Mak, Geert | De levens van Jan Six

De levens van Jan Six - Geert MakGeert Mak z’n nieuwste boek gaat over Jan Six. Hij is het schoolvoorbeeld van een 17e eeuwse, geslaagde man. Hij kwam op 14 januari 1618 ter wereld. Hij maakte deel uit van een rijke familie die lakens verfde en daar geld als water mee verdiende. Jan was niet gemaakt voor dergelijk vakmanschap en hield zich vooral bezig met kunst, literatuur en het bestuur van de stad.

Hoewel de kunst en de literatuur zijn hele leven belangrijk voor hem bleven, stak hij er vooral in zijn jonge, ongehuwde jaren veel tijd in. Ook hij maakte de reis naar Italië, zoals zoveel van zijn tijdgenoten deden. Het doel van de reis was het opbouwen van een zakelijk netwerk, maar ook het opdoen van culturele bagage. Jan geniet met volle teugen en als hij terug is in Amsterdam maakt hij al snel naam als cultuurkenner en verzamelaar (hij kaapte met zijn bijna onbeperkte financiële kracht menigmaal een cultuurschat onder de neus van concurrenten weg).

Maar er moet een vrouw in zijn leven komen. Er moet, schrijf ik, want het huwelijk is duidelijk heel strategisch gesloten. Het gaat om de dochter van Nicolaes Tulp, een van de invloedrijkste burgermeesters van Amsterdam van die tijd. Wel invloed, niet zoveel geld was een uitstekende keus voor Jan, die veel geld had, maar nog wel wat invloed wilde. Daarna raakt de kunst wat meer achterop en is Jan vooral bezig het politieke spel te spelen en bestuurlijke (lees lucratieve) functies veilig te stellen voor zichzelf en zijn vriendjes.

Ook de vriendschap van Jan Six met Rembrandt van Rijn komt duidelijk in het boek naar voren. Dat is helaas niet gunstig voor Rembrandt, want die komt weliswaar geniaal in beeld, maar vooral ook als onbetrouwbaar, schuldenmakend, harteloos en asociaal.

Prachtig laat Geert Mak zien hoe Jan Six zich ontwikkelt van losse jongeman, die vooral feest viert en achter de vrouwen aanzit (of in elk geval één) tot een man die zijn verantwoordelijkheid neemt in zijn dagelijks leven, zijn huwelijk en in de stad. Six dient zo als een mooi exempel om een hele tijd door te lichten.

Geert Mak beschrijft vervolgens ook de afstammelingen van Jan Six, maar die staan toch vooral in de schaduw van hun machtige voorvader. Opvallend is wel dat ze vrijwel allen steeds opvallen in hun omgeving en altijd weer een vooraanstaande plek pakken, hetzij in het maatschappelijke, hetzij in het zakelijke leven.

Fantastisch boek. Het enige waar ik me een beetje aan stoorde in dit boek is de vele speculaties die Mak maakt, over liefdes van Jan, over de gunsten die hij kreeg of verleende, enzovoort. Vaak in de vragende vorm, maar wat mij betreft toch te speculatief. Daar bediende hij zich in eerdere boeken een stuk minder van.

Weghorst, Angela | Anders

Angela Weghorst, werkzaam bij en oprichter van TwinQ, een onderzoeks- en adviesbureau, heeft een grootschalig onderzoek gehouden onder zo’n 4000 5- tot 25-jarigen. Het heeft geresulteerd in een stevig boek waarin ze haar onderzoeksresultaten op prettige en heldere wijze inzichtelijk maakt: Anders, het echte verhaal van Generatie Zenz, de 5- tot 25-jarigen van nu.

Vorm en inhoud zijn loepzuiver op elkaar afgestemd. Een kleurrijk boek en verhaal dat verteld moet worden. Veel informatie geeft de schrijfster en onderzoekster Weghorst. Het is een boek geworden dat je blijft doorbladeren en doorbladeren, op zoek naar de informatie die bij je past. Informatie waar je op dat moment behoefte aan hebt.

Weghorst beschrijft op nauwkeurige, gedetailleerde wijze haar onderzoek: de vragen, de interviews met kinderen en jongeren/jongvolwassenen, geeft inzicht in de resultaten, analyseert en concludeert. Ze doet dit op een manier die je raakt. Het is geen droog, wetenschappelijk boek geworden, maar een boek dat leeft. Een persoonlijk voorwoord, een persoonlijke opdracht voorin het boek, de persoonlijke verhalen, Weghorst spreekt aan. Ze geeft duidelijk aan hoe het boek is opgebouwd: 2 delen met elk een aantal hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk geeft ze aan hoe ‘de jeugd van tegenwoordig’ eruit ziet, wat deze groep kenmerkt. Ze behandelt de diverse maskers waarachter de jonge mensen ‘van tegenwoordig’ zich kunnen verschuilen: het masker van de gevoelens, het gedrag en die van de overtuigingen. In het derde hoofdstuk behandelt ze de diverse oudertypen: verantwoord, compromiszoekend, verwennend en de no- nonsenseaanpak. Van aanpassend tot dominant en van opvoedingsonbewust tot opvoedingsbewust. Een overzichtelijk schema op blz. 184 vat een en ander nadrukkelijk samen.

Angela Weghorst laat zien hoe de invloed die een docent op een leerling uitoefent enorm kan zijn, waarbij ze nadrukkelijk verwoordt dat docenten geen superhelden zijn en toch heel veel verschillende rollen vervullen: psycholoog, politieagent, medeopvoeder, om maar enkele rollen te noemen.

Interessant is het deel dat labelen van kinderen en jongeren aan de orde stelt. ‘Daarnaast ben ik van mening dat we de invloed van de sociale omgeving ook niet moeten onderschatten.’ (…) Zijn onze kinderen dan zoveel veranderd of is de wereld om ons heen veranderd? (…) Kinderen en jongeren dienen in de pas te lopen met de rest en afwijkend gedrag wordt steeds minder geaccepteerd en steeds sneller gerapporteerd.’ Opvallend detail is dat Weghorst stelt dat kinderen en jongeren blijkbaar wel uren stil kunnen zitten als ze met de digitale media bezig zijn. Ze stelt dat belangrijke opvoedwaarden die vroeger nog in tel waren, heden ten dage in de vergetelheid zijn geraakt: rust, reinheid en regelmaat.

Het doel van het boek? Angela Weghorst: ‘Ik hoop ook van harte dat dit boek zal bijdragen aan mijn droom: dat iedereen zichzelf mag zijn, gewoon zoals ie is. En dat iedereen de kans krijgt om de beste versie van zichzelf te kunnen worden, en niet een aangepaste versie zoals ( we denken dat) anderen willen dat we zijn.’

Weghorst heeft haar doel ruimschoots bereikt.

Kamp, Elly | Ferdinand en Johanna

publication-633

Wie Bordewijk zegt, zegt Bint. En Karakter. Voor de literatuurliefhebber en de bovenbouw HV-scholier zijn het geen onbekende namen: Katadreuffe en Dreverhaven, Bint, De Bree, Klotterbooke en Te Wigchel. Welkom in de Hel…Neerlandica Elly Kamp schreef een biografie over het leven en werk van Ferdinand Bordewijk. Bijzonder is dat het hier gaat om een dubbelbiografie, want ook het muzikale leven en werk van zijn iets minder bekende vrouw Johanna Bordewijk- Roepman (componiste) wordt beschreven.

Kamp beschreef in een eerder werk al het leven van het echtpaar Bordewijk en publiceerde reeds over een andere bekende literaire grootheid: Willem Frederik Hermans.
Kamp stelt in haar voorwoord de vraag wie de man is achter het werk. Wat weten we nu van de persoon Ferdinand Bordewijk? Wie is zijn vrouw? Was zij de klassieke vrouw achter de schrijver, of was er meer? Op grond van gedegen onderzoek en gestoeld op minutieus archiefonderzoek is Kamp erachter gekomen dat zij echt een persoonlijkheid was. Een vrouw met een eigen carrière.

Bordewijks schrijven was een liefhebberij voor hem. Hij schaamde zich zelfs een beetje, maar tegelijk was de drang om te schrijven erg groot. Hij kon het gewoon niet laten. Nadat Elly Kamp zich had verdiept in het leven van Bordewijks vrouw kwam ze erachter dat zij de sleutel zou kunnen zijn voor het beter begrijpen van de schrijver Bordewijk. Haar leven was een studie op zich waard. Vandaar deze dubbelbiografie. Het doel: antwoorden geven op vragen en laten zien dat Ferdinand en Johanna emotionele en eigenzinnige mensen waren, die dankzij hun talent en ambitie bijzondere kunstenaars werden.

Het doel is ruimschoots gehaald: een prachtige, vuistdikke en gedetailleerde biografie ligt er. Kamp heeft antwoorden gegeven en aangetoond dat meneer en mevrouw Bordewijk de personen waren die ze vermoedde. Ze laat op een stijlvolle wijze zien hoe Ferdinand en Johanna elkaars tegenpolen waren en elkaar haarfijn aanvulden; zowel privé als in hun werk.

‘Zij (interviewers, red.) zagen naast een geremde, afstandelijke en argwanende man een aardige, charmante, spontane vrouw. Met haar opgewekte optreden was ze het tegendeel van een man die somberheid uitstraalde. Humor hadden ze beide, al uitte zich dat bij Johanna in een spontane lachbui, en vangen we bij Ferdinand niet meer op dan een glimp van een glimlach.’

Uitgebreid beschrijft Kamp in hoofdstuk 6 de roman Bint. Het maakte Bordewijk bekend en berucht. Kritiek en applaus levert het hem op. Maar wat is nu het thema? Wat schuilt er ten diepste achter het verhaal Bint? Is er sprake van bewondering voor het fascisme en nationaal-socialisme? Bint verscheen in 1934: de opkomst van Hitler en het nationaal-socialisme.  

‘Tegelijk is ‘de school van Bint’ een symbool geworden. Het staat voor een strenge, rechtlijnige pedagogie die een voorbeeld kan zijn voor het huidige onderwijs met zijn tekort aan gezag en teveel aan begrip voor de leerlingen. Niet dat dit regime moet worden overgenomen, maar een beetje meer Bint zou geen kwaad kunnen menen velen.’

Dit hoofdstuk, evenals de bespreking van andere werken van Bordewijk in een deel van het boek, schreeuwt erom grondig gelezen en bestudeerd te worden. Een heldere literatuurlijst, intrigerend fotomateriaal en verwijzingen achterin dit boek maken deze dubbelbiografie af. Chapeau!

Eerder gepubliceerd op: www.Hebban.nl

Konar, Affinity | Mischling

afbeelding-mischlingBoeken over de Tweede Wereldoorlog, verzet, vervolging van joden en het leed in de concentratie- en vernietigingskampen zijn er in overvloed. Je zou zeggen: niets nieuws onder de zon met dit boek van Affinity Konar. Niets is echter minder waar, want in Mischling zien we het grote verhaal van het lijden teruggebracht tot het  unieke, intieme en persoonlijke verhaal van Perle en Stacha.

Perle en Stacha zijn een tweeling en hebben een gemengd Arisch-Joodse achtergrond. Samen met hun moeder en opa komen ze in 1944 in Auschwitz terecht waar dokter Josef Mengele zijn gruwelijke experimenten op gevangenen uitvoert.  Stacha en Perle zijn vanwege hun blonde haren en bruine ogen een interessant geval voor Mengele. Ze komen daarom als proefkonijnen in de zogenaamde ‘dierentuin’ terecht.

Konar verzwijgt de gruwelijkheden niet, maar de nadruk ligt vooral op de wijze waarmee Perle en Stacha proberen met alle pijn en verdriet om te gaan. Konar laat zien hoe ze elkaar steunen, zich verantwoordelijk weten voor elkaar  en zich zo nodig terugtrekken in hun eigen werkelijkheid.  ‘Je moest hier plannen smeden om te overleven, dat had ik al wel begrepen. Ik besefte dat Stacha en ik de verantwoordelijkheden goed moesten verdelen. […] Stacha zou het grappige, de toekomst en het kwade op zich nemen. Ik nam het verdrietige, het verleden en het goede.’ De totale werkelijkheid was te verschrikkelijk om te bevatten.

Je leest het verhaal afwisselend vanuit het perspectief van Stacha en Perle.  Konar weet de verschillen tussen beide zusjes knap weer te geven.  Ze geeft de meisjes hun eigen stem in het verhaal en laat zo zien dat de meiden van elkaar verschillen in de wijze waarop ze omgaan met hun ellende.

Op een gegeven moment  wordt Perle door Mengele meegenomen en verdwijnt volledig uit het zicht. Stacha is ten einde raad en sluit zich op in zichzelf. Ze kan echter niet geloven dat haar zusje, een deel van haarzelf, gestorven zou zijn. Vlak voor de bevrijding van Auschwitz wordt Stacha meegenomen op één van de zogenaamde dodenmarsen. Samen met  Feliks, eveneens helft van een tweeling, weet ze aan de aandacht van de bewakers te ontsnappen. Stacha en Feliks trekken samen verder en beginnen een dubbele zoektocht. Ze zoeken zowel  Perle als Mengele die ze willen doden om alles wat hij hun heeft aangedaan. Het verhaal heeft een verrassend einde waarmee Konar laat zien dat hoop en liefde het winnen van het ultieme kwaad waarmee Stacha en Perle geconfronteerd werden.

Mischling is een op ware feiten gebaseerd verhaal over de verschrikkingen in Auschwitz en tegelijkertijd een ontroerend verhaal over een tweeling die zo met elkaar verbonden is dat ze elkaars pijn kunnen voelen. Juist het feit dat het grote verhaal klein gemaakt wordt tot het verhaal van twee meisjes, zorgt ervoor dat het verhaal je raakt. Je kunt Mischling niet alleen lezen als een stukje geschiedenis dat nooit vergeten mag worden. Je raakt absoluut betrokken bij het leed van twee kinderen: Stacha en Perle.

Wiman, Christian | Mijn heldere afgrond

Christian Wiman - Mijn heldere afgrondChristian Wiman is, of in ieder geval was in Nederland niet zo bekend. Hij schrijft poëzie die zelfs in Amerika slechts een bepaalde groep lezers bereikt. Er is tot op heden nog niet veel van hem vertaald in het Nederlands. Toen Wiman er echter achter kwam dat hij een nare kanker in zich omdroeg, besloot hij een uitstap naar proza te maken. Wie echter denkt met Mijn heldere afgrond een ontroerende bekeringsgeschiedenis in huis te halen van een man die afstand neemt van het geloof, ziek wordt en op de bodem van zijn bestaan God weer vindt, komt bedrogen uit.

Het is namelijk geen makkelijk boek. Er wordt gewerkt met woorden als bouleversante, numineuze en atavistisch. Daarnaast is er ook geen heel duidelijke lijn, je wordt als lezer niet op sleeptouw genomen. Wiman benadert zijn lezer als altijd: hij verwacht dat de lezer zich inspant om de beelden, gedachten en zinnen te begrijpen. In die zin ligt dit boek dichter bij poëzie dan bij veel proza. Het boek is in zekere zin een poëtica. Niet zelden geeft Wiman uitlegt over poëzie, over hoe die bedoeld is, wat zijn voorbeelden zijn en, ook niet onbelangrijk, hoe die zich verhoudt tot het geloof. ‘Tegenwoordig heb ik geen geduld met poëzie die niet doortrokken is van, en getransfigureerd door, de wereld. Daarmee bedoel ik (…) een poëzie waarbij je kunt voelen dat de verbeelding van de dichter geladen wordt door de volle confrontatie met de wereld, en er tegelijk door wordt gelouterd.’

De zin bepaalt ons meteen bij de centrale gedachte van het boek: hoe gelooft men in God terwijl er zoveel kwaad in de wereld is? Hoe verhouden het beeld van een almachtige God zich tot een ellendige en kapotte wereld? Het boek bevat dan ook geen platte praiseteksten, maar steekt af naar een diepte waar een 21e eeuwse christen zelden meer komt. ‘Vreemd, hoe alleen al eerlijk over God te spreken, al is het alleen maar om onze ervaring van afzondering en verwarring te articuleren, vrede kan brengen in onze geest. Je dacht dat je ongelukkig was omdat dit of dat misging in je relatie, dit of dat scheef zat in je werk, maar in werkelijkheid komt je verdriet voort uit je afkeer, je stiekeme ontwijken, van God. (…) Je kunt niet werken aan de structuur van je leven, als de grond van je bestaan onvast is.

Wie de moeite en de tijd neemt om het boek te begrijpen, ontdekt de ene mooie gedachte na de andere over geloof, leven en poëzie. Mijn boek zit vol ezelsoren van alle passages die de moeite waard zijn. Een laatste voorbeeld over hoe je je vergewist van de waarheid van een spirituele ervaring: zij duwt je terug naar de wereld en andere mensen en niet simpelweg dieper jezelf in. Goed, nog eentje dan: Wat je twijfel waard is, kun je herkennen aan de kwaliteit van de onrust die hij zaait.

Reijnders, Maarten | Complotdenkers

Maarten Reijnders - ComplotdenkersMet de komst van Donald Trump als nieuwe president van de USA neemt het geloof in complotten en complottheorieën weer toe. De weg naar de top die Trump bewandelde, evenals diezelfde weg voor zijn tegenstandster Hillary Clinton, is voer voor complotdenkers. Ziehier het onderwerp van het boek Complotdenkers: hoe gevaarlijk is het geloof in samenzweringstheorieën? Maarten Reijnders verdiepte zich erin.

Journalist Maarten Reijnders sprak verschillende complotdenkers over hun (eigenaardige) complottheorieën. Je leest over een veroordeelde ex-journalist die de jacht ontketend heeft op pedo-netwerken met connecties in de hoogst denkbare kringen in ons land en over een succesvolle zakenondernemer die de moord op JFK zou hebben opgelost. Heel interessant en lachwekkend om te lezen!

Het boek begint met een motto, een citaat van Aldous Huxley: ‘Facts do not cease to exist because they are ignored.’ Vervolgens opent het boek met de verwarde Tarik die op 29 januari 2015 de NOS-studio binnendrong. Aanvankelijk bestaat er onduidelijkheid over de motieven van Tarik. Wat deed hij daar en waarom? Voer voor complotdenkers. ‘Wat maakt iemand tot een complotdenker? Wat is nog normaal? En waar begint de gekte? Het zijn vragen die ik me bij het schrijven van dit boek over samenzweringsgelovigen en complottheorieën vaak heb gesteld.’ Het is terecht dat Maarten Reijnders deze vragen als uitgangspunt neemt. Het is soms te bizar voor woorden en ook wel weer heel aannemelijk in enkele gevallen van complottheorieën. Een ‘duivels dilemma’ in je denken is het gevolg.

‘Samenzweringsgeloof komt, net als religie of psychische stoornissen, in gradaties. De een is er ontvankelijker voor dan de ander, maar bijna iedereen valt wel eens voor de verleiding van de complottheorie.’ Heel subtiel zegt Reijnders eigenlijk dat het geloof in complotten in Nederland of daarbuiten gelijkgeschakeld wordt met een psychische stoornis. Interessant! ‘Een van de belangrijkste leerstukken van het samenzweringsgeloof is dat je onwelgevallige feiten mag negeren of wegredeneren. Complotgeloof nodigt uit tot een luie, gevaarlijke manier van denken.’

In Complotdenkers gaat Maarten Reijnders in het begin redelijk in op wat complotdenkers beweegt om zo te denken. Hoe komt het zover met je? In de rest van het boek gaat hij in op allerlei vormen van en verhalen over complottheorieën. Het boek leest prettig, met uitzondering van ontzettend veel taalkundige fouten en spelfouten. Het geeft het boek een zeer amateuristische uitstraling.

Matar, Hisham | De terugkeer

omslag-matar-defHisham Matar neemt ons in De terugkeer mee op een zoektocht naar het lot van zijn vader.

‘Ik wou dat ik tenminste een gelukkig man

Als vader had, die oud werd in zijn eigen huis –

Maar onbekende dood en stilte zijn

Zijn lot’

(ontleend aan Homerus’  Odyssee – een uitspraak van Telemachus die op zoek ging naar zijn vader Odysseus)

Vader Jaballa, een fervent tegenstander van de Libische dictator Ghadafi, is sinds 1990 spoorloos verdwenen.  Het gezin leefde sinds 1979 in ballingschap in Caïro, maar bleek daar uiteindelijk toch niet veilig te zijn voor Ghadafi.  Hisham is op achttienjarige leeftijd voor studie naar Londen gegaan, waar hij sindsdien altijd gewoond heeft.

De terugkeer begint in 2012 als Hisham en zijn vrouw Diana,  zijn Moeder en broer Ziad terugkeren naar Libië om hun familie daar te ontmoeten. Het regime van Ghadafi is verdreven, veel politieke gevangenen¸ waaronder een aantal familieleden van Matar,  zijn vrijgekomen, maar van Jaballa is er nog geen enkel spoor. Leeft hij nog? En als hij niet meer leeft, hoe is hij dan omgekomen? Waar, wanneer, waar is zijn lichaam begraven?

Hisham probeert op alle mogelijke manieren iets over het lot van zijn Vader te weten te komen.  Tijdens zijn zoektocht neemt hij ons mee naar het verleden aan de hand van herinneringen die ontmoetingen, foto’s en bepaalde plaatsen bij hem oproepen. Zo krijg je veel informatie over zijn  persoonlijk leven en zijn familie, maar ook over de recente geschiedenis van Libië en de impact die het regime van Ghadafi gehad heeft op het leven van zo velen.

Matar schrijft met een zekere afstandelijkheid  en soberheid over  de pijn van de ballingschap en de gruwelijkheden die hebben plaatsgevonden.  Het zijn juist die afstandelijkheid en soberheid die het verhaal zo sterk maken en die ervoor zorgen dat je als lezer diep geraakt wordt. Zijn persoonlijke gevoelens van verdriet, woede en onmacht weet hij zeer beheerst, maar tegelijk zeer indringend te verwoorden.

De vraag naar de waarheid over Jaballa’s lot wordt niet met honderd procent zekerheid beantwoord. Hisham moet genoegen nemen met  een waarschijnlijke versie van de gebeurtenissen.  Telemachus verwoordt de pijn van deze onzekerheid treffend!

De terugkeer is een prachtig boek: een boeiend persoonlijk verhaal dat raakt en tot nadenken stemt.

Visser, Carolijn | Selma, Aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao

Carolijn Visser - Selma‘Selma, Aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao’ mag gelezen worden als een eerbetoon aan de idealistische maar beslist niet naïeve Selma Vos. Vanwege haar joodse afkomst werd zij vervolgd tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ze weet samen met haar vader te ontsnappen en onder te duiken.  Tijdens haar studie in Cambridge  ontmoet ze haar grote liefde: de  Chinese  Chang Tsao. Chang is overtuigd lid van de communistische partij van Mao en Selma deelt zijn ideaal: werken aan de opbouw van een socialistisch China.

Ideaal en werkelijkheid botsen, dat ervaren ook Chang en Selma en hun kinderen. Privileges voor de elite, de partij die het leven van Chang beheerst: Selma realiseert zich dat de werkelijkheid minder mooi is dan de droom van een rechtvaardige samenleving. Selma blijft, hoewel ze de Chinese nationaliteit heeft en haar man een prominent lid van de communistische partij is, een buitenstaander, net als haar kinderen Greta en Dop.

Visser geeft een overtuigend beeld van het leven in Peking vanaf 1957 en de ontwikkelingen in de Chinese Volksrepubliek. Selma, Chang en de kinderen ervaren aan den lijve de gevolgen van De Grote Sprong Voorwaarts als honger en gebrek het leven beperken. Uiteindelijk worden zowel Chang als Selma slachtoffer van de Rode Gardisten tijdens de Culturele Revolutie. De Nederlandse afkomst van Selma en het in diskrediet raken van het werk van Chang worden hun fataal. Selma, die aan Hitler ontsnapte, eindigt haar leven als gevangene van Mao.  Greta en Dop worden als zovelen verbannen naar het platteland en daarmee  lijken alle kansen op verdere studie en een leven in Peking verkeken.

Na jaren en een politieke koerswijziging wordt Chang gerehabiliteerd en uiteindelijk krijgen Dop en Greta toestemming om in 1976 op uitnodiging van de (stief)broers van hun moeder naar Nederland te gaan. Visser heeft dit boek geschreven op basis van gesprekken met Greta en Dop, familieleden van Selma die zij tijdens een bezoek aan Nederland in 1966 ontmoette en de briefwisseling die Selma met haar vader voerde.

Met ‘Selma, Aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao’ heeft Visser een zeer persoonlijke kijk op een dieptepunt in de Chinese geschiedenis gegeven. Selma roept bewondering op om haar trouw aan haar gezin, haar hoop op een betere toekomst en haar moed. De tragiek is echter dat die eigenschappen uiteindelijk haar ondergang hebben betekend. Visser verstaat de kunst om Selma heel dicht bij te brengen, ook dankzij de foto’s uit het familiealbum. Dit boek laat een diepe indruk achter en brengt geschiedenis tot leven!

Berg, Reinier van den | Weergenieten

Weer genieten - Reinier van den BergReinier van den Berg is een liefhebber van het weer. Hij maakt er zelfs zijn werk van en is als presentator van het weer regelmatig te zien bij RTL4. Daarnaast heeft hij vanuit zijn observaties in de natuur een missie om anderen het belang van duurzaamheid in te doen zien. In dit boekje echter gaat hij vooral in op de schoonheid en de emotie van het weer.

Het weer kan gevaarlijk zijn, het kan zacht zijn, het kan nat of koud zijn, het kan zonnig of benauwd zijn: Reinier ziet er altijd wel iets moois in. Dat onderbouwt hij met veel kennis. Het boek verschaft bijvoorbeeld inzicht waarom de langste dag lang niet altijd de warmste is (afkoelende of juist opwarmende invloed van de zee), hoe ijzel ontstaat (er valt neerslag uit een hogere en warmere luchtlaag), dat op de wadden een hittegolf nooit voorkomt (er is en zeer strikte bepaling van wat een hittegolf is en die wordt het snelst ver van zee bereikt) en dat het 93% van de tijd droog is (een jaar telt 8760 uren en het regent in Nederland gemiddeld 37.000 minuten ofwel 615 uur).

Emotie krijgt ook een ruime plaats in dit boek. ‘Als het buiten zachtjes waait, horen we het geluid van de wind amper. Maar omdat de wind riet of bladeren in beweging brengt, horen we wel het ritselen van de bladeren of het wiegen van het riet. Als de wind toeneemt, worden deze geluiden vanzelfsprekend luider. Bij storm raakt de hele lucht vervuld van windgeluiden. Het is een bonte kakofonie van tonen. Diepe bastonen en hoge fluittonen, het zit er allemaal bij. Persoonlijk kan ik intens genieten van zo’n stormachtig concert.’ Een schitterende climax. Emotie zit hem ook in de veelheid aan afbeeldingen die het boek kent. prachtige detailfoto’s, afgewisseld met fraaie sfeerplaten. De meeste foto’s zijn gemaakt door Teun Veldman.

Nog een belangrijk aspect waaruit blijkt dat het weer niet zomaar een baantje is voor Reinier van den Berg: er is een ruime plaats voor God ingeruimd als Schepper en Meester van het weer. Dat blijkt uit de vele (christelijke) gedichten die Van den Berg heeft opgenomen in het boek. Maar ook zijn er bijbelteksten en af en toe maakt Reinier zelf een toepassing, bijvoorbeeld door erop te wijzen dat de Bijbel opent met water, maar tegelijk toewerkt naar water dat eeuwig leven geeft.

Structuur

Qua structuur heeft Van den Berg wel een poging gedaan de inhoud te ordenen. Het boek opent met de winter (dus ook met de maand december) en werkt de opeenvolgende seizoenen en maanden af, die elk weer worden gekoppeld aan een meteorologisch fenomeen. Die laatste lijken er af een toe een beetje bijgezocht. Sommige zijn logisch, sneeuw en ijs heb je nu eenmaal vaker in januari dan in juli, maar van andere ontgaat me het verband. Waarom is het heelal bijvoorbeeld gekoppeld aan december? Daarnaast zijn de onderscheiden thema’s soms ook van een ander kaliber. Heelal, winterse kou, water, duurzaam; het zijn allemaal verschillende zaken.

Het maakt het werkje tot niet zozeer een leesboek met een stevige lijn, maar veel meer tot een aangenaam bladerboek waar je menig verloren momentje in verzeild raakt.

Steinz, Pieter | Lezen met ALS

naamloosPieter Steinz is niet meer. Een erudiete en bekende man heeft zijn strijd gestreden. ‘Of het nu om leven gaat of om dood, wij vragen alleen om werkelijkheid. Als we werkelijk op sterven liggen, laat ons dan de kou in onze uiterste ledematen voelen; als we leven, laten we ons dan aan onze taak wijden.’

In Lezen met ALS: literatuur als levensbehoefte neemt Pieter Steinz de lezer mee op reis door zijn ziekte naar het onverbiddelijke einde. Hij neemt de lezer mee naar tal van boeken die een onuitwisbare indruk op hem hebben gemaakt en heel veel betekenis hebben gegeven aan zijn leven, zijn ziekte, zijn strijd tegen ALS. En het is een ontroerend, waardevol en heftig boek geworden. Pieter Steinz krijgt het voor elkaar dat je als lezer je geheel identificeert met Steinz. Zijn benauwdheid wordt jouw benauwdheid, zijn ziekte wordt jouw ziekte. Zijn liefde, zijn passie voor het geschreven woord jouw passie. 52 columns over iets meer dan 52 boeken, 52 columns waarin hij zijn ziektegeschiedenis maar ook zijn jubel over het leven zelf beschrijft. Rauw, dan weer liefelijk, hard en direct, dan weer met een (ironische) lach, verdrietig en lusteloos, dan weer met opgeheven hoofd en blij, zo toont Pieter Steinz de lezer de werkelijkheid zoals die is, zoals die binnendringt in je bestaan. Voor even is zijn werkelijkheid mijn werkelijkheid.

Op 26 april (2014) schrijft Pieter Steinz: ‘Dat zal je altijd zien. Op de dag dat ik trots meldde dat ik sinds mijn diagnose nog geen nacht slecht had geslapen, zette de slapeloosheid in.’ Om dan te vervolgen met de Verzamelde gedichten van J.C. Bloem: ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan de dood.’ Overdag verdiept Pieter zich in de poëzie van Bloem waarin hij op verschillende plaatsen aantoont hoe waar deze poëzie is. Om te eindigen met een loffelijke parodie op Bloem: ‘Dit heb ik bij mijzelven overdacht, filosoferend op een miezerige morgen. Een staat van insomnia waaraan na een week een eind kwam door een intakegesprek op het Centrum voor Thuisbeademing.’

Pieter Steinz had zich verzoend met zijn ziekte. Zijn motto ontleent hij aan dat van de trouwe haas uit Het sleutelkruid van Paul Biegel. Deze haas bewaakt het welzijn van de zieke koning Mansolein: ‘Zijn hart moet opgedraaid worden met sleutelkruid, en zolang dat er niet is, moet het maar met geroosterd brood.’

Literatuurliefhebber Pieter Steinz beschreef in het NRC in een weekboek zijn leven met ALS. Het werd een boek over leZen met ALS: ‘Over de troost van het lezen heb ik dus weinig te zeggen. Daar staat tegenover dat ik me de afgelopen twee jaar niet zou kunnen voorstellen zonder mijn favoriete boeken. En als er iets is waar ik plezier aan heb beleefd, dan was dat wel het schrijven over de boeken waarvan ik hou. Dat mag met recht een vertroosting genoemd worden.’