halen’  (Het spook van de opera) zijn hier voorbeelden van.

Een van de slachtoffers van de moordpartij op het eiland, Florie, heeft het overleefd, ternauwernood. Maar meer dan een kasplantje is het niet, verzorgd door haar vader in Engeland. Wanneer Peiresoles hen bezoekt , zegt vader het volgende: ‘Florie tekent wel eens. Grijze, heel abstracte tekeningen. Op een groot aantal daarvan verschijnt een zwarte schim.’ (…) Ik kan het niet uit mijn hoofd krijgen dat iemand hetzelfde met mijn dochter heeft gedaan. (…) Dat het monster vlakbij was, op de andere oever, aan het feesten met de anderen. En dat hij er nog steeds is.’

Brown, Dan | Oorsprong

Maandenlang werd er druk gespeculeerd over zijn nieuwste boek. Omgeven door een web van geheimzinnigheid werd het langzaam maar zeker duidelijk; 2 vragen staan centraal in Oorsprong: Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Robert Langdon, hoogleraar kunstgeschiedenis en symboliek, liefhebber van met name de oudere kunstobjecten, speelt wederom de hoofdrol in een geniale thriller. Wat mij betreft is Dan Brown volledig terug na Inferno, een minder spannend en minder goed uitgewerkt verhaal. Oorsprong is echt een stijlvolle, razendspannende en ingenieuze thriller, in de stijl van Browns De Da Vinci Code.

Robert Langdon is te gast in het hypermoderne Guggenheim-museum te Bilbao. Alleen al dit gegeven is heerlijk uitgewerkt en verwerkt door Brown. Een grotere tegenstelling is niet denkbaar voor Langdon. In het museum is hij uitgenodigd door zijn goede vriend en oud-student Edmond Kirsch, fel atheïst en excentriek futuroloog. Deze Kirsch zal een presentatie geven, zodanig en zo groots dat de hele (wetenschappelijke en religieuze) wereld op zijn kop zal staan en op zijn grondvesten zal schudden. Vlak voor hij zijn ontdekkende boodschap aan de wereld kan doorgeven, wordt Kirsch doodgeschoten. Onder het oog van duizenden kijkers, op tv en online, en onder het toeziend oog van Langdon en museumdirectrice Ambra Vidal vloeit het leven weg uit Kirsch. Robert Langdon is diep geschokt en vastbesloten, samen met de directrice, alles op alles te zetten om alsnog de presentatie te kunnen laten zien. Een enkel dingetje: ze zullen het wachtwoord moeten vinden om de presentatie te vertonen. Een kleinigheidje voor Langdon…? Deze zoektocht brengt hen op verschillende plaatsen in Spanje, waaronder de wereldberoemde Sagrada Familia.

Op de hielen gezeten door de geheimzinnige Regent en de moordenaar van Kirsch zijn ze nergens hun leven zeker. De tijd tikt. Dan blijkt dat hun gekwelde vijand en Kirsch’ moordenaar banden heeft met het Spaanse koninklijke huis, en laat nu net Ambra Vidal verloofd zijn met de kroonprins!

Oorsprong is geniaal in zijn opzet, plot en wetenschappelijke en religieuze kennis. Het einde van het boek is helaas net iets ‘over the top’. De boodschap die Dan Brown wil meegeven in zijn nieuwste boek is er een om absoluut over na te denken. De evolutie van de mens in technologisch opzicht bereikt zijn hoogtepunt. Brown gaat niet zozeer in op de oorsprong van de mens zoals Darwin die voor ogen had, maar hij toont vooral aan dat de mens door de toegenomen technische en wetenschappelijke vooruitgang anno nu zichzelf evolueert tot, ja, tot wat eigenlijk?

2 vragen staan centraal: Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Een christen heeft de antwoorden paraat en weet dat er Iemand zal zijn Die alle dingen nieuw maakt en Die het laatste woord zal hebben. Daar kan uiteindelijk ook de wetenschap en de techniek niet onderuit komen.

Akkad, Omar El | Een Amerikaanse oorlog

Een Amerikaanse oorlog is de debuutroman van Omar El Akkad,  een voormalig oorlogsverslaggever die in deze roman een oorlog uit de toekomst beschrijft. Het verhaal speelt zich in de laatste drie decennia van de eenentwintigste eeuw.

De Verenigde Staten zijn geconfronteerd met de gevolgen van de opwarming van de aarde en hebben aanzienlijke delen van hun land onder water zien verdwijnen. De overheid probeert te voorkomen dat er nog meer land verloren gaat door het gebruik van fossiele brandstoffen te verbieden. Dit leidt tot een burgeroorlog. Net als eeuwen geleden staan de zuidelijke staten lijnrecht tegenover de noordelijke staten.

Een afschuwelijke oorlog breekt uit waarin naast de legers ook zelfstandige rebellengroepen opereren die niets en niemand ontziend hun slag slaan. Oprukkende legers uit Mexico vormen een extra bedreiging  terwijl ook aanvallen met biologische wapens en oncontroleerbaar rondvliegende drones hun slachtoffers eisen.

Het zuiden ontvangt humanitaire hulp uit Bouazizi, een groot rijk waarin alle Arabische landen zich hebben verenigd nadat ze na de zoveelste Arabische lente zich eindelijk hebben ontdaan van hun dictators.

In Een Amerikaanse oorlog kruipen we in het hoofd van Sarat (Sara T. Chestnut). Vanuit bedreigd neutraal gebied probeert haar vader met zijn gezin naar het noorden te trekken. Voordat dat gebeurt komt hij echter om bij een aanval van een zuidelijke rebellengroep. Sarat komt vervolgens met haar moeder, broer en tweelingzusje in een vluchtelingenkamp voor inwoners van de zuidelijke staten terecht.

Sarat is een opvallend meisje: groot en stoer. Ze heeft niet veel vrienden en vriendinnen, slechts een ander buitenbeentje trekt met haar op.  In het kamp ontmoet ze een zekere Gaines. Gaines vervult een soort vaderrol in het leven van Sarat. Hij maakt gebruik van de rol die hij in haar leven speelt door haar voor zijn eigen karretje te spannen en haar op te zetten tegen de noordelijke staten. Sarat raakt  hierdoor steeds meer betrokken bij het verzet van de zuidelijke rebellengroepen.

Na een afschuwelijke aanval op het vluchtelingenkamp die talloze slachtoffers eist, wordt ze alleen nog maar gedreven door een verlangen naar wraak en vergelding. Ze boekt succes in haar strijd, maar wordt verraden en opgepakt. Getekend voor het leven komt ze uiteindelijk vrij,  vervuld van haat en wraakzucht. Sarat is bijna geen mens meer, alleen in haar contact met neefje Benjamin zien we nog iets van menselijk gevoel.

Een Amerikaanse oorlog is een boeiend verhaal. Het zou zo maar kunnen gebeuren wat Akkad hier beschrijft: klimaatverandering met alle gevolgen van dien die tot nieuwe oorlogen leidt, een Arabische grootmacht die een leidende rol op het wereldtoneel speelt.

Met Sarat heb ik een haat-liefde verhouding opgebouwd tijdens het lezen. Het buitenbeentje waar ik sympathie voor had, werd bijna een robot aangestuurd door haat en wraak. Oorlogservaringen kunnen leiden tot ontmenselijking en daarvan is Sarat  een sprekend voorbeeld. Maar ze stond te ver van me af, om me nog te kunnen identificeren en persoonlijk vind ik dat jammer.