Fitzek, Sebastian | Het Joshuaprofiel

cover FitzekEen heftige thematiek en een met enthousiasme geschreven snelle thriller die spijkerhard binnenkomt: Sebastian Fitzek, een van de beste thrillerschrijvers van het moment, levert hiermee Het Joshuaprofiel af. ‘Ik weet niet hoe het u vergaat, maar een paar van mijn allerbeste vrienden die een vroeg ontwerp van Het Joshuaprofiel mochten lezen, zeiden daarna: ‘Fitzek, ik haat je!’ Op mijn vraag, waarom, verduidelijkten ze: ‘Omdat je me zover hebt gekregen een pedofiel aardig te vinden.’ In het nawoord gaat Fitzek hier verder op in. En even verder schrijft Fitzek: ‘De dag dat ik hem ( de kindermisbruiker, red.) besloot in deze thriller meer ruimte te geven dan oorspronkelijk gepland, was toen op de snelweg een auto voor me reed met op de achterkant een sticker waarop stond: DOODSTRAF VOOR KINDERSCHENDERS!’

In Het Joshuaprofiel gaat Fitzek in op kindermisbruik, kindermishandeling, (terug)plaatsing in pleeggezinnen alsook ‘predictive policing’: het feit dat de overheid al je dataverkeer op het internet screent en scant. Op basis hiervan kan de overheid ‘voorspellen’ of je al dan niet kwaad in de zin hebt. Dit wordt ook wel criminaliteitsvoorspelling genoemd. Fitzek haalt hierbij ook de wellicht bekende speelfilm Minority Report (met Tom Cruise in de hoofdrol) aan. Wat in die film nog sciencefiction was, is dat nu niet meer…

Het verhaal zit doordacht en complex in elkaar. De intro op het verhaal bestaat uit een fragment uit een thriller die de hoofdpersoon Max Rhode geschreven heeft, getiteld De Bloedschool. De research die Rhode heeft uitgevoerd via de digitale snelweg voor het schrijven van dit boek brengt hem in groot gevaar. Joshua ( en ik verklap niet wie of wat hier achter zit) is hem op het spoor. Deze geheimzinnige en schimmige tegenstander ontvoert zijn dochter en heeft inmiddels meerdere slachtoffers gemaakt. Of is het toch Max zelf die erachter zit? Welke rol speelt de broer van Max in dit alles: Cosmo? Een crimineel van het zwaarste kaliber en net terug uit de gesloten psychiatrische inrichting… De hamvraag in het hele boek: Kan ik de touwtjes van mijn leven nog wel in eigen handen houden? Speelt het lot met mijn leven? Of houdt een hogere en belangrijkere macht de teugels van je bestaan in handen? De cover van het boek beeldt dit schitterend uit. Vanuit veel verschillende perspectieven maak je het verhaal mee, je bent zelf ‘player in the game’. Je betrokkenheid op het verhaal neemt hierdoor sterk toe.

Uiteraard blijft het zoals in zovele boeken van Fitzek tot op het laatst vaag, Fitzek legt pas in de finale de allerlaatste puzzelstukjes keurig op zijn plek. Niets is wat het lijkt! En dat vind ik de kracht van Fitzek. Het blijft tot op het eind geloofwaardig. Tussen de regels door speelt Fitzek nog even met recensenten van boeken, dit wil ik niemand onthouden: ‘Het hele eiereneten was toch dat recensenten vaak in de waanzinnigste figuren levensechte personen zagen, van wie ze de authenticiteit hemelhoog prezen, zoals Hannibal Lecter, de hyperintelligente kannibaal, die in het echt niet bestond. Daarentegen werd een schrijver die een realistische dader beschreef met het verwijt ‘cliche’ om de oren geslagen.’ 

Boerboom, Joep | Jan Terlouw

jan-terlouw-jeugdboekenheld-op-het-binnenhof-joep-boerboom-boek-cover-9789089536136Onafhankelijk in denken en doen, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en fervent voorstander van vrijheid kenmerken de jeugdboekenschrijver en erudiet politicus Jan Terlouw (1931). De Tweede Wereldoorlog heeft hem gemaakt tot wie hij is geworden. Al jong kreeg hij (verzets)taken te verrichten en diende hij belangrijke beslissingen te nemen. In zijn jeugdboeken zien we dan ook vaak jonge mensen die vroeg volwassen moeten denken en handelen in allerlei (onvoorziene) situaties. Zijn wieg stond in het Overijsselse Kamperveen in de pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk. Het verhaal gaat dat zijn vader, predikant, gezegd zou hebben dat in de wieg een toekomstig minister lag. Het bleken profetische woorden!

Als in 1935 het gezin Terlouw verhuist naar Garderen wordt een tweeling geboren: Ronald en Yvonne. Jan en zijn broer Theo vinden dit maar niets en besluiten hun broertje en zusje dan maar ‘poep’ en ‘pies’ te noemen. Al van kinds af aan was Jan degene die de leiding en het initiatief nam. Wanneer Theo en Jan samen speelden vond Jan het maar wat moeilijk om de leiding uit handen te geven, wat hij had bedacht moest gebeuren.

In zijn studententijd sluit Jan zich aan bij een studentenvereniging. Hij besluit zich in 1951-1952 met succes te kandideren voor het voorzitterschap. Echter, spreken gaat hem in het openbaar niet gemakkelijk af. In tegenstelling tot zijn vader, naar hem kijkt hij dan ook met veel bewondering. Wanneer Jan zich aan het eind van zijn studententijd voorneemt verder te gaan als wetenschapper in kernfusieonderzoek komt hij in contact met de kleurrijke Pool Stanislaw Kulinski, kortweg Stach. Jan heeft deze naam gekozen als hoofdpersoon in zijn beroemde jeugdroman Koning van Katoren. Dat deze naam aansloeg, blijkt uit het feit dat hij vele geboortekaartjes kreeg van mensen die hun zoon Stach noemden.

Jan trouwt met Alexandra van Hulst. Samen krijgen ze 3 dochters en een zoon. Let wel, krijgen! Want aan het begrip ‘kinderen nemen’ heeft Jan een gruwelijke hekel: ‘Ik haat die uitdrukking tot in het diepst van mijn ziel. Wat een hovaardij. Onze mogelijkheid is zo klein, zo afhankelijk van buiten de macht liggende factoren. Er valt niets te nemen.’ Ondanks dat Jan en Alexandra uit heel verschillende milieus afkomstig zijn, zitten ze qua opvoeding van de kinderen absoluut op een lijn. Al vanaf jonge leeftijd laat Jan ze zelf verantwoording afleggen over hun gedrag, door te vragen waarom ze iets hebben gedaan. Niet streng, toch een man van gezag, zo herinneren de kinderen zich hem.

Joep Boerboom, auteur van deze boeiende en lezenswaardige biografie, heeft met veel mensen gesproken in de directe omgeving van Terlouw. Diep en uitgebreid wordt ingegaan op de politieke loopbaan van Jan in combinatie met zijn schrijverschap. Hoe kwamen bepaalde jeugdboeken tot stand? Waar haalde hij zijn inspiratie vandaan? Oosterschelde windkracht 10 bijvoorbeeld handelt over de discussie over de Oosterschelde die of opengehouden moest worden of afgesloten diende te worden uit veiligheidsoverwegingen. Boerboom heeft lange gesprekken gevoerd met Terlouw op zijn landgoed aan de IJssel. Terlouw verzuchtte: ‘Kunt u niet wachten tot ik dood ben?’

Zelden maakte een politicus zo’n stormachtige opkomst en neergang door in de Haagse politiek als Jan Terlouw. Het resultaat hiervan ligt vast in een helder gedocumenteerde en fraaie biografie die zowel de mens als de politicus Jan Terlouw dichter bij het volk brengt.

 

Walraven, Esther | Daan & Nadia

9200000051759434Daan en Nadia ontmoeten elkaar in het ziekenhuis. Als ze uiteindelijk telefoonnummers hebben uitgewisseld ontstaat er een vriendschap. Nadia heeft het erg moeilijk thuis en als ze een keer bij Daan is geweest voelt ze zich daar fijner dan thuis. Daan heeft een fijne familie en ze zijn allemaal erg op Nadia gesteld. Nadia probeert Daan zo veel mogelijk te steunen tijdens zijn ziekte, Daan heeft namelijk een hersentumor. Datzelfde doet Daan bij Nadia, maar Daan kent de problemen van Nadia niet. Toch is hij tot steun. Hun vriendschap groeit uit tot iets meer dan alleen een vriendschap. Maar beide staan ze toch elke dag voor de vraag: “Zal Daan het overleven?”

Esther Walravens thematiek in ‘Daan & Nadia’ is strijd. Terwijl Daan vecht tegen de dood, strijdt Nadia tegen het leven. Daan wil zo veel mogelijk van het leven genieten, uit angst dat hij aan de ziekte ten onder zal gaan. Daarom gebruikt hij iedere keer al zijn krachten om bij zijn vrienden te zijn. Nadia daarentegen ziet het leven niet meer zitten en trekt zich heel erg terug. Ze moet niet veel van andere mensen hebben en levert strijd met de gedachte of ze haar grote geheim nu wel of niet met iemand moet gaan delen.

De cover van het boek is echt heel mooi. Daan & Nadia kent een prachtige schrijfstijl. Doordat het in de ik-vorm is geschreven, ga jij je inleven in Daan en Nadia. Je maakt bijna zelf mee wat zij meemaken. Het leuke van het boek is dat het helemaal niet voorspelbaar is. De gevoelens en gedachten die Daan in zijn situatie heeft zijn heel erg realistisch gezien zijn ziekte. Bij Nadia had ik dat wel iets minder, gezien de situatie waarin zij zit. Ondanks dat was het een goed boek. Een echt  minpunt is wel dat er veel in gevloekt en gescholden wordt.

Spits, Jerker | Staalhelmen en curryworst

Staalhelmen_en_c_566ecf105105dAan de hand van 15 typisch Duitse fenomenen neemt Duitslandkenner Jerker Spits de lezer mee op reis door de eeuwenoude cultuurgeschiedenis van Duitsland: Staalhelmen en curryworst is daarmee een feit. Jerker Spits schrijft voor diverse media waaronder Trouw en De Groene Amsterdammer. Hij heeft Duitse taal- en letterkunde gestudeerd en woonde lange tijd in Duitsland. Gepokt en gemazeld, ondergedompeld in ‘Germanij’, vertelt hij op aanstekelijke en levendige wijze over zijn Duitsland.

Jerker Spits is helder in zijn voorwoord: ‘Dit boek richt zich op de lezer die meer wil weten over de Duitse cultuur.’ En even verderop: ‘Ik wil laten zien waarom de Duitse cultuur niet alleen je hoofd, maar vooral ook je hart raakt.’ De hoofdstukken zijn onafhankelijk van elkaar goed te lezen, je kunt er in grasduinen en zelf de volgorde bepalen waarin je alles tot je neemt.

Een paar onderwerpen die de revue passeren:

  • Volkswagen, Mercedes Benz en Porsche. Tja, je ontkomt er niet aan: ‘In september 2015 deed een schandaal de Duitse auto-industrie op haar grondvesten schudden.’ Voorzien van talrijke (smeuïge) details neemt Spits de lezer mee door de autogeschiedenis van Duitsland. Vooral het verhaal over de auto van keizer Wilhelm is aandoenlijk.
  • Barnsteen. Wat heeft Duitsland met barnsteen? En wat is de betekenis van de barnsteenkamer? Een mysterieus gegeven…
  • Literatuur heeft in deze geschiedschrijving ook zijn plaats. Van Grimms Worterbuch tot Gunther Grass, van boekverbrandingen tot Lutherbijbel. De blikken trommel, een van Grass’ bekendste werken, spreekt enorm tot de verbeelding. Van Grass wordt gezegd: ‘Hij spreekt de natie aan op haar politieke geweten, in de veronderstelling dat ze een dergelijk geweten heeft.’ 
  • De Duitse taal verwijst vaak naar het bos. Veel spreekwoorden zijn ontleend aan het woud: ‘Es juckt die Eiche nicht, wenn die Sau sich an ihr krazt’. De vertaling laat ik graag over aan de liefhebber.
  • Goethe, hoe kan het ook anders, heeft zijn (literaire) stempel gedrukt op het land. Spits zegt hierover in zijn dankwoord ( ‘Danke schon’): ‘Hanco Jurgens en Jacco Pekelder hebben me bij de les gehouden en voorkomen dat ik bij elk hoofdstuk weer over mijn idolen Goethe en Thomas Mann begon.’
  • En uiteraard komt de Duitse staalhelm voorbij alsook de culinaire curryworst. Het gedeelte dat handelt over de curryworst in de literatuur is vermakelijk. Over de staalhelm schrijft Spits: ‘De Duitse helm was beter dan de Franse (…) De helm stond symbool voor een nieuwe, moderne oorlogsvoering en voor eensgezindheid. Iedereen droeg een staalhelm.’

De grote verschillen tussen Oost en West worden op een heldere en speelse manier goed uitgewerkt en neergezet in Staalhelmen en curryworst.  Na een korte intro per hoofdstuk waarin hij grofweg aangeeft wat er gaat komen in het daaropvolgende gedeelte beschrijft hij in relatief korte hoofdstukken de fenomenen van nul tot nu. Jerker Spits laat zien wat we vandaag de dag kunnen leren van de Duitse cultuurgeschiedenis en plaatst de onderwerpen in een breder historisch perspectief.  Een kanttekening tot slot: dit boek had nog meer aan waarde kunnen toenemen als er bij de hoofdstukken meer beeldmateriaal was opgenomen.

Hickham, Homer | Albert moet naar huis

Albert moet naar huis - Homer HickamHet zijn de zware jaren van de Grote Depressie in Amerika. Een jong stel besluit een roadtrip te maken van West-Virginia naar Orlando. In de auto zitten de net getrouwde Homer en Elsie, Albert en een haan waarvan niemand snapt wat ‘ie er doet. So far, so good? Inderdaad, maar Albert is een alligator, en Elsie houdt meer van hem dan van Homer. Op een dag is Homer het zat, en besluiten ze de alligator naar Florida te brengen, waar hij thuishoort.

Onderweg beleven ze tientallen avonturen, net zoals De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Ze blazen een fabriek op, zijn betrokken bij smokkelingen op zee en overleven ternauwernood een tornado. Ze raken vaak van het rechte pad, maar dat gebeurt nou eenmaal als je een alligator op de achterbank van je zwarte Buick hebt.
De roadtrip van Homer en Elsie gaat echter over veel meer dan een alligator thuisbrengen. Tussen de gebeurtenissen door lees je over liefde, verlangen, hoop en acceptatie. Acceptatie dat het lot (in het boek kismet genoemd) je leven bepaalt. Dat is namelijk nogal een dingetje bij Elsie.

Schrijver Homer Hickham is de zoon van Homer en Elsie. ‘Dit boek is een familielegende waarvan ik graag zeg dat alles waar is behalve die delen die niet waar zijn en die toch ook waar zijn. Ik wilde laten zien hoe en waarom mijn ouders 60 jaar bij elkaar bleven terwijl ze het bijna nooit met elkaar eens waren.’

Albert moet naar huis is vergelijkbaar met de boeken van Jonas Jonasson. Ze zijn luchtig, grappig en on the road. En ook Homer en Elsie ontmoeten onderweg belangrijke historische figuren, zoals de schrijvers John Steinbeck en Ernest Hemingway. Het lukt Hickham om ongeloofwaardige gebeurtenissen geloofwaardig over te laten komen. De thematiek in het boek is niet zwaar en dat blijft zo als er serieuzere onderwerpen aan bod komen. De diepere laag is soms even zoeken, maar wel veel duidelijker aanwezig dan in de boeken van Jonasson. Dit maakt het boek een verhaal dat je in een ruk uitleest, en vertwijfelt achterlaat na de laatste bladzijde omdat je je afvraagt wat je net in lieve vrede hebt gelezen. Gelukkig wacht je dan een verrassing op de allerlaatste pagina’s.

Albert moet naar huis - elsiereads

Gerritsen, Esther| Broer

Broer - Esther GerritsenHet Boekenweekgeschenk 2016, Broer, is een dialoog. Van de hoofdpersoon met anderen, en van de hoofdpersoon met zichzelf. Een hoofdpersoon die het allemaal goed denkt te doen, totdat haar broer op het toneel verschijnt en alles twijfelachtig wordt. Esther Gerritsen schreef het boek als een psychologische roman met twee kanten:

Olivia (52) is een vrouw die voor het perfecte plaatje gaat, en dat gaat haar aardig goed af. Ze is financieel directeur van een familiebedrijf dat ze vastberaden is om te redden van faillissement. Ook staat ze aan de roer van haar gezin, dat bestaat uit twee zonen. Een probleem is er om op te lossen. Totdat haar broer, waar ze nooit veel mee leek te hebben, op het toneel verschijnt. Met zijn charmes pakt hij iedereen om haar heen in, en duwt haar steeds meer naar de zijlijn van haar eigen leven. Hij steelt haar leven, en zij staat machteloos.

Olivia is moeder van twee jongens, maar vooral financieel directeur van een bedrijf. Een familiebedrijf welteverstaan, maar dat deert niet zoveel want een bedrijf is nou eenmaal een bedrijf. En een bedrijf en gezin moeten met strakke hand geregeerd worden, anders gaat het niet goed. Een probleem is er om op te lossen. Totdat haar gevoelige, beetje vreemde  broer op het toneel verschijnt. Hij laat haar zien dat het in een gezin en familiebedrijf juist draait om sociale, warme banden en emoties en dat zij daar altijd tekort in heeft geschoten. Dat ze het niet perfect hoeft te doen en het leven niet draait om cijfers. 

En hier houdt het verhaal op. Een echte clou ontbreekt. Terwijl je als lezer zit te wachten op een confrontatie of plottwist, besloot Gerritsen dat het hier genoeg was. Enerzijds is dit de kracht van Gerritsens werk; het laat zien dat het leven en vooral mensen niet perfect zijn. Olivia lijkt nooit precies te weten wat van haar wordt verwacht, hetzelfde kunstje als Gerritsen toepaste  in de roman Roxy. Maar Broer is te kort om echt met Olivia mee te leven, zoals in Roxy met hoofdpersoon Roxy veel makkelijker gaat. Hoewel je Olivia’s desillusie snapt, voel je het niet. Het Boekenweekgeschenk van dit jaar is een heerlijke schnabbel voor tussendoor, maar niet meer dan dat.

 

 

 

Terlouw, Corina | Mijn verhaal met Franciscus

franciscusCorina Terlouw (1965), moeder van vier kinderen, opgegroeid in een christelijke geloofsgemeenschap in de Alblasserwaard heeft een boekje geschreven met de persoonlijke titel: Mijn verhaal met Franciscus. Ze heeft het in eigen beheer uitgegeven en heeft het vervolgens ter recensie aangeboden.

‘Ik moet naar jou verlangen, dacht ik, met liefde naar je uitzien, maar ik verlang niet naar je. Het lukt me niet. Het lukt me echt niet. En ik moet er al helemaal niet aan denken dat je een handicap hebt.’

Met bovenstaand citaat zit je midden in het thema van dit verhaal: Lidewij, de hoofdpersoon, is zwanger… Onbedoeld en ongewenst. Haar emoties jagen haar op alsof ze in een rollercoaster zit. De vraag of ze haar kind wel of niet moet houden staat centraal. Ze worstelt ermee. Die worsteling beschrijft Terlouw zoals Lidewij zich voelt: chaotisch, rommelig, van de hak op de tak springend, niet altijd de juiste toon vindend.

Mijn verhaal met Franciscus is een raamvertelling. Een verhaal in een verhaal. Goedbedoeld. Maar de manier waarop beide verhalen zich ontwikkelen is vaag. Met name het verrassende einde is te onvoorspelbaar, te gekunsteld, te mooi om waar te kunnen zijn.

Corina Terlouw weet wel sfeer aan te brengen door gedetailleerde (natuur)beschrijvingen en bij vlagen goedgekozen beeldspraak: ‘Schrijven moest ik zoals je het zwembad in kon springen: in een keer kopje onder, geen droge draad meer aan het lijf. En dan zwemmen, altijd blijven zwemmen.’ Valkuil is dat ze soms te mooi wil schrijven en dan gebruikt ze te formele, te vormelijke woorden: ‘Zelf wist ze niet zo gauw naar wie of wat haar intentie uit zou moeten gaan. Op dit moment leek alle onvolmaaktheid ver weg.’ 

Het verhaal: Het is bijna As-woensdag als Lidewij gehoor geeft aan een oud verlangen om een boek te gaan schrijven. Al schrijvend worstelt ze om haar eigen verleden te plaatsen in het bredere perspectief van verhalen over versterving en het brengen van een offer. Franciscus van Assisi speelt daarin een belangrijke rol. Uiteindelijk onderneemt Lidewij een pelgrimage naar Assisi. Hier komen verschillende ervaringen en gevoelens samen. Lidewijs boek is het verhaal in het verhaal. Aan het eind komen beide verhalen in het echt tot leven. Dit is bizar en niet-realistisch. Wel knap bedacht door Terlouw, maar echt voldoening levert het je als lezer niet op. Er blijven open eindjes en dat is storend.

Tussen de regels door leer je ook wat van het schrijven als kunstvorm. Terlouws reflecties hierop geeft ze expliciet dan wel impliciet weer. Vanuit de fictie schrijft ze over de werkelijkheid en komt diezelfde werkelijkheid tot leven. Toch heb ik me gedurende het lezen continu afgevraagd wat Terlouw beoogt met dit boek.

Terlouw heeft een boek geschreven vanuit christelijke achtergrond en visie. Ze heeft het dan ook niet nodig vloeken op te nemen in haar boek. Dat ze dit wel doet, doet helaas sterk afbreuk aan het geheel. Het is toe te juichen dat iemand een boek schrijft, ze heeft een redelijke poging gedaan. Wanneer stijl- en spelfouten zouden worden weggelaten en ze zich richt op een duidelijk verhaal en dito thema en ervoor zorgt dat een verhaal ook echt lekker vlot leest, zou ze best kunnen uitgroeien tot een prima auteur. Enfin, je bent nooit te oud om te leren…

Lanen, Pepijn | Naamloos

Naamloos - Pepijn LanenDe Jeugd Van Tegenwoordig is zo jeugdig niet meer. Althans, het is mijn mening dat je aardig volwassen bent als je autobiografische boeken op je naam kunt zetten. Rapper Faberyayo van De Jeugd, alias Pepijn Lanen, beschrijft in Naamloos zijn strijd met alcohol en volwassenwording.

Het boek begint met een jonge dertiger die ontwaakt met een kater in een appartement dat hij niet kent. Hij weet zijn naam niet meer, weet niet meer hoe hij in het appartement terecht is gekomen, waar hij werkt enzovoorts. Hij beseft dat deze identiteitscrisis te wijten is aan drank en drugs, en zweert dit een maand lang af om zijn leven weer op de rails te krijgen. Dit gaat echter niet zonder slag of stoot. De jonge man leert dat er meer dingen zijn in het leven die genot geven – iets wat Lanen zelf ook heeft geleerd.

De liefde voor taal zit er goed in bij Lanen. Dit wordt geuit in bijna poëtisch, absurdistisch taalgebruik met grappige taalvondsten: “Een warme deken van Niets bedekt mij sinds enkele dagen. Alsof ik aan het overwinteren ben in de baarmoeder. Een blokhut van non-activiteit, waar de open haard gestookt wordt met machinaal op elkaar geperste blokken leegte. Het niks doen heeft een eigen identiteit aangenomen die de hele tijd achter me staat en mijn schouders masseert.” Het tilt het boek naar een hoger niveau en geeft heel duidelijk Lanens eigen stijl weer; dagelijkse, ogenschijnlijke saaie dingen beschrijven als bijzonderheden. Het verhaal laat je goed meevoelen met de hoofdpersoon, maar is niet echt vernieuwend. Er zitten geen wonderlijke draaien in het verhaal en een clue blijft uit. Hierdoor ontwikkelt het verhaal zich niet en vertelt elk hoofdstuk hetzelfde. Ook de feiten zijn niet altijd gecheckt. Zo vindt de man zijn pinpas, maar staat zijn naam hier niet duidelijk leesbaar op. Even internetbankieren had hem al een heel eind op weg geholpen.

Naamloos is een redelijk verhaal, in een unieke stijl geschreven. De titel is meer dan toepasselijk; het symboliseert letterlijk het naamverlies, en figuurlijk de zoektocht naar eigenheid van de hoofdpersoon. Het verhaal had echter best in de helft van het aantal bladzijden (nu 250) gekund. Op een gegeven moment ontbreekt de behoefte om door te lezen, en dat is jammer. Nu stelt het plot weinig voor, en bestaat het vooral uit een carrousel van feesten, drugs, seks en paniekaanvallen.

Kranendonk, Anke | Altijd vrolijk

Anke Kranendonk - Altijd vrolijkZeventien jaar heeft Anke Kranendonk aan dit boek gewerkt, zeventien jaar en veel frustratie kostte het haar om haar eigen verleden weer op te halen. Met ‘Altijd vrolijk’ als sarcastische titel, vertelt Kranendonk over de worsteling tussen een ‘altijd vrolijk geloof’ en de ‘grote boze wereld’.

Altijd vrolijk gaat over de in de jaren ’60 opgroeiende Aaf van Pommeren. Met haar ouders en broer bezoekt ze op zondag de kerk, maar de rest van de week staat het geloof niet op de voorgrond. Alles verandert echter als haar ouders zich aansluiten bij de pinkstergemeente Het Nieuwe Evangelie. Het geloof is vanaf dan altijd aanwezig in het gezin Van Pommeren, is het niet door gezang en gebed, dan wel als altijd terugkerend gespreksonderwerp. Tevens wordt de deur platgelopen door hulpbehoevenden als haar vader ‘een groot goddelijk talent’ blijkt te bezitten en voorganger wordt.

In de eerste helft van deze roman woont Aaf nog thuis en is actief betrokken bij de kerk. De positieve, maar vooral ook negatieve kanten van deze kerk komen duidelijk naar voren. Zo krijgen haar ouders diverse tegenslagen te verwerken, zoals depressie, kerkscheuringen en ontslag. Dit wordt echter weggezongen of -gebeden. En als dat niet voldoende is, is het een kwestie van de duivel uitdrijven. Aaf vlucht voor al dit godsdienstgeweld door steeds verder te zwemmen in het meer achter het huis.

De tweede helft van de roman beschrijft Aafs leven nadat ze op kamers is gaan wonen in Amsterdam. De worsteling die Aaf hier doormaakt tussen het ‘veilige’ leven met God en het ‘goddeloze’ leven in de stad, is uitzonderlijk goed beschreven. De angst om overmeesterd te worden door satan voel je bij alles wat ze doet en hoort, maar tegelijk komen haar adolescente gevoelens naar boven. Dit levert tegenstrijdige en pijnlijke situaties op, waarbij de band tussen haar ouders en haar steeds meer onder druk komt te staan. Dit komt vooral naar boven als Aaf talent blijkt te hebben voor zwemmen en Nederlandse kampioen vrije slag wordt. “Haar ouders zaten niet op de tribune, ze waren er nog nooit geweest. Ze had ze wel eens uitgenodigd om een wedstrijd mee te maken, maar vader moest preken. (…) ‘Moet je nu zo nodig ook op de dag van de opstanding in dat water liggen?’ had vader gevraagd, waarop het antwoord in haar keel verklonterde en ze zwijgend de hoorn erop had gelegd.”

Na negentig kinderboeken is dit Kranendonks literaire debuut. Het taalgebruik is helder en niet wollig of kinderachtig. Wat erg knap is, is dat Kranendonk wel vraagtekens stelt bij de kerk, maar niet oordeelt. De kerk biedt houvast, maar is tegelijk moeilijk te verlaten als het je thuis niet is. De elementen van de zoektocht naar identiteit van Aaf die niet met de kerk te maken hebben, vallen echter wat in het niet en krijgen te weinig aandacht. Voor mensen met interesse in het geloof of gelovigen, is dit boek een interessant inkijkje in ‘de vrolijke kerk’. Voor mensen met weinig kennis over het pinkstergeloof, geeft dit boek niet voldoende uitleg en zijn gedachtegangen moeilijk te volgen.